Dinsdag 21 juli 1953, 17e etappe Monaco–Gap, 261 km.

De rit tussen Monaco en Gap werd een éclatant succes voor de Nederlandse ploeg. Als een ware gladiator reed Woutje Wagtmans het Alpenstadje binnen en ging er als eerste over de eindstreep met maar liefst 44 seconden voorsprong op Gino Bartali. Die had zijn vrouw, kinderen en alle Italiaanse tifosi beloofd dat hij vandaag zou gaan winnen om met heel Italië aan zijn voeten nogmaals zijn verjaardag te vieren. Bovendien wilde hij in deze etappe tijd terugwinnen, om nog een gooi te kunnen doen naar zijn derde Tourzege. Bij de beklimming van de laatste col was hij echter niet opgewassen tegen het geweld dat Wagtmans daar uit zijn frêle lijf perste. Om het Nederlandse succes nog klinkender te maken legde Gerrit Voorting beslag op de derde plaats in dezelfde zelfde tijd als Bartali. Met een eerste en een derde plaats kon onze ploeg de zege in het dagploegenklassement natuurlijk niet ontgaan, terwijl de kleine Wout opklom naar de tiende plaats in het algemeen klassement met een achterstand van 9’39” op leider Mallejac.
Het begin van deze etappe was maar een saaie vertoning en niets wees er op dat de ...

... favorieten nu eindelijk eens aan de poort zouden rammelen. Integendeel, het peloton bleef lang bijeen en trapte volgens het geplande tijdschema de kilometertjes weg. De reden voor die aanvankelijke rust was natuurlijk het feit dat er die dag maar liefst vier cols moesten worden beklommen. De eerste was de Pilon en op de top daarvan kwam Joseph Mirando van de Franse zuid-oostploeg als eerste door, voor bergkoning Jesus Loroño. Het vermocht niemand te verontrusten en alles kwam weer bij elkaar. Pas bij de ravitaillering in Castellane kwam er wat beweging in het peloton. Drie renners gingen er daar vandoor. Wederom was het Mirando die aan de boom schudde en hij kreeg Stanislas Bober en Gerrit Voorting mee. Op de top van de Col de Leques had Mirando vijf seconden voorsprong op Voorting en twaalf op Bober. Intussen hadden nog drie renners het peloton verlaten en Joseph Serra, Georges Meunier en Adri Voorting voegden zich kort na Digne bij de drie vooraan. Toen volgde de Col de Labouret. Serra passeerde daar als eerste de top met vier lengten voorsprong op Bober, de oudste Voorting en Meunier. Adri volgde op bijna twee minuten en viel spoedig daarna ver terug. Uit het peloton waren op die derde col wederom drie renners ontsnapt en dat waren Bartali, de Franse nationaal Rolland en Woutje Wagtmans. Op veertien kilometer voor de finish wisten zij de koplopers te achterhalen en Wagtmans zag op dat moment zijn kans schoon. Hij ging erop en erover en toen hij als eerste de top van de Sentinelle, de vierde en laatste col bereikte, lag hij 39 seconden voor op de zeven anderen. Hij dook omlaag naar de finish in Gap en Bartali en Rolland, die in die laatste kilometers alles gaven, kwamen met een lachende Voorting in het wiel geen streep dichterbij. Met een grijns van oor tot oor ging Olijke Wout in Gap alleen over de streep, even later gevolgd door een hevig teleurgestelde Bartali. Gerrit Voorting maakte het Nederlands succes compleet door Rolland in de slotfase nog te lossen. Het peloton kwam binnen met een achterstand van 3’51” met Van Est en Nolten in de gelederen. Van Breenen, Suijkerbuik, Roks en Adri Voorting verloren meer tijd, maar een kniesoor die daar in de feestvreugde op lette. Met de complimenten van d’n Pel en een trekje van diens feestsigaar ging de glorieuze etappewinnaar die avond aan tafel en hij had er weer het hoogste woord. Terecht. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

De uitslag was:
1. Wout Wagtmans (Ned) de 261 km. in 8.18’34”
2. Gino Bartali (It) op 44”
3. Gerrit Voorting (Ned) z.t.

Gele trui: Jean Mallejac (Fr.west)

Door Fred van Slogteren, 21 juli 2009 15:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web