Uit de ordners van Jan …

“In het blad Wielersport van oktober 1970 stond de kop: ‘Fedor den Hertog presteerde weer iets ongelooflijks….’. ‘Nog maar nauwelijks bekomen van zijn grote zege in de Ronde van Bulgarije (zie vorige week) heeft de mysterieuze wielercrack uit Harderwijk, in Parijs in de Grand Prix des Nations een triomf bevochten welke internationaal gezien zo mogelijk nog meer glans uitstraalt. De rit der naakte waarheid, 75 kilometer lang. Met geen enkele mogelijkheid om maar even op adem te kunnen komen of te verflauwen. Blijven géven, géven en nog eens géven. In de niets ontziende jacht naar een alsmaar betere prestatie. Zo is het tijdrijden. Zeker wanneer Fedor den Hertog met speciale bedoelingen naar een dergelijk treffen trekt. Al in Bulgarije zat hij met zijn gedachten bij zondag 18 oktober 1970. Daar wilde hij de internationale wielerwereld nog eens duidelijk tonen dat hij als tijdrijder nog lang niet afgeschreven is en dat hij als het over een grote afstand gaat, eigenlijk geen enkele concurrentie heeft.’ Fedor reed de afstand maar liefst 4 minuut 24 sneller dan nummer twee, Yves Hézard!

Wielersport schrijft verder over een glansrijke afsluiting van het seizoen voor de inmiddels 24-jarige topper, waarin hij naast de genoemde koersen ook al de Omloop van de Kempen en de Ronde van Limburg had gewonnen. ‘Wat zou Fedor voor 1971 op zijn verlanglijstje hebben staan? Buiten de Tour de l'Avenir is er niet meer zoveel nieuws meer te behalen.’ De Tour de l'Avenir zou hij in 1972 inderdaad winnen en hij zou pas 35 jaar later als Nederlandse winnaar worden opgevolgd door Bauke Mollema. En voordat Fedor in 1974 professional werd, zou hij ook nog de Milk-Race (1971) en Olympia's Tour (1973) winnen. Anno 2007 fietst Fedor (61 lentes jong inmiddels) nog steeds in een prachtige stijl door het Groene Hart. Bijgaande foto is gemaakt aan de start van de eerste Joop Zoetemelk Classic op zaterdag 24 maart jongstleden. Ook Gerben Karstens en natuurlijk Joop zelf stonden in Leiden aan de start.

Jan Raas beleefde in 1980 een bijzonder jaar. Pas in de tweede helft van oktober had hij eindelijk weer eens wat tijd om zijn …

… echtgenoot- en vaderrol te vervullen en te genieten van zijn fraaie landhuis temidden van de serene rust van het Zeeuwse land. En om lange wandelingen te maken met Pasja, zijn tweejarige Golden Retreiver. Het was een krankzinnig jaar voor Raas geweest. Hoewel hij traditioneel zijn klassieker meepikte (Amstel Gold Race) en tot het respectabele aantal van 25 overwinningen kwam (het hoogste in zijn loopbaan), was er ook veel kritiek op zijn persoon. Zijn opgave in de groene trui aan de voet van de Pyreneeën in de Ronde van Frankrijk werd hem door velen niet in dank afgenomen en ook zijn optreden als regerend wereldkampioen in Sallanches kon weinig goedkeuring wegdragen. Raas zei geleerd te hebben van het afgelopen seizoen. ‘Laat ik vooropstellen dat het aantal zeges voor mij niet telt. Ik let alleen op de kwaliteit van de overwinningen. Als wereldkampioen was ik verplicht om veel te winnen, de mensen verwachten dat van mij. Mijn opgave in de Tour had met mijn rugklachten te maken, hoewel sommigen dat in twijfel trekken. De kromme houding op de fiets heeft me een vergroeiing bezorgd waar ik mijn leven lang niet meer van af kom. Ik heb altijd een zwakke rug gehad. De ene keer gaat het wekenlang prima, de andere keer barst ik van de pijn. Ik moet ermee leren leven.’

De toekomst was, blijkens het interview, voorlopig alleen maar afgestemd op wielrennen. Raas stond nog een jaar onder contract bij Peter Post en dacht daarna wel voor Raleigh te blijven fietsen. Over zijn leven na de wielrennerij maakte hij zich nog geen gedachten, wel over het volgend seizoen. ‘Het winnen van een klassieker wordt opnieuw het uitgangspunt. Er moet weer behoorlijk gewonnen worden voor mijn prijs. Het feit dat ik die regenboogtrui in Beek, de dag na het wereldkampioenschap in Sallanches, niet meer aanhad, deed me niet zoveel. Pas toen ik na afloop van de koers mijn enveloppe ging ophalen en ik merkte dat die veel dunner was dan voorheen, wist ik precies wat het betekende die trui te hebben moeten afstaan. Daarom ga ik volgend jaar nog eens proberen dat truitje te pakken…’.

