Uit de stalling van Peter R. de Fiets …

“Ugo De Rosa werd op 27 januari 1934 in Milaan geboren. Als jongen was hij al gepassioneerd van het wielrennen en hij werd toen hij daarvoor de leeftijd had amateurrenner. Hij bleek geen hoogvlieger en zijn interesse verplaatste zich al snel naar de techniek van de fiets. Als eerste baantje ...

... repareerde hij fietsen bij de zaak van zijn oom en in de jaren vijftig opende Ugo zijn eerste eigen zaak, waar hij op bestelling maatfietsen bouwde. Als framebouwer had hij al snel een grote reputatie, zij het alleen nog bij de amateurwielrenners uit de buurt. In 1958 kwam zijn doorbraak bij de profs toen hij een fiets mocht bouwen voor de Franse wielervedette Raphael Geminiani, die in dat jaar een rit won en achtste werd in de Giro d’Italia. Vanaf dat moment ging het crescendo met de belangstelling voor zijn fietsen en in de zestiger jaren reed de fameuze Faema-ploeg van de grote Rik van Looy op De Rosa’s. Er volgden nog meer grote ploegen en in 1969 kreeg Ugo van Gianni Motta, een grote Italiaanse vedette uit die tijd, het vererende verzoek om bij hem in dienst te treden als framebouwer en mecanicien van de machtige Sanson-ploeg waarvan Motta de kopman was. Hij accepteerde het aanbod en Sanson behaalde op zijn materiaal jarenlang grote successen.
Eddy Merckx is altijd een materiaalfreak geweest en als jonge aankomende renner zag hij al de bijzondere kwaliteiten van de frames van Ugo De Rosa. Hij zat echter in een andere ploeg, met ander materiaal, maar incidenteel slaagde het Belgische fenomeen er in om frames bij Ugo los te weken.
Het duurde daarom tot 1973 voor hun bijzondere relatie in alle openheid pas kon beginnen. Merckx en zijn Molteni’s wonnen sindsdien alle wedstrijden, die ze wilden winnen, op een De Rosa. Dat duurde tot 1978, het jaar van Eddy’s afscheid. Ook andere groten uit die tijd als Roger De Vlaeminck en Francesco Moser reden op De Rosa in de periode dat ze voor het succesvolle Filotex team uitkwamen. Om een De Rosa te kunnen kopen moest je een nummertje trekken met vele wachtenden voor je, zo populair was het merk. Ugo kon al die populariteit alleen niet meer verwerken, maar gelukkig waren zijn drie zoons ook vol enthousiasme in de zaak gestapt. Danilo en Doriano gingen zich met de techniek bezighouden en Chrisiano werd de man van de verkoop. In de tachtiger jaren ging de groei gestaag door met de succesvolle formatie Sammontanna met renners als Moreno Argentin en Gianbattista Baronchelli als belangrijkste reclamemedium. Van een nietig jongerenploegje ontwikkelde Ariostea zich daarna tot een van de succesvolste teams in het profpeloton en uiteraard op De Rosa fietsen. De oude meester was intussen toe aan een nieuw kunststukje en besteedde drie jaar aan de ontwikkeling van een titanium frame. Het Gewiss team behaalde in 1994 op deze fietsen onder meer overwinningen in Milaan-San Remo, Luik-Bastenaken-Luik, de Ronde van Italië, de Ronde van Lombardije, terwijl ook de tweede plaats in de Tour de France werd veroverd. De teller stond dat seizoen pas stil bij 40 prachtige overwinningen.
Ik prijs me gelukkig dat ik een exemplaar van dit roemruchte merk in mijn verzameling heb. Geen frame met schreeuwende kleuren, zoals zo veel fietsen tegenwoordig, maar bijna onopvallend in eenvoudig grijs. Goede wijn behoeft immers geen krans. Maar hoe goed een fiets ook is, het is nog altijd de man die er op zit die het verschil maakt tussen winst en verlies. Ondanks zijn val won Denis Menchov afgelopen zondag op een Giant de Ronde van Italië en had Danilo Di Luca op zijn De Rosa het nakijken.

Tot over veertien dagen!”

Peter Ravensbergen

Door Fred van Slogteren, 2 juni 2009 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web