Uit de ordners van Jan …

“De HB Alarmsystemen ploeg had in 1981 een prima start in de Ronde van Spanje. Eerst won Hedy Nieuwdorp op 26 april de vijfde etappe tussen Caceres en Merida. Ereplaatsen waren er voor Hans Vonk (3e), Jos Lammertink (4e) en Wies van Dongen (5e). Lammertink won een dag later de zesde etappe naar Sevilla en was daar, getuige het verslag in De Telegraaf, erg verbaasd over. Hij had een langdurige periode van ellende achter de rug. Halverwege het seizoen 1980 velde de ziekte van Pfeiffer hem, terwijl de naweeën daarvan hem nog heel lang uit het zadel hielden. Weliswaar won hij in 1981 een tijdrit in de Ruta del Sol, maar daarna werd het angstvallig stil rond de lange Wierdenaar. Pas in de Waalse Pijl, krap een week voor de Vuelta, reed hij weer mee. Vooral om kilometers te maken. ‘Ik moest naar de Ronde van Spanje, want van thuiszitten wordt ik gek.’ Die deelname bleef natuurlijk een gok. Hij keek dan ook niet verbaasd op toen hij op de derde dag in de eerste bergrit meteen twintig minuten verspeelde. In Sevilla won hij in de massasprint, waarin hij knap gelanceerd werd door Jos Schipper. Zijn overmacht was opmerkelijk, hij won met ruim een lengte voorsprong. Een dag later werd Hedy Nieuwdorp knap negende in een bergrit naar Jaen. De Spaanse kampioen Juan Fernandez won voor zijn landgenoot Lasa.

Op 29 april waren er twee opdrachten. Eerst een vlakke rit over 100 kilometer, die gewonnen werd door de Spanjaard Yurrebaso. Die …

… ontsnapte al na 27 kilometer en kwam solo aan. Jos Lammertink won de pelotonsprint voor zijn ploegmaat Hans Vonk. In de middaguren was er een zeer zware klimtijdrit over 30 kilometer in de Sierra Nevada. Giovanni Battaglin won in een veelzeggend gemiddelde van 25,763 kilometer per uur. Peter Zijerveld was met een 17e plaats de beste HB renner. Zijn achterstand was 5 minuut 43. Lammertink verloor ruim tien minuten en dat was een overschrijding van de tijdslimiet, wat automatisch betekende dat hij naar huis kon.

Hennie Kuiper was succesvol op 28 april 1985. De 36-jarige winnaar van Milaan-San Remo won in Innsbrück de Grote Prijs van Europa, een wegwedstrijd voor beroepsrenners in Oostenrijk. Kuiper bereikte in zijn eentje de eindstreep. Hij had een voorsprong van anderhalve minuut op Frank Hoste en Harald Maier. Het was de tweede zege van Kuiper in het seizoen 1985.

Petra de Bruin, de wereldkampioene wielrennen in 1979, werd op 28 april 1985 winnares van de Ronde van Nederland voor vrouwen. Haar oranje leiderstrui werd tijdens de laatste etappe naar Heerenveen fanatiek aangevallen, maar de Nieuwkoopse hield met verve stand. De slotetappe over ruim 80 kilometer, met start en finish in Heerenveen, kreeg door het gure weer een grimmig karakter. De stormachtige wind zorgde ervoor dat de ploeg van De Bruin erg hard moest werken. De dagzege was voor de rappe Rita Timpers, een 21-jarige Almelose. Timpers won voor de deur van haar sponsor de rit door Petra van der Stel en Roelien Hoogeveen te kloppen. Petra de Bruin won 47 seconden later de sprint van het peloton. In het eindklassement had ze 14 seconden voorsprong op Hennie Top en 45 op Rita Timpers. Ook toenmalige toppers als Connie Meijer (4e), Thea van Rijnsoever (5e), Gonny van Koert (6e) en Heleen Hage (7e) eindigden kort.

