Uit de ordners van Jan …

“De Nederlandse kampioenen op de weg bij de profs en de amateurs, Johan van der Velde en Jac van Meer, hebben op 16 november 1980 in een veldrit over 22 kilometer in Hoogerheide om de eerste plaats gestreden. Van der Velde won uiteindelijk met een halve minuut voorsprong. Het was trouwens een weekend met ontzettend veel veldritten in Nederland. Een paar winnaars: Gerard Scheffer (voor Hans Boom) in Nijverdal, Herman Snoeijink in Doetinchem, Frank van Bakel werd Noord-Brabants kampioen in Son en Breugel, Kees van der Wereld werd in Nieuwkoop Noord-Hollands kampioen.

Leo van Vliet stopte halverwege het seizoen 1981 met wielrennen, maar op 19 november van dat jaar maakte hij bekend dat hij op 11 december zijn rentree zou maken in de Zesdaagse van Maastricht. Daarin zou hij gekoppeld worden aan Cees Priem. Van Vliet, bij zijn geboorte voorzien van een paar prachtige doopnamen (Leonardus Quirinus Machutus) vierde afgelopen donderdag zijn 52e verjaardag. Na de Zesdaagse van Maastricht, waarin hij achtste en voorlaatste werd met 19 ronden achterstand op het koppel Pijnen-Wijnands, zette hij zijn professionele wielerleven nog een paar jaar voort. Nog twee jaar bij TI-Raleigh, waarna hij in 1984 met Jan Raas mee ging naar Kwantum. Eind 1986 hing hij de fiets voorgoed aan de wilgen. Leo van Vliet reed vier keer de Tour de France uit en won in 1983 de klassieker Gent-Wevelgem. Tegenwoordig is hij onder meer werkzaam als wedstrijdleider/organisator van de Amstel Gold Race. Op bijgaande foto, gemaakt in juli 2007, is hij te zien met de op dit moment in een lastig parket verkerende Rabobank-ploegleider Erik Breukink.

Op 19 november 1984 won René Pijnen met de Italiaan Francesco Moser de Zesdaagse van Parijs. Op zich niet zo bijzonder, want Pijnen won natuurlijk wel vaker ware het niet dat het zijn …

… 65e overwinning in een zesdaagse was en hij daarmee Peter Post evenaarde op de eeuwige zegelijst. Zijn allereerste won hij in 1969 in Antwerpen met Klaus Bugdahl en … Peter Post. Op een bepaald moment zei Post tegen Pijnen: ‘Er zijn maar weinig coureurs die finales van een zesdaagse kunnen rijden. En jij hoort daar niet bij. Jij komt gewoon te kort.’ Die opmerking deed veel pijn, de tranen stonden in Pijnens ogen maar van binnen brandde het vuur. Hij dacht: Je zult het nog wel een keer gewaar worden dat ik het wél kan. Natuurlijk wist Peter Post al jaren dat zijn voormalige beschermeling in het vak van zesdaagserenner meer dan slaagde. En hij moest sinds de 19e november 1984 zijn leerling van vroeger naast zich dulden wat betreft het aantal overwinningen. Post en Pijnen stonden beiden op 65 zeges. Toen Post dat aantal bereikte was dat genoeg om letterlijk tot Keizer van de Zesdaagsen gekroond te worden, maar voor Pijnen was het slechts de eer dat hij de grote meester had geëvenaard. Immers, op de ranglijst aller tijden prijkt de Belg Patrick Sercu schier onbereikbaar met 88 overwinningen aan kop. En dat is 23 jaar later nog steeds zo. Pijnen kwam uiteindelijk nog tot 72 overwinningen maar moest op de eeuwige ranglijst later nog een stapje terug doen omdat de Australiër Danny Clark er twee meer won. Peter Post is vierde, Bruno Risi vijfde met 47 en Rik van Steenbergen zesde met in totaal 40 zesdaagseoverwinningen.
Het koppel dat de meeste overwinningen behaalde wordt gevormd door de Zwitsers Bruno Risi en Kurt Betschart. Zij behaalden 37 zegepralen. Gustav Kilian en Heinz Vopel kwamen tot 29 en het legendarische koppel Post-Pfenninger tot 19. Patrick Sercu won het vaakst met Eddy Merckx, namelijk 15 keer.

