Uit de ordners van Jan …

“De Zesdaagse van de Week eindigde op 3 december 1936 in de Deense hoofdstad Kopenhagen. Jan Pijnenburg en Frans Slaats waren de winnaars. Ze legden in de zes dagen maar liefst 3257 kilometer af. Bovendien werden er 453 punten verzameld, ruim meer dan de rest van het veld van acht koppels. Cor Wals werd met zijn Deense koppelgenoot Werner Grundahl Hansen verdienstelijk derde. Jan ‘kanonbal’ Pijnenburg was prof tussen 1929 en 1940 en reed in totaal 52 zesdaagsen, waarvan hij er 17 won. Gisteren was het 28 jaar geleden dat hij op 73-jarige leeftijd in Tilburg overleed.
Frans Slaats reed 27 zesdaagsen met 7 overwinningen. Hij staat in de boeken als houder van het werelduurrecord want op 29 september 1937 reed hij in Milaan 45,485 kilometer. Het record zou ruim een maand standhouden want op 3 november van hetzelfde jaar reed de Fransman Maurice Archambaud bijna 300 meter verder. Slaats was prof tussen 1933 en 1945 en overleed op 6 april 1993 op 80-jarige leeftijd.

Woensdag aanstaande is het 5 december, het hoogfeest van Sint Nicolaas. In 1962 kreeg Leo van Dongen uit handen van de kindervriend een eerste prijs als beste man van het Breda Bier Wielerklassement. Bijgaande foto stond op de cover van het blad Wielersport van 13 december 1962. De snelle sprinter uit Made kreeg tijdens een wielerplechtigheid in Breda voor de tweede maal de hoofdprijs van vijfhonderd gulden uitgekeerd. Walter Heeren, de nieuwkomer uit Sint Willibrord was tweede en Cees Snepvangers uit Zundert derde. De brouwerij had de gewoonte elk jaar een vijftiental wedstrijden in aanmerking te laten komen voor een klassement, dat met ‘waardevolle waardebonnen’ werd begiftigd. Martien van der Lee (de vliegende postbode) was in 1960 de eerste winnaar. In 1961 en dus ook in 1962 kwam Leo van Dongen als eerste uit de bus. De wedstrijden worden hoofdzakelijk in west- en midden Brabant gehouden.

Vandaag is …

… Joop Zoetemelk jarig, 61 jaar is de nog immer populaire Franse Nederlander geworden. Elf jaar geleden zag Joop Abraham, reden voor De Gelderlander om eens uitgebreid bij deze gebeurtenis stil te staan. Vincent Ronnes interviewde de jarige, die deze voor hem speciale dag niet anders zag dan elke andere verjaardag. Voor Joop is iets niet zo snel bijzonder en was er nooit zo snel aanleiding voor opwinding. In het piep- kleine dorp Germigny-L-Eveque, vijftig kilometer ten noord-oosten van Parijs, genoot hij van de rust. Als het nodig was hielp hij wel eens in het hotel van zijn echtgenote in Meaux en Jan Raas kon ook altijd een beroep op hem doen als hij nodig was als hulpploegleider. Vraag in het interview: ‘Potverdorie Joop, je wordt vijftig. Geeft dat niet toch even een week gevoel? Ben je niet bang om oud te worden? Het antwoord was zeer Joops: ‘Die dingen gebeuren. Nou, wat moet je daaraan doen?’ Dertig jaar lang zijn er interviews gemaakt met Joop. Genoeg om te weten dat van hem geen monologen te verwachten zijn over de zin van het leven of de betekenis van de wielrennerij in de maatschappij. Antwoorden zijn zelden langer dan de vraag. Vragen over zijn vijftigste verjaardag is net zoiets als toen hij in zijn fantastische loopbaan weer iets moois gewonnen had en hem daags erna werd gevraagd of hij ’s avonds de slaap wel had kunnen vatten. ‘Hoezo niet?’, had Joop geantwoord. ‘Het was gewoon een avond als elke andere. Ik ga elke avond om tien uur naar bed, om vijf over tien slaap ik, of ik nu gewonnen of verloren heb.’ En zo is het ook met zijn verjaardag. ‘Ik kan niet begrijpen waarom mensen daar een drukte om maken. Waarom komen jullie helemaal nier naar toe? Omdat ik volgende week vijftig wordt? Ik zie niet in dat dat anders is dan wanneer je 48, 49 of 51 wordt.’ De verslaggever: ‘Joop, dat komt omdat je nog steeds heel erg bekend bent. En geliefd, de mensen vinden het wel leuk om nog eens te horen hoe het met Jopie gaat.’ Na die vraag glimlachte Joop en zei toen zacht en ingetogen. ‘Ik ben nooit na een overwinning naar journalisten toe gelopen. Ze kwamen altijd naar mij toe.’ En wat hadden ze het dan moeilijk, want de held zorgde nooit eens voor een paar mooie uitspraken. Of het zouden juist die van het sobertste soort moeten zijn. Bij een aankomst hoog in de bergen, na een kommervolle klimtocht door buien ijs en regen, klaagde iedereen. Behalve Joop. ‘Koud?" Viel wel mee, dan moeten ze maar harder fietsen.’

