Uit de ordners van Jan …

“De rubriek ‘Terug naar 1965’ brengt ons vandaag bij de Waalse Pijl, destijds verreden op donderdag 29 april. Een bijzondere koers omdat Eddy Merckx er debuteerde bij de professionals. Dertien venijnige colletjes lagen op de coureurs te wachten tussen Luik en Marcinelle, zoals de Muur van Amay, Les Strepus, Merlemont, La Botte en Blanches-Borne. Merckx reed de koers niet uit en er werd na afloop gesuggereerd dat hij misschien wat ondoordacht gehandeld had door uitgerekend in deze wedstrijd zijn profdebuut te maken. De 29ste uitgave van deze klassieker was een pure lijdensweg. Het toch al lastige parcours werd de hele dag door een snijdende regen overspoeld, nu en dan hagelde het zelfs en de botsende rukwinden teisterden het peloton nog meer. In Luik tekenden nog 103 coureurs het controleblad, maar halverwege waren er nog maar 36 van over en ook dat aantal zou nog worden uitgedund. Toen na 60 kilometer Tom Simpson demarreerde met de Italiaan Partesotti en de Belg Debreucker vielen met tientallen tegelijk de appels van de boom; erkende ijzervreters ...

... sneuvelden, konden de pedalen niet meer rond krijgen of waren niet in staat weerstand te bieden aan de verleiding om rap af te stappen en een warme kachel op te zoeken. Zo verdwenen onder meer Jan Janssen, Jacques Anquetil (‘ik kon mijn stuur niet meer vasthouden’), Jo de Roo, Willy Vannitsen, Noël Foré, Tuur Decabooter, Bas Maliepaard, Adriano Durante, Franco Cribiori, Charly Gaul, Jean Graczyk, Bernard Van De Kerckhove en vele anderen. Dit alles deerde de jonge Merckx aanvankelijk niet, want hij fietste gemakkelijk met de overlevenden mee, om pas na 180 kilometer het avontuur een vaarwel toe te moeten roepen. En toen was de koers al gelopen, want er waren drie definitieve leiders. De 23-jarige Felice Gimondi (winnaar van de Ronde van de Toekomst 1964), de eerdergenoemde Tom Simpson en Roberto Poggiali (foto). Bij het binnenrijden van Marcinelle waren de wegen en straten glibberig en daar werd Gimondi behoorlijk nerveus van. Simpson werd door de Italianen aan zijn lot overgelaten, waarna Poggiali – een coureur die liever in de regen dan in de zon reed - gemakkelijk won. Simpson werd op 31 seconden derde, gevolgd door Bocklandt op 1 minuut 45, Van Coningsloo op 2 minuut 59 met in zijn spoor onze landgenoot Cees van Espen uit Arnhem, die keurig achtste werd.  

De Belg Fred De Bruyne won in 1958 het Ardennen-weekeinde bestaande uit de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik. De Waalse Pijl, een rit over een afstand van 235 km, werd op zaterdag 26 april gewonnen door Rik Van Steenbergen in een tijd van ruim zes en een half uur. Achter Jef Planckaert en Pierre Everaert werd De Bruyne vierde met elf seconden achterstand. Doordat Van Steenbergen een dag later verstek liet gaan voor L-B-L en de renners Planckaert en Evereart vrijwel niet in het stuk voorkwamen, maakte De Bruyne de beste totaaltjjd.  Raymond Impanis (6e en 5e) werd tweede en Everaert (3e en 18e) derde in het algemeen klassement van het Ardeense weekeinde. De Nederlanders waren niet prominent aanwezig in de Belgische klimklassiekers. In de Waalse Pijl haalde alleen nationaal kampioen Jef Lahaye (als 12e op 4 minuut 58) de finish. In Luik werd tussen de 32 aankomenden Gerrit Voorting 21e, terwijl Martin van den Borgh 23e werd, beiden op 6 minuut 46 achter winnaar De Bruyne. Het Ardeense weekeinde (samen 481 kilometer, bijna 14 uur op de fiets) zie ik Cunego, Gesink of Valverde toch niet een, twee, drie meer doen.

