Het balhoofdplaatje van Otto …

© Otto Beaujon

“St.Etienne is een stad met een traditie van fijnmechanische industrie. Lang voor de industriële revolutie had deze stad al een belangrijke zijde-industrie, en er werden ongelofelijk fijne en fraaie weefgetouwen gemaakt. Bijvoorbeeld voor veelkleurige linten met 400 scheringen op één duim breedte! Natuurlijk was er ook al eeuwenlang een wapenindustrie en daar kwam de fietsenindustrie uit voort. ‘Manufacture de France’ was een enorme fabriek van jachtgeweren, naaimachines en fietsen. In 1907 had het bedrijf al een postordercatalogus van 1200 pagina’s dik. Eén van hun fietsenmerken was Métropole, genoemd naar de oude binnenstad van St.Etienne. Het verkoopkantoor van Métropole was in Parijs, waar destijds alle Franse en buitenlandse merken hun kantoor hadden. Métropole werd vooral bekend door hun model Acatène, de fiets met …

… cardan-aandrijving. In de tijd van de onverharde wegen en kettingen van twijfelachtige kwaliteit leek dat wel wat, maar de cardanfietsen waren duur, omdat de constructie zeer arbeidsintensief was. Bovendien was het acceleratievermogen beduidend slechter dan dat van een fiets met ketting. Het versnellen van de roterende massa’s van kroonwielen en cardanas kost nu eenmaal veel meer energie dan het op gang trekken van een stuk ketting. 19e eeuwse renners op een cardanfiets verloren steevast in de sprint. In 1947 werd Métropole ingezet als sponsor van een wielerploeg met gewone racefietsen. In de vier seizoenen dat de ploeg bestond, reden renners als Thiétard, Teisseire, Deforge en - de beroemdste - Raphael Geminiani voor Métropole. Met de opkomst van de extra-sportieve sponsors hield Manufrance de Métropole wielerploeg snel voor gezien.

Tot volgende week!”

Otto Beaujon

Door Fred van Slogteren, 28 december 2007 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web