Uit de ordners van Jan …

"Dromen zijn er om geleefd en in ons geval gefietst te worden. Jan Janssen realiseerde zijn droom in 1968." Zo beginnen de makers van de website http://www.tourdejanjanssen.nl/ hun verhaal om u enthousiast te maken voor een sportieve fietstocht die zal starten op 24 juni in Breda en 28 dagen later op 21 juli zal eindigen in Parijs. De route zal exact het parcours volgen van de Tour de France, die Jan Janssen veertig jaar geleden als eerste landgenoot winnend wist af te sluiten.
Fred besteedde op 23 december vorig jaar al aandacht aan dit door Wilfred de Kruijf en Rick Blikman georganiseerde evenement. En omdat ik niet meer de geoefende toerfietser van pakweg een jaar of vijftien geleden ben en bovendien thuis ook nog gezinsleden heb waarmee ik graag de zomervakantie doorbreng, wil ik mij wat betreft deze tocht beperken tot bovenstaande aankondiging.
Wat ik wel ga doen is aan de hand van het blad Wielersport jaargang 1968 uitgebreid het wel en wee van Jan Janssen volgen in de aanloop naar zijn Tourzege. Wat maakte hij mee, waar presteerde hij en waar juist niet. Jan Janssen zal de komende maanden als een rode draad door mijn bijdragen gaan lopen. Als opwarmertje voor dit geweldige initiatief ter herdenking van de veertigste verjaardag van Nederlands eerste Tourzege.
Wielersport nr. 1 van 1968 vermeldt op pagina 16 in het kort het etappeschema van de Tour. Tweeëntwintig etappes brengen de renners van de start op …

… 28 juni in Vittel naar de finish in Parijs op 21 juli. Ook het schema van de Super Prestige Pernod Trofee, die Jan Janssen in 1967 had gewonnen, is te lezen. Alle grote wedstrijden staan op die lijst, met Rund um den Henninger Turm voor het eerst.
De Super Prestige Trofee was trouwens niet de enige prijs die Janssen in 1967 won, hij werd op vrijdag 19 januari 1968 door de Club 48 ook nog gekozen tot renner van het jaar 1967. Op bijgaande cover van Wielersport nr. 2 zien we naast Jan Janssen (rechts) ook nog de renner van de toekomst, Fedor den Hertog (links) en de naamgever van de beker Gerrit Schulte.

Dan naar woensdag 14 januari 1976. René Pijnen won op die dag met zijn Raleigh-ploeggenoot Günther Haritz de Zesdaagse van Bremen. In dezelfde ronde maar met 42 punten minder werden de Duitsers Dieter Kemper en Sigi Renz tweede. Patrick Sercu had bijna net zoveel punten als Pijnen-Haritz maar moest (met Graeme Gilmore) een ronde toegeven. Op twee ronden werd Roy Schuiten met Wilfried Peffgen vijfde.

In de krant van 14 januari 1980 stond een verslag over het succesvol verlopen Nederlands kampioenschap veldrijden in Berg en Dal. RTC Groenwoud '30 uit Nijmegen had de organisatie in handen. Er waren vier titels te vergeven, alle koersen werden op zondag verreden.
De titel bij de veteranen werd opgeeist door Cock van der Hulst. Van der Hulst was een van de pioniers bij het veldrijden in Nederland en de eerste landgenoot die bij een WK op het podium stond. Hij haalde tussen 1964 en 1973 maar liefst zeven medailles op het hoogste niveau bij de nationale veldritkampioenschappen, waaronder de titel in 1968 en 1973. In Berg en Dal was J. Aarts tweede en H. Zuiderduin derde. In de uitslag ontdek ik ook nog ene Tim Krabbé uit Amsterdam en wel op een 18e plaats op 4 minuut 38 van Van der Hulst.
Bij de nieuwelingen was Gino Meex uit Wamel de sterkste. Hij versloeg Freddy Kuypers uit Tilburg in de sprint. Derde was T. van Sleeuwen en vierde G. Dekker uit Hoogeveen. Het zou mij niet verbazen als dat Gerard Dekker was, de oudste broer van Erik. Volgens de biografie van Erik was Gerard samen met zus Marja in die tijd lid van de Peddelaars uit Hoogeveen. Op het moment van de wedstrijd was Erik pas negen jaar, maar wel al lid van de Peddelaars en redelijk succesvol in de jeugdcategorieën.
Ronald Rol haalde de titel bij de junioren voor J. Arends en Nico Verhoeven. Inderdaad, dé Nico Verhoeven die beroepsrenner was tussen 1985 en 1995 en thans ploegleider is bij het Rabobank Continental Team. Verhoeven schreef in totaal 26 profwedstrijden op zijn naam, waaronder een Touretappe in Berlijn en hij was, zo lees ik in zijn biografie, voor zijn overstap naar het wegrennen een talentvol veldrijder. Op bijgaande foto staat de 19-jarige Nico Verhoeven rechts met het blauwe jack.

