Uit de ordners van Jan ...

“De koers van de week speelt zich af in het Rotterdamse Sportpaleis Ahoy’ op zondag 3 november 1974. Op meer dan overtuigende wijze won Martin Venix toen het nationaal kampioenschap achter Javanti-dernies. Samen met gangmaker Frits van Duivenbode liet hij niets heel van de reputatie van al degenen die zich het laatste jaar naam hebben veroverd op dit specifieke onderdeel van de programma’s op de winterbanen. Zelfs een routinier als Gaby Minneboo, in 1973 de eerste kampioen achter de 'brommers', had geen verweer tegen de als een centrifuge draaiende Venix. Met drie ronden verlies hield de Geervlietse postbode van de overige zeven finalisten de schade het meest beperkt. De jonge Schiedammer Klaas Koetje, die brons won, moest op de eindstreep vijf ronden toegeven. Martin Venix, die tijdens de halve finales een week eerder al voor een nieuw baanrecord tekende, zorgde deze zondag met een tijd van 29.57 over de dertig kilometer voor een nieuw nationaal record. De 3200 bezoekers stonden op de banken.
De Javanti derny motoren, waar in de jaren zeventig mee werd gereden in Rotterdam, werden zo genoemd omdat deze waren gebouwd door ...

... Jan Van Tilborg Ja-van-ti. Ze hadden allen een Kreidler tweetakt motor. Enkele jaren geleden (2003–2004) zijn deze door gangmaker Jan Jonker omgekat tot lichte stayermotoren (LSM) met een Puch motor van 85cc.
De uitslag: 1. M. Venix (Van Duivenbode), 2. G. Minneboo (Zijlaard), 3. K. Koetje (Van Tilburg), 4. R. Zuydweg (Verdoorn), 5. M. Rietveld (Kraal), 6. B. Huveneers (Koppejan), 7. G. Slot (bergman) en 8. R. Smit (v.d. Torre).

In de krant van donderdag 3 november 1977 stond het bericht dat René Pijnen met Francesco Moser de Zesdaagse van Grenoble op zijn naam had geschreven. Ze bleven het befaamde Belgische koppel Eddy Merckx en Patrick Sercu maar liefst 93 punten voor. Op één ronde werden Bernard Thevent en Günther Haritz derde. En er waren nog meer weg-vedetten die toen in Grenoble de SIX betwistten; Giuseppe Saronni werd met Roman Hermann vierde, Gregor Braun met Peugeot ploegmakker Jean-Pierre Danguillaume zevende en Jacques Esclassan met Jürgen Tschan achtste. Op de foto zien we de Franse sprinter Jacques Esclassan.  Hij was beroepswielrenner van 1972 tot 1979. Zijn specialiteit was de sprint in vlakke etappes en ietwat geaccidenteerd terrein. Zijn meest in het oog springende prestatie was de overwinning in het puntenklassement in de Ronde van Frankrijk van 1977 en de daaraan verbonden groene trui. Een jaar eerder was hij al eens derde geworden in dit klassement en in 1978 werd hij nipt afgetroefd door de Belg Freddy Maertens. Esclassan won vijf etappes in de Ronde van Frankrijk. In totaal heeft hij 57 overwinningen als professional geboekt.

Zondag 5 november 1979 organiseerde Ren- en Toeristenclub Groenewoud de 2e uitgave van de veldrit van Berg en Dal in het bosgebied “De Vier Perken”. In het programmablad van toen ging ik op zoek naar toekomstige vedetten. Bij de nieuwelingen ontdekte ik Michel Groenendaal, Matthieu Hermans en Gino Meex. De koers werd echter gewonnen door R. de Graaf uit Apeldoorn, Hermans werd vierde. Bij de junioren stonden Jan en Peter Harings uit Sibbe aan het vertrek, alsook Henri Manders en Nico Verhoeven. Manders werd winnaar in Berg en Dal en Jan Harings tweede. Manders  zou tussen  1983 en 1992 als professional fietsen. Hij maakte zich vooral verdienstelijk als knecht en reed in die hoedanigheid zeven maal de Ronde van Frankrijk, zonder ooit een keer te zijn uitgevallen. Hij boekte in zijn carrière slechts één aansprekende overwinning, de 5e etappe in de Ronde van Frankrijk van 1985, van Neufchâtel-en-Bray naar Roubaix. Er kleefde echter wel een nare bijsmaak aan deze zege. Manders reed lange tijd vooruit met Teun van Vliet, maar kreeg van zijn ploegleider Jan Raas de opdracht geen kopwerk te verrichten. Toen Van Vliet in de buurt van Roubaix aan het eind van zijn krachten bleek te zijn, kon Manders eenvoudig de etappezege op zijn naam schrijven. Het slotakkoord, de koers voor amateurs en beroepsrenners, werd overtuigend gewonnen door Hennie Stamsnijder. Al in de derde ronde voerde hij het tempo zo hoog op dat geen van de andere coureurs in staat bleek hem bij te houden. Reinier Groenendaal en Herman Snoeijink probeerden het nog wel, maar de ontketende Stamsnijder liep steeds verder weg. Uiteindelijk was de voorsprong op de twee achtervolgers meer dan drie minuten.

