Uit de ordners van Jan …

“In de Wielersport van 6 januari 1966 stond een mooi verhaal van Evert van Mokum over Federico Bahamontes. De ranke Castilliaan koerste namelijk niet meer. De donkere Spaanse wegrenner, die vooral in de Tour de France als een ware meesterklimmer een prachtige bladzijde in de wielergeschiedenis schreef, heeft zonder veel omhaal de wedstrijdbaan verlaten. Zonder veel gerucht, omdat de pijn bij zo'n afscheid – dat geldt voor elke sportman die tot grootse prestaties kwam – nu eenmaal geen lawaaierigheid verdraagt.
De op 9 juni 1928 in Santo Domingo (Toledo) geboren Bahamontes had het in het begin van zijn loopbaan verduiveld moeilijk. Als zoon van een zeer arme familie moest hij heel lang sparen voor een racefiets. Die kwam er door op de markt voor een groentenboer allerlei karweitjes op te knappen. Bij gebrek aan voldoende peseta's had hij echter geen ander vervoermiddel dan op het rijwiel naar de koersen te gaan. Daar moest hij soms honderden kilometers voor afleggen.

Federico, de Adelaar van Toledo, reed aanvankelijk alleen voor de bergpremies. Hij was geen snelle en ook geen fondrenner van superklasse. Toch toonde hij in menige Tour de France ook op de vlakke wegen heel wat mans te zijn. Hoe had hij anders de Tour van 1959 kunnen winnen. De man uit het land van zon, wijn, sinaasappelen en citroenen heeft geen enkele ...

... eendaagse wegklassieker op de palmares staan. Hij was een uitgesproken ronderenner, het klimmen zat in zijn bloed. Hij won maar liefst zes maal het bergklassement in de Tour en dat was in 1954, 1958, 1959, 1962, 1963 en 1964. In totaal heeft hij zeven touretappes gewonnen. In 1957 eindigde hij als tweede in het eindklassement van de Ronde van Spanje. In dat jaar en het jaar daarop won hij bovendien het bergklassement van deze ronde. Ook het bergklassement van de Ronde van Italië heeft hij gewonnen: in 1956.

Bij het begin van de Tour van 1959 werd Bahamontes niet gezien als één van de favorieten voor de eindoverwinning. Hij profiteerde echter van een vroege ontsnapping tijdens een etappe in de Pyreneeën. Vervolgens won hij ook nog eens de klimtijdrit op de Puy-de-Dôme. In de Alpen werkte hij samen met die andere superklimmer Charly Gaul, waardoor hij zijn voorsprong kon vergroten. Zowel Henri Anglade als Jacques Anquetil hebben daarna nog wat van hun achterstand in kunnen lopen, maar niet genoeg om de leidende positie van Bahamontes te kunnen bedreigen. Op ruim 37-jarige leeftijd trok hij zich terug uit de wielersport. Zijn verdiende geld dat hij goed bijeen heeft weten te houden, stak hij in een wielerzaak in de tweeduizend jaar oude Spaanse stad Toledo.

Meer dan eens was er discussie rondom de verkiezing van de renner van het jaar. Zo ook begin 1970. Het jaar 1969 leverde ons land maar liefst drie wereldkampioenen op (Bert Boom, Jaap Oudkerk en Harm Ottenbros). Het jonge talent klopte heel nadrukkelijk aan de deur, Rini Wagtmans excelleerde in vele rittenkoersen en toch kwam de keuzecommissie van de Gerrit Schulte Trofee na veel wikken en wegen en na een blik op het niveau van de vorige winnaars, tot de conclusie dat er geen waardige opvolger van Jan Janssen voorhanden was, omdat geen echte uitschieter kon worden aangestreept. Met dit besluit waren diverse leden het niet eens. Met name Ton Vissers, Theo Koomen, Herman Krott en Henk Faanhof motiveerden hun kritiek, stelden vragen en noemden ook namen. Gerrit Schulte en Frits van Griensven dienden echter van repliek en handhaafden de beslissing. Geen renner van het jaar dus, wél een vele pluimpjes krijgende renner van de toekomst. De toekenning van de Toboga beker was in een wip voor elkaar, want eenstemmig werd Joop Zoetemelk uitverkoren. Een selectie die logisch was, daar Fedor den Hertog al in 1967 dit predicaat had verworven. Joop ontving de bokaal uit handen van Frans van den Boogaerd en dat leverde een fraaie cover op voor de Wielersport van 15 januari 1970.

