Uit de ordners van Jan ...

"Voor de 'koers van de week' ga ik terug naar het omnium winterkampioenschap van Nederland voor amateurs, verreden op zondag 12 januari 1975 op de baan van het Rotterdamse Ahoy’. Gerrie van Gerwen liet er tijdens het laatste onderdeel geen twijfel over bestaan wie de sterkste allrounder van dat moment was. De snel gestarte Ger Slot moest het tenslotte afleggen tegen de Brabantse tempobeul, die een tijd van 5.00.57 op de klokken bracht. Een schitterende afsluiting van een uitstekend georganiseerd toernooi, waarnaar de naar schatting 2500 bezoekers met bijzonder veel plezier hebben gekeken. Het kampioenschap startte met een afvalwedstrijd die gewonnen werd door Van Gerwen die concurrent Slot maar nauwelijks voor kon blijven. Wil van Helvoirt werd derde. De puntenkoers over vijftig ronden met tien klassementen was voor Ger Slot en de kilometer met vliegend vertrek in 1.05.74 weer voor Van Gerwen. Na drie onderdelen stonden Van Gerwen en Slot exact gelijk. De twee reden in het slotonderdeel, de achtervolging, tegen elkaar. Van Gerwen bleek de sterkste en dat was voldoende voor de rood-wit-blauwe kampioenstrui. De uitslag was: ...

... 1. Gerrie van Gerwen, 2. Ger Slot 3. Wil van Helvoirt 4. Barend Huveneers 5. Ruud de Vries 6. Hans Koot 7. Arie Deusing en 8. Fred Grootzwagers.

De 'ploegpresentatie van toen' gaat vandaag over Kela-tapijt, een nieuwe profformatie die in januari 1973 werd voorgesteld in Soesterberg. 'Kijk, door hun eigen inzet, hun wil om ons produkt op zo effectief mogelijke wijze te verkopen, kunnen de nu gecontracteerde renners bepalen hoe wij ons in de toekomst tegenover de beroepswielrennerij zullen opstellen. Wij zien sponsoren zakelijk en verwachten gewoon een tegenprestatie, ook al om daarmee hun instelling duidelijk te veranderen. Daarvoor moet men beslist ook idealist zijn, maar ik heb reeds nu de overtuiging dat Harm Ottenbros, Jan Serpenti, Evert Dolman, Jos van der Vleuten en Pé van Stralen zelf weten dat zij min of meer de pioniers zijn van hetgeen wij in de komende jaren willen.' Woorden van Piet van Heugten, directeur van Kela, en zelf oud-schaatser en fanatiek watersporter. Hij wond er geen doekjes om. Als teammanager had hij Peter van Putten, jarenlang sportjournalist bij De Telegraaf, aangesteld. Eensluidend klinkt het: 'Dit moet een succes worden en daarbij worden wij gestimuleerd door bijvoorbeeld het feit dat Gerard Vianen en Leo Duyndam, beiden toch opgenomen in de Franse Gitane ploeg, duidelijk interesse hebben getoond. Van belang is echter dat wielrenners ook verkopers kunnen worden, dat zij buiten het fietsen, waarbij prestaties terdege tellen, ook werken aan hun eigenlijke vak. Het moet toch niet zo zijn dat onze beste renners in buitenlandse dienst rijden. Dit hier bij Kela is een eerste stap. De vijf renners van nu moeten de zaak zo positief voorbereiden dat wij in 1974 of 1975 met een volledige profploeg kunnen komen. Met laten we zeggen een Joop Zoetemelk, Tino Tabak, René Pijnen, Leo Duyndam en Gerard Vianen. Aangevuld met wat mindere goden moet de naam Kela Tapijt wijds uitgedragen kunnen worden.
Naast de genoemde Ottenbros, Serpenti, Dolman, Van der Vleuten en Van Stralen zou de ploeg voor 1973 nog uitgebreid worden met Klaas Balk, Jos van Beers en Albert van Midden. De ploeg haalde een tiental criteriumzeges binnen maar dat was blijkbaar niet voldoende om de ploeg in stand te houden want eind 1973 ging de stekker er al uit. Alle mooie woorden ten spijt.'

