Uit de beeldentuin van Jac …

Gisteren precies tien jaar geleden op 04-04-04, de dag waarop de Ronde van Vlaanderen werd verreden, overleed Briek Schotte. Hij is een van de iconen uit de historie van het Belgische wielrennen en wordt vaak betiteld als `de laatste Flandrien`. Deze eretitel verwijst naar de Vlaamse wielrenners van weleer die, met de klei van de grond nog aan de schoenen, zich stoempend en ploeterend een beter bestaan trachtten te verwerven. Het begrip `Flandrien` werd ... 

 

... definitief ontluisterd toen men een tot Belg

genaturaliseerde Moldaviër in de persoon van Andrei Tchmil ook zo ging noemen. Briek Schotte wordt op diverse plaatsen in België geëerd en een van de mooiste monumenten staat in zijn geboorteplaats, het bloemendorp Kanegem. Op het dorpsplein, op een nieuw aangelegde kasseienstrook, is Briek in zijn karakteristieke houding vereeuwigd. Toen men hem vroeg om als voorbeeld te dienen voor het monument ging hij akkoord op twee voorwaarden. Het beeld moest een huldeblijk zijn voor álle Flandriens, niet alleen voor hem. Ook mocht het beeld niet op een voetstuk worden geplaatst. De Flandriens waren volgens hem groot geworden door het volk en voor het volk en daarom mocht het beeld niet boven het volk staan. Het kunstwerk `De Flandrien`, van de hand van Jef Claerhout, is de dag voor de doorkomst van de Ronde van Vlaanderen onthuld door de Vlaamse minister van Cultuur Luc Martens in aanwezigheid van onder meer Eddy Merckx. Naast het beeld ligt op de grond nog een plaat met een tekst van Willie Verhegghe, de stadsdichter van Ninove, die het begrip Flandrien als volgt karakteriseert: `Met forse kop en pezige benen, ze hadden poten aan hun lijf en trokken er harder dan anderen mee aan hun stuur`.
In de Ronde van Vlaanderen is `IJzeren Briek` twintig keer van start gaan en hij bereikte zestien keer de finish, een record. In 1940 was hij de jongste en in 1959 de oudste deelnemer. Twee keer, in 1942 en 1948, was hij winnaar. Zijn eerste overwinning in deze koers behaalde hij in zeer slecht weer met een koude wind die aangroeide tot een storm. Vlak voor de aankomst wist hij uit een steeds verder uitgedund kopgroepje te ontsnappen om met vijf seconden voorsprong op de wielerbaan `Het Kuipke` in Gent te finishen. Bestendigheid tegen kou, nattigheid en storm werd vanaf dat moment zijn handelsmerk. Hij had `Vlaanderens Mooiste` in 1950 nog een derde keer kunnen winnen, toen die gereden werd in sneeuw, hagel en ijzige wind, maar domme pech hield hem van de overwinning af. Hij werd het toonbeeld van de lijdende coureur, ‘een kromgebogen figuur met een stofbril op zijn neus en twee tubes rond zijn schonkige borstkas`. Zijn stijl van fietsen leek nergens naar, harken, zwoegen en afzien. Hij zou zich echter ontwikkelen tot een specialist in de klassiekers, want naast de Ronde van Vlaanderen won hij Parijs-Brussel (1946 en 1952), Parijs-Tours (1946 en 1947) en Gent-Wevelgem (1950 en 1955). Zijn mooiste overwinningen waren ongetwijfeld die tijdens de wereldkampioenschappen van 1948 in Valkenburg en die van 1950 in Moorslede. 
Briek overleed op 84-jarige leeftijd. Hij leed aan een slepende nierziekte maar bezweek in het ziekenhuis van Kortrijk aan een longaandoening, waarvoor hij in december was opgenomen. Enkele maanden daarvoor was zijn vrouw Gilberte overleden en dat had de pijler onder zijn bestaan weggehaald. Hij vocht de laatste vier maanden nog wel met de laatste krachten die hij in zijn granieten lijf had opgespaard, maar voorspelde aan zijn naaste vrienden: `ik ga hier buiten tussen zes planken, ik heb een schoon leven gehad`.

Tot over veertien dagen!

Jac Zwart 

Door Fred van Slogteren, 5 april 2014 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web