Uit de beeldentuin van Jac ...

"Links naast de gevel van eetcafé 'De Flandrien', het voormalige café 'Verzekering tegen de Dorst', aan de Oostveldkouter 141 in Lovendegem, is aan een stenen sokkel met daarop een gedicht van Willy Verhegghe een koperen plaquette bevestigd met in bas-reliëf het hoofd van Maurice De Waele. Het is de plek waar ...

... hij op 27 december 1896, is geboren en opgegroeid. Als u eens wilt gaan kijken: als je van Gent komt, dan ligt het café aan de rechterzijde van de N9. Maurice De Waele was een renner die wegens zijn regelmatige manier van rijden 'de metronoom' werd genoemd. Hij won in 1929 de Tour de France. Nadat de twee voorgaande edities door de macht van de grote ploegen weinig spektakel hadden gekend, wilde Desgrange weer terug naar een individuele formule, vooral omdat de lezers door het voorspelbare verloop de aandacht voor het evenement dreigden te verliezen. Dat betekende ook dat een renner die pech had niet meer geholpen zou mogen worden door een ploegmaat. Het leek er in eerste instantie op dat Desgrange bereikte wat hij wilde, want de koers kende talrijke positiewisselingen en de gele trui wisselde regelmatig van eigenaar. Kortom, het was een boeiende Tour, zoals in jaren niet vertoond. Na zeven etappes gingen er in Bordeaux zelfs drie renners aan de leiding. Dat waren Nicolas Frantz, de al op leeftijd zijnde Victor Fontan en André Leducq. Aan alle drie werd een gele trui uitgereikt. De Waele, die in Brest al het geel had veroverd, reed twee keer lek en verloor de leiding. Iedereen rekende op een duel tussen Frantz en Buysse, maar het zou anders lopen. Buysse kwam nog wel als eerste boven op de Aubisque, maar was al bezig aan zijn zwanenzang en hij werd in de afdaling bijgehaald. Victor Fontan, 'de koning van de Pyreneeën', nam in Luchon de leiding over maar brak de dag erna zijn frame in de rit naar Perpignan. Het was een zware teleurstelling, zowel voor Fontan zelf als voor het Franse publiek, dat al hoopte eindelijk sinds 1923 weer een keer een Franse winnaar te mogen meemaken. Fontan leende nog wel een fiets van een toeschouwer en kreeg later van een garagehouder een beter exemplaar, maar zijn achterstand werd steeds groter. Toen dat op de Portet d'Aspet opgelopen was tot een half uur gaf hij gedesillusioneerd op en werd Maurice De Waele de nieuwe leider. Die moest echter in de Alpen nog een geweldige inzinking verwerken. Hij werd ziek en de avond voor de zware rit van Grenoble naar Evian vond men hem bewusteloos op de binnenplaats van het hotel. Met slechts enkele klontjes suiker in een bidon water, begon hij aan de eindeloze tocht. Dankzij zijn oppermachtige Alcyon-ploeg, die de koers dagenlang lamlegde, en met de hulp van enkele ploegmaten, die hem over de Alpen sleepten, wist hij de leiding in het klassement toch nog te behouden. De Waele knapte de volgende dagen weer op en in Parijs werd hij gehuldigd als een groots kampioen, die een geweldig doorzettingsvermogen had getoond. 'Hij verrichtte mirakels van wilskracht en volharding', jubelde Karel Van Wijnendaele. Henri Desgrange, die alles met lede ogen had aangezien, vond echter dat De Waele de zege niet eerlijk had verdiend. 'Het gele tuniek om een lijk', schamperde hij. Het zou de aanleiding voor Desgrange vormen om in 1930 de formule met landenploegen in te voeren. Hij ontzegde De Waele zelfs de toegang tot die Tour. Pas in 1931 was hij weer welkom en werd hij vijfde. De verdere erelijst van Maurice De Waele 'een Flandrien met buskruit in de benen' is vrij bescheiden. Hij won enkele kleinere ronden, zoals de Ronde van België en twee keer de Ronde van het Baskenland. Na het wielrennen begon hij een groothandel in fietsen in Maldegem, waar hij in 1952 op vijfenvijftigjarige leeftijd overleed. Het sportstadion 'Maurice De Waele' is daar naar hem vernoemd.

Tot over veertien dagen!"

Jac Zwart

Door Fred van Slogteren, 27 december 2008 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web