Zoals altijd in die tijd vertrokken de amateurs en de profs gezamenlijk voor de koers over 28 kilometer. De amateur-titel was voor Herman Snoeijink en dat was geen verrassing want de topper uit Denekamp zou de trui liefst vijf keer winnen. Wil Brouwers en Berry Zoontjes waren tweede en derde. Bij de profs was er wel een verrassende winnaar. Niet de favorieten Reinier Groenendaal (2e) of Hennie Stamsnijder (3e) maar Kees van de Wereld uit Nieuwkoop haalde de Nederlandse titel. Hij kwam in de laatste ronde aan de leiding en stond die niet meer af.

Vorig jaar was Kees met zijn favoriete trainingsrondje een van de 26 hoofdrolspelers in het boekje '26 Rondjes in het Groene Hart' geschreven door Fred van Slogteren bij gelegenheid van de eerste editie van de Ronde van het Groene Hart. Medio maart 2008 zal er trouwens een vervolg verschijnen met het boekje '26 Ontmoetingen in het Groene Hart' waarin alles draait om het favoriete plekje in het Groene Hart van 26 beroemde, bekende, minder bekende en onbekende Nederlanders uit de sport, de politiek, de media en het amusement. Bijvoorbeeld Michael Boogerd, Johan Derksen, Bram van der Vlugt, Paul van Vliet en Aad van den Heuvel zullen in het nieuwe boekje met enthousiasme vertellen over hun meest geliefde stukje Groene Hart.

Karakter kon Freddy Maertens in 1981 niet ontzegd worden. Na twee seizoenen, waarin hij tevergeefs geprobeerd had terug aan de top te komen, had hij de moed nog niet opgegeven om ooit weer een toonaangevende positie in het wielerpeloton in te kunnen nemen. ‘Ik denk’, zei hij op 14 januari 1981 zonder een twijfel in zijn stem, ‘dat ik weer het peil kan bereiken, dat niet ver van mijn oude niveau ligt’. Maertens (toen 28) was wat schichtiger geworden dan in zijn glorietijd, waarin hij wereldkampioen werd (1976), diverse klassiekers won en van de ene naar de andere overwinning reed. Daartoe zal ongetwijfeld hebben bijgedragen dat velen hem als een baksteen hadden laten vallen. Hij zag twee seizoenen de mist in gaan. 1979 ging nagenoeg geheel verloren door twee operaties aan de rechteronderarm en een minutieus geneeskundig onderzoek in Amerika. De comeback in 1980 leek veelbelovend na een zege in Italië waar hij alle Italiaanse topsprinters klopte, een goede Parijs-Nice en een puike Ronde van Vlaanderen. Een valpartij dankzij een overstekend kind bracht echter de kentering. Het dieptepunt kwam in de Giro toen hij in de 14e etappe buiten de tijdslimiet binnenkwam. Vijf maanden had hij aan zijn nieuwe rentree gewerkt onder leiding van zijn Antwerpse trainer Dirk Merckx. Hij leefde als een asceet en ging in vijf maanden slechts één keer te laat naar bed, toen zijn broer trouwde. Heel belangrijk was ook dat hij weer onder de vleugels van Lomme Driessens zat. Wat hem betreft konden alle andere ploegleiders niet in zijn schaduw staan. De slechtste was in zijn ogen Fred De Bruyne. ‘Fred kon er niks van, niemand kon met hem overweg. Lomme is heel anders, dat is een echte vakman die voortdurend met het wielrennen bezig is. Ook levenszaken. En in de winter houdt hij ook contact met je, dat is nuttig en nodig. 1981 zou een bijzonder jaar voor Freddy Maertens worden, want hij zou opnieuw op topniveau presteren. Zijn oud-ploegleider Driessens haalde hem bij de Boule d’Or ploeg, waarvoor hij een sterke Ronde van Frankrijk reed, waarin hij maar liefst vijf etappes én de groene trui won. Ook werd hij dat najaar in Praag voor de tweede maal wereldkampioen.
In de daaropvolgende seizoenen wist Maertens geen aansprekende koersen meer te winnen. Na nog een jaar Boule d’Or ging hij rijden voor diverse kleinere ploegjes en privé-sponsoren, alvorens in 1987 definitief met wielrennen te stoppen.
Na zijn carrière werkte hij een tiental jaren als vertegenwoordiger voor een Zwitsers sportkledingmerk. Sinds 2000 werkt hij in het Nationaal Wielermuseum in het Belgische Roeselare.

