ad ad ad ad
Deel 3 is uit

Uit de ordners van Jan …

“Op 28 januari 1975 won Leo Duyndam voor de vierde opeenvolgende keer de Zesdaagse van Rotterdam. Driemaal won hij met René Pijnen, maar deze keer was Gerben Karstens zijn ploegmaat. Pijnen legde met Roy Schuiten beslag op de tweede plaats. Andere landgenoten in het deelnemersveld waren Gerrie Knetemann–Cees Stam (9e), Klaas Balk–Gerrie Fens (10e), Janus van Tol (11e) en Cees Priem (12e). Jan Zomer's Wieler Express 2007 had de in 1990 overleden Leo Duyndam als hoofdpersoon. ‘Op de baan wint hij in zijn eerste seizoen (1968) samen met Peter Post de Zesdaagse van Gent en groeit daarna uit tot een sensatie in de zesdaagsen. Het koppel Pijnen–Duyndam is tot op heden nog steeds legendarisch. In 1975 is ook zijn zesdaagseloopbaan vrijwel ten einde, hoewel hij samen met Gerben Karstens nog een opleving heeft en na een werkelijk gigantische strijd in dat jaar de Zesdaagse van Rotterdam wint. In 1976 valt het doek definitief en komt er een einde aan de achtjarige loopbaan van Leo als beroepsrenner. In totaal behaalde hij in deze acht jaar op de weg 50 overwinningen, reed hij 73 zesdaagsen en won er 16.’ En in hetzelfde nummer zegt Gerben Karstens over Leo Duyndam: ‘Leo reed graag met mij, want dan gebeurde er altijd wel iets’.
 
Roger De Vlaeminck kwam in 1980 uit voor de sterke Belgische formatie Boule d'Or en hij had een razendsterke seizoenstart. Na negen …

… succesvolle Italiaanse jaren reed hij dat jaar onder de vleugels van ploegleider Guillaume Driessens als ploeggenoot van onder meer Adri en Jan van Houwelingen, Fons van Katwijk en de Belgische vedette in wording Fons De Wolf. Samen met een aantal Spaanse ploegen reed Boule d'Or mee in de allereerste wegwedstrijd van het seizoen 1980, de Ronde van Mallorca. Als proloog een klimtijdrit in Palma op 27 januari en vervolgens vier etappes tot maximaal 165 kilometer. De Vlaeminck won de proloog, de eerste en de vierde etappe en het eindklassement. Om het Belgische succes compleet te maken won Roger De Cnijf de tweede en Noël De Jonckheere de derde rit, in beide ritten was De Vlaeminck tweede.

In hetzelfde weekend van 26 en 27 januari 1980 waren in het Zwitserse Wetzikon de wereldkampioenschappen veldrijden. Bij de junioren won de nog onbekende Tsjech Radomir Simunek. In de uitslag weinig toekomstige cross-vedetten. Opvallend op plaats zes stond de Belg Eric Vanderaerden, ik wist niet meer dat hij zo sterk in het veld reed. Namens Nederland was Ronald Rol met zijn 21e plaats de beste. Hans van Staten was 26e, Mathieu Hermans 32e en Frans Timmermans 36e. Fritz Saladin uit Zwitserland won de titel bij de amateurs en naast hem op het podium stonden twee Polen, Makowski en Jaroszewski. Namens Nederland werd Berry Zoontjes 25e, Jan Harings 32e en Hans Steekers 39e. Gelukkig hadden we Hennie Stamsnijder nog. Op een zeer zwaar parcours kwam hij tekort voor de wereldtitel, want die was voor de Belg Roland Liboton. De bronzen plak (in de sprint verloor hij van de Duitser Thaler) was echter voor de Nederlander en dat was een kleine pleister op de wonde van de verder uiterst matig verlopen titelstrijd. De gedoodverfde Zwitserse vedetten Zweifel, Frischknecht en Lienhard kwamen in eigen land niet verder dan de plaatsen vier, vijf en zes. Kees van de Wereld werd 11e, Reinier Groenendaal op meer dan vijf minuten 12e en Barry Adema 24e met meer dan een ronde achterstand.

