De Burgerlijke Stand van 17 februari.

Oscar PLATTNER (1922, overleden 21.08.2002, Zwitserland)

Jan Derksen vertelde me een paar jaar geleden met enige gepaste trots, want het is natuurlijk niet echt een record om fier op te zijn, dat hij de oudste nog levende sprinter is van pakweg het dozijn coryfeeën dat in de jaren veertig en vijftig het internationale sprintgebeuren domineerde. We gingen het dodenakkertje samen even langs en hij stond enige tijd stil bij het verscheiden van zijn vriend Arie en bij dat van Oski. Oscar Plattner voluit, en destijds een absolute smaakmaker. Op de fiets een uitgekookte zegekaper en privé een gesoigneerde man immer in een scherp gesneden kostuum van Italiaanse snit, want hij was in Zürich eigenaar van een gerenommeerde herenmodezaak. Weliswaar werd die door seine Gattin gerund, maar Oscar wilde nog wel eens een fraaie krijtstreep voor eigen gebruik van het knaapje lichten. ‘Oscar was een vriend’, zei Jan met weemoedige ogen en ik geloofde hem graag. Toch heeft die vriendschap in 1952 even aan een zijden draad gehangen, want de twee zaten in de finale van het WK sprint voor professionals in Parijs samen met de onberekenbare Fransman Georges Senfftleben. Geen vriend van Derksen, vanwege een tumultueus verlopen finale tijdens het WK van 1946, en daarom was Senf, die zich zelf nauwelijks kansen toedichtte, vol wraakgevoelens graag bereid Oski aan de zege te helpen door een combine tegen de Nederlander in elkaar te steken. Derksen tuinde er met open ogen in en Plattner behaalde zijn enige wereldtitel bij de profsprinters. In 1946 had hij de regenboogtrui bij de amateurs behaald en bij het beroepsvolk werd hij nog een keer tweede en een keer derde. Na zijn carrière was hij – meen ik – jarenlang bondscoach van de Zwitserse baanrenners, maar een opvolger heeft hij …

… niet kunnen brengen. Mooi is ook het verhaal dat Arie en Jan hem een keer uitkozen als slachtoffer van hun practical-joke-hobby. Plattner, zuinig als een Zwitser, zorgde er altijd voor dat zijn koffer geen overgewicht had als hij moest vliegen. Geen gram teveel, tot die keer dat hij een forse bijbetaling moest doen en daar niets van begreep. Tot hij thuis zijn koffer uitpakte en er acht stalen jeux-de-boules-ballen in vond. ‘Lächelend wie ein Bauer mit Zahnschmerzen’ schonk hij de ballen aan de Zwitserse artillerie en hij bracht de eerstvolgende keer Arie en Jan een vernietigende nederlaag toe. ‘Wer zuletzt lacht, lacht am besten! (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

De andere op 17 februari geborenen zijn:

AUGER, Ludovic (1971, Frankrijk)
BAUMGARTNER, Tobias (1981, Zwitserland)
COOLS, Frans (1918, overleden 03.09.1999, België)
EISEL, Bernhard (1981, Oostenrijk)
FRISCHKNECHT, Thomas (1970, Zwitserland)
GENTY, Jean-Claude (1945, Frankrijk)
MEERSMAN, Maurice (1922, België)
MESSELIS, André (1931, België)
PROCH, Walter (1974, Italië)
ROGIERS, Rudy (1961, België)
SCHERENS Jef ‘Poeske’ (1909, overleden 09.08.1986, België)
TERRUZZI, Ferdinando (1924, Italië)
TSCHAN, Jürgen (1947, Duitsland)
VIETTO, René (1914, overleden 14.10.1988, Frankrijk)
WAGEMANS, Joris (1988, België)
WOLFS, Tiny (1932, Nederland)

Door Fred van Slogteren, 17 februari 2008 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web