Morgen is het al weer de laatste dag van de Zesdaagse van Rotterdam op de demontabele baan van Ahoy. Toen Sportpaleis Ahoy’ nog een vaste wielerbaan had, waren er heel regelmatig wielerwedstrijden in het kader van AHOY’-OP-ZONDAG. Zo viel er ook op 7 januari 1979 weer veel te genieten op de piste. Neem bijvoorbeeld het Nederlands kampioenschap klassementswedstrijd voor junioren. De vonken spatten er af! Vanaf het begin werd er vrijwel onophoudelijk gestreden om de hoogste eer. De eerste plaats viel tenslotte verdiend toe aan John Roozenburg, een beer van een knaap uit Rijswijk. Tweede was Albert Harren en derde H. de Vries. Er werden ook een kwalificatie verreden voor het NK stayers voor amateurs en die werd gewonnen door G. Hermans, gegangmaakt door Frits van Duivenbode. Peter Hellemons was tweede. Het programma werd besloten met een koppelkoers, waarin een aantal jonge koppels de kans kregen zich te kwalificeren voor de Rotterdamse amateur-zesdaagse. De winst in deze wedstrijd was uiteindelijk voor Gaby Minneboo en Sjaak Pieters. Ger Slot en Barend Huveneers werden tweede en de jonge beloften Hans Vonk en Ton Ketelaars eindigden als derde. Deze laatsten plaatsten zich hiermee voor de zesdaagse evenals de koppels Vrolijk-Sluimer en Geserick-Kuiken.
De 2500 toeschouwers keerden tevreden huiswaarts.

Wereldkampioen Hennie Stamsnijder werd door een aantal Nederlandse sportjournalisten gekozen tot sportman van het jaar 1981. Dat werd bekendgemaakt in een rechtstreekse televisie-uitzending van AVRO’s Sportpanorama, dat de verkiezing organiseerde. Dammer Harm Wiersma werd tweede en Peter Winnen, de revelatie van de Ronde van Frankrijk dat jaar werd derde. De Telegraaf stak op haar sportpagina’s van donderdag 7 januari 1982 de kritiek op de uitzending van de AVRO niet onder stoelen of banken. Charles Taylor noemde de uitzending ‘smakeloos’ in zijn rubriek Telesport Opinie. Taylor: ‘In de serie verbijsterend slechte televisieprogramma’s kan de uitzending Verkiezing Sportman van het Jaar van de AVRO gevoeglijk worden bijgezet. Inhoudelijk was deze door miljoenen bekeken sportgalashow in alle opzichten ver beneden peil. De sportmannen en -vrouwen van het jaar kwamen nauwelijks actief in beeld, zodat de hun toegedichte kwaliteiten, op grond waarvan ze tenslotte tot de besten van het afgelopen jaar werden gekozen, door de kijker in het geheel niet konden worden beoordeeld. Sterker, daar waar zij in hun hoedanigheid als de beste topsporters van 1981 het recht hadden moeten krijgen in dit showprogramma in woord en beeld een hoofdrol te spelen, daar werden ze door een nauwelijks deskundige presentatrice (Joan Haanappel) en een helemaal niet in zijn rol als interviewer gelovende presentator (Jos Kuyer), publiekelijk gekleineerd door aan een aantal kneuterige spelletjes mee te moeten doen, die nog zelfs onder het niveau van de kleuterschool lagen. Verder moesten Hennie Stamsnijder, Bettine Vriesekoop, Harm Wiersma, Peter Winnen (hij vooral) en Els Vader, tijdens dit in geen enkel opzicht flitsende sportfeest hun mond houden, want niet zij, maar met name Joan Haanappel was de voortdurend kakelende presentatrice, die het woord wilde blijven voeren en de voornoemde sportmensen ook nog belachelijk maakte door hen de meest onbenullige vragen te stellen.’