In het paasweekeinde van 1968 had Jan Janssen de leiding in de Ronde van Spanje moeten afstaan. Na drie ritten voerde de Brit Michael Wright, die op zondag de vierde etappe won, het algemeen klassement aan. Janssen vergrootte zaterdag in het eerste gedeelte van de derde etappe de voorsprong op zijn naaste belagers, door achter de Italiaan De Pra de tweede plaats te bezetten, hetgeen hem tien seconden bonificatie opleverde. Zijn voorsprong bleek echter allerminst hecht. In het tweede gedeelte van de derde etappe, een rit in de omgeving van Barcelona, werd hij van de leidersplaats verdrongen door de West-Duitser Rudi Altig die als eerste over de eindstreep ging. Altig kon de gele trui slechts een dag bezit houden en Wright werd zijn opvolger. De Brit, die ook de tweede etappe op zijn naam bracht, was in de rit van Barcelona naar Salou over 108 km de beste sprinter van een groepje van tien. Het peloton finishte 32 seconden later dan de winnaar, ruim voldoende voor Wright om Altig van de eerste plaats te verdrijven. Het algemeen klassement na de vierde rit was: 1. Wright 2. Altig op 14 sec 3. Janssen op 15 sec 29. Arie den Hartog op 1. minuut 5 en 71ste Cees Haast op 2 minuut 16.
In het verdere verloop van de Vuelta zouden onze landgenoten geen potten meer breken. Het bleef bij twee ritzeges van Janssen en een zesde plaats in het eindklassement. Eindwinnaar werd de Italiaan Felice Gimondi, voor de Spanjaarden Perez Frances en Velez. Janssen won het puntenklassement.

