Uit de ordners van Jan …

Er is op deze plaats wel eens geschreven over fraaie namen. Bijvoorbeeld Marco Velo, Roberto Ferrari, Alessandro Maserati, enzovoort. Maar wat te denken van Jan van Amsterdam (foto). Vandaag viert deze op 14 april 1941 in Leiderdorp geboren oud-professional, zijn 67e verjaardag. Van Amsterdam verkeerde twee jaar in de rangen der beroepsrenners. In 1966 reed hij voor de sterke V.R.P.-Locomotief ploeg van ploegleiders Henk Faanhof en Gerrit de Wit tussen renners als Karel Leyten, Leo Hermens, Jan Schröder, Jan Tummers en Jacques van den Klundert. Hij beleefde een sterk debuutseizoen met tweede plaatsen in Eindhoven (achter Bart Zoet) en Made (achter Jos van der Vleuten), een derde plaats in Nootdorp, een vierde plaats in Schiedam en een vijfde plaats in Stein. En daarmee was de koek op want in 1967 heb ik geen aansprekende resultaten meer kunnen vinden. Wie kan vertellen hoe het Jan sindsdien vergaan is?

Op 14 april 1983 won Bernard Hinault de 47e Waalse Pijl. Afwisselend waren blijdschap en ergernis te lezen op het gezicht van de Fransman, die in de mistige en ijskoude Ardennen, vooral op de elf slopende hellingen rond Hoei, zijn 197 tegenstanders weer eens als vanouds pijn had gedaan. Hinault sloopte zijn laatste concurrenten …

… Boyer, Bittinger, Schepers, Seiz en Zoetemelk in de slotbeklimming van de Muur van Hoei. Daar draaide de Breton allen over hun ritme heen, zodat ze tien kilometer verder in de sprint op de brede boulevard langs de Maas, met de wind tegen, geen belemmering van betekenis meer vormden voor het halen van zijn gramschap op de vele journalisten en supporters die hem de laatste weken smalend ‘ex-kampioen’ hadden genoemd. Hinault keerde zich na afloop niet alleen tegen hen, maar ook weer eens tegen de organisatoren van de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, die hij opnieuw circusdirecteuren noemde. Op zo'n moment van triomf verwachten de mensen geen verbitterde winnaar, maar een gelukkig man, bij wie de blijdschap over zijn zege overheerst. Hinault maakte echter gebruik van de gelegenheid om uit te halen, naar alles wat hem de laatste tijd niet gezind had. ‘In de afgelopen maanden heb ik een beetje rust gehad, omdat ik niets won. Maar nu roep ik al die vervelende reacties weer dubbel over mij af. Natuurlijk ben ik tevreden dat de conditie er weer is. Ik heb vanaf januari volgens een zorgvuldig uitgestippeld plan gewerkt, zoals ik dat elk jaar doe. De mensen aanvaarden alleen niet, dat ik niet het hele jaar door alles wil najagen wat er te winnen valt.’ En dat Bernard een uiterst explosief mens is, bleek weer eens aan de meet. Enkele minuten na zijn zege in de Waalse Pijl ging hij op de vuist met een supporter, die hem onwelvoeglijke woorden toeriep.

Twee jaar later, 14 april 1985, won de Fransman Marc Madiot een moordende aflevering van Parijs-Roubaix. Tijdens de 83e doortocht in het verdronken Noord-Franse landschap verloren alle aanvallers. De koers was door de felle wind zo moordend zwaar dat wie in zijn reserves moest tasten daar onverbiddelijk een klop van kreeg. De oude Moser en de jonge Vanderaerden sneuvelden op het veld van eer. En zo kon een betrekkelijke outsider, die wel het geduld had opgebracht om het juiste moment af te wachten, alle favorieten vloeren. Marc Madiot, een beau garçon van 26 jaar oud, had onnoemelijk veel klasse, maar werd lange tijd ietsje te week geacht voor dit superzware werk. In het onwezenlijke landschap, nog somberder dan anders door de regensluiers en het laaghangende zware wolkendek, waar renners en motoren maar weinig houvast vonden op de glibberige keien, maakte Madiot handig gebruik van zijn ervaring als veldrijder. Hij was trouwens een van de weinige Fransen die geen hekel had aan de keien. Hij was gewend de wintermaanden in de modder door te brengen en op het wereldkampioenschap veldrijden 1984 in Oss werd hij nog 21e op 5 minuut 58 van winnaar Roland Liboton. Hij stuurde zijn kwetsbare fiets heel handig over het hellepad, zoals eerder crossers als Roger De Vlaeminck en Adrie van der Poel dat deden. Drie en een halve minuut achter de winnaar reden Hennie Kuiper en Poeleke het ovaal van Roubaix op. Zij werden 8e en 9e en waren bijna onherkenbaar getekend door de ‘Hel’. Slechts 35 van de 172 deelnemers bereikten de finish. De laatste, Regis Clere, kwam 50 minuten na Madiot binnen. De keien hadden hun werk weer gedaan. De gewonden werden afgevoerd en de mecaniciens verzamelden het gekreukte materiaal. Bibberend kropen de renners onder de douche. De ‘Hel’ had zijn reputatie voor weer een jaar in stand gehouden.

