Uit de ordners van Jan ...

"Voor de 'koers van de week' ga ik vandaag maar liefst veertig jaar terug in de tijd, toen tussen 12 en 18 december 1968 de derde Zesdaagse van Amsterdam werd verreden. In de krant van toen stond: 'Getekend, dodelijk vermoeid, als had hij zojuist de zwaarste bergreuzen van de Tour de France achter de wielen, maar blij, zat Jan Janssen in zijn cabine. Naast hem Klaus Bugdahl. Beiden drukten elkaar zwijgend de hand. Woorden waren verder overbodig, ze hadden Amsterdams derde zesdaagse gewonnen door de genadeloze finale zegevierend te beslissen met toch een ronde voorsprong. Beiden hebben diep in hun reserves moeten tasten. Negen minuten voor het einde viel de beslissing na een schier tomeloze jacht. Er waren in die laatste minuten geen gewone krachten meer beschikbaar. Jan Janssen cirkelde op dezelfde 'moraal', die hem al eerder dit jaar geweldige triomfen bracht en Klaus Bugdahl dreef op zijn grote routine, de Duitser bereikte in Amsterdam zijn 23e zesdaagse-overwinning.
De zege van Janssen-Bugdahl haalde een streep door de rekening van Peter Post en Leo Duyndam, die juist in de slotfase geen krachten meer hadden om het peloton naar de weggesprongen Janssen en Bugdahl te slepen. Duyndam zat al geruime tijd illusieloos op de fiets en Post alleen kon de zaak ook niet redden. Het vijfduizendkoppige publiek koos tenslotte de zijde van Jan Janssen en Klaus Bugdahl.
De einduitslag: 1. Janssen-Bugdahl, 290 punten, afgelegde afstand 1921,582 kilometer, 2. op 1 ronde ...

... Post-Duyndam 548 punten, 3. Lykke-Eugen 254, 4. Altig-Renz 222, 5. Kemper-Oldenburg 158, 6. op 12 ronden Koel-De Wit 300, 7. op 13 ronden De Loof-Severeijns 233, 8. op 38 ronden Beghetto-Louis Pfenninger 166 en 9. op 81 ronden Baench-Lawrie 157. Je zal maar op 81 ronden worden gereden.

De Zesdaagse van Maastricht kende in 1981 een Nederlands superkoppel, met de namen Jan Raas en Gerrie Knetemann. Ze zouden uiteindelijk op één ronde vierde worden achter René Pijnen en Ad Wijnands. In de Limburgse hoofdstad was echter de ophanden zijnde start van de Raleighploeg in de Ronde van Italië het belangrijkste onderwerp van gesprek. Knetemann: 'Als het moet, dan moet het maar. Dan kunnen we er toch weinig aan veranderen. Jan Raas maakte zich meer zorgen over de uitbreiding van het programma. Vooral omdat er in april weinig tijd is om even gas terug te nemen, doordat de Gold Race, die hij al vier keer won, verschoven was naar 25 april. 'Dat betekent, dat ik alle klassiekers moet rijden, dus ook Luik-Bastenaken-Luik en de Waalse Pijl. Dat zijn wedstrijden, waarin ik anders niet startte of het kalm aan deed. Nu zal ik er ook moeten rijden, omdat anders de voorbereiding op de Gold Race niet goed is. Ik ben benieuwd wat Post tussen de Giro en de Tour wil doen. Ik kan moeilijk een maand stil gaan zitten en de Tour zal voor ons toch de hoofdmoot blijven. Daar ligt nu eenmaal veel meer publiciteit dan in Italië.' Knetemann zag nog een lichtpuntje in het zwaarste programma dat de ploeg ooit afwerkte: 'De Zesdaagse van Bremen gaat voor Raas en mij nu niet door. Die valt samen met de ploegpresentatie in Parijs.'

