Mijn fiets (4)

Ik noemde mijn fiets toen ik wielrenner was altijd mijn werkijzer. Hij hoefde voor mij ook niet superlicht te zijn, als hij maar betrouwbaar was en dat gold ook voor de banden. Ik heb nu een Wilier. Dat is een vermaard Italiaans merk, waar vroeger nogal wat ploegen op hebben gereden. In de ProTour competitie rijden Cofidis en Lampre nu op dat merk. Het is een topmerk, maar dat zegt me niet zo gek veel. Ik heb natuurlijk wel een band met die fiets, maar niet zo als sommige mensen die zich laten verleiden tot bijvoorbeeld speciale hoge flensen of hoge velgen, dichte velgen en dat soort dingen. Als je het een beetje volgt zie je dat ze uiteindelijk toch weer ...

... terug gaan naar gewone spaken. Dat ik daar zo nuchter over ben komt misschien ook wel omdat ik beroepsrenner ben geweest. Dan zie je een fiets ook als een stuk materiaal. Het moet goed werken, er mag niks aan mankeren, want dan kom je aan je broodwinning. Bovendien krijg je die fiets en bij een ploeg wordt er echt niet over het materiaal gepraat. En ik heb er natuurlijk tientallen gehad. Allemaal te kort om er een speciale band mee te hebben. Maar als je vraagt wat was je mooiste fiets dan was het mijn eerste. Een Aandewiel van Piet Aandewiel uit Amsterdam. Vader en zoon Aandewiel waren zelfbouwers en die frames waren kinderen van ze. Ze wisten ook altijd precies waar die fietsen waren. Die Aandewiel-fiets heb ik van een kameraad overgenomen voor dertig gulden. Dat was de fiets waar ik mee thuiskwam en waarvan mijn ouders zeiden: weg met dat rotding! Wist ik veel, de banden lagen los op de velgen en ik met mn goeie goed fietsen. Nou, bij de eerste bocht loopt de band eraf en zon scheur in mn goeie broek. Dat was gelijk ellende, natuurlijk. Die fiets was geel en ik heb hem op mn kamertje rood/wit geschilderd. Mn hele bed zat onder. Ik was in de familie de enige die sportfanaat was. Ik voetbalde, ik honkbalde, ik basketbalde en ik schaatste natuurlijk. Maar het is uiteindelijk wielrennen geworden. Ik was een van de eersten die met iets anders reed dan met Campagnolo. Er kwam een nylonderailleurtje uit en die was veel goedkoper. Ik heb hem uitgeprobeerd. Ik begon ook met Huret en Zeus, dat Spaanse namaak-Campagnolo. Kijk ik ben metaaltechnicus en ik bekijk het niet cosmetisch. Ik zag altijd direct als er ruimte kwam op de assen van een derailleur en als die cranckstellen scheurden dan wist ik hoe dat kwam. Dat gebeurde mij dus niet, want als ik een nieuw cranckstel had dan pakte ik een vijl en dan ging ik al die scherpe kantjes afronden, want als iets afgerond is dan scheurt het niet. En als je het puur technisch bekijkt dan valt de emotie weg. Ik kan het wel op anderen overbrengen. Ik heb voor Dasia verschillende fietsen verkocht door er alleen maar over te praten. Terwijl ze een goede fiets hadden. Ik spaak nog steeds zelf mijn wielen, dat heb ik altijd gedaan en als het mooi weer is dan haal ik die wielen helemaal uit elkaar. Kogeltjes vernieuwen, dat vind ik gewoon leuk. En als ik dan lekker daarmee in de tuin bezig ben, dan voel ik pas een band met mijn fiets.

Jan van der Horst

Als je ook een bijzondere relatie hebt met je racefiets, schrijf dan je verhaal (100 tot 200 woorden) en stuur dat met foto naar fred@slogblog.nl


Na beoordeling en eventuele eindredactie wordt het dan op een zaterdag op deze weblog gepubliceerd.

Door Fred van Slogteren, 25 maart 2006 10:10

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web