Een dag eerder werd de 24e Ronde van Drenthe eveneens in barre weersomstandigheden verreden. De renners moesten dikwijls tegen de harde wind, die soms aanwakkerde tot stormkracht, opboksen. In het tweede deel kregen zij zelfs zware slagregens over zich heen. Halfweg op de Drentse Hondsrug moest het peloton bovendien een traject overmeesteren, waarin verschillende kasseistroken waren opgenomen. In de ‘Hel van de Hondsrug’, waar een ware ravage onder het fietsmateriaal werd aangericht, liep de latere winnaar Henk Boeve vier minuten achterstand op de kopgroep op. Hij leek op dat moment volslagen kansloos. Maar Boeve stak in een goede vorm en hij had een superdag. Na de Hondsrug begon hij aan een drieste achtervolging, fietste van groepje naar groepje en veertig kilometer voor het einde van de 191 kilometer lange race bereikte hij de eersten. Boeve blies niet lang uit want vijf kilometer later plaatste hij een demarrage, waar alleen routinier Toon van der Steen een antwoord op had. Het koppel kreeg 30 seconden maar werd tien kilometer voor de streep toch ingelopen. In de straten van Hoogeveen probeerde Boeve het opnieuw en hij kreeg zijn dorpsgenoot Henri Dorgelo mee. Op het moment dat de negen achtervolgers aansloten sprong hij voor de derde keer weg, voldoende om uiteindelijk met een paar meter voorsprong te winnen. Henri Dorgelo was tweede, Michel Cornelisse derde, Wim Meijer vierde, Frank Pirard vijfde, Piet Kleine zesde, Toon van der Steen zevende, Jan Spijker achtste, Gerard Dekker negende en Thijs de Vries tiende.

Op 14 april 1991 won de inmiddels 32-jarige Fransman Marc Madiot zijn tweede Parijs-Roubaix. Dit keer was het een droge en dus stoffige ‘Hel’. Honderdduizenden toeschouwers juichten hem in de finale toe, toen hij op 15 kilometer voor de finish op de voorlaatste strook kasseien aan zijn solo begon. Madiot demarreerde precies op de plek waar hij ook in 1985 zijn triomftocht naar Roubaix begon. ‘Er staat daar midden in de stenenwoestenij een paal. De keien liggen er verschrikkelijk slecht bij. Bij die paal ben ik wéér weggegaan. Ik voelde me op dat moment niet zo goed meer en mijn demarrage was blufpoker. Kennelijk drukte de last van de wedstrijd meer op de schouders van mijn concurrenten, want ik heb niemand meer gezien.’ Nico Verhoeven was met zijn 7e plaats de beste landgenoot.

Greg LeMond reed Parijs-Roubaix met een speciale voorvork, die voorzien was van schokbrekers. De Amerikaan toonde zich met zijn 55e plaats (op de verkeerde momenten lek gereden) tevreden. ‘Door die schokbrekers heb je veel minder last op de kasseien. Je kunt makkelijker schakelen en het rijdt lichter. De schokken worden veel beter opgevangen. Er bestaan maar vijf van dergelijke voorvorken en ze kosten 7.000 dollar (ruim 13.000 gulden) per stuk.