Wielersport verscheen op 5 november 1964 met een cover waarop de gouden vaderlandse wielerploeg te zien was, bestaande uit Eef Dolman, Bart Zoet, Jan Pieterse en Gerben Karstens. Ze werden geflankeerd door chef d’equipe mr. J.P.A. van Ballegoijen de Jong (rechts), een verheugde kroonprinses Beatrix (midden) en bondscoach Joop Middelink (links). In het blad staat het verslag van Evert van Mokum over het wielergebeuren tijdens de Olympische Spelen van 1964 in Japan. Hieruit blijkt dat de chef d’equipe erg tevreden was over de resultaten in Tokyo. Naast het goud voor de genoemde coureurs tijdens de ploegentijdrit op de weg was er ook nog brons op de baan bij het onderdeel vier kilometer ploegenachtervolging. Het bronzen team bestond uit Cor Schuuring, Henk Cornelisse, Gerard Koel, en Jaap Oudkerk. Speciaal werden ook de stille werkers van Tokyo geroemd. Dat waren de soigneurs Piet Libregts en Henk de Haan en de mecaniciens Wout Verhoeven en Piet Aandewiel. In dezelfde uitgave van Wielersport ook deel 1 van een serie geschreven portretten. In deze winterperiode wil ik wekelijks een van deze portretten uit 1964, geschreven door Ad Vingerhoets, naar voren halen.

Vandaag bijt Rein de Jong het spits af. De op 2 januari 1938 in Amsterdam geboren De Jong liet weten dat het seizoen 1964 niet al te beroerd voor hem was verlopen. 'Nou ja, die val in Brasschaat, daar ben ik ook al weer overheen. Ik heb goede prijzen gereden, ben aan de slag geweest in de Ronde van Spanje en zegevierde in het Belgische Rijckevorsel. Ik ben tenslotte nog maar amper één seizoen prof. Vorig jaar juli debuteerde ik en won na enkele dagen reeds in Beringen voor Jos Verachtert en die telt toch ook wél mee!' Als amateur was opperman De Jong nu niet direct een hoogvlieger. Hij had als onafhankelijke echter veel inspanningen geleverd en was nu, zonder een vedette te zijn, toch in elke koers te vrezen. Dat hij een doorzetter was bleek wel uit het feit dat hij in 1963, samen met de inmiddels uit de wielersport verdwenen Toon Rutte, Praag-Warschau-Berlijn uitreed. Iets wat hoger genoteerde knapen als Frans Balvert en anderen niet deden.
Op 3 januari 2006 las ik een bericht van Jan Zomer: 'Met Rein de Jong gaat het goed. Hij houdt regelmatig met onder andere de leden van de Bosbaanploeg de ketting strak en zijn vaste maten zijn onder andere Wim Faber, Jules Bruessing en Peter Post. Rein geniet ook met regelmaat van een Grote (Davidoff) sigaar en witte wijn..Een mooie en gezellige man die altijd leven binnen een gezelschap brengt.' Ik hoop dat deze informatie anno 2008 nog steeds aktueel is.

