Uit de beeldentuin van Jac …

“Tweeëntachtig jaar geleden vond er in Noord-Italië een mysterie plaats dat tot op de dag van vandaag nooit is opgehelderd. Er werd langs de weg tussen Conino en Peonis een bewusteloze wielrenner langs de kant van de weg gevonden met een bloedende hoofdwond. Het vreemde was …

… dat zijn fiets onbeschadigd tegen een boom stond. Een ter plaatse wonende boer liet de onfortuinlijke renner naar het ziekenhuis in Gemona brengen, waar hij echter dertien dagen later, op 14 juni 1927, overleed. De betreffende renner was Ottavio Bottecchia en over de toedracht van zijn ongeluk doen diverse geruchten en theorieën de ronde. Zo zou een boer op zijn sterfbed hebben bekend dat hij hem betrapt had bij het stelen van een tros druiven uit zijn boomgaard en, omdat hij hem niet herkend had, uit woede een puntige steen naar hem had gegooid die de verwonding zou hebben veroorzaakt. Maar het was juni en de druiven waren nog niet rijp. Bovendien kenden die boer en Bottecchia elkaar goed, zodat het nogal onwaarschijnlijk is dat hij hem niet herkend zou hebben. Een andere lezing is dat iemand in New York later bekend zou hebben dat hij Bottecchia ‘op contract’ zou hebben vermoord, wat zou kunnen wijzen op een maffia-liquidatie. En dan is er nog de theorie dat Bottecchia vermoord zou zijn door fascisten omdat hij weinig op had met die beweging. Dat laatste zou kunnen, want hij had met hulp van zijn vriend en trainingsmaat Piccin lezen en schrijven geleerd en associeerde zich met armen en behoeftigen, iets wat hem in die dagen, toen de de fascisten net aan de macht waren gekomen, niet in dank werd afgenomen. Het raadsel is echter nooit opgelost en Bottecchia heeft het geheim meegenomen in zijn graf. Ook als renner was hij een wat vreemde eend in de bijt en hij is in zijn thuisland dan ook nooit echt populair geworden. In tegenstelling tot vele van zijn landgenoten behaalde hij zijn belangrijkste overwinningen in het buitenland en nam hij slechts één keer deel aan de Giro. Hij was wel de eerste Italiaan die in 1924 de Tour de France won, nadat hij het jaar daarvoor Henri Pélissier hielp bij diens overwinning. Ook in 1925 schreef hij de Tour op zijn naam, al heeft hij toen veel hulp gehad van zijn ploeggenoot Lucien Buysse die eigenlijk geacht werd voor de Pélissiers te rijden. Buysse kon de broers echter niet uitstaan en koos de kant van Bottecchia, wachtend op de kans om de Pélissiers een hak te zetten. Toen Henri Pélissier lek reed zette Buysse zich direct op kop, met Bottecchia in zijn wiel, en sleurde daar honderd kilometer lang totdat duidelijk werd dat de Pélissiers hadden opgegeven. De eindzege kwam nog in gevaar toen hij in een eigenwijze bui besloot om een andere versnelling te kiezen en daartoe zijn achterwiel moest omdraaien. Waar Buysse hem al voor had gewaarschuwd gebeurde: zijn tegenstanders openden meteen de aanval en het kostte zoveel moeite ze te achterhalen dat Bottecchia volledig gesloopt in zijn hotel aankwam en 's avonds uit pure vermoeidheid al knikkebollend zijn hoofd in een bord hete soep liet vallen. Hij won zijn tweede Tour met 54 minuten voorsprong op zijn helper Lucien Buysse, die tweede werd. In 1926 stond Bottecchia eveneens aan de start maar beëindigde die Tour niet. In de legendarische etappe van Bayonne naar Luchon die onder Siberische omstandigheden werd gereden (en door Buysse op heroïsche wijze werd gewonnen) gaf hij ziek en verkleumd op. In de vier jaren dat hij meedeed aan de Tour won hij die twee keer (1924 en 1925), werd hij een keer tweede (1923), behaalde hij negen etappeoverwinningen en droeg hij drieëndertig dagen de gele trui. Enkele kilometers buiten het plaatsje Peonis, op de plaats waar hij op 3 juni 1927 werd gevonden, staat een monument te zijner nagedachtenis. Het is een stenen gedenkzuil met opschrift en foto met bovenop een gestileerd fietswiel. Het is daar in 1953 geplaatst, op initiatief van de gemeentes Osoppo, Trasaghis en Colle Umberto. Rijdende van Trasaghis naar Peonis duidt het afgebeelde bord op een rotonde de weg aan als ‘La Strada di Bottecchia’.

Tot over veertien dagen!”

Jac Zwart

Door Fred van Slogteren, 13 juni 2009 10:00

bottecchia

er is nog een andere theorie over de dood van bottecchia. de boer van de druiven zou inderdaad een steen naar het hoofd van de renner hebben gegooid, maar de oorzaak zou gezocht moeten worden in de liefde.

Geplaatst door ronnie vb bogaart, 14 juni 2009 10:45:59

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web