Op dezelfde dag raakten twee renners zwaargewond in de Ronde van Spanje door een ongeluk, veroorzaakt door een herdershond. Dol geworden van de oorverdovende sirenes sprong het dier van een balkon midden in het peloton, dat met een snelheid van zeventig kilometer per uur in een afdaling de stad La Coruña binnenreed. Ludo Loos sloeg over de kop en werd tegen een gevel van een huis gesmakt. Jaime Salva sloeg met fiets en al voorover en schoof op zijn gezicht nog meters door over het droge asfalt. Loos klaagde over pijn in zijn nek en vertoonde verlammingsverschijnselen aan de linkerkant van zijn lichaam. De Spanjaard had zijn neus en kin op diverse plaatsen gebroken, terwijl bovendien al zijn tanden waren verdwenen. Salva dreigde te stikken in zijn bloed. Met mond-op-mond beademing werd hij van de dood gered door de rondeartsen. Het ongeluk riep bij vele herinneringen op aan de dood van Joaquim Agostinho, die in 1984 bezweek aan zijn verwondingen eveneens na een val over een hond. De rit werd gewonnen door Panasonic-renner Eddy Planckaert. Na de bergrit van een dag later stond het trio Winnen-Rooks-Veldscholten nog steeds in de top-10.

Jean-Paul van Poppel greep op 28 april 1987 naast de zege in de Scheldeprijs. De sprinter uit Bilthoven werd op de streep verslagen door Etienne De Wilde. Na 247 kilometer sprintten 27 renners om de zege. De beslissende slag viel 57 kilometer voor de finish. De kopgroep van 27 reed hard richting Schoten. Een vluchtgroepje met Jesper Skibby, Ad Wijnands, Phil Anderson en Peter Roes leek op weg naar succes. Een onoplettende seingever stuurde het kwartet echter een verkeerde weg in. Teun van Vliet (4e), Matthieu Hermans (5e), Peter Pieters (6e) en Marcel Arntz (7e) zorgden naast Van Poppel voor een hoog oranje gehalte van de top-10.

Op de dag dat de zieke Matthieu Hermans de Ronde van Spanje verliet, we schrijven 27 april 1990, maakte de 25-jarige Erwin Nijboer duidelijk dat hij zijn eigen weg had gekozen. De voormalige meesterknecht van Hermans won de vierde rit, met 233 kilometer de langste van de Vuelta. Vier seizoenen had Nijboer aan de zijde van Hermans gereden, die zijn status als rassprinter voor een groot deel aan de de Twent te danken had. Eind 1989 vond Nijboer het tijd om op eigen benen te gaan staan. Volgens zijn vrouw had hij meer klasse in huis dan uitsluitend Hermans uit de wind te houden. Bij de Stuttgart-ploeg van Hennie Kuiper kreeg Nijboer pas het gewenste vertrouwen. Hij verraste iedereen daarna met de zege in de Driedaagse van De Panne. En nu versloeg hij in de straten van Almeria de Italiaanse wieltjeszuiger Tebaldi in de sprint.

Een dag later, het was 28 april 1990, won Erik Naberman in de straten van Heerenveen de amateurklassieker Ronde van Zuid-West Friesland. Hij was misschien niet de sterkste maar wel de slimste. De renner uit Genemuiden, die de sprint met de veertien koplopers perfect uitvoerde, werd door de concurrentie beschuldigd van passiviteit in de ontsnapping. ‘Laat ze allemaal maar zeuren. Ik heb gewoon gedaan wat ik moest doen en dat was wachten op de eindsprint. Ik ben van nature geen sprinter, maar als de koers lang is en het lichaam op volle toeren draait, dan gaat goed aankomen me toch heel goed af.’ John de Hey en Eric Knuvers die op 400 meter voor de streep aangingen werden zodoende verschalkt en werden tweede en derde. De boomlange Limburger De Hey leek te gaan winnen maar was te snel zeker van zijn zaak. Hij stak zijn handen te snel in de lucht waardoor Naberman hem met een ultieme jump nog kon kloppen. En omdat die namen in deze rubriek niet zo vaak genoemd worden, hier nog even de rest van de top-10: Veenstra, Gutte, Dekker (jawel: Erik), Boogaard, Brama, Faas en Kuijper. 