De wielerloopbaan van René Pijnen bestaat eigenlijk uit twee delen. Van 1968 tot 1977 verdeelde hij zijn aandacht tussen het werk op de weg en de baan, na 1977 concentreerde hij zich geheel op de Europese pistes en liet hij de weg de weg. De grondslag voor die keuze lag in het feit dat Pijnen zich tijdens de wegwedstrijden altijd stierlijk verveelde. ‘Mijn ambities zijn vanaf het begin af aan richting baan gegaan, maar de weg wilde ik niet vergeten. Alleen ging me dat steeds meer tegenstaan. Ik vond het verschrikkelijk eentonig. Ik baalde bijvoorbeeld tijdens een wandeletappe van de Tour de France als een stier. Als ik onderweg op mijn horloge keek, omdat ik dacht dat er zeker al een uur voorbij was, dan bleken het maar tien minuten te zijn.’ Een naar incident tijdens de Tour van 1969 dreef Pijnen ook steeds meer en meer naar de baan toe. ‘Perez Frances schopte me toen brutaal van de fiets. Ik wilde geen kopwerk doen omdat Rik Van Looy voor onze ploeg aan de leiding reed. Die man werd toen zo kwaad dat hij tegen mijn stuur aantrapte en ik keihard onderuit sloeg.’

De Zesdaagse van de Week eindigde op 19 november 1978 in een overwinning voor Patrick Sercu en Gerrie Knetemann. Voor Sercu al weer zijn negende triomf in het ‘Kuipke’ van Gent. Ook in 1980 en ‘81 zou hij er nog winnen wat zijn totaal in Gent op maar liefst elf zeges bracht. Danny Clark won er zes, Eddy Merckx, Peter Post en Rik Van Steenbergen vier. De eerste Zesdaagse van Gent begon op 30 oktober 1922 op een demontabele piste van 210 meter in de grote hal die was gebouwd voor de wereldtentoonstelling van 1913. In 1927 werd een vaste piste van 160 meter in gebruik genomen, maar in de jaren dertig werd daarop nog maar twee keer een zesdaagse verreden. Na de tweede wereldoorlog pakte men in 1947 de draad weer op. In 1955 kreeg de zesdaagse een andere plaats op de kalender, namelijk in november (voorheen was het maart of februari). Daardoor zijn er in 1955 twee zesdaagsen verreden, één in februari (seizoen 1954-1955), en één in november (seizoen 1955-1956). Op 12 november 1962 werd het Kuipke, zoals de Gentse wielertempel algemeen wordt genoemd vanwege haar kleine omtrek en erg steile bochten, door brand verwoest. Een nieuw Kuipke met een baan van 166 meter werd in 1965 in gebruik genomen. Patrick Sercu werd er later baandirecteur en als zodanig medeorganisator van de zesdaagse. In 2005 was evenement aan zijn 65e editie toe. Die werd gewonnen door twee inwoners van Gent, de tot Belg genaturaliseerde Matthew Gilmore en Iljo Keisse. De vader van Matthew, Graeme Gilmore, was ook twee keer winnaar en wel in 1973 en 1974.
De zesdaagse van 2006 werd op 25 november om 23.55 uur stilgelegd toen de Spaanse wielrenner Isaac Galvez om het leven kwam door een val. De leiders op dat moment, Iljo Keisse en Robert Bartko werden tot winnaars uitgeroepen. Ons vaderlandse topkoppel Slippens en Stam, ook dit jaar weer favoriet, won de editie van 2004 en was tweede in 2003 en 2005.
Gerrie Knetemann was ten tijde van zijn overwinning in Gent in 1978 wereldkampioen op de weg en kon in de zesdaagsen zijn toch al dikbelegde boterham nog smakelijker maken. Maar in tegenstelling tot sommige andere vedetten gaf hij het publiek en de organisatoren waar voor het geld. In totaal stond Gerrie 45 keer aan de start van een zesdaagse en hij won er vier. Twee maal in Maastricht, één maal in Gent en één maal in Madrid. Op de site van de Zesdaagse van Amsterdam staat een prachtig verhaal van Bertus Raats over De Kneet en de zesdaagse.
http://www.zesdaagseamsterdam.nl/verhalen.php?id=3

