Uit de ordners van Jan …

“Op 25 februari 1979 won Joop Zoetemelk in Frankrijk de Grand-Prix van de Haut-Var (Seillans-Draguignan). In de sprint-à-deux versloeg hij zijn Franse vluchtmakker Jean Chassang. Op drie seconden werden Jean-René Bernaudeau en Hennie Kuiper respectievelijk derde en vierde. Francesco Moser haalde in Italië een sprintzege in de Grote Prijs van Salo door Roger de Vlaeminck, Knud Knudsen en Giuseppe Saronni te kloppen.
Ook in Spanje werd op deze dag gekoerst, Antoine Gutierrez uit Frankrijk was de sterkste in de Grote Prijs van Valencia voor de Spanjaarden Nazabal en Mayoz.

In De Gelderlander van 25 februari 1980 het bericht dat ‘Fedor den Hertog uit armoe toch weer op de fiets’ stapte. Een maand ervoor had het 33-jarige supertalent de wielersport de rug toegekeerd. Hij kreeg een aanlokkelijke aanbieding uit de bouwwereld en dat was een mooie gelegenheid het nomadenbestaan van de professionele fietser op te geven. Echter, de hem beloofde gouden …

… bergen bleken een beerput te zijn. Zijn peetvader Nico de Vries had hem nog gewaarschuwd en vroeg zich af of het wel zuivere koffie was. Fedor meende van wel, maar kwam al snel tot andere inzichten. De zuivere koffie was een kwalijk geurende melange van list en bedrog. Kort daarna moest Den Hertog zich zelfs voor de rechter verantwoorden over zijn rol in een koppelbaasaffaire. Fedor den Hertog in het strafbankje. Hij was amper een maand gewoon burger of de tegenslag achtervolgde hem alweer voor de zoveelste keer. Het bedrijf, waarvan hij een ontslagbrief had ontvangen, was failliet en werd geliquideerd en daarom moest Fedor, die toen met vrouw en twee jonge dochters een huis met zware hypotheek in het Belgisch-Limburgse Dilsen bewoonde, uit armoe weer op de racefiets. Hij was van plan nog twee jaar door te rijden als beroepswielrenner. Geluk bij een ongeluk was de aanbieding die hij van de Belgische ploeg Miniflat ontving. Tegen een minimumvergoeding werd hij daar knecht van de drie gebroeders Planckaert met het vooruitzicht dat hij in de Ronde van Italië misschien een paar extra centen kon verdienen.

In 1984 bezorgden Leo van Vliet en Ad Wijnands de nieuwe, rond Jan Raas gevormde, Kwantum ploeg de eerste overwinningen. In de Ronde van Sicilië was Van Vliet in Marsalla de snelste in de massasprint na een rit over 157 kilometer. Twee dagen later kon Wijnands juichen in Palermo. De Limburger was de snelste sprinter in een kopgroepje dat op het plaatselijke circuit ontsnapte. De Italianen Caroli, Piva en Noris waren kansloos. Het peloton was inmiddels behoorlijk uitgedund, want de wedstrijdcommissarissen van de Siciliaanse Wielerweek besloten in de nacht voor de rit naar Palermo maar liefst 106 ‘trainende’ renners uit de koers te nemen. Ze waren namelijk met een achterstand van ruim drie kwartier aan de finish gekomen.

Dan nu een uitstapje naar het schaatsen. Op 21 februari 1985 had de dertiende Elfstedentocht een in wielerkringen hele bekende zwartrijder binnen de gelederen. De ex-wielerprof was geen lid van de Vereeniging De Friesche Elf Steden en kwam daardoor niet in aanmerking voor een startnummer. Gerben Karstens bedacht een truc om toch van de partij te kunnen zijn. Vlak voordat het startschot viel had hij zich verdekt opgesteld. Honderd meter na het punt waar de rijders de schaatsen zouden onderbinden, probeerde hij aan te sluiten. Een truc die hij ook eens toepaste in een Touretappe om een stevige klim te ontlopen. Gerben hoopte het zo lang mogelijk vol te houden en poogde daarnaast collega-wielrenner Barry Adema waar het kon te helpen. Karstens, die voordat hij definitief koos voor het wielrennen deel uitmaakte van de Nederlandse kernploeg langebaanschaatsen, zei over zijn illegale startpoging: ‘Ik heb de laatste weken keihard getraind. Onlangs reed ik nog 150 kilometer in vijf en een half uur. Dus dat betekent dat ik in topvorm ben. Alleen ik kan officieel niet meedoen omdat ik geen lid ben. Jammer, maar daarom probeer ik het op deze manier. Meedoen geeft ook voldoening, zo denk ik maar.’ Hoe het elfsteden-avontuur van de Karst uiteindelijk is afgelopen heb ik niet meer kunnen achterhalen. Misschien kan iemand die het weet eens reageren.

