Uit de ordners van Jan …

“Terug naar 1965 brengt ons deze week bij het amateurwielrennen uit die tijd. Op 27 maart werd de Ronde van Twente verreden en op 3 april de Ronde van Noord-Holland.
De 23-jarige Limburgse bankwerker Frans Evers uit Linne won het wielerevenment in Tukkerland de eerste amateurklassiekr van het jaar. De duizenden toeschouwers, die het druilerige weer trotseerden, zagen Evers op glansrijke wijze zegevieren met op de tweede plaats, zeer eervol, Harry van Piere uit Uithoorn ook een gevaarlijke klant in die jaren. Daarna grepen Daan Holst en Jan Boode respectievelijk de derde en vierde plaats. Jammer was het, dat ...

...  enkele honderden meters voor de meet, in een van de vele gevaarlijke bochten een valpartij plaatsvond, waarbij enkele favorieten voor een ereplaats als Henk Peters, Jan van Geel, Piet Braspennincx en Bennie Groen betrokken waren. Het peloton, dat tot onder de rook van Oldenzaal, na bijna 160 kilometer, nog zeker uit tachtig renners bestond, draaide groepsgewijs het Kalheupinkparcours op. Henny van Rooy uit Zeelst en de goed sturende Jan van Katwijk uit Oploo – een debuterend amateur – waren de eersten die over de streep flitsten en dus de vijfde en zesde plaats voor zich opeisten.
Voorafgaand aan deze finish waren meer dan zeventig beroepsrenners afgekomen op de opening van het vaderlandse wegseizoen op hetzelfde parcours. Zestig maal moest het de ‘O’ van Oldenzaal gereden worden om aan de 90 kilometer koers te komen. Jan Hugens pakte de zaken serieus aan. Men liet hem gaan waarna de lange Arnhemmer Cees van Espen naar hem toe sprong. Samen beukten zij verder in de onophoudelijk neerdalende regen. Ondanks de ambitie van Hugens om te winnen moest de Limburger de Gelderlander in de laatste ronde laten gaan. Nijdam, Rentmeester en Van Dongen drongen nog wel aan maar kwamen net te kort. Er was ook nog een dameskoers over 25 kilometer. De Belgische Louise Cleiren was hier de sterkste voor haar landgenote Rosa Naessens gevolgd door Truus Smulders en Hennie Hondeveld.

Hoe anders was het weer gedurende het Zaanse wielerweekend, een week later. Een blijvende herinnering zou het eerste onderdeel, de 20e Ronde van Noord-Holland, niet worden. Het was in 1965 namelijk geen koers met verbeten gevechten en boeiende jachten, zoals men die in de jaren vijftig zo vaak kon aanschouwen. Nee, de 3e april van dat jaar was een zonnige dag met geen zuchtje wind. Het leverde de ruim honderdvijftig coureurs niet de minste moeilijkheden op. Het sluitstuk van deze lustrumkoers door het wijde polderland was er nochtans een van suberbe kwaliteit, met een winnaar die de triomf ook wel toekwam: Evert Dolman. De jonge Rotterdamse Trio Bubble Gum-rijder, die na pech in het eerste uur, in de eindspurt Harrie Steevens, Tiemen Groen en Frank Ouwerkerk versloeg is een sieraad op de erelijst van deze Noord-Hollandse voorjaarskoers. Temidden van honderden jubelende toeschouwers haalde hij op pure klasse de hoofdprijs (een gloednieuwe Peugeot fiets) binnen.
De Utrechter Hans den Hartog won op de zondag daaropvolgend het internationale criterium van Zaandam. Tweede op een halve minuut werd Piet van Dijk uit Wormerveer. Bij de nieuwelingen won ene Joop Zoetemelk de koers over 50 kilometer, Ben Janbroers was hier tweede.

