Uit de stalling van Peter R. de Fiets …

“0p 1 november vierde ik mijn vijftigste verjaardag, een mijlpaal zo te zeggen. Die avond thuisgekomen draaide ik het schutblad van de kalender naar november en ik zag op de laatste dag van de maand een notitie staan dat dit de slotdag zou zijn van de Flandria tentoonstelling in het Belgische Roeselare. Die zaterdag daarop gaf ik me zelf een extra presentje door om zeven uur ’s ochtends in de auto te stappen op weg naar het fietsmuseum, waar ik op het Polenplein om tien over half tien de auto voor het museum parkeerde. Ik las dat het van tien tot twaalf uur en van half twee tot vijf geopend zou zijn. Ik keek op mijn horloge en zag dat ik de eerste klant van conservator Freddy Maertens zou zijn en ik verheugde me op de Flandria relikwieën, gelijk een paus in het voorportaal van de Sint Pieter. Ik had dan wel geen kalotje op, maar de natuur heeft na een halve eeuw ook zijn werk gedaan. Ik kan met mijn kransje zo het klooster in.
Het fietsmerk Flandria heeft in de periode van 1959 tot en met 1979 een onuitwisbaar spoor nagelaten. Oneerbiedig gezegd hebben ze in die jaren 429 professionals versleten, waaronder Nederlandse klasbakken als Post, Zoetemelk en Janssen.
Naar aanleiding van deze tentoonstelling is er een prachtig boekwerk verschenen van de hand van Mark Van Hamme, uitgegeven door De Eeclonaar. De foto die u hier ziet is van enkele jaren geleden, waarbij ik Freddy vroeg of dit een officieel door hem gedragen shirt met handtekening was en tot mijn genoegen heeft hij dat volmondig beaamd. In de plastic tas waar het Flandria boek in zat, was Freddy zo vriendelijk een bidon van Assos weg te steken, zoals hij dat op z’n Vlaams zegt. Hij deelde mee dat hij voor dit Zwitserse merk als importeur voor België gewerkt heeft en dat dit een presentje was. De A van Assos deed bij mij een belletje rinkelen. Het onverslijtbare …

… wit/blauwe wielershirt waarmee ik op mijn Gazelle Randonneur ooit de wereld rondfietste was van hetzelfde fabrikaat.
Assos is het geesteskind van de Zwitserse ingenieur Toni Maier-Moussa. Hij begon in de jaren zeventig met het ontwerp van het eerste carbon fietsframe. Een exclusief ruimtevaartproduct en omdat het in Amerika topsecret was moest hij het Pentagon van zijn goede bedoelingen overtuigen. Hij paste druppelvormige buizen toe, maar de aerodynamica werd teniet gedaan door de positie van de fietser en de drag van de wollen kleding die men toentertijd droeg. Om de rijder tot een lage positie te dwingen, vond hij het ossenkopstuur uit. Een renner zonder kleding op de fiets in de windtunnel plaatsen gaf nog niet veel verbetering en hij had de hulp van zijn vrouw Eliane nodig die in de textiel zat om het probleem met de wollen kleding op te lossen. Via Hans Hess, een vriend van het echtpaar, die in de downhill skikleding zat kwamen ze uit op lycra, een syntethische stof die als een tweede huid om de sporter heen past. Toni maakte de eerste fietsbroeken van dit materiaal, maar in de wielrennerij zat men niet te springen om dit moderne gladde stofje. Nadat de Zwitserse schaatser Franz Krienbühl met die kleding vele seconden van al zijn persoonlijke records had afgehaald, kreeg Maier Peter Post en het Ti-Raleigh team zo ver om de wielerbroek eens te gaan testen. Het werd een revolutie en binnen no-time reed het hele peloton met de nieuwe wielerkleren van Assos.
Op de weg terug van Roeselare moest ik aan de tekst denken die op de Assos bidon stond en wel heel toepasselijk was. ‘Have a good ride’. Naar rechts kijkend paseerde ik de kleine Sint Pieter van Oudenbosch. Bedankt Freddy en ik hoop dat er nog veel landgenoten deze prachtige tentoonstelling zullen bezoeken.

Tot over veertien dagen!”

Peter Ravensbergen

Door Fred van Slogteren, 20 november 2007 10:00

Freddy Maertens

Er staat een klein foutje in uw tekst, Freddy is niet de conservator van het Nationaal fietsmuseum te Roeselare, hij onderhoud er de fietsen en doet er nog andere klusjes.

Geplaatst door Filip, 08 december 2007 18:49:29

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web