Uit de ordners van Jan …

“Op maandag 26 mei 1975 won Co Hoogendoorn van het team Soko-Flandria de 5e etappe van Olympia's Tour tussen Ulestraten en Bladel. In de sprint versloeg hij Adri van Houwelingen (Amstel), Michel Jacobs (Caballero) en Hans Langerijs (Caballero). Het kwartet had een voorsprong van meer dan een minuut op het peloton met daarin leider Jan Ruckert. De Amstel-coureur verloor hierdoor de leiding aan Langerijs, die de oranje trui niet meer zou afstaan. Op 30 mei werd de Noord-Hollander in Amsterdam als winnaar gehuldigd. Opmerkelijk - met de ogen van vandaag – was de etappewinst van ene Patrick Lefevere (op de foto aan de leiding) op 25 mei in de vierde etappe. In Ulestraten won deze Belg de koninginnenrit door Jan Ruckert te verslaan. En ja hoor die Patrick Lefevere van toen is dezelfde als de gezaghebbende ploegleider en manager van later beroemde wielerploegen als Mapei en Quick-Step. Lefevere was beroepsrenner van 1976 tot 1979 en reed voor de ploegen Ebo-Cinzia, Ebo-Superia en Marc Zeepcentrale-Superia. Op zijn erelijst staan onder andere de Omloop van de Panne, Gullegem Koerse en Kuurne-Brussel-Kuurne. In 1978 won hij de vierde etappe van de Ronde van Spanje.

Olympia's Tour kende in 1978 een uitermate sterk deelnemersveld en dat zorgde voor een spetterend koersverloop met spanning tot het eind aan toe. Arie Hassink won de ronde, maar daar moest hij op de slotdag nog hard voor werken. Daags ervoor had Bert Wekema hem namelijk de leiderstrui ontfutseld, door de kloof van 7 seconden te overbruggen. Die laatste dag begon met …

… een tijdrit over 22 kilometer in Nibbixwoud. Bert Oosterbosch won met 3 seconden voorsprong op dat andere tijdritkanon in de dop: Jan van Houwelingen. Arie Hassink werd tiende op 1 minuut 22, anderhalve minuut sneller dan Bert Wekema. De trui had hij terug en de voorsprong op nummer 2 Van Houwelingen bedroeg 49 seconden. Het leek veilig voor de Achterhoeker, maar in het tweede deel van de slotrit naar Amsterdam werd het toch nog even spannend. Op vier kilometer voor de streep was er een valpartij waar ook Hassink en de nummer drie van het klassement Jan Jonkers bij betrokken waren. In een ultieme poging ontsnapte een groep met Jan van Houwelingen, Bert Oosterbosch, Jos Lammertink en nog vier anderen. Hassink kon weer aansluiten in het peloton en het kopgroepje sprintte voor de dagzege. Lammertink won, maar het peloton met Hassink finishte slechts 13 seconden later.
Zo werd Arie Hassink op het nippertje voor de tweede opeenvolgende maal Olympia's Toer. De hele top-10 bestond uit Nederlanders en dat was een bevestiging voor de generatie profrenners die eraan zat te komen. Kijk maar eens naar de lijst: 1.Arie Hassink 1.280 km in 30 uur 18'24"; 2.Jan van Houwelingen op 0'36"; 3.Bert Oosterbosch op 0'49"; 4.Jos Lammertink op 0'54"; 5.Jan Jonkers z.t.; 6.Bert Scheuneman op 0'55"; 7.Bert Wekema op 1'26"; 8.Frits Schür op 1'50"; 9.Frits Pirard op 1'59"; 10.Egbert Koersen op 3'02"