Altijd was hij de stervende zwaan van de nationale titelstrijd bij de veldrijders. Elk jaar weer ging hij af als een gieter, maar in het Zwanenmeerbos van Gieten veranderde de wereld voor Reinier Groenendaal. Na jaren van maar wat aanmodderen werd hij op 27 januari 1985 Nederlands kampioen veldrijden en kreeg hij een hand van zijn aartsrivaal Hennie Stamsnijder. Op de schouders van zijn supporters waande de kleine man zich na zijn grote daden in de wolken. ‘Dat ik op 33-jarige leeftijd dit nog eens mag meemaken. Het mislukte zo vaak, dat ik er eigenlijk niet meer in geloofde.’ En de onttroonde titelhouder Stamsnijder zei: ‘Hij heeft het verdiend. Ik heb zes kampioenstruien gewonnen. Het moest eens gebeuren dat ik niet zou winnen. Eerlijk is eerlijk, Groenendaal was de beste in dit kampioenschap.’

De trend om een dubbel programma af te werken, zou in 1986 door het Kwantum-team van Jan Raas niet worden gevolgd. De ploegleider, die dat jaar met een vrijwel ongewijzigde formatie op de weg kwam, achtte zijn in Amsterdam voorgestelde ploeg daarvoor te smal. Bovendien speelde in belangrijke mate mee dat hij, nu wereldkampioen Joop Zoetemelk zijn aandacht louter ging richten op de Waalse klassiekers, de Amstel Gold race en de kleinere etappe-wedstrijden, niet de beschikking had over een grote ronderenner. Jan Raas had wel gepoogd zijn ploeg in dat opzicht te versterken, want hij knoopte onderhandelingen aan met Stephen Roche. De salariseisen van de Ier gingen in de ogen van de Zeeuw echter alle perken te buiten. ‘Je praat dan over tonnen’, aldus Raas op 27 januari 1986. Raas startte het seizoen met de volgende ploeg: Daams, Dierickx, Ducrot, Emonds, Hanegraaf, Kerstens, Manders, Nijdam, Peeters, Van der Poel, Poels, Priem, Solleveld, Leo van Vliet, Wijnands en Zoetemelk.

Peter Post was er in Scheveningen van overtuigd dat hij in het seizoen 1986 over de sterkste ploeg beschikte. Sterket dan hij  ooit onder zijn hoede had gehad. Het had Post doen besluiten zowel de Ronde van Frankrijk als die van Spanje en Italië op zijn programma te zetten. Hij sprak tijdens de voorstelling over vier grote ronden want ‘ik reken de Ronde van Zwitserland zo langzamerhand ook tot de klassieke rittenkoersen.’ Twintig renners en een groot programma maakten de komst van een derde ploegleider noodzakelijk. Hij vond Walter Planckaert bereid, want die was toch al van plan de racefiets definitief in de schuur achter zijn huis in Nevele te zetten. Jules De Wever bleef de vaste stand-in van Post, die eind 1985 oververmoeid raakte en het wat rustiger aan moest gaan doen.
Millar, Breukink, Harings, Van Lancker, Peiper, Danny en Eric Vanderaerden, Van der Velde, Teun van Vliet, Anderson, Baars, De Keulenaer, Lammertink, Lubberding, Nulens, Oosterbosch, Eddy Planckaert, De Rooy, Theunisse en Winnen zouden Panasonic de gewenste successen moeten gaan bezorgen.

Natuurlijk kan ik wat betreft de vele boeiende ploegpresentaties niet om de ‘vierde’ Nederlandse ploeg heen. TVM presenteerde in het Belgische Wernhout het team voor de jaargang 1990. Ploegleider Cees Priem is een man van ‘geen woorden, maar daden’ en verlangde die instelling ook van zijn manschappen. Priem, voor het derde jaar regisseur van wat bij tijd en wijle oneerbiedig ‘de vierde nationale profstal’ werd genoemd toonde zich optimistisch over het komende seizoen. ‘Vorig jaar presteerden we goed in de Giro, maar de Tour was allesbehalve geslaagd. Ook ons optreden in de klassiekers was niet goed. In de Ronde van Italië rijdt Skibby voor de roze trui. Müller moet zich kunnen mengen voor een plaats in de top-10 van de Ronde van Frankrijk. Anderson, Capiot en Schurer zijn de troeven bij de klassiekers en Jacques Hanegraaf is de wegkapitein.’ Een geruststellende 14e plaats op de FICP-lijst garandeerde deelname aan de Tour en de voornaamste klassiekers. De samenstelling van de ploeg was: Anderson, Sunderland, Bol, Ducrot, Hanegraaf, Kleinsman, Van Loenhout, Luykx, Pieters, Schalkers, Marc Siemons, Van den Bossche, Capiot, Jacobs, Vandenbrande, Müller, Skibby en Pedersen.