Op 3 december 1994 werd in Los Angeles bekend gemaakt dat een zeldzame spierziekte drievoudig Tourwinnaar Greg LeMond dwong om zijn wielerloopbaan definitief te beëindigen. Mitochondrial Myopathy heet de energievretende spierziekte, waar hij aan blijkt te lijden. De diagnose werd gesteld door dr. Rochelle Taube. Het was voor haar de eerste keer dat ze deze ziekte bij een volwassene had vastgesteld, want die ziekte was alleen bekend bij kinderen en aftakelende ouden van dagen. ‘In deze conditie kan ik nooit meer het fysieke niveau halen voor topprestaties op de fiets. Er zit niets anders op dan te stoppen.’ LeMond was op dat moment 33 jaar en zijn laatste topprestatie dateerde uit 1990 met zijn derde overwinning in de Tour de France. Zijn laatste koers was de zesde etappe van de Tour van 1994. Hij kon toen in een vlakke rit in Bretagne niet meer volgen en stapte, geruisloos, in de bezemwagen. Naast zijn drie Tourzeges was hij ook twee maal wereldkampioen op de weg. Behalve op de racefiets baarde Greg LeMond ook opzien op andere fronten. Zo zorgde hij voor de aanzet naar een veel betere salariëring voor wielrenners, hetgeen leidde tot miljoenensalarissen in het peloton. Ook op techisch gebied was hij een vernieuwer. Hij introduceerde bijvoorbeeld het triathlonstuur en wel op een schitterend moment, de slottijdrit van de Tour van 1989. Hij maakte 50 seconden achterstand goed op Laurent Fignon en won daarmee de Tour met acht seconden, het kleinste verschil ooit. Zelf zag hij zijn verkiezing tot Amerikaans Sportman van het Jaar als het absolute hoogtepunt van zijn loopbaan. Wielrennen kreeg ineens betekenis in de Verenigde Staten. Hoon en meelij wekte hij toen hij in de winter van 1987 op de prairie van Sacramento tijdens een jacht op wilde kalkoenen door zijn zwager werd neergeschoten. Op de operatietafel waren de artsen urenlang bezig met het verwijderen van tientallen stukjes hagel uit zijn lichaam. Een mogelijk verband tussen de in zijn lichaam achtergebleven stukjes lood en de opgetreden spierkwaal werd in 1994 niet voor onmogelijk gehouden.
Tegenwoordig woont LeMond in Minnesota en hij houdt zich daar onder meer bezig met autosport. Hij kwam afgelopen zomer weer in het nieuws toen hij vraagtekens zette bij de successen van zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong door hem impliciet van dopinggebruik te beschuldigen. Later zou hij ook nog getuigen tegen Floyd Landis, die ook verdacht wordt van dopinggebruik. Hij werd tijdens het onderzoek bedreigd door de manager van Landis. LeMond was gebeld door een man die zei dat hij het sexueel misbruik dat van LeMond als kind was gemaakt naar buiten zou brengen als die zou tijdens de hoorzitting zou getuigen. Greg kon het nummer achterhalen en ontdekte dat het Will Geoghegan, de manager van Landis, was geweest die dat telefoontje had gepleegd. LeMond bracht een en ander tijdens de hoorzitting zelf maar naar buiten met de mededeling dat hij in 2006 aan Landis had verteld dat hij als kind was misbruikt. Hij had dat gedaan, omdat hij er bijna aan kapot ging dit almaar geheim te moeten houden. Daarmee wilde hij Landis laten zien wat het is om een geheim bij je te moeten dragen.

Vier dagen gevangenis in Foix, vijftien dagen het cachot in Reims en vervolgens een gedwongen verblijf van 117 dagen in Epernay. Op 4 december 1998 kwam er een einde aan de lijdensweg van TVM ploegleider Cees Priem, verzorger Jan Moors en ploegarts Andrei Michailov. Het drietal kwam voorlopig vrij, nadat in het Paleis van Justitie in Reims de officier Laumosne de vereiste handtekening onder de documenten had geplaatst. Priem had een goed gevoel over het vervolgonderzoek want ‘de franse justitie had totaal geen bewijslast.’ Voorlopig hield hij zich niet bezig met wat nog moest komen. ‘Ik ben blij dat we alledrie naar huis toe kunnen, dat is het belangrijkste. Zonder Moors en Michailov was ik trouwens nooit gegaan. Maar nu wil ik zo goed en zo kwaad als het gaat even vakantie nemen. Genieten van het water, het water in Wemeldinge.’

