De Burgerlijke Stand van 24 oktober.

Bert PRONK (1950, overleden 14.03.2005, Nederland)

Het gezicht van de vermaarde Raleigh-ploeg van Peter Post werd in niet geringe mate bepaald door twee brildragers. Jan Raas en Gerrie Knetemann waren de boegbeelden van die fameuze formatie waar oudere wieler- liefhebbers nog wel eens naar terugverlangen. Er was nog een derde brildrager die absoluut de capaciteiten had om ook een boegbeeld van de ploeg te worden, maar dat om allerlei redenen niet werd. Dat hij talent had bewijst het feit dat Jean Nelissen hem in 1975 opnam in zijn boekje ‚Vedetten van morgen’, waarin ook latere kanjers stonden als Freddy Maertens, Francesco Moser, Lucien Van Impe, Bernard Thevenet en Didi Thurau. Zij werden grote vedetten, terwijl Bertje Pronk dat niet werd. Misschien omdat hij zijn lot verbond aan dat van Didi, destijds ook een ster in de Raleigh-ploeg. Terwijl Raas en Kneet Post jarenlang trouw bleven, omdat je wel weet wat je hebt, maar niet wat je krijgt, provoceerde Thurau zijn strenge ploegleider met grote regelmaat. Tot de liefde helemaal over was en de Duitser in Belgische dienst trad en zijn geweldige talent langzaamaan verpieterde, in plaats van verder te groeien tot misschien wel een Tourwinnaar. Bert volgde het Frankfurtse wonderkind naar IJsboerke om een jaar later gillend van ellende in de moederschoot terug te keren. Hij begon laat met de wielersport deze intelligente visserszoon uit Scheveningen. Hij was toen student aan de Hogere Economische School, maar dat belette hem niet om ambitieus en fanatiek te gaan koersen. Hij ontwikkelde in de Scheveningse duinen eigen loodzware trainingsmethodes. Hollend, bepakt met gewichten, zwoegde hij urenlang dagelijks tegen de duinen op. De grootste kwaliteit van Pronk was zijn klimtalent. De eerste berg die hij in zijn leven zag was de verschrikkelijke Grosz Glockner en hij kwam die dag in de Ronde van Oostenrijk als eerste boven. Bondscoach Middelink wist niet wat hij zag, maar het vederlichte kereltje werd geen Van Impe. In plaats daarvan zeulde hij in de Tour in hoog tempo de Alpen op, met aan de ene kant Thurau en de andere kant Kuiper aan zijn broek. In 1977 kon Bert alles, maar niet echt opvallen. Hij won de bergklassementen in de rondes van ...

... Andalusië en Zwitserland, werd twaalfde in de Tour en hij won de Ronde van Nederland en die van Luxemburg. Bij het WK in Venezuela liep hij echter een geheimzinnig virus op en dat heeft zijn carrière min of meer gebroken. Het kostte hem een heel jaar om er van te genezen en hij is daarna nooit meer op zijn oude niveau teruggekomen. In de Tour van 1980 – de Tour van Joop – kwam hij al op de tweede dag te laat binnen. Dat was in de ploegentijdrit. Niet zijn specialiteit en hij werd uit de voortdenderende Raleigh-trein gelost. Hij meende dertig procent tijd op de ploeg te mogen verliezen, maar het was maar tien, zo bleek aan de finish. Bertje kon zijn koffers pakken en dat heeft hem meer pijn gekost dan hij toen liet merken. Kort daarna stopte hij en hij verwierf zich door hard werken een topfunctie bij de Belgische poot van het ICT-concern Getronics. Ruim tweeënhalf jaar geleden overleed Bert aan kanker. Het zat hem niet altijd mee. (Foto: © Cor Vos)

De andere op 24 oktober geborenen zijn:

BLUM, Katharina (1984, Duitsland)
DIERICKX, Marc (1954, België)
GENET, Jean-Pierre (1940, Frankrijk)
JI CHENG (1987, China)
JIN LONG (1983, China)
LAPIZE, Octave (1887, overleden 14.07.1917, Frankrijk)
LEIPHEIMER, Levi (1973, Verenigde Staten)
RICHLI, Emilio (1904, overleden 12.05.1934, Zwitsserland)
SIMONS, Suzan (1987, Nederland)

Door Fred van Slogteren, 24 oktober 2007 0:00

Bert Pronk

Jaren geleden heb ik wat verhalen geschreven over wielrenners met wie ik ooit heb gereden, o.a. Bert Pronk.
Onderstaand een gedeelte van mijn verhaal over Bert Pronk.