Twee jaar later was de Zesdaagse van Maastricht het eerste optreden in eigen land van Gerrie Knetemann na zijn zware val op 24 maart 1983 in Dwars door België. Op Guadeloupe reed de Kneet enkele criteria, waarna Maastricht zijn hernieuwde kennismaking met de piste was, alvorens hij contracten in Gent, Dortmund en Rotterdam zou afwerken. De Kneet was in Maastricht gekoppeld aan de Duitser Horst Schütz. In De Telegraaf van zaterdag 17 december schreef Ron Couwenhoven: 'Kneet valt weer in de prijzen'. Een eenvoudige bos tulpen zwiepte in mijn nek, terwijl ik (Couwenhoven) met soigneur Cock van Leeuwen sta te praten. Kneet kijkt grijnzend achterom. Alsof hij niet weggeweest is. Bijna negen maanden na zijn verschrikkelijke val in Dwars door België is hij weer terug in de race. Hij heeft net een afvalkoers gewonnen. Geroutineerd onderwerpt hij zich aan het ritueel. Bloemetje, kus van de miss, op de foto met de sponsor, zwaaien naar het publiek, ereronde, droog zweethemd aan, even rusten in de cabine en dan weer in het zadel. Aan de zijde van de Duitser Horst Schütz rijdt Gerrie Knetemann weer zijn eerste serieuze wedstrijd. De eerste avond draaide hij erg goed. Veel zegt het hem niet. 'Misschien zit ik over een paar dagen in de problemen. Tenslotte beginnen de voornaamste problemen tijdens een zesdaagse bijna altijd op de derde dag. Ik ben er niet bang voor. Het voornaamste is dat ik nu weer volop train en koers en dat mijn been stukken vooruit is gegaan. Van mijn pols heb ik bijna helemaal geen last meer. Dus het zal allemaal best in orde komen.' Uiteindelijk zou het Nederlands-Duitse koppel vijfde worden, op ronden van de winnaars Albert Fritz en Dietrich Thurau.

'Nederlandse Plaag' kopte De Gelderlander op maandag 15 december 1986. Jean Nelissen stelde dat de Superprestige veldrijden in het vijfde jaar van zijn bestaan bezocht werd door een Nederlandse plaag. Nooit eerder legden veldrijders uit één land zo hun wil op aan de concurrenten. De vier eerste plaatsen in het internationale klassement werden al bezet door Nederlanders. Op het circuit van Oss eindigden behalve winnaar Hennie Stamsnijder op 14 december nog zes landgenoten bij de eerste tien. Vooral voor de Belgen kende deze competitie een dramatisch verloop. De laatste vier klassiekers, meetellend voor het klassement, zouden in de weken daarna allen in België verreden worden. De organisatoren hoopten bij een verminderde publieke belangstelling door de matige Belgische resultaten op een spoedige come-back van de befaamde Roland Liboton.
Na een slechte seizoenstart met veel problemen aan zijn fiets toonde Liboton een week eerder in een tweetal crossen tekenen van herstel. In Koksijde en in Zwitserland won hij beide keren. Echter, halverwege de slopende modderrit in Oss, toen het slijk de renners bijna onherkenbaar had gemaakt, gooide Liboton ontgoocheld zijn fiets in een greppel, zijn laatste supporters verslagen achterlatend. En daarmee verdween ook de laatste weerstand van betekenis tegen de Nederlandse deelname. In Hennie Stamsnijder (32) en Martin Hendriks (21) had Nederland rijders uit twee generaties die voor de anderen simpelweg te sterk waren.
De eerste tien: Stamsnijder, Hendriks, De Rey (Bel.), Groenendaal, Baars, Pley, Thielemans (Bel.), Kools, De Bie (Bel.) en Van Bakel

Erik Breukink en Leontien van Moorsel vielen in de prijzen tijdens de verkiezing van de sportman en sportvrouw van het jaar 1990. Beide kregen in het Concertgebouw van Den Haag de Jaap Eden trofee uitgereikt. Breukink won twee etappes in de Tour de France en eindigde als derde in het eindklassement. Bovendien won hij de Ronde van Ierland en schreef hij de wereldbekerfinale op zijn naam. Hij bleef schaatser Ben van de Burg, motorcoureur Hans Spaan en roeier Frans Göbel voor. Leontien van Moorsel werd in Japan wereldkampioene achtervolging en met drie collega's eerste in de ploegentijdrit. Zij bleef zwemster Marianne Muis, triathlete Thea Sybesma en atlete Elly van Hulst ruim voor.