In de (inter)nationale wielerwereld werd eind januari 1991 vrijwel unaniem positief gereageerd op de vernieuwingsplannen van Hein Verbruggen, de Nederlandse voorzitter van de Internationale Wielren Unie (UCI). De ploegleiders van de vier Nederlandse profploegen (Peter Post, Jan Gisbers, Jan Raas en Cees Priem) opperden zelfs al het plan om gezamenlijk met Verbruggen rond de tafel te gaan zitten om te bepraten hoe de plannen concreet ingevuld kunnen worden. De ‘perestrojka’ van Verbruggen kwam er in grote lijnen op neer dat het aantal wedstrijden per renner middels een zogenaamde ‘knipkaart’ moest worden gelimiteerd, over de Rondes van Italië, Spanje en Frankrijk verspreid worden en wel over een periode van zes in plaats van drie maanden. Bovendien zouden tijdens de profwedstrijden naast de reguliere dopingcontroles ook vliegende testen worden ingevoerd. 
PDM-kopman Erik Breukink toonde zich enthousiast over de vernieuwingsdrang  van Verbruggen, al meende hij wel dat de dopingcontroles uitsluitend tot de wedstrijden beperkt dienden te blijven. ‘Want anders krijg je een heksenjacht’. Wat betreft de invoering van de knipkaart toonde hij eveneens enige scepsis. ‘Het idee om de renners tegen zichzelf in bescherming te nemen is natuurlijk te prijzen, maar ik denk dat het per individu verschillend is, hoeveel kilometers je maximaal kunt rijden. De één zit bij honderdvijftig wedstrijddagen aan zijn plafond, terwijl de ander dat gemakkelijk aankan.’ Spreiding van de grote rondes mag wat ronderenner Breukink betreft liever vandaag dan morgen ingevoerd worden.

In de aanloop naar Le Tour de Jan Janssen (http://www.tourdejanjanssen.nl/) op deze plaats wekelijks aandacht voor de prestaties van Jan Janssen in 1968.
Op 16 januari werd in Lille de Pelforth ploeg voorgesteld voor het seizoen 1968. Het budget van het team was behoorlijk verlaagd omdat er wederom een Tour de France met landenteams gereden zou worden, waarmee de reclamemogelijkheden drastisch beperkt zouden worden. Ik citeer uit het boek ‘Jan Janssen – vedette op de grens’ van Fred van Slogteren: ‘Uiteraard waren er Nederlandse journalisten aanwezig om van Janssen te vernemen wat zijn plannen waren. Over zijn deelname aan de Tour vertelde hij: Ik heb daar de afgelopen weken diep over nagedacht en ik ben bereid als kopman van een Nederlandse ploeg aan de Tour deel te nemen als ik van de KNWU en mijn toekomstige ploeggenoten de nodige garanties krijg. In dat geval zal ik mijn aandeel in de prijzenpot afstaan aan de anderen, als ik met hun hulp bij de eerste vijf in het klassement eindig. Ik wil voorts dat de KNWU akkoord gaat met de aanstelling van Geldermans als ploegleider en ik wil tevens dat Zilverberg, Van der Vleuten, Schepers, Wagtmans en Duyndam in de ploeg worden opgenomen. Als Gerben Karstens belooft dat hij zich voor mij inzet, dan is hij eveneens welkom in de ploeg. Op 30 januari werd inderdaad officieel bekend gemaakt dat Geldermans door de bond was benoemd als ploegleider van de Nederlandse ploeg in de Tour de France 1968.’

Ondertussen reed Jan Janssen op de wielerbaan van Antwerpen op 28 januari een Omnium der Wegvedetten. Jan begon prima, een zege in de spurt, waarna Jacques Anquetil (voor Gianni Motta) de puntenkoers opeiste. Motta op zijn beurt was de sterkste in de afvalkoers waarna Eddy Merckx een serieuze optie nam op de eindzege met winst in de kilometer met staande start. Uiteindelijk moest de Australische achtervolging de beslissing brengen. Prima sport, een ziedend duel tussen Merckx en Janssen, eindigend in het voordeel van de Belgische troef. Motta werd door Janssen ingelopen, Merckx kon net voor de streep Anquetil inlopen. En omdat Jan Janssen bijna 4 seconden langzamer was dan Merckx ging de eindzege in dit Omnium der Wegvedetten naar de wereldkampioen op de weg Eddy Merckx. Janssen was tweede, Motta derde en Anquetil vierde.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 28 januari 2008 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web