Een weekendje Olympia’s Toer in 1974, op de kop af 35 jaar geleden. Op zondag 28 april werd Roy Schuiten in Ulestraten tot nieuwe leider gekroond, terwijl Aad van den Hoek toen nog krimpend van pijn op het asfalt lag. Samen met zo’n 20 anderen, onder wie zijn ploegmakkers Aling en Lenferink, was hi, de gedoodverfde favoriet voor de eindtriomf, het slachtoffer geworden van de zoveelste verkeerde stuurbeweging van een buitenlander. Bebloed en overdekt met schaafwonden stapte hij even later huilend in de auto van directeur-sportief Tony Ketting. Voor hem was de vierde etappe, omschreven als de rit van de waarheid maar aanzienlijk minder sensationeel dan in voorgaande jaren, in alle opzichten in een compleet drama geëindigd. Herman Snoeijink had het al van tevoren aangekondigd: ‘Roy Schuiten, die gaat vandaag stunten’, opperde de op zaterdag wegens tijdoverschrijding uit de wedstrijd genomen Denekamper enkele minuten voor het vertrek. Hoe nauwkeurig Snoeijink op de hoogte was van de stijgende prestatievorm van de wat eigenzinnige Zandvoortse coureur, bleek nog geen twee uur later. Alert reageerde Schuiten toen Wil van Helvoirt een van zijn onbegrijpelijke demarrages plaatste. Onbegrijpelijk, omdat op dat moment zijn twee ploegmakkers Cees van Dongen en Bert Scheuneman in gezelschap van Bert Frank met een voorsprong van bijna drie minuten  voor het peloton uitdraaiden. ‘In eerste instantie ging ik zuiver mee ter controle van het Kettingbelang. Maar toen ik op een gegeven moment achteromkeek en zag dat we al zeker 300 meter voorsprong hadden ben ik uiteraard doorgegaan.  Ik reed vandaag erg makkelijk en daarvan wilde ik ook optimaal profiteren.’ Het waren Van Helvoirt, Ad Tak en Jimmy Kruunenburg die gretig profiteerden van de inspannende achtervolgingsarbeid van Roy Schuiten. Want het was voornamelijk de verdienste van de nationale aohtervolgingskampioen dat reeds kort na de beklimming van de Keutenberg (na 31 km) de koplopers konden worden achterhaald. Vanaf dat moment beperkten de drie overgebleven Ketting-rijders zich bijna voornamelijk tot meefietsen. ‘Waarom’, zo legde Frits Schür aan de finish uit, ‘zouden we meer arbeid verrichten dan strikt noodzakelijk was. In de komende dagen krijgen we het nog zwaar genoeg nu we nog een trui te verdedigen hebben.’ Want naast de oranje leiderstrui van Schuiten, die bovendien het combinatieklassement aanvoerde, ging de ploeg van Ketting ook op kop in het ploegenklassement.  En die positie wilde Ton Ketting in de komende dagen graag consolideren. Vanaf het moment dat Schuiten en zijn drie vluchtmakkers aansluiting hadden gevonden bij de drie koplopers, verscheen de blauwe brigade vrijwel niet meer op kop van het peloton. Hoewel het nu min of meer voor de hand ligt dat de oranje trui van Schuiten in de komende dagen zou worden verdedigd, zou het Ketting toch nog heel wat moeite kosten de rest van zijn ploeg van die noodzaak te doordringen. En daaraan klampte de door Schuiten onttroonde Ad Dekkers zich vast. Hoewel de afgunst binnen de Kettingploeg tijdens de koers bijna letterlijk van de renners afstraalde, beweerden zij zelf het tegenovergestelde. Theo Smit won zaterdag de derde etappe en Ketting de ploegentijdrit. De uitslag van het eerste gedeelte van de derde etappe was: 1. Theo Smit (Bossche Staalbouw), 2. Fons van Katwijk (Hebro), 3. Ton van der Spiegel (Delbana), 4. Jan Raas (Van Erp)  5. Jan Bakker (Amstel) en 10. Aad van den Hoek (Ketting). De uitslag van het tweede gedeelte, een ploegentijdrit over 33 kilometer, was: 1. Ketting 2. Militaire ploeg 3. Jan van Erp 4. Amstel 5. Delbana 6. Sovjet-Unie. De uislag van de vierde etappe was: 1. Bert Pronk (Delbana) 2. Jimmy Kruunenberg (Michelin) 3. Bert Scheuneman (Caballero) 4. Cees van Dongen (Caballero) 5. Ad Tak (Militair) 6. Roy Schuiten ((Ketting). Het algemeen klassement  na de vierde etappe was: 1. Schuiten 2. Dekkers 3. Van Helvoirt 4. Smit 5. Van der Kruys 11. Van den Hoek.
Hoe was het verdere verloop van Olympia’s Toer 1974? Nog vier dagen koers met vijf etappes restten de heren coureurs. Co Hoogendoorn zegevierde in Schijndel; Jan Raas won ‘op z’n Raas’ het eerste deel van de zevende rit in Oss met een voorsprong van 28 seconden op Dekkers, Van Gerwen en de rest van het peloton. Leider Roy Schuiten won laat in de middag de individuele tijdrit in Oss met maar liefst 55 seconden voorsprong op Aad van den Hoek. Jan Raas won in Nijverdal ook de achtste etappe als sterkste van een kopgroep van drie met Van den Hoek en Scheuneman. De slotrit naar Amsterdam was voor de Rus Osokin. Schuiten werd eindwinnaar voor Dekkers, Van den Hoek, Schür en Van Houwelingen. De Ketting ploeg won alle klassementen want Schuiten was ook nog eerste in het sprint- en combinéklassement. Aad van den Hoek won de puntentrui en als team wonnen ze ook nog het ploegenklassement.