Deze week is het '1964-1965-portret' van Cees Haast. 'Het jaar is voor mij met pech begonnen. Samen met Leo van Dongen was ik aan het trainen, toen Leo opeens zei: Cees, heb je je zadel verzet?. Helemaal niet, antwoordde ik en ik ging om het te bewijzen op de pedalen staan. Ik vergat echter dat ik op een doortrapper reed, de zaak daarmee blokkeerde en over de kop sloeg. Resultaat een gebroken pols. Een geluk bij een ongeluk was dat het nog vroeg in het jaar was. Kleine Cees Haast, die zich in de Tour de France als een goed klimmer deed opmerken, was een latertje in de wielersport. Geboren op 19 november 1938 debuteerde hij in 1959 als nieuweling, trainde veel en reed regelmatig prijs. 'Toen reeds ondervond ik dat het met de sprint niet best was, overwinningen waren dan ook meestal voor anderen. Ik heb er in mijn tweede seizoen bij deze categorie één gewonnen.' Van augustus 1960 tot juni 1963 was Haast een strijdbare amateur, die niet op een koersje meer of minder keek. 'In 1962 reed ik er maar liefst 102 en het heeft me niets gedaan.' Enkele knappe prestaties van de landbouwerszoon: 1e in de Omloop van de Baronie met 2 minuten voorsprong; 2e in de Ronde van Midden-Nederland, 2e in de Ronde van Limburg. In 1963 werd hij uitgeroepen tot strijdlustigste renner van Olympia’s Tour, ging meteen over naar de onafhankelijken en werd afgevaardigd naar de Tour de l'Avenir. 'De zwaarste periode uit mijn loopbaan; in mijn onervarenheid ging ik met de beste klimmers naar boven en geen meter gaf ik ze cadeau. Twee kilometer voor de top was het gebeurd. Benen en adem wilden niet meer en ik werd in de brokkenwagen gestopt. Niet meer over praten, heb er veel van geleerd.'
Haast kreeg een nieuwe kans in de Ronde van Canada, met als resultaat acht dagen in de leiderstrui en triomfantelijk eindoverwinnaar. Pellenaars nam hem hierna op in de Televizier-ploeg en Haast maakte er in 1964 een goed seizoen van. In de Tour – reeds op de eerste dag betrokken bij een valpartij – bleek hij een prima klimmer. Hij eindigde als tweede in het Nederlands Kampioenschap en reed het wereldkampioenschap in Sallanches.
'In 1965 wilde ik echter ook wel eens het ererondje rijden. Onze ploeg reed veel koersen en dus waren er kansen genoeg voor me.' Fred schreef op 19 november 2007 in De Burgerlijke Stand: 'Het kleine manneke uit Rijsbergen kon namelijk klimmen, een vaardigheid die uiterst zeldzaam was bij Nederlandse coureurs. Hij kwam bovendien uit West-Brabant, ook toevallig de geboortegrond van D’n Pel en dat maakte Haast tot het lievelingetje van de meester. Waar hij ook ging, overal was er de beschermende hand van Pellenaars. Helaas niet in de koers, want daar moest Cees het alleen doen. Dat was jammer, want hij was nogal een pechvogel. Hij viel nog wel eens. Niet zomaar met een schrammetje, maar altijd op zijn kokosnoot en met veel bloed. Een beetje een Poulidor, die er ook altijd bij lag. Toch fietste Haastje een mooie erelijst bij elkaar met een 14e stek in de Tour, een 17e in de Giro en een 5e en een 8e plaats in de Vuelta. Na zijn loopbaan ging hij – meen ik – de wegenbouw in en bestierde hij op zaterdag zo’n kruidenierswagen vol bier. En bij het uitventen moet hij altijd weer dat verhaal vertellen van zijn val op de Col du Lautaret waar hij een slagaderlijke bloeding opliep en huilend in de armen van D’n Pel op de dokter wachtte. Hij zal nu wel met pensioen zijn, maar als u hem tegenkomt zal hij het verhaal graag nog eens vertellen.'

Tot volgende week!"

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 15 december 2008 9:00

raas en de giro

raas had zich geen zorgen hoeven maken over de girostart van raleigh, want het is er niet van gekomen. de ploegen waarvan raas later ploegleider was reden ook zelden of nooit de giro trouwens.

Geplaatst door ronnie, 15 december 2008 12:31:53

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web