Uit de beeldentuin van Jac ...

"Afgelopen week heb ik 'De Renner' weer eens gelezen, de klassieker uit de wielerliteratuur van Tim Krabbé. Het is een boek dat nooit verveelt en waarin hij het verloop beschrijft van de Ronde van de Mont Aigoual en de gedachten die tijdens het rijden van deze koers door zijn hoofd speelden. De route loopt ook over de Col de Perjuret en dat ...

... deed mijn gedachten wat afdwalen naar de Honderd Cols Tocht die ik een paar jaar geleden heb gereden. Toen kwam ik in een klein groepje over deze vrij onbetekenende col in de Cevennen, waar een gedenksteen staat voor Roger Rivière, die hier in 1960 in de afdaling in een ravijn viel. Rivière was een begenadigd tijdrijder en achtervolger die al op zijn 21e een werelduurrecord vestigde op de beroemde Vigorellibaan in Milaan. Ruim een jaar later, in 1958, brak hij dat record op diezelfde baan en passeerde als eerste de grens van 47 kilometer, namelijk 47 kilometer en 346 meter. Die prestatie krijgt des te meer reliëf als men bedenkt dat hij na 48 minuten een lekke band kreeg, wat hem ongeveer 20 seconden kostte. Al eerder, in 1956, was hij als amateur wereldkampioen in de achtervolging geworden. Omdat hij niet alleen op de baan goed presteerde, werd hij al gauw gezien als een van de weinigen die de hegemonie van Anquetil zou kunnen doorbreken, ook al omdat hij verdienstelijk kon klimmen en in de bergen waarschijnlijk op niet al te grote achterstand zou worden gereden. Dat bleek te kloppen in de Tour van 1959, waarin Rivière twee tijdritten won en de concurrenten Anquetil en Riviére alleen maar tegen elkaar reden. Daardoor kon Federico Bahamontes, die als pure klimmer normaal geen kans zou hebben gehad, zijn enige Tour winnen. Het jaar daarop moest het voor Rivière dan wèl gebeuren en stond hij barstensvol ambitie aan de start van een Tour waarin Anquetil, die dodelijk vermoeid als winnaar uit de Giro was gekomen, ontbrak. In de zesde etappe begon Rivière aan een groot offensief, zonder zich te bekommeren om zijn landgenoot Henri Anglade die op dat moment in het geel reed. Hij won die etappe op de wielerbaan van Lorient en Anglade, die op veertien minuten werd gereden, verloor de gele trui. Anglade bleek voorspellende gaven te hebben toen hij zei: 'Wij hebben zojuist de Tour verloren! Rivière zal fouten maken. Hij zal proberen Nencini te volgen in de afdalingen en dat zal fout aflopen. Vorig jaar kon hij tenauwernood het ergste vermijden in de afdaling van de Aspin.' Het gebeurde zoals voorspeld. In de afdaling van de Perjuret probeerde Rivière Nencini bij te houden en die Italiaan was destijds de beste afdaler van de wereld. Rivière miste een bocht en tuimelde over de reling. Twintig meter lager kwam hij terecht in het kreupelhout en brak bij zijn val zijn wervelkolom op twee plaatsen. Het was afgelopen met zijn profcarrière, die nauwelijks 3,5 jaar had geduurd. Hij werd voor tachtig procent invalide verklaard en moest een langdurig proces van revalidatie doorlopen. Dat ging aanvankelijk gepaard met veel publiciteit in de media, maar geleidelijk aan verminderde de aandacht en verdween Rivière uit de publieke belangstelling. Dat bleek hij vooral geestelijk niet aan te kunnen en hij raakte verslaafd aan verdovende middelen. Hij opende een restaurant in Saint Étienne en gaf het de naam 'Vigorelli', naar de wielerbaan waarop hij zijn werelduurrecords vestigde. Daarna begon hij een garage en vervolgens een vakantiekamp in het Rhônedal. Vrijwel alles wat hij aanpakte liep verkeerd af of ging failliet, tot hij in 1976 overleed aan kanker. Er is nadien veel gespeculeerd waarom Rivière dat nutteloze duel met Nencini was aangegaan. Hij zou in de volgende tijdrit zijn kleine achterstand ongetwijfeld hebben goedgemaakt. Feit is dat hij experimenteerde met pepmidddelen en pijnstillers, die in zijn trui zijn gevonden en die mogelijk zijn reactievermogen hebben beïnvloed. Het kan ook overmoed zijn geweest, gevoed door ambitie en angst om te falen. In ieder geval heeft een plaatselijke boer ook nu nog niets met het hele voorval op. In een reisreportage in het Duitstalige wielertijdschrift 'Tour' van april 2006 noemt hij Rivière 'een nietsnut die drugs nam' en verklaarde voorts dat hij zich dat hele theater nog goed herinnerde omdat de helikopter, die Rivière naar het ziekenhuis vervoerde, op zijn aardappelveld was geland en dat alle omstanders, politie, journalisten en publiek zijn hele oogst hadden vertrapt. Wat hij er niet bij vertelde was dat hij, volgens ploegleider Raphaël Geminiani, met een geladen geweer de omstanders bedreigde en ook daadwerkelijk heeft geschoten. Hij stopte pas met zijn gewelddadige acties toen de organisatie van de Tour hem een schadevergoeding aanbood. De boer is nu nog steeds boos, want hij blijkt die schade nooit vergoed te hebben gekregen.

Tot over veertien dagen!"

Jac Zwart

Door Fred van Slogteren, 13 december 2008 9:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web