De periode dat Richard Groenendaal het maar vervelend vond dat hij steeds weer vergeleken werd met zijn vader, is voorbij, zo blijkt uit een interview in de krant van 3 december 1995 met vader en zoon Groenendaal. ‘Zijn eigen prestaties hebben de schaduwen van vader Rein voorgoed naar de eeuwigheid verjaagd. Soms, vooral in België, noemt een microfonist hem nog wel eens Reintje. Vroeger werd hij daar pisnijdig om, tegenwoordig haalt hij slechts zijn schouders op. Hij hoeft, anders dan bijvoorbeeld Axel Merckx en Jordi Cruyff, al lang niet meer op te boksen tegen de roem van zijn vader. In de voorbije seizoenen bereikte Richard op het internationale podium al meer dan Rein ooit, met twee keer een tweede plaats op het WK als hoogtepunt. Maar niets ten nadele van mijn vader want hij deed net zo goed aan topsport. Ik heb veel respect voor wat hij met doorzettingsvermogen heeft bereikt. Als hij er nu af en toe nog wordt bijgesleept, vind ik dat alleen maar mooi voor hem.’ In het interview constateren Rein en Richard dat de professionalisering ook in de veldritsport heeft toegeslagen. De organisatie is sterk verbeterd en elke renner die in een rit voor de wereldbeker mag starten ontvangt al gauw duizend gulden startgeld. De hoofdprijzen aan de meet zijn vorstelijk. Veldrijden is niet langer die armlastige folklore van de lage landen. En dat is een rechtstreeks gevolg van de politiek van de wereldbond. De cyclocross dreigde enkele jaren terug nog in het verdomhoekje gejaagd te worden door het mountainbiken. Bovendien bleken sponsors nauwelijks nog te porren voor modderbaden waar zotten doorheen ploegden. Tegenwoordig zijn de parcoursen schoner en lichter, waardoor de competitie groter is. Elk foutje kan nu al fataal zijn.
Het interview werd gepubliceerd kort nadat Richard Groenendaal een contract bij de Rabobankploeg van Jan Raas had getekend. Dat was voor hem een vorm van waardering en weer een stapje omhoog. In de zomer kan hij een goed programma rijden om zich op het veldritseizoen voor te bereiden en de bank met de komst van Groenendaal twaalf maanden per jaar verzekerd van publiciteit.
En publiciteit genereerde Groenendaal in die jaren voor de bank, samen overigens met toppers als Adrie van der Poel en Sven Nys. Richard was in 2006, samen met Jan Boven en Michael Boogerd, de enige renner die na elf jaar Rabobank nog steeds actief was. Toch komt aan alles een eind, zo ook aan die samenwerking. Met AA-Drink vond hij een nieuwe sponsor om nog enkele jaren door te gaan met veldrijden. Daar wordt hij een onderdeel van het AA Cycling Team onder leiding van Michael Zijlaard en diens vrouw Leontien van Moorsel.

en dan nog dit:
In de Gijsbreghtkelder van de Amstel Brouwerij aan de Amsterdamse Mauritskade werd op dinsdagmiddag 29 november 1966 een gezellige lunch aangeboden aan enkele speciale genodigden en alle nationale en wereldkampioenen van 1966. Bij de brouwerij was het al jaren een traditie om in besloten kring nog even als wielervrienden onder elkaar over het voorbije seizoen na te kaarten en heimelijk nieuwe plannen voor het komende jaar aan elkaar kenbaar te maken.


Op de foto (vlnr.) achterste rij: Jan van der Horst (amateurwegkampioen), wegcoach Joop Middelink, profsprintkampioen Frans Mahn, profstayerkampioen Jan Le Grand, baancoach Jan Derksen en amateurstayerkampioen Dries Helsloot.
Middelste rij: amateursprintkampioen Jan Jansen, amateurwereldkampioen op de weg Eef Dolman, Amsteldirecteur Elink Schuurman, amateurwereldkampioen achtervolging Tiemen Groen en Nobert Koch, gangmaker en vertegenwoordiger van de afwezige wereldkampioen amateurstayers Piet de Wit. Op de voorste rij profwegkampioen Gerben Karstens en profachtervolgingkampioen Henk Nijdam. 
 
Tot volgende week!”
 
Jan Houterman


 

Door Fred van Slogteren, 3 december 2007 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web