Vandaag op deze plaats veel aandacht voor Michel Pollentier.  Samen met Marc Demeyer en Freddy Maertens behoorde Polleke tot de Drie Musketiers van Flandria, die in de jaren zeventig en tachtig  grote successen behaalden. Pollentier viel op door zijn hoekige en scheve stijl op de fiets, maar hij was ondanks dat toch een heel goede renner. Hij behaalde in totaal 89 profzeges. Een van die zeges boekte hij op 30 maart 1976 in de Ronde van België waar hij de etappe in La Calamine won. Het was een overwinning om in te lijsten want het achtervolgende groepje van vier, met Patrick Perret, Wilfried David, Frans Verbeeck en Walter Planckaert, telde maar liefst 4 minuut 45 achterstand. Bijna acht minuten achter Pollentier won Maertens de pelotonsprint. De basis voor de eindzege was daarmee gelegd want de leiderstrui werd niet meer afgestaan.

Freddy Maertens, dé kopman van de befaamde Flandria-ploeg, brak in 1977 bij een val in de Ronde van Italië zijn pols. Zijn trouwe helper Pollentier, die in de Tour Eddy Merckx al eens had verslagen in een tijdrit, trad uit de schaduw en won die Giro door de grote Francesco Moser te kloppen. Daarna won hij ook nog de Ronde van Zwitserland. In 1978 was de Ronde van Frankrijk het hoofddoel voor Flandria en Pollentier. In de voorbereiding daarop won de West-Vlaming de Dauphiné Libéré, en voor de tweede keer op rij het Belgisch kampioenschap. En het leek voorspoedig te lopen want Pollentier werd geletruidrager in de Tour na zijn ritzege op Alpe d'Huez. Bij de dopingcontrole probeerde hij echter fraude te plegen. Hij had zuivere urine verstopt in een rubberen peer onder de oksel die hij via een darmpje probeerde af te leveren. Hij werd echter betrapt en uit de race gezet. Aan dit incident hield hij de bijnaam peerke over. En zo ging kandidaat-Tourwinnaar Michel Pollentier, door eigen schuld, in Nederland voortaan als ‘domme Belg’ door het leven. In eigen land werd hij na de Tour een martelaar. Vlaanderen zag in hem de kleine man die moest boeten voor wat de groten ongestraft konden doen.

Maar dom was Michel Pollentier zeker niet. Op 30 maart 1980 deed hij een tactische meesterzet in de Ronde van Vlaanderen, ooit beschreven door Tim Krabbé. Samen met Francesco Moser en Jan Raas reed Pollentier voorop, maar Raas moest lossen op de Bosberg. Krabbé: ‘Wat deed Pollentier dus? Hij liet het tempo zakken om zeker te zijn dat Raas kon terugkomen. Tegen één sprinter was hij zeker kansloos te zijn en daarom reed hij liever tegen twee snelle mannen.’ Twee jaar na het ‘peerincident’ won Pollentier de 65e editie van de Ronde van Vlaanderen, vóór Moser en Raas. De finale werd op 40 kilometer voor de finish ingezet door Hennie Kuiper. Hij sprintte naar de kopgroep en het was meteen erop en erover. Zeven kilometer reed Kuiper op kop tot Raleigh (Priem en Raas) het genoeg vond en net voor de klim van de Muur werd hij teruggepakt. Moser en Pollentier reden vervolgens de kopgroep uit elkaar op de Muur, Raas sloot aan op de Bosberg en kleppers als Maertens, De Vlaeminck, Duclos-Lasalle en Demeyer waren gezien. Pollentier was niet de rapste van de drie, maar uiteindelijk wel de slimste. Hij demarreerde uit de laatste bocht komend pakte 30 meter en omdat Raas en Moser te laat reageerden, greep hij verrassend de zege.

Een dag eerder overleed in Gijon de Spaanse oud-wielrenner Vicente Lopez-Carill op slechts 37-jarige leeftijd. Tijdens een partijtje voetbal op het strand met vrienden kreeg de voormalige klimgeit een hartaanval. Lopez-Carill was dertien seizoenen prof en tijdens elf van die dertien seizoenen reed hij telkens twee grote rondes. Zijn beste resultaten: 4e in de Giro ’72; 3e in de Tour ’74 plus een ritoverwinning; 6e in de Tour ’75 met een etappezege; 10e in de   Tour ’76; en 5e in de Vuelta van dat jaar. In 1974 werd hij bovendien Spaans kampioen.

