Dinsdag 14 juli 1953, 11e etappe Cauterets–Luchon, 115 km.

Op Quatorze Juillet herdenken de Fransen met heel veel openluchtfeesten de bestorming van de Bastille, de beruchte gevangenis die op 14 juli 1789 door het gepeupel werd ingenomen en dat was het begin van de bloedige Franse Revolutie. Op die datum in 1953 was er echter meer aandacht voor de grandioze overwinning van Jean Robic (foto) in de martelende tweede Pyreneeën-etappe. De zege van de kleine berggeit was zo overtuigend dat geletruidrager Schaer van de top van het algemeen klassement werd gestoten en de zo felbegeerde leiderstrui naar Robic overging. De maar een paar turven hoge Jean Robic leek met zijn bulterige, knoestige lijfje en dat grote hoofd zo weggelopen uit een Scandinavische sage vol wonderlijke trollen. Ondanks zijn weinig atletische verschijning was hij een van de beste wielrenners van zijn tijd. Hij was in 1953 de laatste Fransman die de Tour had gewonnen, maar dat verschafte hem geen plaats in de ploeg van de Franse nationalen. Daarvoor was hij veel te omstreden als een nurkse, zure azijnpisser, die iedereen altijd tegen zich in het harnas joeg. Ze moesten hem niet en daarom was hij slechts ...

... kopman van de Franse Westploeg, een regionaal gezelschap ongeregeld dat nauwelijks een eenheid vormde. Veel hulp kon hij van die mannen dan ook niet verwachten, maar in de bergen moet je het alleen doen en doet niemand anders een trap voor je. Dat gold ook voor de elfde etappe van de Tour de France van 1953 van Cauterets naar Luchon over 115 lastige kilometers met maar liefst drie cols van de eerste categorie. De Tourmalet, 2115 meter hoog, daarna de Aspin, iets lager maar nog altijd 1489 meter en tot slot de Peyresourde, die 1563 meter in het zwerk piekt en gemener is dan die melodieuze naam doet vermoeden. Robic ging er op zijn kinderfiets eens goed voor zitten en klimmend als een gems en dalend als een antilope kon niemand in zijn buurt blijven. Zijn landgenoten Louison Bobet en Gilbert Bauvin bleven nog enigszins in de buurt, maar de rest werd op minuten gereden. Met zijn landgenoot Jean Le Guilly bereikte hij als eerste de top van de Tourmalet. In de afdaling kon Le Guilly hem niet bijhouden, zo hard suisde dat kleine mannetje in een fantastische stijl naar beneden. Robic ging alleen aan de leiding en die stond hij ook niet meer af. Hartstochtelijk toegejuicht door de toeschouwers, die het stadion van Luchon tot de nok vulden, ging hij als eerste over de eindstreep. Bobet en Bauvin arriveerden bijna anderhalve minuut later en weer drieënhalve minuut daarna kwam Fritz Schaer, de geletruidrager, uitgeput aan de finish. Met tussenpozen volgde daarna de rest met Jan Nolten op bijna tien minuten als beste Nederlander. De oudste Voorting en Van Breenen zaten in de buurt van de Limburger, maar Van Est (op 15’51”) en Wagtmans (op 22’21”) kregen een enorme draai om de oren.  Woutje tuimelde in het algemeen klassement daardoor van de tweede naar de zeventiende plaats. Ook Van Est, Roks en Gerrit Voorting vielen ver terug. Roks was met zijn zestiende plaats nu de beste Nederlander in de algemene rangschikking. Jan Nolten steeg naar de 37ste stek en ook Van Breenen, Suykerbuyk en Adri Voorting verbeterden hun posities enigszins. Dat had natuurlijk ook gevolgen voor het algemeen ploegenklassement waarin Nederland van de tweede naar de vierde plaats zakte. Al met al geen reden voor veel vrolijkheid aan tafel.

De uitslag was:
1. Jean Robic (Fr.west) de 115 km. in 3.50’06”
2. Louison Bobet (Fr.nat) op 1’27”
3. Gilbert Bauvin (Fr.noord-oost centrum) op 1’29”
Gele trui: Jean Robic (Fr.west)

Door Fred van Slogteren, 14 juli 2009 15:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web