De Burgerlijke stand van 6 juli.

Louis MOTTIAT (1889, overleden 05.06.1972, België)

In het bijnamenregister van wielrenners komt onze Wim van Est vele malen voor. Hij was dan ook een bijzondere renner en een bijzonder kind, om de vader van Dik Trom eens te citeren. IJzeren Willem was een van zijn bijnamen en dat lijkt origineel maar het was het niet. Tussen 1912 en 1925 was er al een Belgische coureur die ze de ‚Man van IJzer’ noemden. Louis Mottiat verdient die naam ook volledig, want van zijn erelijst krijg je subiet zadelpijn en een houten kont. Deze Waal was gespecialiseerd in wedstrijden over monsterlijke afstanden, zoals die rond de Eerste Wereldoorlog veelvuldig werden georganiseerd. Zo won hij in 1920 Bordeaux-Parijs, Niks bijzonders, zult u zeggen, want die won Van Est drie keer. Maar Mottiat won Bordeaux-Parijs-Bordeaux over 1208 kilometer, een wedstrijd die toen overigens Criterium des As heette. Zonder gangmaking en aan één stuk. Op de terugtocht naar de wijnstad was hij nog in het gezelschap van zijn concurrenten ...

... Léonard en Barthelemy. Op een gegeven moment viel de laatste van zijn fiets van pure vermoeidheid. Léonard reed door, maar Mottiat stopte en verzorgde de gevallen Fransman. Toen er andere hulp was gearriveerd, stapte hij weer op de fiets en achterhaalde de in zijn ogen onsportieve Léonard. Hij vloekte de Fransman stijf bij het passeren om vervolgens in Bordeaux te arriveren met een voorsprong van één uur en drie kwartier. Vergeleken met die wedstrijd waren Luik-Bastenaken-Luik, Parijs-Brussel en Parijs-Tours natuurlijk peuleschilletjes. Ze staan wel op zijn erelijst, maar echt trots was hij er niet op, hoewel hij de Waalse klassieker in zijn achtertuin zelfs twee keer won. Verder won Mottiat ook Brest-Parijs-Brest over dik 1200 kilometer; een normale (!) aflevering van Bordeaux-Parijs; twee keer de Ronde van België en acht etappes in de Ronde van Frankrijk. En als je na al die inspanningen dan ook nog de leeftijd van 83 jaar bereikt, dan lijkt me die bijnaam meer dan terecht. (Foto: archief dewielersite.net)

De andere op 6 juli geborenen zijn:

ANGLADE, Henry (1933, Frankrijk)
ATSMA, Joop (1956, Nederland)
BAKKER, Liesbeth (1986, Nederland)
BALIANI, Fortunato (1974, Italië)
GEURTS, Jos (1939, België)
GROEN, Tiemen (1946, Nederland)
LAVERDE JIMENEZ, Luis Felipe (1979, Colombia)
LE GREVES, René (1910, overleden 25.02.1946, Frankrijk)
MARANGONI, Alan (1984, Italië)
RIVERA, Francesco (1983, Italië)
ROSSUM, Joop van (1951, Nederland)
SINNIGE, Job (1990, Nederland)
TALABARDON, Yannick (1981, Frankrijk)
TSUJI, Takamitu (1981, Japan)

Door Fred van Slogteren, 6 juli 2009 0:00

Mottiat

In de vorige versie zijn enkele regels weggevallen. Hierbij het correcte citaat.

MOTTIAT DE….VERSCHRIKKELIJKE.
Toen Louis Mottiat de wereld al tien keren verbaasd had en op zeker jaar een paar ritten in de ronde van Frakrijk had gewonnen, kwam hij ’s anderendaags weer eens een uur na d’ander binnen. Inrichter Desgrange, die een felle bewondering had voor die Waalse fantast, vroeg hem: -Maar waarom weigert gij, met uw enorm uithoudingsvermogen, stelselmatig de ronde van Frankrijk te winnen?
Louis bezag de patron even en antwoordde zonder dat er een spier van zijn edel wezen verroerde: " Laat uw ronde in één rit verrijden en ik win met drie dagen voorsprong”
Desgrange was rechtstaande knock-out en schreef er ’s avonds een artikel over dat hij afsloot met de woorden: " De ronde van Frankrijk in één rit winnen met drie dagen voorsprong? Het onwaarschijnlijkste van de zaak is, dat Mottiat gelijk zou hebben”
Nog een staal van zijn weerstandskracht. In 1920 won hij Parijs-Brest-Parijs 1200 Km. De inrichters gaven ’s avonds een banket gevolgd van bal. Te twee uur ’s nachts gaf Louis-de-overwinnaar de laatste man de zak op. Historisch waar! En men heeft zelfs nooit geweten of hij daarna recht naar zijn hotel is gereden.
(uit: “Handboek der Wielersport”; door Achiel van den Broeck, Antwerpen 1953)

Geplaatst door theo, 06 juli 2009 16:50:46

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web