De Zesdaagse van Gent had ook een sterke aantrekkingskracht op de vaderlandse pers. ‘In het Kuipke zijn de renners geen sloeries’, schreef De Gelderlander op 24 november 1997 in een paginagroot artikel. Het was de tijd dat Antwerpen, Rotterdam en Maastricht geen zesdaagse meer hadden. Die van Gent bleef echter fier overeind, maar het is er ook niet zomaar eentje. Het spektakel is van het Volk, het gewone volk wel te verstaan. Vijf avonden en een zondagmiddag lang spurten de renners over het baantje, bijna letterlijk tussen de bier- en mosselkramen door, de Zesdaagse van Gent is een feest. De strategische plekken op het middenveld zijn ingeruimd door bierkramen, her en der valt er wat te eten, mosselen bijvoorbeeld. Daartussen staat het de hele tijd bommetje vol. Aan de rand van het middenterrein van het Sportpaleis van Gent zijn voor de renners enkele vierkante meters ingeruimd waar de mécaniciens en andere ondersteunende troepen voor de renners hun werk kunnen doen. In Gent kunnen de supporters de renners nog aanraken. Daar mengt het gewone volk zich tussen de wielerhelden, en omgekeerd. Zou dat normaal gesproken tot de alom aanwezige geur van massageolie leiden, hier heeft de geur van het gewone volk de overhand.
Aan deze wonderlijke mengeling van sport en folklore, de overdekte variant van het criterium, dreigde ook in Gent een einde te komen. De exploitanten van het sportpaleis wisten niet hoe een moderne bedrijfsvoering op te zetten, sponsors haakten af. Onder de enthousiaste aanvoering van wedstrijdleider Patrick Sercu werd het roer omgegooid. Het Kuipke ging er anders uitzien doordat de kale betonnen wanden werden voorzien van warme kleden. Vele van honderden lampjes voorziene reclameborden sierden de hal en het volk stroomde weer toe. En dus is het steevast in de tweede helft van November feest in Gent. Morgen start editie 67 en zal het weer zes dagen feest zijn in het Kuipke.

De sportkaternen van de diverse dagbladen staan er vol mee. Op 19 november 1998 verbleven TVM-ploegleider Cees Priem en verzorger Jan Moors nog steeds in Frankrijk. Zij mochten het land niet verlaten omdat het parket in Reims nog druk doende was met het onderzoek naar de herkomst van 104 ampullen epo. Hoe zat het ook al weer? Tijdens de Tour van dat jaar werd bekend dat op 4 maart de materiaalwagen van TVM door de Franse douane was aangehouden en doorzocht. In de auto bevonden zich 104 ampullen epo. Op de rustdag van de Tour volgde een inval in het hotel van de TVM-ers, waarbij tal van verdachte medicamenten in beslag werden genomen. Op 24 juli 1998 werden ploegleider Cees Priem en ploegarts Andrei Michailov in staat van beschuldiging gesteld en aangehouden. Op beschuldiging van het invoeren van verboden middelen en het aanzetten tot dopinggebruik. Vier dagen later werd ook TVM-verzorger Jan Moors gearresteerd. Volgens het trio was de epo bestemd voor nierpatiëntjes in een kinderziekenhuis in Moskou. De rechter geloofde er niets van en veroordeelde Priem, Moors en Michailov tot voorwaardelijke celstraffen en fikse boetes. Cees Priem en Jan Moors verlieten op 10 augustus het Huis van Bewaring in Reims, maar mochten tot begin december Frankrijk niet verlaten.
Pas op vrijdag 4 december kregen ze hun paspoorten terug en waren ze weer vrij man. Andrei Michailov mocht op dezelfde dag de gevangenis verlaten na betaling van een borgsom.

en dan nog dit:
Gerrie Knetemann was geen fan van het vrouwenwielrennen. Zo las ik in Sport International van augustus 1990 de volgende uitspraak: ‘Ik zie het vrouwenwielrennen niet zitten. Vrouwen moeten lief zijn en vooral niet aan wielrennen doen om zo mooi te blijven. De sport is te zwaar en te gevaarlijk voor vrouwen. Ik zie vrouwen liever turnen. Bovendien lijkt het nergens naar als je ze in de bergen ziet aanklooien. Ze staan meer stil dan dat ze fietsen. Bij verlies is het ook altijd zo'n tranendal. Teksten als ‘vuile trut’ volgen in rap tempo.’ En wat dacht U van deze: ‘Wielrennen voor vrouwen is hetzelfde als een vegetariër laten werken in een slagerij. Zoiets klikt niet. Het is vragen om problemen. De Kneet is geen fan van vrouwenwielrennen.’ Stevige uitspraken voor iemand die met een voormalige top-wielrenster getrouwd. Later is ook zijn dochter Roxanne nog een prima wielrenster geworden. Op de foto, gemaakt na afloop van de tweede GP Gerrie Knetemann in Oosterbeek afgelopen juli, werd Gré geïnterviewd door speaker Cees Maas. Zij was in 1975 tweede bij het Nederlands kampioenschap bij de vrouwen achter de in die tijd ongenaakbare Keetie van Oosten-Hage.

Tot volgende week!”

Jan Houterman


 

Door Fred van Slogteren, 19 november 2007 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web