Op 26 mei 1979 was Leo van Vliet de sterkste in de 5e etappe van de Dauphiné Libéré. In Grenoble versloeg hij Pascal Simon en Walter Polini in de spurt. In de middag won Bernard Hinault een klimtijdrit tussen Grenoble en La Bastille. In het korte ritje (4 kilometer) moest Joop Zoetemelk 12 seconden toegeven, Lucien Van Impe 13 en Sven-Ake Nilsson maar liefst 37.
Roger De Vlaeminck won op deze dag zijn tweede rit in de Ronde van Italië. In Pistoia was hij de sterkste van een groep met 23 coureurs. Cees Priem schreef de profronde van 's Gravenpolder op zijn palmares door Fons van Katwijk en Gerrie van Gerwen te kloppen. Favoriet Jan Raas werd slechts 18e. De Omloop van Midden België was voor Gery Verlinden na een korte solo. In Olympia's Tour op 26 mei 1979 werden twee ritten verreden. Eerst een individuele tijdrit in Schijndel met als winnaar Jos Lammertink voor Adrie van der Poel. In de middag een rit over 136 kilometer van Schijndel naar Hulsberg met Peter Damen als winnaar. Jos Lammertink, die al sinds de proloog de leiding had, zag zijn oranje trui niet in gevaar komen. Sterker nog, hij zou de leiderstrui niet meer afstaan en op 1 juni met forse voorsprong op Ad Wijnands de 28e uitgave van Olympia's Tour op zijn naam schrijven.

Dinsdag 26 mei 1981 won Adrie van der Poel de eerste etappe van de Dauphiné Libéré, een vlakke rit naar Saint Etienne. De jonge Brabander kwam dankzij de bonificatieseconden ook nog in het bezit van de leiderstrui. Die nam hij over van provinciegenoot Johan van der Velde, die daar niet rouwig om was. ‘Die paar seconden zeggen niets. Vanaf donderdag wordt er met minuten gegooid, dan zien we vanzelf wie de beste is.’ Van der Velde had een dag eerder in Grenoble de proloog gewonnen voor zijn ploeggenoten Ludo Peeters en Bert Oosterbosch. Van der Poel over zijn zege: ‘Eigenlijk is het een belachelijke overwinning. Ik voelde me helemaal niet zo geweldig maar in de afdaling naar de finish kwam ik toch vooraan, doordat er nauwelijks gereden werd. Ik heb wat last van mijn achillespezen. Nu ik gewonnen heb is deze wedstrijd al geslaagd.’ Het was in zijn debuutseizoen de tweede zege in Saint Etienne. In maart van dat had hij er ook al de derde etappe van Parijs-Nice gewonnen.

Jan Raas won op 26 mei 1984 de profronde van Lage Zwaluwe. Het was zijn eerste zege van het seizoen. De toenmalige klassiekerkoning stond lange tijd op non-actief door een zware rugblessure, opgelopen bij een valpartij in Milaan-San Remo. Raas versloeg na 100 kilometer drie vluchtmakkers, te weten Gerrie Knetemann, Johan Lammerts en Bert Oosterbosch.
Op dezelfde dag won de Fransman Marcel Tinazzi voor de tweede maal de monsterklassieker Bordeaux-Parijs. Twee jaar eerder had de 30-jarige in Algerije geboren en in Marseille wonende renner de rit over bijna 600 kilometer ook al gewonnen. Toen was hij goed voorbereid, maar in 1984 kwam van een behoorlijke voorbereiding niets terecht. Tinazzi was tot de laatste dag voor de start als voorzitter van de de Franse vakbond voor beroepswielrenners bezig met het zoeken naar sponsors voor het deelnemen aan wedstrijden van een aantal Franse renners zonder sponsor. Werkloze profs dus en Marcel Tinazzi was er zelf ook één. Na zijn eerste zege in Bordeaux-Parijs had hij met zijn grote mond de ploegleiders (Berland en De Gribaldy) van twee sponsors tegen zich in het harnas gejaagd. Voorbereid of niet, na 300 kilometer koers besloot de Fransman in de stromende regen tot een offensief. Het pelotonnetje van twintig renners, met toppers als Kim Andersen, Alain Bondue en Gregor Braun, liet hij achter zich. Uiteindelijk had hij in Parijs 6 minuut 28 voorsprong op Hubert Linard en 8 minuut 5 op Maurice Le Guilloux. De Belg René Martens werd 9e op 16 minuut 58.

