Hein van Breenen (12 juni 1929, overleden 8 maart 1990)

Misschien is Hein van Breenen wel de reden geweest waarom ik nooit wielrenner ben geworden. Hij was namelijk de verpersoonlijking van wat mijn moeder ‘ordinair’ noemde in de wielersport. In het Frans, waar het woord vandaan komt, betekent het ‘gewoon’,  maar voor mijn moeder was het een ander woord voor onbeschoft, onbehouwen en onopgevoed. Erger kon je het bij haar niet maken. Ze was zelf van eenvoudige komaf, maar had als dienstmeisje van haar voorname mevrouw netjes leren praten en zich de juiste tafelmanieren eigen gemaakt. In de jaren vijftig streefden veel mensen uit het arbeidersmilieu ernaar hun kinderen zodanig op te voeden dat ze met de koningin konden dineren en dan ook nog beschaafd converseren. Mijn moeder was daar geen uitzondering op, terwijl ik graag aan een sport wilde gaan doen, waar de gemiddelde beoefenaar volgens haar geen fatsoenlijk woord in zijn vocabulaire had. Zeker niet in Amsterdam. Net als vader Post had ze me liever vermoord dan mij toestemming gegeven wielrenner te worden. Peter had het karakter om tegen de wil van zijn vader in te gaan en de grote Peter Post te worden, maar ik had helaas niet dat karakter en daarom is het misschien maar ...


 

Over Hein bestaan zoveel anekdotes dat je bijna zou vergeten dat hij ook een groot wielrenner is geweest. Als amateur won hij twee keer de Ronde van Midden Nederland en verder de Benelux Tour en de zware Ronde van Oostenrijk. Een grote belofte, maar als prof maakte hij de verwachtingen niet waar. Wel werd Hein hogelijk gewaardeerd voor zijn werk als knecht, later zelfs meesterknecht, in de ploeg van Kees Pellenaars. In 1954 reed hij zich het vuur uit de sloffen voor Van Est, Wagtmans en Voorting, maar werd toch nog twintigste in de eindrangschikking. Dat bewijst dat hij als coureur grote mogelijkheden had en verder had kunnen komen. Hij was een sterke rouleur, kon redelijk omhoog en was een van de beste dalers van zijn tijd, die zich met ware doodsverachting omlaag kon storten. Hij behaalde vele ereplaatsen in de etappes en hij had wel een ritzege verdiend, maar dat is er niet van gekomen. ... goed geweest dat ik nooit ben gaan koersen, maar lid ben geworden van een basketballvereniging waarvan de activiteiten zich afspeelden op de chique Apollolaan en daarmee kon ik natuurlijk thuiskomen.  

Hein was een leuke gozer, een echte toffe Amsterdammer uit de Nieuwmarktbuurt. Zijn vader was daar groentenboer en Hein heeft zijn afkomst nooit verloochend. Integendeel hij maakte van zijn hart nooit een moordkuil en als hem iets niet beviel dan wierp hij zijn volledige arsenaal aan vloeken en krachttermen in de strijd, soms tot ongenoegen van collega-wielrenners die – ook voor geen kleintje vervaard – toch af en toe vonden dat Hein ietsje te ver ging. Voor hem zelf ging het echter zelden te ver, zoals bij het WK van 1951 in Italië waar hij met de selectie van de KNWU aan deelnam. In de eetzaal van het hotel voegde hij de hooggeboren chef d’équipe in plat Mokums toe: “Hé vaoder, haol nog effe een bordje soep voor me.” Wielerjournalist Evert van Mokum was ondanks zijn nom de plume zo verontwaardigd dat hij de betreffende heer Martin, de burgemeester van Hoensbroek, adviseerde de vlerk een draai om de oren te geven.

Toch kon niemand lang kwaad blijven op Tarzan, zoals zijn bijnaam luidde. Met zijn vaak ontwapenende humor had hij altijd het laatste woord en dan maakte hij onder het gelach van alle aanwezigen, als een volleerd komiek de pleiterik. Op de slogblog is de reden waarom hij Tarzan werd genoemd eens uiteengezet door zijn neef Bap. ‘Hij reed in zijn eerste jaar als wielrenner een clubwedstrijd op een parcours nabij Ilpendam bij de Amsterdamse wielervereniging De Germaan. Het eindigde in een sprint en Hein wist zeker dat hij gewonnen had. De jury klasseerde hem echter als derde, waarop Hein met één machtige zwaai van zijn arm de hele jurytafel leeg veegde. De aankomstrechter wilde hem daarom direct als lid royeren, maar bestuurslid Frits Enkelströt sprak toen de legendarische woorden: “Deze jongen moeten we houden, want hij is zo sterk als Tarzan.”’ Hoewel er ook andere verklaringen zijn, is dit volgens Bap de enig juiste. 