In het weekend van 7 en 8 januari 1989 was St.Michielsgestel het strijdtoneel van de nationale titelstrijd voor de veldrijders. Een thuiswedstrijd voor de Brabantse cross-familie Groenendaal. Op zaterdag werd de amateurkoers gewonnen door Frank Groenendaal (een achterneef van Richard) uit het nabijgelegen Eerde. Hij verraste de 74 andere amateurs, want hij was absoluut niet als favoriet vertrokken. In 1988 was hij tijdens een training aangereden door een vrachtauto. Het wiel van het gevaarte reed over zijn fiets en zijn linkerbeen. Zwaar gehavend belandde hij in het ziekenhuis en voor zijn loopbaan werd gevreesd. Toch knapte hij wonderbaarlijk snel op en reed hij aan het einde van het seizoen nog enkele sterke wegwedstrijden. Daags na zijn zege stak hij in de kerk van Eerde tijdens de mis een kaars op, om te danken voor het geluk dat hem ten deel was gevallen.

‘Frank Groenendaal is een sporter met een bijzonder verhaal’, lees ik in het AD van 28 maart 2006. ‘Besmet met HIV, weduwnaar, succesrijk ondernemer en nog altijd actief in het veldrijden, als coureur én ploegleider. Ik leef nu, dus ik wil er iets van maken.’ Hij hoort het de medici nog zeggen. Toen bij Frank en zijn partner Christel HIV werd ontdekt, kreeg het stel van de artsen het advies om goed te bedenken met wie ze over hun gezondheidstoestand zouden praten. Hun ervaring is dat mensen raar reageren, als je vertelt dat je besmet bent met HIV. Maar zwijgen wil de Brabander niet. Die reacties komen voort uit de taboesfeer die nog steeds rond HIV en Aids heerst. En door niet over mijn situatie te praten, houd ik dat taboe in stand. Bovenal wil Groenendaal uitdragen dat hij positief in het leven staat. Niet bang, immer opgewekt, altijd druk. Druk met het veldrijden, met het opbouwen van zijn eigen profploeg in die sport en zijn eigen bedrijf. Ik kijk veel liever vooruit dan achter me. Ik leef nu, dus ik wil er nu iets van maken. Ik zie het virus niet als een bedreiging, eerder als iets dat ik gewoon met me meedraag.’ Nog even terug naar de nationale titelstrijd veldrijden van 1989 in St.Michielsgestel. Op zondag was Richard Groenendaal verreweg te sterk voor zijn concurrenten bij de junioren. Luppes uit Hoogeveen werd tweede op 1 minuut 18, Van der Steen uit Hoogland moest 2 minuut 36 toegeven maar dat was wel goed voor brons. De koers bij de profs werd heel verrassend gewonnen door Adrie van der Poel. Ruim 10.000 toeschouwers waren getuige van een dramatische ontknoping waarbij de wegrenner Van der Poel op basis van zijn klasse de broodcrossers weer eens het nakijken gaf. Waar anderen zich maandenlang moeten afbeulen om in topconditie te komen had Van der Poel slechts zeven crossen nodig om zijn doel te bereiken. Hij vertelde ook nog dat hij pas vanaf nu écht gaat trainen omdat de wereldtitel het volgende doel is, een uitspraak die de ‘echte’ crossers ironisch in de oren moet klinken. Hennie Stamsnijder lag alleen op kop toen hij teveel risico nam. Hij raakte in een slip, toucheerde met zijn stuur een kabel, sloeg over de kop en klapte hard tegen een paal. Met een van pijn verwrongen gezicht werd hij uiteindelijk toch nog zevende. De koers werd uiteindelijk beslist in een sprint met drie, waarbij Adrie van der Poel verreweg de sterkste was. Henk Baars won zilver en Reinier Groenendaal brons.