De 24-jarige Theo Hogervorst uit Pijnacker won op 27 april 1980 de 35ste Ronde van Noord-Holland. De ouste Nederlandse amateurklassieker werd voor de zesde keer als een driedaagse verreden. De koers met een formidabele erelijst, die als eendagsklassieker zijn faam en reputatie opbouwde, werd in 1975 omgezet in een meerdaagse wedstrijd. Vaak zijn bij deze wijziging vraagtekens geplaatst, maar de organisatoren van de Zaanlandse wielerclub DTS hielden ook in 1980 nog vol het juiste besluit te hebben genomen. Ondanks het ontbreken van vele amateurvedetten, als Bierings, Moons, Van der Poel, Broers, Wijnands, Hanegraaf, Damen, Plugers, Mutsaars en Van Meer werd het een boeiende koers die op de slotdag, dankzij een gewonnen tijdrit, beslist werd door Hogervorst. Frits Schür werd uiteindelijk tweede en de Brit Derek Hunt derde. Traditiegetrouw won Jan van Erp de ploegentijdrit, Peer Maas, Ad Polak en Ron Snijders de ritten in lijn en Theo Hogervorst de tijdrit. Op de foto zien we winnaar Hogervorst die een bewonderende blik van de ronde miss oogste.

Joop Zoetemelk won op dezelfde dag de profronde van Lieshout voor Theo de Rooij, Adri van Houwelingen, Bert Oosterbosch en wereldkampioen Jan Raas. Joop kwam langzaam maar zeker weer in vorm. Hoewel de genezing van het gebroken sleutelbeen, dat hij opliep bij een val in de Ronde van de Middellandse Zee, snel en voorspoedig verliep, kon hij toch niet voorkomen, dat zijn met zorg opgebouwde conditie voor een deel verloren ging. In Lieshout maakte Zoetemelk vanaf de eerste kilometers duidelijk dat hij wilde winnen. En wanneer hij in zijn grote jaren zijn zinnen op een wedstrijd had gezet moest men van goeden huize komen om hem van de zege af te houden. Joop keek in het begin even de kat uit de boom, maar was halfkoers present, toen de klok voor de aanval werd geluid. Tenslotte sloeg hij zelf toe op nauwelijks drie kilometer van het einde en opnieuw bleek hoe populair hij nog immer bij het Nederlandse publiek is. Zijn naam werd uit duizenden kelen gescandeerd en iedereen was blij dat Jopie, een van de vele vedetten in het veld, had gewonnen.

Ook met Eddy Merckx ga ik vandaag even terug naar 1965 want op zaterdag 24 april van dat jaar won hij zijn allerlaatste koers bij de amateurs met Enschede-Münster. Als ik Ben Zomerdijk in de Wielersport mag geloven gebeurde dat op meesterlijke wijze: ‘De Belgische ploeg beheerste de wedstrijd van meet af aan en het eind van het liedje was, dat onze zuiderburen beslag legden op de eerste vier plaatsen. Wereldkampioen Merckx, van wiens gezicht na afloop ten enenmale niet viel af te lezen, dat hij een bijna 200 kilometer lange koers had gefietst, deed wat van hem werd verwacht: hij zegevierde op fraaie wijze voor Anton Oosterlinck, Albert Bruyl en Walter Godefroot.’ Vijf dagen later zou Merckx debuteren bij de broodrijders in de Waalse Pijl. Het verslag hiervan heb je hierboven al kunnen lezen. Twee jaar eerder won Eddy Merckx op 27 april zijn 26ste koers in het Duitse Duisburg, zijn eerste overwinning buiten de Belgische landsgrenzen. In 1974 won hij op die datum een criterium in het Italiaanse Tavarnelle (2e Marcello Bergamo, 3e Felice Gimondi) en in 1975 een criterium in het Franse Pogny (2e Bernard Thevenet, 3e José Catieau). In Pogny stond hij al weer voor de 468ste keer met de overwinningsbloemen te zwaaien.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 27 april 2009 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web