Mijn wielerverhaal

Vliegende dokter in het hooggebergte

In de schaduw van de topsport zet hij grootse prestaties neer. De nodige trainingsarbeid hiervoor wordt gedaan tijdens vakanties, compensatie-uren of op een andere creatieve manier: als arts-assistent chirurgie bij het Boven Het IJ-Ziekenhuis is er niet altijd tijd voor. Spotten met de logica van de sport, en toch won Feike Loots de wintertriatlon van Assen, en werd hij vijfde in de Marmotte, een van de zwaarste klimkoersen in Frankrijk.

Hij zou de laatste zijn die zich zelf een goede wielrenner noemt, om dat tegelijk, met zijn uitslagen, tegen te spreken. Vijfde worden in de Marmotte is een prestatie die alleen door kenners op waarde wordt geschat. Want dan moet er eerst afgerekend worden met vier cols van de eerste categorie, én 3995 andere renners, onder wie profs, en topamateurs. De Marmotte finishen bij de eerste vijf, en ook nog een kogelharde tijdrit in de benen hebben, dan ligt de weg vrij voor een mooie wielercarrière. Feike (27) is een realist en hoeft niet lang over het antwoord na te denken. Hij is nu te oud maar ook te laat in aanraking met het cyclisme gekomen.
“Als klimmer en tijdrijder heb ik ...

... capaciteiten. Bergop fiets ik met de vingers in de neus de goede renners uit het wiel. Maar dat wil niet zeggen dat ik een betere renner ben. Als je voor de top gaat moet je zes uur per dag trainen. Met mijn werk als arts kan ik dat niet. Achteraf gesproken had ik in het begin van mijn studie veel moeten fietsen, maar toen trok het mij niet zo. Ik had het veel te druk met roeien.” Roeiers zijn die varende stijve spierbundels die niet bepaald bekend staan op hun soepele benen. Met een gewicht van 72 kilo en op een versnellinkje van 39 tanden voor en 25 achter danste hij, tijdens de Marmotte, mee in een kopgroep van zes lichtgewicht klimmers waaronder vier gereputeerde Italiaanse profs.
“Tijdens de klim van de Galibier werd de kopgroep gevormd. De afdaling werd keihard genomen, vooral die profs waren daar erg bedreven in. Ik heb aangeklampt met de doelstelling om in ieder geval de voet van de Alpe d’Huez te halen waar de finish op de top was. In de slotklim werd ik gelost maar met een tijd van 6.14 uur en een vijfde plaats was ik dik tevreden.”
Loots is niet alleen de Adelaar van Amsterdam en omstreken maar mag ook graag een stukje schaatsen en heeft tevens een warme relatie met de tijdrit, en dan moet het wel heel gek lopen wil de arts niet aan de start staan van de wintertriatlon in Assen. Wel een klein probleempje: hardlopen was niet zijn favoriete sport. Het woord ‘gruwelijk’ lijkt rechtstreeks uit zijn ziel te komen. Tijdens de eerste trainingen had hij het gevoel dat zijn benen in de hens stonden. Niet zeuren maar kilometers moesten gemaakt worden. Hardlopend werd er geforensd. Van zijn huis naar het Boven Het IJ-Ziekenhuis, en terug, toch ruim veertien kilometer. Twee jaar geleden maakte hij, bij de winterdriekamp, zijn debuut en werd meteen tweede: vier minuten achter Eelce de Jong die nu als beroepsrenner bij de Raboploeg door het leven gaat. Feike Loots trainde afgelopen najaar nog meer op het rennen.
“De tien kilometer hol ik nu in 38 minuten, maar het blijft toch mijn zwakste onderdeel. Het is voor mij een geluk dat rennen het eerste onderdeel van de race is. In de wedstrijd zorg ik er wel voor dat ik mij niet gek laat maken door goede lopers. Dat hoeft ook niet want die kunnen niet goed fietsen.” Toevallig kan Loots dat wel. Op zijn fietsje hield hij, in het Drentse landschap huis en met dertien minuten voorsprong was hij terug bij de ijsbaan om op het afsluitende onderdeel de eindzege naar zich toe te trekken.
Dan is er ook nog de internationale wintertriatlon van Inzell die deze maand gehouden wordt. Feike Loots wekt de stevige indruk dat hij daar klaar voor is, en hij ziet zich zelf toevallig ook nog als favoriet?. “In Inzell wordt gereden op de mountainbike. Ik heb geen idee hoe dat gaat uitpakken. Er is geen peil op te trekken, maar ik ga er van uit bij de eersten te zitten.”
Loots heeft blijmoedig ontkent aspiraties als wielrenner te hebben. Maar geloof nooit een fanatieke duursporter, want die wil maar één ding: zijn grenzen verleggen. Kijken hoever die te verplaatsten zijn. Zoals bij de wielerklassiekers.
“Ik ben lid van wielerclub de Amstel en heb een licentie genomen. Ik zit bij de ploeg die de klassiekers ga rijden. Ik heb weinig wedstrijdervaring en scherp sturen of op het kantje van de weg rijden beheers ik niet. Ik moet dwars door de wind heen. Vorig jaar heb ik wat kleine koersjes gereden. Ik stuur als een kruk en daar wordt je in het peloton niet populair mee. Hoewel ik dat wel snap werd ik stijf gescholden. Ik ben ook een keer op mijn ‘plaat’gegaan en kon zes weken niet fietsen. Maar mijn grote doel van dit jaar? Het kampioenschap tijdrijden. Daar wil ik mij voor plaatsen. Hoe mijn collega’s in het ziekenhuis mijn sporten vinden? Die hebben daar geen flauw benul van. Als je zegt dat je vijfde bent geworden in de Marmotte zeggen ze ‘mooi’, alsof het een rondje om betrof. Alleen mensen die zelf fietsen weten wat die uitslag betekent. Overigens, een dag na de Marmotte was er een tijdrit tegen de Alpe d’Huez op. Ik werd daarin tweede.”

André Stuyfersant


Door Fred van Slogteren, 23 april 2006 9:40

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web