Morgen is in Middelkerke de start van de 33e  editie van de Driedaagse van De Panne, traditioneel dé voorbereidingskoers op de Ronde van Vlaanderen. De koers ontstond bij toeval in de jaren zevetig. De destijds prestigieuze IJsboerke-ploeg logeerde tijdens de Vierdaagse van Duinkerke jaarlijks in hotel Terlinck op de Zeedijk. Dankzij de vriendschapsband die ontstond tussen het management van de ploeg en het hotel, groeide de idee om een rittenwedstrijd te organiseren tussen Tielen, de thuishaven van IJsboerke, en De Panne. Op maandag 21 maart 1977 was het zover! De allereerste 'Vierdaagse van De Panne' ging van start met een ploegentijdrit. De volgende dag ging de rit van De Panne naar Tielen, de dag daarop keerden de renners terug naar De Panne en stond er nog een tijdrit geprogrammeerd. De organisatie was er zelfs in geslaagd Jan Raas, die net de Primavera had gewonnen en Tourwinnaar Lucien Van Impe aan de start te krijgen. Zij wonnen niet, want Roger Rosiers uit de Frisol ploeg van Piet Libregts was de eerste gelukkige. Jos Schipper won de allereerste rit in lijn tussen De Panne en Tielen.
Ondanks de geslaagde eerste editie, had de organisatie het financieel moeilijk om de nodige sponsors bijeen te krijgen. De drie daaropvolgende jaren telde de rittenkoers dan ook maar drie ritten. In de jaren tachtig kon de organisatie rekenen op de steun van de gemeente Herzele en werd het opnieuw mogelijk om als tweede rit een tijdrit te programmeren. In 1990 ging de Driedaagse van start bij een gekende brouwerij in hartje Antwerpen. Dit bezorgde de organisatie heel wat problemen. Ze moesten de toelating krijgen om het verkeer tijdelijk stil te leggen en door de stad te rijden. Het duurde lang, maar gelukkig viel de goedkeuring van de minister toch nog veertien dagen voor de start in de bus. Het jaar daarop werd de wielerronde voor het eerst live uitgezonden op de VRT. Aanvankelijk was de organisatie, samen met de organisatoren van enkele andere wielerwedstrijden, gaan aankloppen bij VTM. De VRT had echter net de uitzendrechten op het voetbal verloren aan VTM en wilde bijgevolg maar al te graag de Driedaagse live uitzenden. Een contract van acht jaar werd afgesloten. Ondertussen was ook Koksijde bereid om financieel bij te springen. In ruil eiste de burgemeester een aankomst in zijn stad. Hetzelfde jaar sloten beide badplaatsen een langdurige overeenkomst en werd 'Koksijde' bijgevoegd in de officiële benaming van de wedstrijd. Enkele jaren later zou ook KBC een van de hoofdsponsoren worden en veranderde de naam opnieuw naar KBC Driedaagse van De Panne–Koksijde.

In de loop der jaren is Eric Vanderaerden in twee opzichten een memorabele coureur in De Panne geweest. Hij won de koers maar liefst zes maal en schreef ook nog eens dertien ritten op zijn naam. In totaal werden tussen 1977 en vorig jaar 126 ritten gereden waarvan Nederland er in de personen van Blijlevens en Nijdam (elk 3), Oosterbosch, Schipper en De Jongh (elk 2) en Knetemann, Koerts, Raas, Posthuma en Maassen in totaal 17 won. De ploeg van WordPerfect won in 1993 een ploegentijdrit. Zeven landgenoten (Knetemann, Priem, Oosterbosch, Nijboer, Nijdam, Maassen en Posthuma) schreven uiteindelijk ook het eindklassement op hun naam.

