Henk Steevens: “Dakantognie?”

Op zondag 28 juni 1953 won de 20-jarige Henk Steevens uit Elsloo de amateurronde van Amby en de vrijdag daarop stond hij als jongste deelnemer aan de start van de Tour de France in Straatsburg. Diep onder de indruk keek hij daar om zich heen, naar dat knotsgekke circus, waarvan hij wel had gedroomd maar voor later, jaren later. Hij was in maart van dat jaar uit militaire dienst gekomen en had direct alles op de koersfiets gezet. Samen met zijn jongere broer Leo koerste hij in Limburg, in België, in Luxemburg, in Duitsland en in het voorjaar van 1953 reed Henk, of Hein zoals hij ook genoemd werd, de vonken uit het wegdek en behaalde hij diverse mooie overwinningen. In simpele criteriums, maar ook in loodzware koersen waarin geklommen moest worden. Hij werd opgenomen in de selectie van de KNWU om buitenlandse etappekoersen te gaan rijden en bij het wereldkampioenschap in Zwitserland de kleuren van Nederland te verdedigen. De kenners volgden ...

 

... zijn verrichtingen met argusogen en ook de journalisten schreven over hem als een talent, dat op termijn tot grootse daden in staat zou zijn. Een van die volgers was Kees Pellenaars, de baas van de Nederlandse Tourploeg en toen Hein na een training thuiskwam, zei moeder Steevens: “d’r heeft een meneer gebeld, Pellenaars heet-ie geloof ik. Hij zal terugbellen.” Inderdaad belde diezelfde dag de populaire ploegleider met de vraag of Hein soms zin had om mee te gaan naar de Tour de France. Het zeer vereerde talent sputterde echter tegen, want hij vond zich zelf nog veel te jong om al aan zo’n avontuur te beginnen. Na zes keer ‘nee’, hing d’n Pel op, maar de volgende dag belde hij weer, en nog eens en nog weer eens. Na het zoveelste nul op het rekest proefde Pellenaars echter dat de overtuiging in de stem van de jonge Limburger bij ieder ‘nee’ minder werd. En daarom stapte de grote ploegleider in zijn auto en reed linea recta naar Elsloo. De hele Dorpsstraat, waar vader Steevens zijn café uitbaatte, liep uit toen die bekende ploegleidersauto er parkeerde met de merknamen van Locomotief en Pontiac er op gegeschilderd en met dat fietsenrek bovenop. Vader en moeder Steevens en de andere acht Steeventjes waren diep onder de indruk van die grote meneer met die dampende sigaar. In het eenvoudige gezin hadden ze vooral oog voor wat ons Hein zou kunnen verdienen en Pellenaars was een meester in het voorspiegelen van gouden bergen. “Te jong, jongske? Dat is maor hoede ge het bekijkt. Ge gaat mee naar de Tour om te leren en volgend jaor gaat ge met uw talent doorbreken! Net als diejen Nolten hier uit de streek vorig jaar. Wat hij kan, da kunde gij ook.” Ze hingen aan zijn lippen en begeesterd door het sprookje van Pellenaars, zei Hein uiteindelijk: “JA!” en de hele familie, de stamgasten en de straat haalde opgelucht adem. 