Op 25 februari 1987 won de Belgische PDM-coureur Wim Arras met overmacht de sprint van de derde Grote Prijs Wieler Revue. Eddy Planckaert, Jean-Paul van Poppel en Johan Capiot waren niet opgewassen tegen de rappe Arras. De Grote Prijs had dit jaar voor het eerst het predikaat ‘internationaal’, omdat de organisatie met enig lobbyen de koers op de internationale kalender had weten te krijgen. Moest men zich in het begin nog behelpen met slechts de deelname van Nederlandse en Belgische ploegen, nu stond er een deelnemersveld aan de start als bij een echte klassieker. Met Greg LeMond, Steve Bauer en Sean Kelly en ook de Spaanse ploegen Seat-Orbea en KAS. Ron Mackay, de enige als individueel gestarte renner gestarte renner, sprong na 40 kilometer weg en werd pas 90 kilometer later bij het ingaan van de eerste van zes zware finale-omlopen weer ingehaald. Mackay was het jaar daarvoor bij Skala overbodig geworden en de Utrechter wilde zich daarom nadrukkelijk in de picture rijden. Toen het peloton weer compleet was ging het spel op de wagen. Er vormde zich eerst een groep van 22 man, waarvan Erik Breukink, Marc Sergeant en Gerrie Knetemann zonder succes probeerden weg te komen. Ook het koppel Lubberding, Kelly had geen succes. Zodoende kwam het net als in de eerste editie aan op een sprint en daarin was de PDM-ploeg, dankzij goed ploegenspel en de rappe benen van Wim Arras, de sterkste.

Op de datum van vandaag, maar dan in 1990, behaalde Mathieu Hermans zijn eerste overwinning in dienst van de Spaanse Seur ploeg. In Valencia zegevierde onze landgenoot in de zesde en laatste etappe van de Ronde van Valencia. Hermans versloeg in een massasprint Guido Bontempi en Uwe Raab. En er was meer succes want eindwinnaar werd Tom Cordes uit de ploeg van Jan Raas. De tweedejaarsprof boekte al weer de tweede zege in het nog prille seizoen, want eerder won de 23-jarige Wilnisser al de Grote prijs Luis Puig. In Valencia droeg hij vanaf de derde etappe de leiderstrui.

Op maandag 25 februari 1991 maakt de UCI de diverse wereldranglijsten bekend, waarmee het seizoen begonnen zou worden. Gianni Bugno was na zijn formidabele campagne van 1990 de onaantastbare leider van de individuele ranglijst en Erik Breukink de beste Nederlander. De stand was: 1. Bugno, 2. Chiapucci, 3. Mottet, 4. Indurain, 5. Lejarreta, 6. Breukink, 7. Kelly, 8. Bauer, 9. Lemond, 10. Echave, 16. Maassen, 22. Van der Poel en 23. Nijdam. De wereldranglijst bij de ploegen had een Nederlandse aanvoerder, en wel PDM dat de afgelopen drie jaar ook al eindwinnaar van de wereldbeker voor ploegen was geweest. Gatorade was hier tweede, Buckler derde, Banesto vierde, Once vijfde, Panasonic achttiende en TVM eenentwintigste. De eerste twintig formaties kregen automatisch startrecht in de wereldbekerwedstrijden.

Eddy Merckx was rond deze tijd vaak actief in Italië waar hij de Ronde van Sardinië tot een van zijn favoriete koersen rekende. Tussen 1967 en 1976 won hij de koers vier maal (1968-1971-1973-1975) en werd hij een keer 2e, 4e en 8e en haalde hij in totaal elf ritzeges. Eén ding deed hij echter nooit, winnen op 25 februari. Volgende week meer met dan zijn zege in de Omloop Het Volk, dan precies 35 jaar geleden.

In de 29e Zesdaagse van Antwerpen, die op woensdagavond 28 februari 1968 zijn apotheose beleefde, was er géén vierde opeenvolgende zege voor Jan Janssen en ook niet voor Peter Post. De Amstelvener haalde met Fritz Pfenninger en Rik Van Looy verreweg de meeste punten maar werd net als Janssen die met Patrick Sercu en Klaus Bugdahl reed, met nog 25 minuten voor de boeg gedubbeld door het in supervorm verkerende trio Theo Verschueren, Sigi Renz en Miel Severeyns. Dé uitval kwam van Verschueren, Renz in topvorm en Severeyns als in zijn beste dagen gaven geen meter prijs. Integendeel, zij dubbelden eerst de teams van Gerrit de Wit, Dieter Kemper en Romain Deloof, overstaken vervolgens Janssen-Bugdahl-Sercu, en kwamen in één ruk ook voorbij Post-Van Looy-Pfenninger. Dat was de beslissing tot grote tevredenheid van de tienduizenden liefhebbers die de toegang aan de Antwerpse Schijnpoortweg hadden gepasseerd. Na 3070 kilometer en 870 meter koers waren Verschueren c.s. met 932 punten de winnaars, met een ronde achterstand en 1069 punten eindige het trio Post als tweede en het drietal Sercu, Bugdahl en Janssen als derde met 950 punten. Jan Janssen kon zich daarna volledig gaan richten op het wegseizoen dat een week daarna zou aanvangen met de Omloop Het Volk gevolgd door Parijs-Nice.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 25 februari 2008 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web