Rein de Jong was één van de coureurs die zijn opleiding in de Amstel Bier ploeg genoot, de formatie van Herman Krott die in ons land decennia lang grote renners voortbracht. Joop Zoetemelk, Gerrie Knetemann, Fedor den Hertog, Teun van Vliet en vele, vele anderen. Op vrijdagavond 6 november 1987 was het gedaan met de equipe. De rondborstige Amsterdammer Herman Krott stond aan de wieg en ook aan het graf. Een tikkeltje weemoedig maar toch niet echt bedroefd heeft hij het vonnis aangehoord. Ze waren er bijna allemaal in Amsterdam. Hennie Kuiper, Gerrie Knetemann, Jan Janssen, Leo van Vliet, Fedor den Hertog, noem maar op. Joop was er niet, die was het heen en weer pendelen van de laatste weken, maanden, jaren tussen Nederland en Frankrijk even beu en wilde eens een avond doorbrengen bij zijn Francoise en de kinderen in Germigny. Maar verder was iedereen, die in het Nederlandse wielerwereldje iets voorstelt of betekend heeft, aanwezig in de Heineken brouwerij. Niet om een feestje te vieren, nee, maar om op ingetogen wijze afscheid te nemen van het instituut Amstel Bier wielerploeg, de kweekvijver van Nederlands talent zaliger. Na 24 jaar, langer dan welke sponsor ooit zijn naam aan een wielerploeg verbonden heeft, was de naam van de brouwerij van de wielertruien verdwenen. Tijd voor een gepaste traan en een moment van bezinning. En wie kon dat beter doen dan Herman Krott, wiens naam 24 jaar lang onverbrekelijk aan die kampioenenploeg was verbonden. Krott, begiftigd met het Gouden Wiel, de hoogste onderscheiding die de KNWU kent, is de peetvader van de vaderlandse wielersport. 'Ja, momenten van weemoed heb ik die vrijdagavond wel gekend. Pijnlijk was het echter niet voor me. Per slot van rekening had ik al in 1994 willen stoppen als ploegleider. Mijn zaak werd te druk en met mijn gezondheid ging het ook niet zo geweldig. Arie Hassink had mijn plaats toen moeten innemen. Maar Hassink bleef liever fietsen en dus ben ik toen nog maar even doorgegaan.' Toch is vorenstaande niet de voornaamste reden waarom Krott de leiding van Amstel Bier heeft geadviseerd te stoppen met de sponsoring. 'Nee, maar het is gewoon zo dat het amateurwielrennen de laatste jaren publicitair steeds minder aantrekkelijk is geworden. Alle aandacht gaat naar de profs.'

Ook zat het Krott dwars hoe de KNWU (lees bondscoach André Boskamp) anno 1987 omsprong met de belangen van de amateurs. 'Een arrogante jongen, die Boskamp. Ziet alleen maar zijn eigen selectie van acht renners staan, de overige twaalfhonderd amateurcoureurs bestaan niet voor hem. Dat is een slechte zaak.' In de 24 jaar dat de ploeg heeft bestaan kreeg de ploegleider te maken met zo’n 130 amateurs, van wie er vijftig de overstap naar de profs maakten, een uitstekend gemiddelde. De rood-wit-blauwen (zie foto van Arie Hassink) waren dan ook gevreesd op alle fronten en boekten vele successen. De beste van allen? 'Qua resultaat Joop Zoetemelk natuurlijk, hoewel ik Fedor den Hertog als amateur hoger aansloeg. In die periode was Fedor een beest, die alles won. Als beroepsrenner heeft hij dat niveau nooit kunnen halen, jammer dat hij op het verkeerde moment overstapte.'

Vorige week viel me ineens bij de uitslag van de wereldbeker veldrit in Tabor de naam Radomir Simunek op. Simunek junior wel te verstaan, de zoon van de gelijknamige zeer succesvolle Tsjechische crosser van weleer, werd zevende op 36 seconden achter winnaar Niels Albert. Simunek senior was exact 17 jaar geleden, op 3 november 1991, superieur in Pilsen. Hij werd in 1983 en 1984 wereldkampioen in de beloftencategorie die toen nog bekend stond als de amateurs. Het communistische regime in Tsjecho-Slowakije verhinderde Simunek ervan prof te worden. Na de val van de Muur werd hij het alsnog en hij zou negen jaar beroepsrenner blijven. In 1991 werd hij wereldkampioen veldrijden bij de profs. En in die hoedanigheid won de vanwege het herstel van een griepaanval op halve kracht rijdende Tsjech voor vijfduizend enthousiaste toeschouwers de eerste Super Prestige cross van het seizoen. In de spurt versloeg hij de Italiaan Daniele Pontoni en zijn landgenoten Pavel Elsnic en Radovan Fort. Die dag was het veldrijden verre van een individuele sport. Frank van Bakel was de beste landgenoot op plaats zes, Henk Baars werd achtste en Martin Hendriks twaalfde.

Op 2 november 1997 reed (en won) de Zwitser Toni Rominger zijn laatste koers. Na twaalf jaar nam hij afscheid in Castellon in een feestelijke punten- en afvalkoers. Rominger startte zijn profbestaan bij het bescheiden Cilo, reed vervolgens in dienst van Chateau d’Ax, Toshiba, Clas, Mapei-Clas, Mapei-GB en Cofidis. Hij won drie keer de Ronde van Spanje en één maal de Ronde van Italië. In de Tour maakte hij zijn status als ronderenner nooit waar. In 1993 eindigde hij als tweede op ruime afstand van Miguel Indurain. Rominger kon ook erg goed mee in kleine etappekoersen, eendagskoersen en tijdritten. Op zijn palmares prijken twee maal de Ronde van Lombardije, twee maal Parijs-Nice en twee keer de GP des Nations en de GP Eddy Merckx. Toni Rominger nam afscheid in Spanje omdat dat land hem groot maakte als coureur.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 3 november 2008 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web