Precies 56 jaar na zijn overwinning in Amby staat hij tegenover me op het VIP-terras bij de Nederlandse kampioenschappen van 2009 in Landgraaf. Ik kijk in het vrolijke open gezicht van Henk Steevens, 78 jaar inmiddels, die zegt nog altijd spijt te hebben van die beslissing toen. "Die Tour verliep voor mij dramatisch en eindigde al voordat hij nauwelijks begonnen was", zegt hij met de diepe keelklanken van de geboren Limburger. Niet gewend aan afstanden langer dan 150 kilometer vocht hij elke dag in de achterste regionen voor lijfsbehoud. Zijn nog onvolgroeide lichaam kon het niet bolwerken en met een gescheurde spier was het helemaal geen doen. In de zesde etappe was het daarom al over en uit. In de rit van Caen naar Le Mans kwam hij uitgeput een kwartier te laat binnen. Pellenaars keurde hem geen blik waardig en eenzaam en alleen ging hij met de trein huiswaarts. Omdat de ploeg dat jaar zo succesvol was, werd hij wel in tal van huldigingen betrokken, maar het ging niet van harte. Het hielp hem wel over de teleurstelling heen en in zijn achterhoofd wist hij dat hij in 1954 weer een kans zou krijgen. Dat had d’n Pel immers beloofd en een man een man, een woord een woord. Hij trainde in het voorjaar van 1954 dat de stukken eraf vlogen en hij reed, naar eigen zeggen, hartstikke goed. Maar toen het moment daar was hoorde Hein van zijn vader dat op de radio bekend was gemaakt dat niet hij, maar de Brabander Jules Maenen voor een plaatsje in de Tourploeg was uitverkoren. Die Tour zou in Amsterdam starten en de hele familie Steevens en de supportersclub stonden al in de startblokken om naar de hoofdstad af te reizen. Het ging niet door en voor Henk Steevens stortte de wereld in. Van een lid van de zo machtige Pellenaars-brigade werd hij een nobody in het vaderlandse wereldje van de beroepswielrenners, waar nauwelijks een rooie cent te verdienen was. Zonder veel motivatie modderde hij nog een paar jaar voort en stopte er toen mee. Hij moest niets meer van het koersen hebben tot een veel jonger broertje ook coureur werd en over veel talent bleek te beschikken. Harry Steevens, bijgenaamd De Witte, was een van de beste amateurs die Nederland ooit gehad heeft. Hij bouwde zijn carrière zorgvuldig op, daarbij geholpen door Hein, die hem adviezen gaf en er voor waakte dat die kleine in dezelfde valkuilen zou vallen als hij destijds. De beroepscarrière van Harry is niet geworden wat iedereen er van verwachtte, maar dat lag zeker niet aan Hein. Die was inmiddels ambtenaar bij de gemeentelijke sociale dienst van Stein en kreeg daar alle gelegenheid zich met jonge renners bezig te houden. In pedagogisch opzicht bereikte Henk Steevens alsnog de top toen hij ploegleider werd van succesvolle amateurformaties als Ovis en Driessen Optilon. Met renners als onder andere broer Harry, René Pijnen en Matje Dohmen behaalde hij grote successen. Hij is er trots op dat hij jongens naar de beroepsrangen heeft begeleid die heel goede profs zijn geworden. Hij noemt achteloos de namen van Peter Winnen en Johan Lammerts, sterke renners die veel aan Hein te danken hebben. De bekroning voor zijn vakmanschap kreeg hij van Cees Priem, wiens assistent hij enkele jaren was bij de TVM-ploeg in de jaren negentig. Ondanks alles kijkt hij met plezier op zijn wielerleven terug, alleen van die Pellenaars kan hij het nog steeds niet begrijpen. “Dat iemand zomaar zijn woord kan breken. Da kantognie?” (Foto boven: archief Wim van Eyle; foto onder: © T&T Tekst & Traffic)

Door Fred van Slogteren, 6 juli 2009 12:00

Tour 1953

Hallo Jan, Een leuk idee om deze speciale Tour te laten herleven. Ik ben zelf van 1969, dus heb ik het niet meegemaakt, maar mijn vader heeft er vaak over verteld. De mensen werden met de dag gekker, na al die successen. Zelfs de tweede kamer onderbrak de vergadering als Jan Cottaar op de radio was. Ga zo door.

Geplaatst door Michel Jacobs, 06 juli 2009 13:43:23

Opa

Dit is mijn opa ik ben trots op hem en vond het altijd leuk om al zijn bekers te zien en uiteindelijk mocht ik ze hebben.
Veel wat hierin stond wist ik niet.
Maar fietsen kan hij nog altijd.
Wel jammer dat hij hem niet uit kom rijden.
Iedere keer als ik bij opa kom heeft hij er wel wat over te vertellen en door het hele huis hangen foto's van de tour.
Altijd staat de tv aan met wielrennen.
Ik toch leuk om het zien te genieten ervan.

Groetjes Marciano

Geplaatst door Marcian steevens, 06 juli 2011 01:08:04

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web