Wim van Est, de eerste Nederlander die de Ronde van Vlaanderen won!

In de jaren na de tweede wereldoorlog was de Ronde van Vlaanderen voor Nederlandse wielerliefhebbers iets van een andere planeet. Daar wonnen Belgen, Italianen, Fransen, de vertegenwoordigers van de grote wielerlanden. Geen Nederlander die er aan te pas kwam. Sterker nog, ze kwamen niet eens aan de start. Nederlandse wegrenners behoorden tot de figuratie. En ineens in 1950 was daar Wim van Est die in het toen nog verre Frankrijk de klassieker Bordeaux-Parijs won. De eerste Nederlander die een klassieker won. Klassieker? Wat was dat? Wisten we veel. En twee jaar later won hij hem nog eens, nadat hij in 1951 de eerste Nederlander was geweest die de gele trui in de Tour de France had veroverd. We lazen korte berichtjes over zijn prestaties in de krant en in het Polygoonjournaal in de ...

... bioscopen zagen we een flits van hooguit vijftien seconden in bibberige zwartwitbeelden hoe Van Est ‘m dat lapte.
Heel langzaam werden we ons bewust dat er in het buitenland een andere wielerwereld was, waar wij Nederlanders vreemden waren. Natuurlijk hadden landgenoten er incidenteel prestaties geleverd, zoals Middelkamp met zijn wereldkampioenschap in 1947 en zijn zege in een bergetappe in de Tour vier jaar voor de oorlog. En Jan Lambrichs die in 1939 achtste werd in de Tour. Maar het was allemaal ver ons bed en Middelkamp en Lambrichs konden gewoon over straat. Maar Wim van Est was de man die de bladzijde omsloeg. Die het grote wielrennen met de Tour, de Giro en de klassiekers binnen het gezichtsveld van de Nederlanders bracht. Een eenvoudige boerenjongen van de schrale zandgronden van West-Brabant die je niet eens kon verstaan als-ie op de radio was. Die met een zak vol bruine boterhammen met spek naar de koers trok. Eerst naar d’n Bels en toen verder omdat hij een schamel contractje had bij de fietsenfabriek van Garin, vernoemd naar de eerste winnaar van de Tour de France in 1903. Het mooie van Wimme was dat hij overal schijt aan had en totaal niet onder de indruk was van reputaties. Poen moest hij verdienen voor Mieke thuis en de koters en daar moest alles voor wijken.
Bordeaux-Parijs daar hadden die kaaskoppen nog nooit van gehoord, maar de Ronde van Vlaanderen dat was dichter bij huis. Die koers konden ze in Brabant haast aanraken. Hij had al twee keer kort gereden in de koers van Kaorle. Hij was zestiende in 1950 en vierde in ’52. Het was zijn koers en niet die van Schulte of van Wout. En toen kwam 1953. Zijn sponsor was nog steeds Garin, maar het was een andere tijd. Hij reed ook voor het fietsenmerk Locomotief gesponsord door Pontiac horloges met Kees Pellenaars als ploegleider. In grote koersen reed hij voor Garin, maar als Pellenaars meer bood dan reed hij voor Pontiac. Met zo’n ding om zijn pols was hij in 1951 in het magisch geel het ravijn van de Aubisque in geduikeld en hij had als eerste Nederland helemaal wielergek gemaakt. Die klokkies brachten hem geluk en … poen.
Op 5 april 1953 verrichtte hij zijn derde voor Nederland unieke prestatie door Vlaanderens mooiste te winnen. Als eerste Nederlander. Een goede maand later realiseerde hij zijn vierde unicum. De eerste Nederlander in de roze trui van de Giro d’Italia. De wijze waarop hij de Ronde van Vlaanderen won verdient respect. Geen tactisch gezever, maar knallen voor wat hij waard was. Het was bar weer met gierende buien maar Van Est bleef rustig tussen de wielen tot de voet van het eerste klimmetje.’Het slagveld dreef van de slaande buien, de bomen bogen onder de striemende windstoten, de weg steeg en daalde en generaal Van Est zat aan het hoofd van de troepen.’ Zo beschreef Jaak Veltman het in het blad Wielersport. Van Est leidde het snel afbrokkelende peloton naar de Oude Kwaremont en bovengekomen waren er nog maar dertig strijders over. Te veel, oordeelde den IJzeren, en hij nam steeds vaker over om het veld uit te dunnen met zijn machtige versnellingen. Hij kreeg een bondgenoot in de oersterke Desiré – zeg maar Dis – Keteleer, een Vlaamse beul van hetzelfde fabriekskaliber. Zij losten elkaar snel af en het tempo werd verder opgevoerd. Twee man konden nog aanhaken: de Belgische Limburger Pol Schaecken en de Fransman Stanislas Bober. De hemel werd asgrauw en de bliksem lichtte het pad waarover de vier helden voortijlden. Bobet, Petrucci, Dupont, Impanis, Gauthier, Derijcke, Rosseel bleven gesneuveld achter op het veld van eer. De vier vooraan knalden onder de verschrikkelijke impulsen van Van Est en Keteleer Geraardsbergen binnen en Van Est – bepaald geen klimmer – pakte op de top van De Muur de vette premie. Schaecken reed lek en hij moet dat als een bevrijding hebben gevoeld en Bober kon niet meer overnemen. En dan is het wielrennen keihard en een tempoversnelling was genoeg om hem ter plaatse te laten. Hij had nog een kans gehad toen Van Est hem toesprak dat profiteren van anderen vandaag niet werd getolereerd. Werken met je luie donder, verdoeme, was het parool. Maar Stanislas kon niet meer en dertig kilometer voor de streep waren er nog maar twee. Twee van hetzelfde laken een pak, maar waar Keteleer zich altijd aan anderen had verkocht daar wilde Wimme alles. De poen, de bloemen, de eer en de eeuwige roem van de eerste Nederlander te zijn die deze koers op zijn naam zou schrijven. Hadden die Ollanders hem niet ooit in de bak gezet voor een lullig smokkelakkefietje? Hij zou ze leren, die klootzakken.
Achter hem reed Kees Pellenaars in de TikTak Pontiac-voiture en naast d’n Pel zat diens achtjarige zoontje Pierre, de enige nog levende ooggetuige. “Plotseling stonden ze voor gesloten spoorbomen en Van Est en Keteleer vloekten de stenen uit de straat. De voorsprong was redelijk maar niet riant. Ons pa stapte uit en wisselde enkele woorden met Keteleer. Het was genoeg, de man die altijd dienstbaar was zou zich schikken. Keteleer koos eieren voor zijn geld, want het beste was er bij hem af.” Maar Van Est had geen hulp meer nodig. De Fransman Bernard Gauthier was door het oponthoud door die gesloten spoorbomen tot op 45 seconden genaderd, maar hij kwam geen streep meer dichterbij. In de laatste kilometer leek de snellere Keteleer het verbond toch nog te gaan schenden, maar tegen de macht waarover Van Est in de laatste honderden meters nog bleek te beschikken was de Brusselaar niet opgewassen. En zo won Wim van Est als eerste Nederlander een echte klassieker. De Ronde van Vlaanderen. De koers van Kaorle, die aanstaande zondag weer miljoenen wielerliefhebbers in zijn greep zal hebben.
Door Fred van Slogteren, 27 maart 2006 20:46

Wim van Est

Voor iedere wielerliefhebber is er ooit een reden geweest waarom het wielrennen voor hem de favoriete sport is en altijd zal blijven!
Voor mij waren dat de hierboven beschreven jaren in de begin jaren 50,met in de hoofdrol Wim van Est!
Mooi verhaal!

Geplaatst door Harry Hermkens, 27 maart 2006 21:50:31

rijnbende

Mooie foto van Wimme in die trui van Rijnbende jenever uit de Ronde van Nederland 1963. Rijnbende had toen een gelegenheidsploeg onder leiding van Amsterdammer Carel Verbrugge. Als ploegleider bakte hij er niet veel van. Zo zag hij Wim die met een lekke band langs de kant stond finaal over het hoofd en liet hem mooi staan. Met zoiets moet je bij Ijzeren Willem niet aankomen. Na afloop van de etappe waren de rapen dan ook meer dan gaar.
Zingen ging Careltje Verbrugge aka Willy Alberti wel wat beter af. Ik hoor "Una Marchia in Fa" nog uit de luidsprekerdeksel van het Philips pick-upje schallen.

Geplaatst door theo, 28 maart 2006 11:51:37

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web