Uit de beeldentuin van Jac ...

"In het centrum van Dundrum, een voorstadje van Dublin, staat een gedenkteken als hommage aan Stephen Roche, die op 28 november 1959 in dat plaatsje werd geboren en gisteren dus zijn verjaardag vierde. Het is gemaakt door ...

... de beeldhouwster Cliodhna Cussen, het bestaat uit graniet en brons en heeft de vorm van een medaillon met drie crankstellen. Het in 1994 geplaatste monument staat voor de deur van zijn oude woonhuis, aan de westzijde van Main Street en het memoreert de drie belangrijkste triomfen die Roche wist te behalen, namelijk het winnen van de Giro, de Tour en het wereldkampioenschap in één en hetzelfde jaar: 1987. De enige die hem daarin voorging was Eddy Merckx in 1974. Drijvende kracht achter de installatie van het monument was Joe Daly, de eigenaar van de nabijgelegen wielerzaak waar een nog jonge Stephen Roche zijn eerste racefiets kocht. In 1998 startte de eerste etappe van de Tour de France in Dundrum, op initiatief van de huidige UCI-voorzitter Pat McQuaid. Stephen Roche begon zijn profcarrière in 1981 toen hij een contract ondertekende bij Peugeot. Het succes liet niet lang op zich wachten, want drie maanden later won hij de voorjaarskoers Parijs-Nice al. Omdat hij een goede tijdrijder was en ook in de bergen goed mee kon behoorde hij altijd tot een van de favorieten in de middelzware etappekoersen. Zo won hij in totaal drie maal de Ronde van Romandië. In 1985 won hij voor de eerste keer een (halve) etappe in de Tour en eindigde achter Hinault en LeMond als derde op het podium in Parijs. Het was een teken dat er op hem gelet moest worden als potentiële Tourwinnaar. Een val in de Zesdaagse van Parijs in 1986 zorgde echter voor een minder jaar. Het bleek slechts uitstel en geen afstel, want in 1987 kwam hij zeer sterk terug. Hij was het jaar daarvoor overgestapt naar de ploeg van Carrera en won na een goed voorseizoen de Giro met ruim drie minuten voorsprong op Robert Millar. Die overwinning kwam niet zonder slag of stoot tot stand, want binnen de ploeg heerste een vete tussen Roberto Visentini en de Ier. Officieel was Visentini kopman voor de Giro en Roche voor de Tour, maar het wantrouwen tussen beide zat zo diep dat de ploeg intern totaal verscheurd werd en de ene helft tegen de andere reed. In de Dolomieten ging Roche met een kopgroep mee toen Visentini in de roze trui reed. Die raakte prompt in paniek en trommelde al zijn knechten op om de vlucht te neutraliseren. Toen Roche daarna opnieuw met een andere ontsnapping meeging was er geen hulp meer over voor Visentini die de leiding kwijtraakte en moest afstaan aan Roche. De Tour de France ging dat jaar van start zonder echte favoriet. Hinault was gestopt, LeMond ontbrak wegens zijn ongeluk tijdens de jacht en Fignon kwam niet meer vooruit in de tijdritten. De gele trui wisselde een aantal malen van eigenaar maar uiteindelijk werd het een duel tussen Stephen Roche en de Spanjaard Pedro Delgado. Fignon won de etappe naar La Plagne, waarin zowel Delgado als Roche op het punt van breken stonden en Roche na de finish zelfs aan de beademing moest. Hij sloeg de beslissende slag op de voorlaatste dag in de tijdrit rond Dijon. Hij won de Tour met een voorsprong van veertig seconden op Delgado na slechts drie dagen in de gele trui te hebben gereden. Hij werd daarmee de eerste Ier die de belangrijkste etappekoers op zijn naam bracht. Omdat hij in de Tour nauwelijks hulp had gekregen van zijn ploeggenoten en in conflict lag met de ploegleiding, wegens de gebeurtenissen tijdens de Giro, weigerde hij zijn overwinningspremie in de ploegkas te storten en betaalde hij alleen de Belg Eddy Schepers wegens diens hulp. Toen in Villach het wereldkampioenschap van start ging leek de accu van Roche al helemaal leeg. In de dertien man sterke kopgroep, met daarin drie Nederlanders, gingen alle ogen daarom naar Sean Kelly als huizenhoog favoriet. Maar Roche ging er met nog een kilometer te gaan alleen vandoor en won voor de verblufte concurrentie.
Na zijn gloriejaar ging het minder met de Ier en kreeg hij steeds meer last van knieproblemen, nog een gevolg van zijn valpartij in 1986. Hij won nog wel enkele lichtere etappekoersen, zoals de Ronde van het Baskenland (1989) en de Catalaanse Week (1990). Hij won ook nog een enkele etappe in de Tour (La Bourboule, 1992) maar nam in 1993 definitief afscheid van het peloton. Tegenwoordig houdt hij zich onder meer bezig met het organiseren van fietskampen op Majorca en is hij eigenaar van een hotel in Antibes. Dat hij zelf ook nog sportief actief is bewijst zijn deelname aan de New York Marathon dit jaar.
(Foto: courtesy Liam Farrell)

Tot over veertien dagen!"

Jac Zwart

Door Fred van Slogteren, 29 november 2008 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web