Dan naar De Gelderlander van 29 april 1995. Een prachtig verhaal geschreven door Ivar Penris over ‘een bescheiden perfectionist’. Die was 12e geworden in de Waalse Pijl, 10e in Luik-Bastenaken-Luik en 19e in de Amstel Gold Race. Niet echt topprestaties, maar een fietsnatie-in-nood putte uit deze resultaten van de 26-jarige Maarten den Bakker enige moed. Den Bakker was anno 1995 Neerlands hoop in bange (wieler)dagen. In de klassiekers was hij steeds van voren te vinden, maar in de finale moest hij het vaak af laten weten. Toch werd Maarten gezien als een van de weinigen die het Nederlandse wielrennen nog kleur kon geven. Leuk vond hij dat niet. ‘Iedereen ziet mij nu ineens als een potentiële winnaar van een grote koers. Dat verwachtingspatroon rond mijn persoontje begin ik een beetje spuugzat te worden.’ Den Bakker fietste bovendien niet voor Nederland, maar voor zichzelf. Én voor zijn zus Emmy, die in 1994 op 21-jarige leeftijd bij een auto-ongeluk om het leven was gekomen. Dat was een enorme klap voor de coureur uit het Zuid-Hollandse Oudenhoorn, maar tegelijkertijd een drijfveer om er op de fiets keihard tegenaan te gaan. Den Bakker zag zichzelf nog niet zo snel een grote klassieker winnen. ‘Ik zal nooit een Johan Museeuw of Maurizio Fondriest worden. Zo goed ben ik gewoon niet. Zij behoren tot de echte top, daaronder zit een hele brede subtop. Daar hoor ik bij en ik moet al hard genoeg werken om er bij te blijven. Daar ben ik heel nuchter in.’ Het hoge verwachtingspatroon was inderdaad niet zozeer gebaseerd op de prestaties van Den Bakker, als wel op zijn manier van rijden. Zijn doorzettingsvermogen gaf de wielerliefhebber een sprankje hoop, dat meteen vertaald werd in grote uitslagen. Niet vreemd, want het waren de laatste jaren strohalmen, waaraan ze zich wanhopig vastklampten. Volgens Den Bakker is de ellende begonnen toen de PDM-ploeg in 1992 werd opgedoekt. ‘Nu Peter Post ook al geen ploeg meer op de been heeft kunnen brengen, krijgt de jeugd helemaal geen kans meer. Er rijden genoeg jongens bij de amateurs rond die een kans verdienen. Met slechts twee Nederlandse ploegen (Novell en TVM) wordt dat natuurlijk moeilijk.’ Vanaf 1996 zou het RaboWielerPlan opgestart worden met de bedoeling het Nederlandse wielrennen naar een hoger platform te tillen. Het succes is bekend. Vanaf 1998 zou Maarten den Bakker acht jaar in de kleuren van de bankier rijden.

Acht dagen geleden reed Maarten den Bakker zijn laatste Amstel Gold Race. Hij werd 113e op 9 minuut 32 van winnaar Cunego. Hij is, op 39-jarige leeftijd, inmiddels bezig aan zijn 19e seizoen bij de professionals. Hij begon met drie jaar PDM, daarna vijf jaar TVM, acht jaar Rabobank, een jaar Milram en sinds vorig jaar Skil-Shimano. Drie maal was Den Bakker nationaal kampioen, hij won etappes in de Rondes van Luxemburg, Nederland en Oostenrijk. Was in 1999 2e in de Waalse Pijl, 3e in Luik-Bastenaken-Luik en 4e in de Amstel Gold Race. Nam negen keer deel aan de Tour de France en reed deze steeds uit. Zijn beste resultaat was een 33e plaats in 1998. Een winnaarstype is hij nooit geworden, maar de titel superknecht is toch ook een hele fraaie titel. Dat zullen Erik Dekker, Michael Boogerd, Peter Van Petegem, Jeroen Blijlevens en Oscar Freire vast en zeker met mij eens zijn.