In 1991 trapte de profformatie PDM van Jan Gisbers het nieuwe seizoen af in het Oostenrijkse Solden. De meest succesvolle Nederlandse wielerploeg wil in de Oostenrijkse sneeuw de laatste puntjes op de i zetten. Manager Manfred Krikke en ploegleider Jan Gisbers hebben niets aan het toeval overgelaten. Deze week moet de basis worden gelegd voor weer een schitterend seizoen, waarin het accent ligt op de Tour de France nu Erik Breukink zich nadrukkelijk heeft aangediend als potentieel opvolger van Joop Zoetemelk. Nieuwe renners, andere tactieken. De kennismakingsbijeenkomst op drieduizend meter hoogte, temidden van gevaarlijk aandoende gletchers, moest voor de ontspannen sfeer zorgen, waarin de coureurs volgens Gisbers het beste gedijen. ‘Achteraf is 1990 natuurlijk enorm meegevallen. De prestaties, vooral in de Tour, waren beter dan verwacht. Dat willen we dit seizoen continuëren. Met een ander elftal en een andere taktiek’, aldus Gisbers. Breukink richtte zich weer volledig op de Tour waarbij een podiumplaats het uitgangspunt was. Sean Kelly en Nico Verhoeven zouden moeten schitteren in de klassiekers, terwijl nieuwkomers als Cordes en Talen vooral moesten leren om stilaan het kopmanschap te kunnen overnemen.

De PDM ploeg 1991 kende de volgende namen: Jos van Aert, John van de Akker, Raul Alcala, Maarten den Bakker, Falk Boden, Erik Breukink, Tom Cordes, Thomas Dürst, Martin Earley, Gert Jakobs, Sean Kelly, Danny Nelissen, Jean-Paul van Poppel, Uwe Raab, John Talen, Nico Verhoeven en John Vos. Hoe anders zou het lopen voor de miljoenenploeg die het seizoen zou draaien met een budget van 7,5 miljoen gulden. De Ronde van Frankrijk 1991 kende na de elfde etappe een ploeg minder. De voltallige PDM-ploeg moest die dag, 16 juli, noodgedwongen de Tour verlaten. Aanleiding was een  voedselvergiftiging van alle renners, nadat ze aan het infuus hadden gelegen. Op het moment zelf werd als reden aangegeven dat het eten van bedorven kip de reden van de vergiftiging was. Achteraf zou blijken dat het ging om een bedorven preparaat, het middel Intralipid, een medicament dat dient om het gehalte van vetzuren en fosfor op peil te houden, maar waarvan ook wel beweerd werd dat het diende om het gebruik van doping te maskeren. Het middel was buiten de koelkast bewaard. Een paar maanden na deze affaire werd de ploeg overgenomen door de Spaanse horlogefabrikant Festina. Zeven jaar later zou de geschiedenis zich min of meer herhalen, toen de hele Festina-ploeg uit de Tour werd gezet wegens dopinggebruik.

 

Tot slot: al weer drie jaar geleden nam Leontien van Moorsel tijdens de Zesdaagse van Rotterdam officieel afscheid van haar topsportleven. Leontien reed eerst een achtervolgingswedstrijd met Erik Dekker, waarna een groots afscheidgala plaatsvond. Ze had toen nog maar één wens: ‘Ik denk dat ik maar een dik moeke ga worden. Gezellig toch?!’ Leontien en haar man Michael werden op 7 juli 2007 de trotse ouders van dochtertje Indy.
Op de cover van de zesdaagse dagkrant van zondag 9 januari 2005 werd ze voor het laatst nog eens uitgebreid in het zonnetje gezet.


Tot volgende week!”

Jan Houterman


 

Door Fred van Slogteren, 7 januari 2008 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web