Met zijn kwaliteiten had hij meer uit zijn carrière kunnen halen, maar daarvoor miste hij de juiste instelling. Als een echte emotionele Amsterdammer zag hij iets wat volgens hem niet kon, trok dan zijn conclusie en vervolgens zijn scheur open. Geremd door een kleine stotter kwam de woordenstroom soms moeilijk op gang, maar als het eenmaal liep dan kon de toegesprokene maar beter dekking zoeken. Veel mensen vinden dat mooi om naar te kijken, maar je maakt er natuurlijk geen vrienden mee. In 1956 viel hij vanwege zijn grote bek ook bij Pellenaars in ongenade maar de ploegbaas had niet het fatsoen hem dat zelf mee te delen en stuurde Daan de Groot, een andere Amsterdamse renner bij Hein langs om de boodschap over te brengen. Een jaar later viel d’n Pel zelf in ongenade bij de KNWU en werd een tijdperk van grote successen en vele ruzies afgesloten. De wielerloopbaan van Hein sudderde nog een paar jaar op een laag pitje verder tot hij er zelf onbedoeld een eind aan maakte. 

Hein startte in 1961 in een bijeengeraapt ploegje in de Ronde van Nederland, na vrijwel een jaar geen fiets te hebben aangeraakt. Hij behoorde niet tot de kanshebbers maar was toch wel van plan er iets van te maken. Bij de start van de vijfde etappe van Doetinchem naar Helmond gebeurde er iets onbeduidends, maar het had wel grote gevolgen. De eerste kilometers binnen de stadsgrenzen van Doetinchem waren geneutraliseerd, maar toen de wedstrijdleider een onduidelijke beweging maakte met de rode vlag, sloegen de voorste rijen van de rustig peddelende groep op hol en leek de wedstrijd begonnen. Een groot deel van de renners had niks gezien en bleef rustig met de handjes op het stuur en met elkaar babbelend doorfietsen. De jury en wat motoragenten gingen achter de volrijdende renners aan en dwongen de groep tot stoppen. Op acht na gingen ze aan de kant en werd op de rest gewacht. De acht muiters, zoals ze in de dagen daarna in de pers werden genoemd, gingen echter in hoog tempo door en de officials, die ze alsnog tot staan probeerden te brengen, werden uitgescholden en met geweld bedreigd. Bij deze groep zat ook Hein en verder waren het de Nederlanders Piet Rentmeester, Piet Damen, Coen Niesten, Martijn van Overveld en Jan Hugens, alsmede de Italiaan Angelo Coletto en de Belg Roger Baens. Charles Ruys schreef in Wielersport: “Waarom brachten deze renners onze sport op zo’n grove manier in diskrediet? We hebben een vermoeden, maar we hopen het mis te hebben. We vrezen dat de betrokken renners ergens iets te veel van hebben binnen gekregen. Dat zou verklaren waarom die jongens zo gek deden.” Met de zeven anderen kreeg Hein een schorsing van een half jaar, waarvan vijf maanden voorwaardelijk. Hoewel hij dus na een maand al weer had kunnen opstappen geloof ik niet dat hij daarna ooit nog een wedstrijdkilometer heeft gereden. Hij bleef na zijn afscheid wel geïnteresseerd in de wielersport. Hij bezocht zo nu en dan een criterium en is zelfs nog even bondscoach geweest bij de vrouwen. 

Rijk is hij van zijn wielertijd niet geworden en om in zijnlevensonderhoud te voorzien werd hij tv-monteur bij de Radio Peeters in de Amsterdamse Van Woustraat. De mensen kochten in die tijd massaal hun eerste televisietoestel en er moest toen nog een antenne op het dak geplaatst worden. Dat deed Hein en als zodanig heb ik hem als pasgetrouwd man eens over de vloer gehad. Jammer dat mijn moeder er niet was, want Hein was een beleefde man geworden die me ‘gewoon’ op z’n Amsterdams hartelijk bedankte voor de koffie met een koekje. Later nam hij de groentenzaak van zijn vader over en daar werkte hij – helemaal leip van de Italiaanse opera – tot zijn onverwachte dood in 1990. (Foto’s: twee bovenste archief Wim van Eyle; onderste archief Bap van Breenen)

Door Fred van Slogteren, 14 juli 2009 12:00

,,Tarzan ,,

Hoi Fred,
Ik denk dat de nabestaanden
van Hein van Breenen wel vrede
kunnen hebben met het door jou
geschreven stukje. Hein won niet bij de amateurs maar bij de profs Bregenz-Wenen in
1952.Daarvoor in 1951 won hij de Pontiac Coupe als beste
amateur in de klassiekers.
Bij de profs reed hij vier keer de Tour de France en werd
2x 2e,3e,5e,6e,7e en 2x 8e in
de etappe's. Drie keer de Giro
d'Italia, 11e eindklassement
in 1955.Hein werd 2e,4e en 8e
bij het N.K.en reed alle grote
klassiekers uit, beste plaats
6e in Gent-Wevelgem.
Jammer dat je de door mij ge-
stuurde foto van Hein in de Tour de France niet hebt afge-
drukt,een beter beeld van een
meesterknecht bestaat er bijna
niet!!

