De Burgerlijke Stand van 8 maart.

Jiri DALER (1940, Tsjechië)

Jiri Daler was de eerste en waarschijnlijk ook de enige wielrenner uit het Oostblok die professional was, lang voordat het ijzeren gordijn in 1989 met donderend geraas omlaag kwam. Hoe hij dat heeft klaargespeeld is mij onbekend, maar in 1969 en 1970 was hij beroepsrenner die in het vrije westen vooral in zesdaagsen en andere baanwedstrijden zijn brood verdiende. Hij was een geweldige jachtrijder en zijn specialiteit was de individuele achtervolging in welke discipline hij de eerste Olympische kampioen was. Dat was in 1964 in Tokyo en hij veroverde daar de gouden medaille die eigenlijk voor Tiemen Groen bestemd was. Maar us Tiemen faalde jammerlijk. Hij was door heimwee totaal van de leg en leek in niets meer op het onwaarschijnlijke talent dat in hetzelfde jaar heel Nederland had verbaasd door eerst ...

... Nederlands kampioen te worden en daarna wereldkampioen. Maar terug naar Daler. Of eigenlijk naar Merckx. Het enige echte dieptepunt in de glanzende carrière van De Kannibaal werd veroorzaakt door Daler. Niet dat je dat de Tsjech als een fout kunt aanrekenen, maar zonder de aanwezigheid van Daler was het ongeluk dat Merckx overkwam niet gebeurd. Het was op 9 september 1969 bij een dernywedstrijd op de wielerbaan in de Franse stad Blois. Het was een klein baantje en er waren gangmakers gecontracteerd die maar weinig ervaring in het pistewerk hadden. Merckx reed wel achter een ervaren entraineur. Dat was Fernand Wambst. Ze reden op een gegeven moment achter Daler, toen het pedaal van de motor van diens derny afbrak. Gangmaker Reverdi verloor de macht over zijn brommertje, stuurde omhoog en reed alle verf in een vonkenregen van de reclameborden die aan de balustrade bevestigd waren. Daarna viel hij naar links om vervolgens met zijn derny van de schuine baan naar beneden te schuiven. De gevolgen waren desastreus. Merckx botste op Daler, kwam ten val en liep een heupblessure op waar hij zijn hele verdere carrière last van heeft gehouden. Maar het lot van Wambst was erger. Die knalde vol op de omlaagschuivende motor van Reverdi en was op slag dood. Een vreselijk drama. Maar alle nadeel hep z’n voordeel, want Merckx was vanaf die dag, tot in de wedstrijden toe, constant aan zijn fiets aan het sleutelen om maar een stand te vinden waarbij hij zo min mogelijk pijn voelde. Zo had het fenomeen fiets na enige tijd geen geheimen meer voor de grootste renner aller tijden, met welke kennis hij na zijn carrière een fietsenfabriek begon, waaruit tot op de dag van vandaag superieure racefietsen komen. Zou de Belgische baron er nog wel eens bij stilstaan dat hij dat eigenlijk aan Daler te danken heeft? Ik denk het niet, misschien alleen als hij het nog eens op zijn heupen heeft. (Foto: archief Wim van Eyle)

De andere op 8 maart geborenen zijn:

CAMUSSO, Francesco (1908, overleden 23.06.1995, Italië)
CEPEDA, Francisco (1906, overleden 14.07.1935, Spanje)
DRAAIJER, Johannes (1963, overleden 27.02.1990, Nederland)
KELLER, Luise (1984, Duitsland)
POSTHUMA, Joost (1981, Nederland)
POTZERNHEIM, Werner (1927, Duitsland)
PRATTE, Philippe (1986, België)
PRINSEN, Wim (1945, overleden 17.12.1977, Nederland)
RAYNAL, Jean (1932, Frankrijk)
SCHEP, Peter (1977, Nederland)
VANTOMME, Maxime (1986, België)
WIERSTRA, Frank (1986, Nederland)
ZAMBRANO CALDERON, Gonzalo (1984, Spanje)

Door Fred van Slogteren, 8 maart 2009 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web