Op 14 april 1992 hoorde Marino Lejarreta dat hij zijn loopbaan als profrenner als beëindigd moest beschouwen. Tot die conclusie waren de behandelende artsen van het ziekenhuis van Galdekano gekomen, waar Lejarreta was opgenomen na een zware valpartij in de Grote Prijs Primavera eerder die week. Het Spaanse riet, zijn bijnaam omdat dat materiaal taai en buigzaam is, maar nooit breekt, was aan een afdaling bezig en liep door die val breuken aan de wervelkolom en ribben op, alsmede kwetsuren aan longen en nieren. Fernando Astorki, de dienstdoende arts, had de 34-jarige renner van ONCE verteld, dat hij niet meer zou kunnen uitkomen in profwedstrijden. Het herstel zou maanden duren maar de verwachting was dat hij daarna weer een normaal leven zou kunnen leiden. De uitstekende voorzieningen in de ambulance, die hem naar het ziekenhuis vervoerde, hebben Lejarreta achteraf bezien voor ernstiger gevolgen behoed. De op 14 mei 1957 geboren Bask werd in 1979 prof bij Novostil-Helios. Daarna kwam hij onder andere uit voor TEKA, Caja-Rural (ploegmakker van Mathieu Hermans en Erwin Nijboer) en sinds 1990 voor ONCE (nog zonder Breukink maar wel met Laurent Jalabert en Alex Zülle). De kilometervreter reed liefst vier keer (1987-1989-1990-1991) alle grote ronden in één jaar. In 1982 was hij winnaar van de de Vuelta waarin hij in totaal vijf ritten won, in de Giro twee en in de Tour, waarin hij twee keer vijfde werd, één rit. Dat was de 14e etappe in 1990 van Le Puy-en-Velay naar Millau.

Na Milaan-San Remo haalde de Italiaan Maurizio Fondriest op 14 april 1993 met de Waalse Pijl zijn tweede klassieke zege binnen een maand binnen. De wijze waarop hij dat deed was indrukwekkend. Met nog veertig kilometer voor de wielen ontsnapte hij uit het peloton. Zijn landgenoot Michele Bartoli klampte bij hem aan, maar realiseerde zich snel dat het tempo veel te hoog voor hem lag. Dat ondervonden ook Claudio Chiapucci, Gérard Rué, Rolf Sörensen, Gert-Jan Theunisse en Andrea Chiurato. Vergeefs probeerden zij de lange Italiaan uit Cles te achterhalen. In plaats van kleiner werd de voorsprong alleen maar groter. Erik Breukink, die als vierde de finishlijn passeerde, omdat de samenwerking verre van ideaal was, zei: ‘Zelf heb ik het op de voorlaatste klim nog een keer geprobeerd, maar Fondriest ging gewoon te hard. Het is ook zo dat de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik geen echt doel voor mij zijn dit jaar, beide ritten staan voor mij in het teken van de Ronde van Spanje.’ En Theunisse: ‘De pijp was leeg, mijn hoop is nu op zondag gevestigd.’

Dan nog één keer terug naar Parijs-Roubaix. Op 14 april 1996 werd het honderdste geboortejaar van de koers op memorabele wijze gevierd. Doorgaans betwisten coureurs elkaar op de velodroom van Roubaix de overwinning in een dramatische spurt. Hoe anders was dat op deze zondag want toen reden drie wielrenners, gestoken in dezelfde kleuren, lachend en zwaaiend een ererondje over de piste. Johan Museeuw rolde uiteindelijk als eerste over de meet, met zijn juichende ploegmaten Bortolami en Tafi in zijn wiel. Deze 94e uitvoering van Parijs-Roubaix werd een parodie op alle voorgaande. Van een heroïsch gevecht op leven en dood was nimmer sprake. Het oppermachtige Mapei-trio beroofde de klassieke veldtocht door Noord Frankrijk van alle spanning. In de laatste tachtig kilometer bleven de drie probleemloos uit de greep van de geklopten. Aanvankelijk hoorde zelfs een vierde ploegmakker tot de kopgroep, maar Franco Ballerini raakte door materiaalpech zijn plaatsje vooraan kwijt. Met zijn drieën konden ze de klus ook wel klaren. Alle kwelduivels van De Hel negerend, dansten Museeuw c.s. over de kasseien naar Roubaix. De imponerende ‘ploegentijdrit’ die Mapei opvoerde, spotte niet alleen met de mythe van De Hel. Dergelijk machtsvertoon is in de wielersport sowieso zeldzaam. Twee jaar daarvoor (1994) verpulverde de Gewiss formatie ook eens de concurrentie in de Waalse Pijl. Argentin, Furlan en Berzin lieten destijds de rest achter zich. Toch was er ook kritiek in de kranten te lezen. ‘Waarom heeft ploegleider Lefevere het hoogtepunt van het klassieke voorjaar geen waardige ontknoping gegund? Waarom heeft hij zijn renners niet gesommeerd dat ze het op de wielerbaan via een prangende spurt onderling uit moesten maken? ‘Ik vond dat Museeuw het verdiende om te winnen. Hij is de sleutel van ons succes, ons boegbeeld. Johan heeft voor Mapei al veel mooie triomfen in de wacht gesleept. Parijs-Roubaix ontbrak nog op zijn erelijst en dit was het ideale cadeau voor hem.’