Aanstaande zondag wordt de 93e Ronde van Vlaanderen gereden. De vermaarde koers met kronkelende weggetjes, daverende kasseiwegen, steile kuitenbijters en glooiende vergezichten. Elk jaar opnieuw vormen de Vlaamse Ardennen het unieke decor voor tal van wielerklassiekers, met als hoogtepunt 'Vlaanderens Mooiste'. Stijn Devolder verraste vorig jaar vriend en vijand door al op 25 kilometer van de aankomst te demarreren. De Belg kreeg nooit meer dan enkele tientallen seconden voorsprong, maar hield in een adembenemende finale toch Nick Nuyens en Juan Antonio Flecha van zich af.
Het hoogtepunt van de ronde is voor velen helling 7, de Koppenberg, die na 195 kilometer koers om circa kwart voor drie bereikt zal worden. De Koppenberg ligt in Oost-Vlaanderen. Vanaf Melden, is die gemene puist 620 meter lang. Over deze afstand overbrug je 64 hoogtemeters. Het gemiddelde stijgingspercentage van de klim is bijgevolg 10,2 procent.  De heuvel is vooral bekend door de wielersport, waar het een van de meest gevreesde kasseiheuvels uit de Ronde van Vlaanderen is. Op het steilste punt wordt een stijgingspercentage van 22 procent behaald, die in de binnenbocht tot 25 procent helt.
Zelden zorgde deze berg echter voor belangrijke beslissingen, omdat hij niet echt strategisch in het parcours ligt. Daarvoor bevindt hij zich te dicht bij de Oude Kwaremont en te ver van de aankomst. Walter Godefroot was de eerste die de Koppenberg ontdekte. Hij informeerde de organisatie van de Ronde van Vlaanderen over het bestaan van de klim maar verklapte niet waar die lag. De Koppenberg werd pas in 1976 voor het eerst in het traject opgenomen. Na de opzienbarende valpartij van de Deense Jesper Skibby waarbij een volgwagen zijn fiets tot schroot reed, werd de Koppenberg voor lange tijd uit veiligheidsoverwegingen gemeden. Pas nadat hij volledig opnieuw geplaveid was, zette de organisatie in 2002 het licht weer op groen en mocht het peloton opnieuw over de Koppenberg. In 2007 verdween hij echter weer uit het parcours door de slechte staat van het wegdek. De organisatie vreesde een sportief fiasco en meed andermaal de legendarische bult. Als alternatief werd de Kortekeer opgenomen, alsmede een nieuwe helling, die de Eikenmolen heet. Men wil de Koppenberg wel weer in het parcours opnemen als het wegdek hersteld is. De gemeente Oudenaarde heeft in september 2007 het wegdek laten herstellen, maar eind oktober 2007 hebben de gemeente en de organisatie toch besloten de beruchte potenbreker uit het parcours te weren en wederom voor de Kortekeer te kiezen. Er is echter een werkgroep in het leven geroepen die de problemen onderzoekt en probeert op te lossen. Met succes, want op 4 februari 2008 maakte de organisatie bekend dat de editie van 2008 alsnog over de Koppenberg zou voeren. De helling is in totaal 18 maal (1976-1987, 2002-2006, 2008) in de ronde opgenomen geweest. In 1976 was hij gesitueerd tussen de Nieuwe Kruisberg en de Taaienberg. In de periode 1977-1985 lag hok tussen de Oude Kwaremont en de Taaienberg. In 1986 en 1987 tussen de Paterberg en de Taaienberg. In de periode 2002-2006 en in 2008 lag hij tussen de Paterberg en de Steenbeekdries.

Eddy Merckx won op 30 maart 1969 de Ronde van Vlaanderen. Na een solo van 70 kilometer had hij een voorsprong van 5 minuut 36 op de Italianen Felice Gimondi en Marino Basso. Jan Janssen was met zijn 17e plaats meer dan een kwartier achter Merckx de beste landgenoot. Een jaar later won Merckx in Italië de ‘Col San Marino’ voor Gianni Motta en Giuseppe Rosolen.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 30 maart 2009 8:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web