Dan naar de ploegpresentaties. In de Telegraaf van donderdag 14 januari 1982 schreef Co Dijkman over de voorstelling van de TI-Raleigh-Campagnolo ploeg van Peter Post. In Parijs maakte de Amstelveense ploegleider zijn plannen voor het seizoen 1982 bekend. Zoetemelk, Pronk, Oosterbosch, Wesemael en Maas waren verdwenen terwijl Pirard, Veldscholten en De Keulenaer hun opwachting maakten. De veertien man tellende ploeg bestond verder uit Raas, Knetemann, Van der Velde, Lubberding, Hoste, Peeters, Van den Hoek, Hanegraaf, Priem, Van Vliet en Wijnands. Voorwaar een getalenteerd gezelschap dat je wel om een boodschap kon sturen.
Eigenlijk had Post al bekend willen maken dat hij zowel de Tour als de Giro zou gaan rijden, maar hij moest daarop het antwoord nog schuldig blijven omdat hij nog in onderhandeling was met Giro-baas Torriani. Post wilde een financiële tegemoetkoming omdat het budget anders niet toereikend was. Een Giro-optreden kostte toen gauw zo'n 80.000 gulden, terwijl hij aan hotels ook nog 60.000 gulden kwijt zou zijn. En bij succes kwamen daar dan nog de premies voor de renners bij. Met zes man personeel en de autokosten kom je dan al snel tot de conclusie dat bruintje dat niet kon trekken. Dat de Italiaanse ploegen alles zelf betalen was normaal, want voor hen was de Giro een must, net zoals de Tour de France dat voor Raleigh was. Uiteindelijk zou er dat jaar geen Raleigh-ploeg in de Giro van start gaan.

In januari 1989 was er een foto-sessie in het Brabantse Veldhoven. Sean Kelly, de nummer één van de wereldranglijst van het profwielrennen, was voor het eerst actief in de werkkleding van zijn nieuwe werkgever PDM. PR-man Harrie Jansen gaf de instructies en de Ier volgde ze vrolijk op. Kelly, die bij de Nederlandse ploeg naar schatting 1,2 miljoen gulden zou gaan verdienen, maakte kennis met zijn nieuwe collega's om direct na de foto-sessie met het team door te reizen naar het Oostenrijkse Zell am See voor een trainingsstage in de sneeuw.
En dat PDM een goede investering had gedaan zou later in het seizoen blijken. De Ier zou zijn geld meer dan waard zijn. Alhoewel hij slechts vijf overwinningen boekte, waaronder Luik-Bastenaken-Luik, was hij dermate regelmatig in de wereldbekercyclus dat hij op donderdag 18 januari 1990 de beker in ontvangst mocht nemen als allereerste individuele winnaar van de wereldbeker. Bovendien won PDM de wereldbeker voor ploegen.

Dan tot slot Jan Raas. Op 14 januari 1992 vond de ploeg-presentatie van zijn Buckler-ploeg in Amsterdam plaats. Raas maakte zich nog steeds geen zorgen hoewel hij al vier maanden naarstig op zoek was naar een bedrijf dat enkele miljoenen wilde investeren in zijn wielerploeg omdat Buckler er aan het eind van het seizoen 1992 mee zou stoppen. De producent van alcoholvrij bier ging op andere manieren reclame maken. De speurtocht van Raas naar een vervanger bleef lang zonder succes. Logisch, want de Zeeuw was niet de enige ploegleider die bij de multinationals kwam aankloppen. Behalve Buckler hield ook sponsor PDM het voor gezien, terwijl het allerminst zeker was dat Panasonic door zou gaan. Jan Raas had echter het volste vertrouwen in de toekomst. Op de vraag wat hij ging doen als er geen nieuwe sponsor gevonden zou worden, antwoordde hij: ‘Geen flauw idee. Eerlijk gezegd heb ik daarover nog niet nagedacht. Ik ga er gewoon vanuit dat er een nieuwe sponsor komt. Er is veel concurrentie, maar als de ploeg goed blijft presteren ben ik optimistisch.’ Uiterlijk 1 juni hoopte hij zijn renners bij een andere sponsor onder de pannen te hebben. Hij trok voor het seizoen 1992 geen nieuwe renners aan en was ook niet bang dat zijn poulains voor die tijd zouden zwichten voor lucratieve aanbiedingen van de concurrentie. Bijzonder was dat ook de grote baas van het bierconcern, Freddy Heineken, de voorstelling met zijn aanwezigheid opluisterde. Op de foto onderhield hij zich met ploegleider Jan Raas. Waarover spraken zij?
De samenstelling van het Buckler team 1992 was: Mario De Clerq, Patrick Eyk, Antoine Goense, Edwig en Gino Van Hooydonck, Ludo De Keulenaer, Martien Kokkelkoren, Frans Maassen, Rob Mulders, Jelle Nijdam, Toine Poels, David Rayner, Patrick Robeet, Steven Rooks, Noël Segers, Gerrit Solleveld, Eric Vanderaerden, Wiebren Veenstra, Gerrit de Vries en Wilco Zuijderwijk.
En inderdaad zou Jan Raas een sponsor vinden. Softwaregigant WordPerfect zou twee jaar lang de professionele ploeg van Raas steunen, alvorens die in 1995 in het nog steeds bestaande Rabobank Wielerplan werd geïntegreerd.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 14 januari 2008 10:00

tourdejanjanssen

Wat is er mooier voor de fietsfanaat om een keer de tour te rijden en dan ook nog de tour van Jan Janssen.
Ik heb er nog steeds spijt van dat ik 'm destijds aan me voorbij liet gaan.Het zal me geen tweede keer overkomen!

Geplaatst door Jan v d Horst, 16 januari 2008 16:40:44

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web