In het kader van de dit jaar te verrijden Tour de Jan Janssen (http://www.tourdejanjanssen.nl/) releveer ik wekelijks de voorbereidingen van Janssen op zijn glorieuze overwinning in de Tour de France van 1968. Na de Ronde van België en Parijs-Roubaix werd een weekje niet gekoerst. Op 15 april vertrok Jan naar het Sportpaleis van Antwerpen voor een ploegenomnium. Ondanks het zomerse weer en de concurrentie van vele voetbalwedstrijden waren ruim 19.000 toeschouwers daar getuige van mooie wielersport. Het omnium werd gewonnen door het Belgische koningskoppel Eddy Merckx en Rik Van Looy. Uiteindelijk dienden zij slechts Jan Janssen en Walter Godefroot in de gaten te houden. Janssen en Godefroot zaten, zoals Gerard Sillen het in de Wielersport omschreef, ‘wel op de vinkenslag maar moesten toezien dat Merckx en Van Looy regelrecht op hun doel afstevenden. Eddy en Rik reden de beste kilometer, de tijd van Janssen en Godefroot had veel beter kunnen zijn, indien vriend Jan wat meer aandacht aan de aflossing (te laat op gang) had besteed. Bijzonder boeiend was de afvalrace, vooral toen Merckx, Van Looy en Janssen overbleven. Merckx strandde en Van Looy werd door Janssen op de streep verrassend verslagen. De 15 km kon geen wijziging meer in het decor teweeg brengen, Merckx en Van Looy zaten op fluweel, hun victorie was overeenkomstig de verhoudingen, evenals Janssen-Godefroot recht op aller waardering hadden.’
Met zijn 18e plaats was Janssen een dag later in Gent-Wevelgem van de vier omniumtoppers de minst succesvolle. Hij was net als Eddy Merckx (9e)  en Rik van Looy (8e) niet opgewassen tegen de in de sprint schier onklopbare Walter Godefroot in de sprint van de uit vrijwel uitsluitend Belgen bestaande kopgroep van 22. Felice Gimondi (3e) en Peter Post (11e) waren naast Jan Janssen de andere niet-Belgen.

Eddy Merckx won op 14 april 1971 de vierde etappe van de Ronde van België van Spa naar Herbeumont. Hij had aan de streep een voorsprong van 1 minuut 34 op een achtervolgende groep. Omdat hij ook al de eerste én de tweede rit gewonnen had, zou hij een dag later voor de tweede opeenvolgende maal gehuldigd worden als eindwinnaar van de Ronde van België.

Vanavond is er net als vorige week na de Ronde van Vlaanderen met Peter Winnen een mogelijkheid om na te genieten van Parijs-Roubaix van gistermiddag. In het Vlaams Cultureel Kwartier, Arsenaalspoort 6 te Nijmegen spreekt Jeroen Wielaert (op de foto geheel rechts) vanaf 20.00 uur met Peter Ouwerkerk, oud-verslaggever van Het Vrije Volk en het Rotterdams Dagblad, auteur van diverse wielerboeken en medewerker van De Muur en met dichter Albert Megens over hun passie voor het wielrennen. Zij becommentariëren de beelden van Parijs–Roubaix.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 14 april 2008 10:00

Jan

Ik hoorde Jan Houterman vanmorgen op de radio bij een quiz. Hij kreeg 3 pittige vragen over wielrennen waarvoor hij een uur bedenk- of opzoektijd kreeg. Heeft iemand gehoord of Jan de antwoorden goed had?

Geplaatst door Philip, 14 april 2008 10:52:49

Jan

Ja hoor, hij had ze alle drie. Ik wist er geen een. Kun je nagaan wat een geweldige medewerkers de slogblog heeft.

Groet! Fred

Geplaatst door Fred, 14 april 2008 10:54:51

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web