Wat hebben we weer een boeiende Zesdaagse van Rotterdam achter de rug. Spannend tot het einde met het Spaans-Nederlandse koppel Llaneras-Schep als glorieuze winnaar, maar tot in de laatste ronden was het spannend. Vandaag exact 26 jaar geleden was er een persconferentie waar wedstrijdleider Peter Post uitleg gaf aan de verzamelde pers over de aanstaande editie 1983 van het evenement. Bij de profs reed slechts één puur Nederlands koppel en dat was het duo Cees Priem en René Kos en ze zouden niet tot de kanshebbers behoren. Alle andere Nederlandse toppers waren gekoppeld aan een buitenlander. Joop Zoetemelk aan Wilfried Peffgen, Jan Raas aan Gerd Frank, René Pijnen (foto) aan Gregor Braun en Gerrie Knetemann aan Albert Fritz. Verder stonden nog Patrick Sercu-Maurizio Bidinost en Danny Clark-Donald Allan op het affiche. Door zo te combineren wilde Post de geloofwaardigheid van het wedstrijdelement verhogen. 'De mensen krijgen nu zes, zeven gelijkwaardige koppels te zien. Als ik onze beste renner Pijnen weer aan Secu had gekoppeld, zouden veel mensen hebben geredeneerd in de trant van: de winnaars staan al vast. De kosten worden elk jaar aanzienlijk hoger zonder dat we garantie hebben dat er meer publiek komt. Daarom moet de koers spannend zijn en heb ik twee nieuwtjes. Op de finale avond worden twee derny wedstrijden over twintig kilometer gehouden, die naast de koppelkoersen zullen meetellen voor het klassement. Voorts zullen de bekendste deelnemers aanvallen doen op drie baanrecords van Ahoy’.' Post doelde op de vier kilometer ploegenachtervolging met een record van 4 minuten 52,8 seconde op naam van Leo Duyndam, Leijn Loevesijn, Gerard Koel en Jaap Oudkerk; een kilometer achter de derny, record met 51 seconden op naam van de Belg Theo Verschueren en de tweehonderd meter met vliegende start, welk record op naam staat van Leijn Loevesijn met 11,29 seconde.

En wat was de uitslag van de Zesdaagse van Rotterdam 1983? in de boeken kwamen toch de namen van René Pijnen en Patrick Sercu. Zij werden tot elkaar veroordeeld na het uitvallen van hun maten Bidinost en Braun. Raas en Frank werden op één ronde tweede en Clark en Allan derde. Voor Sercu was het overwinning 87 en er zou nog een laatste zege volgen. Dat was in Kopenhagen met Gert Frank. Op dat moment was René Pijnen nog vijftien zeges te goed om bij zijn eindtotaal van 72 uit te komen. Naar het aantal starts en overwinningen genomen waren de belangrijkste koppelgenoten van Pijnen in zijn zesdaagseleven: Günther Haritz, (7 overwinningen uit 23 starts), Leo Duyndam (9 overwinningen uit 21 starts), Gert Frank (6 overwinningen uit 16 starts), Francesco Moser (9 overwinningen uit 14 starts) en Patrick Sercu (8 overwinningen uit 14 starts). In totaal won hij een zesdaagse met 28 verschillende partners. Daaronder waren ook typische wegrenners als Gerrie Knetemann, Jan Raas, Giuseppe Saronni en Roger De Vlaeminck. Sercu won 15 zesdaagsen met Eddy Merckx, 14 met Peter Post, 10 met Albert Fritz, 8 met René Pijnen, 7 met Dietrich Thurau, 4 met Gregor Braun, 3 met Klaus Bugdahlen 2 met Rudi Altig, Roger De Vlaeminck, Alain Van Lancker, Julien Stevens, Graeme Gilmore, Francesco Moser, Freddy Maertens en Gert Frank.

Na weer een gure tocht door de modder mochten de veldrijders tenslotte in Asper wel het loon van hun zware arbeid oogsten. Aan het einde van de reeks van zeven wedstrijden, meetellend voor het klassement superprestige, haalde de beste man van het seizoen, Roland Liboton 11.000 gulden op. Voor Hennie Stamsnijder was er 8.250 gulden, voor Paul De Brauwer 5.500 gulden en voor Rein Groenendaal 4.400 gulden extra premie. In het weekend van 11 en 12 januari 1986 won Yvan Messelis de cross in Zillebeke en Hennie Stamsnijder het slotaccoord in Asper.

