Het dagboek van Jac Zwart (deel 10)

Dag 13: Bordeaux–Bayonne 225 km.

Wat kun je zeggen van Les Landes? Lange rechte wegen en veel bos. Mooie brede zandstranden, maar daarvoor zijn wij niet gekomen en ook het weer is er niet naar. Het is af en toe zelfs koud, zodat iedereen met windbreakers en mouwstukken rijdt. Ik wordt door John en Arjen (foto) vriendelijk uitgenodigd om aan te pikken bij het groepje dat zich heeft gevormd en dat in eendrachtige samenwerking richting de lunchstop in Lesparon rijdt. De eigenaar van het restaurant maakte zich er wel heel gemakkelijk van af door wat kip met macaroni te serveren met een appel als dessert. Hij durfde ook nog ...

... 3 euro 50 te vragen voor een colaatje. Na de lunch ging het verder richting Dax, waar we langs het ‘Stade Omnisport André Darrigade’ kwamen, genoemd naar de fameuze Franse sprinter uit de jaren vijftig en zestig. Ik associeer die naam nog steeds met Dax, hoewel de Vliegende Bask er  niet meer schijnt te wonen.
De laatste vijftig kilometer gingen over de uitlopers van de Pyreneeën, het terrein voor de komende dagen. Gijs was, toen de weg omhoog begon te lopen, niet meer te houden en hij viel het bergje aan ‘als een baby zijn fopspeen’. Als ik mij goed herinner gebruikte Henri Desgrange, de stichter van de Tour de France, deze vergelijking eens toen hij de vooroorlogse Franse held René Vietto beschreef, die tot de grootste klimmers aller tijden behoort. Van de bergen zelf was nog niets te zien want het was weer een grauwe en grijze massa waarin we reden, met de blijkbaar onvermijdelijke regen op het eind en een nog steeds behoorlijke wind, die we uiteraard tegen hadden. Toch worden we allemaal blijkbaar sterker, want die wind kan ons zo langzamerhand niet meer verontrusten. We verlangen er wel allemaal naar dat het eindelijk een beetje zomer wordt.

Door Fred van Slogteren, 8 juli 2008 6:01

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web