Zondag 19 juli 1953, 16e etappe Marseille–Monaco, 236 km.

Na de mooie prestaties van Jan Nolten in de etappe van vrijdag en die van Adri Voorting in die van zaterdag zat er weer Nederlands succes in de lucht. De avond daarvoor aan tafel had Pellenaars niet onder stoelen en banken gestoken dat sommige renners van de ploeg de laatste dagen maar bitter weinig hadden laten zien en ook nauwelijks iets aan de kas hadden bijgedragen. Een beetje klaplopen op de prestaties van de andere jongens, was er niet bij en hij had daarbij nadrukkelijk naar Wim van Est (foto) gekeken. “Wanneer gade gij noe eens oew slag slaan, Wimme? Die jonge jongens als Jan en Adri spekken de kas en gij zitte daar maar op oewe gemak in oew bord te lepelen. Ge hebt oew eten niet verdiend!” Hoewel de Beer van ’t Heike er bepaald niet de kantjes van had afgelopen, keek hij beschaamd in zijn soep en hij voelde de woede over die onrechtvaardige steek onder water in zich opkomen. “Die klote Pel”, dacht hij, “ik zal hem eens laten zien wie Wimme is.” En dat was nou precies wat Pellenaars beoogde, die sterke beer vol adrenaline pompen.
Van Est wist zich lang te beheersen, want het was weer een lange dag zo langs de fraaie kust van de ...

... Rivièra met palmbomen op de boulevards langs de stranden en luxe miljonairsjachten voor de kust. Er was veel te zien en in het begin gebeurde er dan ook weinig en bleef het peloton bijeen. Pas in de buurt van Fréjus, toen 145 kilometer waren afgelegd, gingen Joseph Mirando en Pierre Molineris, beide van de regionale zuid-oost ploeg, er vandoor, even daarna gevolgd door de Belg Richard Van Genechten en de Spanjaard Jesus Loroño. In Cannes, na 180 kilometer koers, hadden de vier een voorsprong van één minuut. Wim van Est zag bij de ravitaillering in Cannes zijn kans schoon en hij slaagde erin om in het gedrang, van graaiende renners en etenszakken uitdelende verzorgers, weg te glippen. De adrenaline in zijn lijf gaf hij de vrije loop en hij denderde in één ruk naar de vier koplopers. Die kregen er ineens een locomotief bij en op de Col d’Eze hadden de vijf al vijf minuten te pakken. Mirando passeerde het eerst de top van de col gevolgd door Loroño, Van Est, Van Genechten en Molineris. In de afdaling sloeg onze landgenoot zijn slag. Na het debacle in de afdaling van de Aubisque twee jaar daarvoor, had de Brabander zijn vakmanschap op het gebied van deze discipline sterk verbeterd. Hij nam resoluut de kop van het groepje, nam vervolgens alle risico’s en met iedere scherp genomen bocht gleed hij verder weg van zijn medevluchters. Ze zagen hem langzaam in de lager gelegen haarspeldbochten verdwijnen en na een indrukwekkende solo richting kust reed Wim van Est met bijna twee minuten voorsprong het stadion van Monaco binnen. Een jaar nadat Jan Nolten in het sprookjesachtige vorstendom de ritzege, de bloemen, de minuut bonificatie en de kussen van de rondemiss had opgeeist kwam al die glorie nu terecht bij IJzeren Willem uit St.Willebrord. Even later hoorden de Nederlandse luisteraars weer dat onverstaanbare Brabantse brabbeltaaltje uit de luidspreker rollen, waaraan niemand een touw kon vastknopen, maar waarin wel diverse malen duidelijk hoorbaar de naam Mieke opklonk. Hij had ze laten zien wat hij kon en vooral die Pel had hij de mond gesnoerd. Die stond even later ook bij Cottaar aan de micro om te vertellen dat hij het allemaal wel geweten had en Van Est onderweg met tactische tips had bijgestaan. Zijn verhaal kwam erop neer dat zonder hem Wimme nooit had kunnen winnen. “Oor ’s ier, Cottaar, er moet iemand de kop koel houwen. Is ’t te waor of te nie?”
Door de zege van Van Est was de tweede plaats in het algemeen ploegenklassement verder verstevigd en Cottaar achtte het met de nodige voorzichtigheid, de gevierde verslaggever eigen, niet uitgesloten dat deze fraaie positie tot in Parijs behouden zou blijven. De gele trui was die dag niet in gevaar geweest en die bleef dan ook na dit zonnige en warme weekend in Zuid-Frankrijk in het bezit van Mallejac, die die dag zijn 24ste verjaardag vierde. Op 1’13” volgde nog steeds de Italiaan Giancarlo Astrua en op 3’13” stond Louison Bobet, de man die nu toch gauw eens uit zijn schulp moest komen om zijn favorietenrol waar te maken. De posities van de Nederlanders waren riant met Wagtmans (11e), Van Est (14e), Gerrit Voorting (16e), Nolten (23ste), Roks (25ste), Suykerbuyk (28ste), Van Breenen (34ste) en Adri Voorting (49ste). Holland sprak een woordje mee, maar Pellenaars bromde die avond dat die Wagtmans ook wel eens wat kon gaan doen.
(Foto: archief Wim van Eyle)

De uitslag was:
1. Wim van Est (Ned) de 236 km in 7.20’53”
2. Pierre Molineris (Fr.zuid-oost) op 1’49”
3. Richard Van Genechten (Bel) op 2’19”

Gele trui: Jean Mallejac (Fr.west)

Door Fred van Slogteren, 19 juli 2009 15:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web