In het kader van de dit jaar te verrijden Tour de Jan Janssen (http://www.tourdejanjanssen.nl/) releveer ik wekelijks de voorbereidingen van Janssen op zijn glorieuze overwinning in de Tour de France van 1968. Twee van de vijf door de KNWU voor de Tour de France 1968 aangewezen renners, Harry Steevens en Rini Wagtmans, hadden in overleg met hun ploegleider, Ton Vissers van Willem II-Gazelle, besloten deze uitnodiging niet te accepteren. Ze voelden er beiden niets voor als knecht van Janssen naar de Tour de France te gaan. Janssen was namelijk door ploegleider Ab Geldermans als enige kopman van de Nederlandse ploeg benoemd. Dit nieuws werd als primeur gebracht door het Limburgs Dagblad. De sportcommissie van de KNWU kwam op 28 april 1968 nog steeds met de vijf eerder geselecteerde renners plus twee nieuw toegevoegde naar buiten. Jan Janssen zou vooralsnog vergezeld worden door Eddy Beugels, Wim Schepers, Harry Steevens, Rini Wagtmans, Gerard Vianen en Arie den Hartog. Wordt vervolgt.

Vanaf donderdag 25 april stond de Ronde van Spanje in het teken van zijn voorbereiding. In de Vuelta zou de ex-Nootdorper gaan proberen zijn overwinning uit 1967 te prolongeren. De start was overweldigend. Hij vertrok tijdens de eerste etappe in en rond Zarragosa in de amarillo trui en liet meteen zulk een overtuigende indruk achter, dat men in hem dxirect één der kanshebbers voor de eindzege zag. Middels een meesterlijke eindspurt stak Janssen de eerste rit in lijn over 121 kilometer gelijk in zijn zak. Toen in de avonduren nog een tijdritje over 4,125 kilometer op het programma stond, maakte hij nogmaals waar dat men zijn aanwezigheid in de Spaanse ronde niet moest onderschatten. Hij reed zijn grootste belager van die dag, de Duitser Rudi Altig, op drie seconden en haalde zijn tweede zege binnen. Het was al met al een merkwaardige dag; de man die 's morgens aan het vertrek met veel ceremonie werd gehuldigd, mocht 's avonds wederom de begeerde leiderstrui aantrekken.

Ook tijdens de derde etappe naar Lerida liet Janssen blijken dat het hem menens was. Zijn Pelforth ploegmaats controleerden iedere ontsnapping. Michael Wright won de massasprint, Janssen was zesde. In de vierde etappe naar Barcelona koos Altig de aanval met Felice Gimondi, maar toen Janssen zijn ploeg mobiliseerde was het gevaar snel bezworen. Tomasso De Pra kreeg wel de zegen en won de rit met 52 tellen voorsprong op, jawel Jan Janssen, die het verbrokkelde peloton nog 10 seconden voorbleef. Het avondcriterium op een omloop in Montjuich werd gewonnen door Altig, die dankzij 20 seconden bonificatie, onze landgenoot met één seconde uit de leiderstrui reed. Janssen werd 39 seconden achter de Duitser tiende. Tot slot van de week de zesde etappe naar Salou waar Altig zijn trui weer verloor aan Michael Wright. De Brit won zijn tweede rit, nu solo met bijna één minuut voorsprong. Jan Janssen werd 14e en stond in het algemeen klassement derde achter Wright en Altig. Volgende week meer.

Eddy Merckx reed op 29 april 1965 in het shirt van Solo Superia zijn allereerste koers bij de beroepsrenners. Die werd gewonnen door de Italiaan Roberto Poggiali voor zijn landgenoot Felice Gimondi en de Brit Tom Simpson. Arnhemmer Cees van Espen werd fraai achtste. Eddy Merckx haalde de finish niet, in de jaren erna zou hij regelmatig bewijzen dat een best stukje kon fietsen. Zo won hij op 28 april 1967 wel de Waalse Pijl, waar Peter Post tweede werd. Ook in 1970 en 1972 won hij deze koers. In 1973 was hij tweede en in 1975 derde, beide keren was André Dierickx de winnaar. 

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 28 april 2008 10:00

naberman

naberman is zeker de beste!!

Geplaatst door koen, 28 december 2010 13:23:15

Naberman

Naberman is de slimste de sterkste en de snelste van het hele wielerpeloton
Geplaatst door Willem wiekriet, 26 september 2016 11:32:31

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web