Jan Raas, de derde Nederlander die Parijs-Roubaix won

De eerste ooggetuige die mij vertelde hoe Jan Raas in elkaar zit, was Wilfried Wesemael, een voormalige Raleigh-renner, geboren in Gijseghem en thans frituurbakker in Aalst. Wesemael was vier jaar lang de meesterknecht en vertrouweling van Jan Raas bij Raleigh en ook al in 1976 bij Frisol. Door een val in een ravijn in de Tour van 1979 raakte de kleine Belg dermate geblesseerd dat zijn contract bij Raleigh niet werd verlengd. Cees Priem nam daarna de positie van persoonlijke meesterknecht en vertrouweling van Wesemael over. Een logische mutatie, want Raas heeft het niet zo op buitenstaanders. Hij zoekt het graag in zijn omgeving. De vrouw van Raas is een volle nicht van de vrouw van Priem en Priem zelf is een neef van mevrouw Wesemael. Het is daarom waarschijnlijk dat de drie elkaar al goed kenden voordat ze als ploegmaten voor Frisol reden en daarna voor Raleigh. Wesemael bewonderde ...

... Raas en hij vertelde me dat de eigenzinnige Zeeuw de mentor van de ploeg was. De man die alles regisseerde en bepaalde. Een sportdirecteur op de fiets, want de invloed van de eigenlijke ploegleider is beperkt, zeker toen er nog geen oortjes bestonden. Het beroemde Raleigh-systeem, waarbij iedereen kon winnen, was volgens de Belg dan ook een creatie van Raas en niet van Post. Zo won hij zelf eens de Ronde van Zwitserland, niet omdat Post dat wilde – die zag liever Knetemann zegevieren – maar Raas. Toen Post aan Wesemael kwam vertellen dat hij zich moest opofferen voor Knetemann sloeg Raas met de vuist op tafel, liet een paar oerhollandse vloeken los en liet Post in ondubbelzinnige bewoordingen weten dat de hele ploeg – inclusief Knetemann – in de beslissende etappe voor Wesemael zou rijden. En dat gebeurde ook.
Maar Jan Raas had ook zijn eigen verlanglijstje, vertelde Wesemael. Dan prepareerde hij zich als geen ander op de koers die hij wilde winnen en in negen van de tien gevallen won hij dan ook. Een koers die hoog op het verlanglijstje van Raas stond, is Parijs-Roubaix geweest. Maar die koers kent zo veel onzekerheden dat je ook een grote portie geluk nodig hebt om te winnen. En dat had Raas niet altijd. In 1976 was hij zevende, in ’77 zesde, in ’78 derde en in ’79 vijfde. Er steeds dichtbij, maar geen winnaar. In 1980 moest hij door pech uitvallen en in 1981 kon hij door een knieblessure niet starten. In 1982 was hij weer van de partij. Het moest nu gebeuren, hamerde het in zijn kop op die 18e april.
Raas koerste constant voorin toen de eerste kasseienstroken zich aandienden. Hij had een andere tactiek gekozen om de stenen over te komen. In plaats van de gootjes op te zoeken waar het makkelijker rijdt, maar er veel meer risico’s zijn, reed hij boven op de kruin van de weg. Dat kost meer kracht en het voelt heel onaangenaam aan, maar je gaat harder. En zo kon hij steeds de dans leiden en zat hij als vanzelfsprekend in de dertien man sterke kopgroep die op 30 kilometer van de wielerbaan niet ontstond, maar overbleef. Met mannen als Kelly, Hinault, De Vlaeminck en Kuiper bij je, moet je tactisch te werk gaan, bedacht Raas en hij stuurde ploeggenoot Ludo Peeters naar voren. De Belg demarreerde en hij sloeg een flink gat. Nou was Peeters weliswaar de knecht van Raas, maar ook iemand met een fraaie palmares waarop ook klassieke overwinningen prijkten. Dus gingen de mannen in de kopgroep diep in de beugel om het Belgische gevaar te bezweren, met Raas tevreden tussen de wielen. Met nog vijf kilometer te gaan werd Peeters vervoegd en op zo’n moment valt het altijd even stil, want er moet naar adem gehapt worden. Op dat moment knalde Jan Raas met alle macht en kracht die nog in zijn Zeeuwse lijf lag opgetast uit de groep en met een verschrikkelijk tempo ijlde hij richting Roubaix. De enige die nog kon reageren was de Zwitser Stefan Mutter. Die kwam heel dichtbij, maar toen de aansluiting bijna een feit was, versnelde Raas iets en Mutter liet het direct lopen. Op de twaalf denderde Raas vervolgens naar de piste in die troosteloze Noord-Franse industriestad. De wijze waarop hij de twee verplichte rondjes op die baan reed, gaf aan hoe blij hij was met deze overwinning. De man, die al zo veel gewonnen had, straalde van vreugde en dat had ook te maken met het feit dat hij de prestatie van zijn baas Peter Post in deze koers had geëvenaard. Wielrenners zijn soms net mensen. (© Cor Vos)

Door Fred van Slogteren, 8 april 2006 8:32

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web