Richard Groenendaal staat op het punt zijn imposante crossloopbaan af te sluiten. In 1990 had hij als 18-jarige nog geen weet van wat hem allemaal zou overkomen. Groenendaal begon vier jaar eerder in 1986 bij de wielervereniging Schijndel zijn carrière. Dit deed hij in de categorie nieuwelingen bij trainer Antoon van Heertum. Bij de nieuwelingen en junioren reed hij in het shirt van zijn club. Hier combineerde hij het veldrijden nog met het wielrennen op de weg. In zijn eerste kampioenschap veldrijden in januari 1986 werd hij zesde. Daarna won hij in de eerste jaren elk jaar de nationale titel en in 1989 de wereldtitel bij de junioren. De Telegraaf schreef op 15 januari 1990 over de vierde titel op rij van Richard. 'Het lijkt erop dat het Richard Groenendaal allemaal geen moeite kost want voor het vierde jaar op rij werd de zoon van Rein Groenendaal gehuldigd als Nederlands kampioen. Na eerdere kampioenschappen bij de nieuwelingen en junioren bleek ook in Maarn geen enkele amateur opgewassen tegen het talent uit Sint Michielsgestel. Al in de eerste ronde sloeg hij een kloof van tien seconden.' Uiteindelijk was het zilver (op 1 minuut 24) voor Freddy Kuypers en het brons met acht seconden meer voor neef Frank Groenendaal. Pa Rein maakte het weekend compleet met zijn zilveren plak bij de profs op 13 seconden achter Adrie van der Poel. Het brons was hier voor Frank van Bakel.

Deze week is het '1965-portret' gewijd aan Marinus van Ginneken. 'Tevreden, ja zelfs dik tevreden ben ik over de eerste contacten met de beroepsrenners. Viel mijn debuut in de Acht van Chaam dan misschien in het water door die lekke band, ik heb toch de zogenaamde B-course te Brasschaat gewonnen en zegevierde met mijn ploeg ook in het Nederlands clubkampioenschap. Het is vanaf mijn debuut in 1959 altijd mijn doel geweest om een goed beroepsrenner te worden, daar heb ik alles voor over, overhaast de boel echter niet want dan zit je zelf met de brokken.' En verder stond er in het portret dat Van Ginneken in 1965 een van onze jongste beroepsrenners was, rijp genoeg om al groot werk op zijn schouders te kunnen nemen. Niet voor niets lag er thuis in de kast zo’n groene commandobaret en die kreeg je echt niet voor tien kilometer met bepakking hardlopen. En Van Ginniken voegde daar aan toe: 'Mijn eerste overwinning liet ik noteren te Deinze in een course over 160 kilometer. Gek, maar als nieuweling heb ik nooit kunnen winnen, misschien was de afstand niet zo ideaal voor me. Als amateur daarentegen won ik er bijvoorbeeld vorig jaar negen koersen.' Van Ginneken, die in 1963 alleen door de zwakte van zijn ploeg Olympia’s Tour verloor, vertegenwoordigde Nederland dat seizoen in de strijd om de wereldtitel ploegentijdrit. De sterke knaap, die volgens de schrijver vergelijkingen opriep met mannen als Wim van Est en een Bart van der Ven, zou er in 1965 vaak bij zijn toen de vette prijzen werden uitgereikt. Toch zou het allemaal wat tegenvallen met Marinus. Hij zou prof blijven tot en met 1969 in ploegen als Fyffes, VRP-Locomotief, Aluminium Bazuin en Goldor. Volgens de alleswetende bijbel van Wim van Eyle en Jacques Burremans zou hij nog slechts één overwinning boeken en dat was op 20 maart 1965 in de eerste editie van de Omloop van het Waasland in Kemzeke. En op die erelijst staat de renner uit Schijf toch mooi tussen toppers als Gerben Karstens, Tino Tabak en Erik Breukink.

Tot volgende week!"

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 12 januari 2009 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web