Mijn wielerverhaal

Ik had een verhouding met Olive Green

Wilfried was een fietsende pelgrim. Hij bereikte Compostela en Rome, reed over de hoogste bergen, doorheen velden en dorpen bij dag en bij nacht, doorheen Parijs, Berlijn, Praag, Havanna, Saigon, Seattle, Harare, Dublin, Milaan ...
Liefst was hij alleen op weg en hij had als enige liefde Olive. Hier volgen enkele stukjes uit zijn 
reisverhaal 'Verder dan Rome loopt de weg', die er van getuigen van wat die fiets en die man met mekaar hadden.

‘Met mijn fiets slapen was liefdevol geweest tijdens deze regenachtige nacht. Ik ben vroeg wakker. Le Lac Vert is prachtig, gezwollen door regenwater. De vissen zijn er gelukkig. Ik geef mijn fiets een flinke poetsbeurt met mijn onderlijfje van gisteren dat ik tot vod bevorderde. Ik toer nog even door de camping en ik zie vlees van mollige dames die pas wakker werden. Mijn lieve Olive en ikzelf kreunen en kraken bij het begin van deze dag. Met een beetje olie op 
de ketting, na het rechttrekken van de spatborden, het bijpompen van lucht in de banden en het aanspannen van ...

... de riempjes, verdwijnen de schurende geluidjes en is het weer een gelukkig man die door het landschap vordert.
Op weg naar Lac de Madine rolt mijn fiets heerlijk in de vroege zon. Langzaam ontplooit zich in mijn kopje een gedachte. Een meer heeft een naam, een hond, een kat, een boot, een voetbalclub, een dancing hebben een naam ... en waarom zou mijn fiets geen naam mogen dragen? Ik vaar doorheen boomgaarden met pruimen. Opeens wordt ergens onder 
mijn petje, tussen mijn oren, dé naam voor mijn lieve tweewieler geboren. ‘Olive Green’, groen  zoals de mirabellen nog zijn, olijfgroen zoals de verf die de fietsenmaker Vlerick uit De Pinte op mijn kader spoot, Olive zoals de naam van het liefje van Popeye, zal het worden. Stop. Fiets, ... ik doop U  - en volgens de Mechelse Catechismus moet dit niet altijd met wijwater -  in de naam van de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest, en gij zult de naam van Olive Green dragen, tot in de eeuwen der eeuwen. Amen. Met mijn bidon besprenkel ik mijn tweewieler met wat druppels kraantjesvocht uit de molen.
Slaap zacht, lieve Wilfried, en lieve Olive Green, onder de 
pruimenbomen! Tijdens deze nacht moet ik nog tweemaal uit mijn iglo kruipen om op korte afstand in het vochtige gras de wil van mijn blaas te volgen. Ik ontdek dat ik mijn tent wat heb beschadigd tijdens het schuiven van Olive Green onder het tentzeil. Dit moet voortaan met zachtere hand gebeuren.
Mijn zware Olive Green rolt zich bergaf en de teller wijst al 50 kilometer per uur. Ik begin voorzichtig wat te remmen. Opeens ... Psst ... Patch ...! Mijn voorwiel zwalpt, slingert, en ik heb met mijn velg contact met het glibberige asfalt. Ik blijf echter meester over de situatie. De chauffeurs van twee voorbijstekende wagens zien wat er aan het 
gebeuren is. Zij remmen, zwenken naar het midden van de steenweg. Mijn rechtervoet schuurt over het wegdek om de remblokjes te helpen. Mijn fiets was evenwichtig geladen. Ik was niet in paniek. Weldra sta ik daar stil naast de weg, in de motregen, en het is er donker door de hoge dennen en de grijze wolken die het zonlicht weghouden. Er is geen lucht meer in mijn voorste band. Aan een erge valpartij ben ik 
gelukkig ontsnapt.
Daarna volgt voor Olive en mij redelijk veel klimwerk. Mijn trui wordt nat van het zweet. Op de top van de berg trek ik mijn regenjasje aan. Dat was een goed initiatief want in de lange bergaf is er veel wind. Vele kilometers schuiven onder mijn voorwiel.’

Wilfried Journée

Door Fred van Slogteren, 22 februari 2009 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web