In 1976 debuteerde Bert Pronk en de T.I. Raleigh ploeg in de Tour de France, met als kopman wereldkampioen Hennie Kuiper. Bij de proloog heeft Bert Pronk urenlang op de eerste plaats gestaan. Uiteindelijk werd hij vierde achter o.a. Freddy Maertens en Bernard Thevenet. In de lange tijdrit enige dagen later werd hij zesde.
In die Tour finishte hij tenslotte op de 24e plaats. In het jaar daarop eindigde hij, als persoonlijke knecht van Didi Thurau als twaalfde in het eindklassement. In dat zelfde jaar (1977) won Bert Pronk de Ronde van Nederland en de Ronde van Luxemburg. In 1978 verkaste hij in het spoor van Didi Thurau naar de IJsboerke ploeg. Mede door ziekte werd 1978 een teleurstellend seizoen. In 1979 keerde hij terug bij Post om als knecht van de grote jongens te fungeren . Hij startte zowel in de Tour van 1979 als in de Tour van 1980. In 1980 maakte Joop Zoetemelk deel uit van de ploeg Post. Uiteraard werden alle kaarten op Joop gezet. De ploegentijdrit moest gewonnen worden. Er zou niet gewacht worden op lossers en lekrijders. Na 12 km moest Bert Pronk lossen, niet bedoeld en niet gepland. In het voorbij rijden riep Peter Post vanuit de ploegleiderswagen woorden als : “ Rustig aan, we hebben je nog hard nodig de komende tijd”. Bertje reed op zijn gemak naar Frankfurt. ’s Avonds laat kwam het bericht van de jury dat Bert Pronk de tijdslimiet had overschreden en naar huis kon. Dit was een flinke klap voor Pronk en de ploeg Post. Niemand kende deze maatregel. Het stond inderdaad in het draaiboek van de Tour, maar was door diverse ploegleiders over het hoofd gezien. In het boek van Mart Smeets : “De Tour van ‘80” staat geschreven (we citeren nu Post) : “Ik passeer hem en schreeuw hem toe dat hij tempo moet blijven rijden en dat we hem straks wel zien”. Waarom zou Post dit zeggen, als er geen sprake is van een tijdslimiet. (althans hij wist het niet). Dat Post dit niet wist, wordt elders in het boek bevestigd. We citeren Smeets : “Post werd nog zieker, toen in de loop van de avond een aantal maatregelen van de jury hun beslag kregen”. Dit betrof dan de uitsluiting van Pronk. Als Post van de tijdslimiet op de hoogte was geweest, dan was hij ’s middags om 5 uur al doodziek geweest en niet pas ’s avonds om tien uur. Post wist dat hij fout zat. Hij vroeg Bert Pronk hierover te zwijgen en zegde hem toe dat hij ervoor zou zorgen, dat Bert Pronk het WK mocht rijden. En zo geschiedde. Bert Pronk heeft er met de pers niet over gepraat, wel met enkele intimi. Hij deed mee aan het WK van 1980 en werd zesde, overigens één van de zwaarste WK ’s ooit, gewonnen door Bernard Hinault.
Na 1980 had Bert Pronk het vertrouwen niet meer van Post. Hij werd niet geselecteerd voor de Tour van 1981. Het einde van zijn carrière kwam in zicht.

Denkend aan Bert Pronk, dan denk ik aan een bescheiden, sympathieke man en dan zie ik zijn etappe- overwinning in de ronde van Zwitserland, zijn 2e plaats bij het NK van 1975, zijn prestaties in zijn Tourdebuut van 1976 en vele andere mooie resultaten. Zijn afscheid uit de Tour van 1980 hoort niet in dat rijtje thuis. De zin uit het eerder genoemde boek van Mart Smeets : “Alleen over de weg rijdend tussen Wiesbaden en Frankfurt, vechtend tegen eliminatie”, zou kunnen of moeten zijn: “Als een wielertoerist, genietend van de omgeving, reed Pronk zijn niet verdiende ondergang tegemoet”.

Geplaatst door Piet van der Meer, 24 oktober 2013 19:12:35

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web