Geplaatst door Bap van Breenen, 14 juli 2009 19:57:11

Hein

Zoals in alle andere tot nu toe geplaatste portretten van de renners van 1953 eindig ik met een fotootje op latere leeftijd. Zo ook van Hein. Die andere foto heb ik uiteraard ingescand en die komt nog wel een keer aan de beurt. Dank voor je medewerking. Groet! Fred

Geplaatst door Fred, 14 juli 2009 20:21:40

Dappere Henk

Ik had eens een mooi stukje geschreven, over de Grote Ronde die voorbij kwam en ik de kleine jongen die er werd door betoverd. Ver achter het peleton op 20 minuten zoals Kenny Van Hummel dit jaar volgde nog één achterblijver bebloed en vol pleisters, Henk Van Breenen. De mensen die naar de Ronde waren komen kijken hadden reeds de namen en de gezichten van de koplopers en de truidragers vergeten, maar omdat die ene jonge man nog kwam aangereden bleven zij onthouden dat hij Tarzan Van Breenen was, de allerlaatste van de dapperen.

Geplaatst door Papoum, 29 juli 2009 12:28:46

GP van de Molenbeek

http://www.wielerarchieven.be/forum/showthread.php?t=5207

In 'de Laatste Zomer van Stan Ockers' kreeg Tarzan van Breenen ook een contract om mee te rijden met en tegen de allergrootsten.

Geplaatst door Papoum, 29 juli 2009 12:37:12

hein als buurman

hij was getrouwd met een nicht van mij en hielp mij om een woning toe te eigenen(kraken?)
op de zelfde etage in de koningsstraat in 1967 hij
zei doe een beetje rustig in dat bed,maar dat stond nog niet eens
in de slaapkamer.
ik herinner hein als een fijn sociaal mens

Geplaatst door karel koenen, 27 december 2013 20:59:26

Hein ( Tarzan) van Breenen

Ja als jongen bewonderde ik de krachtpatser, stoemper, en helaas niet veel winnaar Hein van Breenen, een rondborstige Amsterdamse gozer, waarmee ik later nog meegesproken heb, wars van CAPSONES maar een gezellige causeur, zoals er zovele uit Groot Mokum , komen en kwamen. Het Amsterdamse dialect vind ik nog steeds aangenaam te horen. Ja wie Van Breenen zegt, denkt gelijkertijd aan het autocircuit van Zandvoort, want er is maar een wielrenner, die een bocht naar zijn pseudoniem van " Tarzan " naar zich genoemd kreeg, en dat zal altijd wel zo blijven denk ik, hij heeft het dubbel en dwars verdient en er wielerhistorie mee geschreven. Waarom die bocht zo heette, weet ik niet. Wellicht kan een ander hier meer over vertellen. Ik ben hier zeer benieuwd naar. In afwachting van het e.e.a.: Theo ten Dam.

Geplaatst door Theo ten Dam, 27 december 2013 23:12:29

Fietsen

Ik had altijd begrepen dat Hein ook goed in de bergen mee kon

Geplaatst door A.noordermeer, 25 juli 2015 21:15:24

Tarzanbocht

De naam Tarzanbocht is afgeleid van de wals die men bij de circuitaanleg gebruikte om het hete asfalt te pletten. Ook circuleert het verhaal dat de bocht de naam te danken heeft aan een reusachtige tuinder die zijn illegaal verworven domein niet wilde afstaan voor de bouw van het racecircuit. Pas toen men hem beloofde dat er een bocht naar zijn bijnaam Tarzan werd genoemd ging hij overstag.

Geplaatst door Jan v d Horst, 25 juli 2015 22:10:51

Tour 1952

In 1952 was ik bijna 12 jaar. Mijn pleegvader had een groentegrossierderij op de Centrale Markthallen. Hein's vader was een klant van hem. Zelf ook een echt bravoure-mannetje had hij lachend tegen van Breenen senior gezegd: "Als jouw zoon de Tour uitrijdt breng ik je naar Parijs om hem op te halen."
En zo geschiedde. Dus vertrokken we op de laatste dag van de Tour 's-ochtends om 6 uur uit Amsterdam. Mijn pleegvader, van Breenen sr. en ik en ook een collega van mijn pleegvader die louter mee was vanwege zijn kennis van de Franse taal (eenmaal in Frankrijk bleek die uit 3 woorden te bestaan), met z'n allen in de eerste naoorlogse Opel Olympia.
De tour kwam toen nog traditioneel in het oude Parc des Princes aan en er werd tot de laatste minuut gereden, dus het bleef spannend.
Na afloop mochten we natuurlijk het middenveld van het stadion op om Hein te begroeten en mee terug te nemen. Daar heb ik prachtige foto's met handtekeningen van Wim van Est, Wout Wagtmans en Jan Nolten aan overgehouden, waar ik als 11-jarig jongetje natuurlijk apetrots op was. En laatst bij het overlijden van Nolten heb ik ze weer eens uit de oude doos gehaald om ze -nog steeds even trots- aan mijn kleinzoon te tonen.
Geplaatst door Simon Italiaander, 13 januari 2017 11:44:48

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web