Het balhoofdplaatje van Otto …

“Ik ben wel degelijk in het bezit van een los balhoofdplaatje van Mercure, dat ik ooit heb gekregen van Jef Dominicus. De hier afgebeelde transfer is echter veel mooier, omdat het behalve de merknaam ook de naam van de maker draagt. Die transfer zit op de fiets van een vriend en behoort dus niet tot mijn collectie. Die fiets is een juweel, eentje met een …

… lugloos frame, een spieloos stalen crankstel, fraaie hamerslag spatborden en een zadel van het merk Ideale met een aluminium brug. Voor kenners is deze informatie voldoende om te weten dat het om een racefiets gaat uit het begin van de jaren vijftig. Wie was Jef Dominicus, de man die dit prachtstuk heeft gemaakt? Jef was een Nederlandse oud-wielrenner uit het Brabantse Ossendrecht, die na zijn carrière fietsenmaker werd, zoals meer van zijn wielrennende generatiegenoten. Hij was één van de eerste Nederlandse renners die deel heeft genomen aan de Tour de France. Twee keer zelfs. Hij brak er geen potten, want in 1938 kwam hij in de achtste etappe te laat binnen en werd uit de strijd genomen en in 1939 kwam hij als 39e in Parijs aan met bijna drie uur achterstand op winnaar Sylvère Maes. Hij scharrelde zo goed en zo kwaad als dat ging de oorlog door en in 1946 reed hij nog een paar prijsjes om er daarna mee te stoppen en fietsenmaker te worden. Niet in Nederland, maar in België. Ik heb hem ooit eens opgezocht, omdat hij bij onze zuiderburen de distributeur was van het eens zo roemruchte Alcyon, een fietsenmerk waarvan de roem toen al ernstig tanende was. De winkel van Dominicus stond in een buitenwijk van Brussel. Op het straatnaambordje stond in twee talen: Chaussée de Mons – Steenweg op Bergen. Omdat alle steenwegen in België vanuit het centrum zijn genummerd en ik daar was begonnen duurde het lang voor ik de kleine onderneming ergens in de nummers boven de 1200 had gevonden. Vandaar was het niet ver meer naar de Boulevard Anspach waar de finish van de klassieker Parijs-Brussel ligt. Het was de moeite overigens meer dan waard. Niet alleen vanwege dat balhoofdplaatje, maar nog meer omdat Dominicus een vriendelijke zeventiger bleek te zijn die na een leven in de wielrennerij geenszins een man in bonus was geworden. De winkel was tegelijkertijd zijn werkplaats, het magazijn, de woonkamer en de keuken. Veel loop zat er niet meer in de zaak en de oud-coureur leefde van het repareren van tubes en het spaken van wielen. Heel af en toe bestelde iemand nog wel eens een fiets bij hem. Een maatfiets, waarop hij als die klaar was heel secuur deze transfer plakte als was het zijn handtekening op een schilderij. Die fietsen waren zijn trots, vertelde hij me, maar het vijlen van de mijters aan de framebuizen werd hem wat te zwaar. Een freesmachine wilde hij op zijn leeftijd niet meer aanschaffen. Ik denk nog wel eens aan Jef Dominicus, daar in die buitenwijk van Brussel. Een echte oude vakman, zoals ze haast niet meer bestaan.

Tot volgende week!”

Otto Beaujon

Door Fred van Slogteren, 29 mei 2009 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web