Een jaar later was het in Bordeaux-Parijs bingo voor René Martens. De 82e editie van deze monsterklassieker werd voor de achttiende keer door een Belg gewonnen. Het was na de Ronde van Vlaanderen de tweede klassieke zege voor Martens. De Ronde van Spanje had hij als voorbereiding gebruikt. Daar had hij zich een aantal keren flink geforceerd. Ook raadpleegde hij verschillende mensen over de samenstelling van zijn voedselpakket. Elk half uur een bidon met Frutose, werd hem meegdeeld. ‘Geen idee wat dat voor spul is, maar het is goed genoeg gebleken om Bordeax-Parijs te kunnen winnen.’ Er stonden twee landgenoten aan het vertrek. Hennie Kuiper werd vijfde op 18 minuut 54 en Jan Jonkers achtste op 46 minuten. Na afloop zei Kuiper: ‘Ik heb erg moeten forceren en moest dat bekopen met een flinke inzinking. Aan Joop Zijlaard had ik een prima gangmaker. Misschien doe ik het volgend jaar wel weer.’ Die gedachte kwam niet op bij Jan Jonkers. De Brabander had het heel erg zwaar gehad. Nabij de finish slingerde hij over de weg, keer op keer brakend. Elk moment dreigde hij van zijn fiets te vallen en neer te gaan als een murw geslagen bokser. Het gebeurde echter niet. Met een onverzettelijkheid, waarvoor woorden eigenlijk te kort schieten, hield hij zich overeind en … hij haalde het. ‘Stoppen kon niet, na alles wat mijn supporters voor mij hebben gedaan. Ik zou me niet meer durven te vertonen. Voor hen ben ik verder gegaan, voor hen heb ik het gehaald. Niet voor mezelf, want wat schiet ik ermee op? Bordeaux-Parijs, nooit weer, ik ben nu genezen….’

Het was voorpaginanieuws, op dinsdag 27 mei 1986. Het zou vrijwel vaststaan dat Joop Zoetemelk voor de 16e keer ging deelnemen aan de Tour de France. Hoewel de wereldkampioen, die in 1980 de Tour had gewonnen, zelf nog steeds de boot afhield en overal vertelde dat hij pas over enkele weken zou beslissen, ging de rest van de Kwantum ploeg er vanuit dat Joop op 4 juli in Boulogne Billancourt aan de start zou staan. Ploegleider Jan Raas ging er ook vanuit dat zijn kopman zich beschikbaar zou stellen: ‘Hij kan op dezelfde basis van start gaan als vorig jaar. We verwachten niks van hem. Als hij een goede uitslag rijdt, is dat alleen maar meegenomen.’ Joop Zoetemelk zou in zijn laatste Tour de France uiteindelijk 24e worden, op ruim 57 minuten van winnaar Greg LeMond. Niemand was van die prestatie onder de indruk, maar Joop hield er het record aan over van de renner die het vaakst in de Tour is gestart en ze allemaal heeft uitgereden. Waarvan elf maal bij de eerste vijf.

In het kader van de dit jaar te verrijden Tour de Jan Janssen (http://www.tourdejanjanssen.nl/) releveer ik wekelijks de voorbereidingen van Janssen op zijn glorieuze overwinning in de Tour de France van 1968. Na zijn gedegen optreden in de Rondes van Spanje en Mallorca was er een weekje geen koers voor Jan. Even bijtanken voor de laatste loodjes richting Tour de France. Op 1 juni zou zijn volgende koers zijn, de Polderpijl in Berendrecht. Volgende week meer daarover.

Eddy Merckx won op 26 mei 1963 als amateur de 2e etappe (een tijdrit) in de driedaagse Ronde van (Belgisch) Limburg. Het was zijn allereerste zege in een rittenkoers. Zeven jaar later won hij de 9e etappe in de Ronde van Italië, een tijdrit over 56 km van Bassano naar Treviso. Ole Ritter moest daar 1 minuut 46 toegeven.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 26 mei 2008 8:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web