Zesdaagsevedette Danny Clark kan nog meer dan fietsen. De wereldkampioen op het onderdeel Keirin kroop 22 oktober 1980 de Phonogramstudio in om een plaat op te nemen met de Ruud Hermans Band. Clark's zangtalent werd dat jaar ontdekt door de populaire diskjockey Krijn Torringa, die de Australiër na enkele optredens met het zesdaagseorkest voorstelde een serieuze plaatopname te gaan maken. En hoewel Clark momenteel bijzonder druk bezet is, hij werd die week met ploegmaat Don Allan nog tweede in de Zesdaagse van Dortmund om vandaar direct naar Frankfurt door te reizen voor de start van de aldaar te houden Six, had hij tussen de bedrijven de afspraak met Torringa geregeld. ‘Het is een rustig countrynummer geworden, dat door Ruud Hermans geschreven is.’ Op de foto zien we Danny Clark, Krijn Torringa, zangeres Jony van Lishout, Ruud Hermans en producer Eric Boom, die de hoofdrollen vertolkten bij de totstandkoming van ‘My end and my beginning’, onder welke titel de plaat op de markt zou worden gebracht. Even nog het hitdossier erop nageslagen. Danny Clark en Ruud Hermans scoorden niet met die song, zelfs de tipparade werd niet gehaald.

Werd er ook nog op de weg gefietst zo laat in het seizoen? Jawel, want in het weekend van 23 en 24 oktober 1982 werd het internationale wielerseizoen afgesloten. In Parijs won Bernard Hinault het Criterium der Azen, een wegwedstrijd achter dernies over honderd kilometer. De Tourwinnaar won de sprint van een kopgroep van vijf renners, waarin ook Joop Zoetemelk zat. Hinault haalde een gemiddelde van 54,827 kilometer per uur. Sean Kelly, Alain Bondue, Bernard Vallet en Joop Zoetemelk volgden in zijn kielzog. Jan Raas was op zes seconden zesde. Op dezelfde dag wonnen Daniel Gisiger en Roberto Visentini de 41e Tropheo Baracchi over 98,1 kilometer tussen Pontevera en Pisa. Het Nederlandse koppel Hennie Kuiper-Bert Oosterbosch werd tweede op 24 seconden. Theo de Rooy, de derde landgenoot, werd met de Belg Vandenhaute vierde. Daags erna was het definitief gedaan met het wegseizoen. De klimwedstrijd in Montjuich kende een Spaanse winnaar, Marino Lejarreta die eerder in het jaar al de Ronde van Spanje had gewonnen. Joop Zoetemelk werd op tien seconden tweede en Bernard Hinault zesde op 1 minuut 33. Beat Breu, in de Tour de France winnaar van twee bergetappes, werd twintigste op bijna acht minuten.

Op 22 oktober 1985 stond er een interview met Peter Post in de Gelderlander. Op de vraag ‘Je was prof tussen 1956 en 1972 en daarna alweer twaalf jaar ploegleider. Komt er geen sleet op je enthousiasme? Wat blijft je na al die jaren nog zo boeien?, antwoordde hij: ‘Nee, het is een heel interessant vak met veel spanningen en ik hou nu eenmaal van spanning. Ook al gaat dat, zoals nu het geval is (Post was oververmoeid en moest voorlopig rust houden. JH) wel eens ten koste van jezelf. Je werkt met jonge mensen en ondanks de kritiek die ik regelmatig spui, moet ik toch bekennen dat er ook nog veel goede kerels tussen zitten. Het vak wordt trouwens steeds leuker. Als je me tien jaar geleden gezegd had dat bij de eerste vijf in de Tour vier Engelssprekende renners zouden zitten, dan had ik je voor gek verklaard. Maar dit is inmiddels realiteit. Tien jaar geleden waren de wielrenners net als schaatsers. Ik bedoel: bij het schaatsen heb je Nederlanders, Noren en Zweden en dan houdt het zo'n beetje op. Dat was bij het wielrennen ook zo. Je had de Fransen, de Belgen en de Italianen, af en toe een Nederlander of een Spanjaard, dat was het dan. Maar de televisie heeft het wielrennen mondiaal gemaakt, de wereld is voor onze sport open gegaan. Alleen is het ook weer wennen aan die nieuwe karakters. Aan bijvoorbeeld een Greg LeMond die op vakantie gaat als de klassiekers verreden worden.’

Op 22 oktober 1991 werd in Issy-les-Moulinneaux het parcours van de 79e Tour de France gepresenteerd. Een bijzondere Tour want in het jaar van de Europese eenwording zou het evenement niet minder dan zeven landen aandoen. Ook Nederland zou de Tour weer eens gaan zien, met Valkenburg op 11 juli als gastheer. Geen Pyreneeën, een gigantische verplaatsing, zware verraderlijke etappes door de Alpen, drie vlakke tijdritten en de slotetappe door Parijs vormden de smakelijke ingrediënten van het routeschema, dat wederom garant zou staan voor spektakel. Naast Frankrijk en Nederland kregen tussen 4 en 26 juli 1992 ook Spanje, België, Duitsland, Luxemburg en Italië de Tour op bezoek.
Carenso en Leblanc, de leiders van de Tour, namen de zware kritiek, met name op het overslaan van de Pyreneeën, niet voor lief. Met de proloog in San Sebastian konden de Pyreneeën onmogelijk direct worden aangedaan. Ook de verplaatsing van 700 kilometer tussen Bordeaux en Nogent was fors, maar noodzakelijk omdat binnen drie weken alle landen moesten worden aangedaan.

De R is al weer een tijdje in de maand, dus is het weer tijd voor de Zesdaagse van de Week. Deze week de 32e Zesdaagse van Dortmund, die eindigde op 22 oktober 1974. Winnaars waren René Pijnen en Patrick Sercu en met één ronde achterstand haalden ook de koppels Haritz-Hempel en Bugdahl-Schulze het podium. Gerben Karstens werd met Wilfried Peffgen zesde, Cees Stam met Romain Deloof achtste.
Nederlandse successen in de historie van Dortmund waren er voor Piet van Kempen (1928, 1932), Jan Pijnenburg (1931, 1932) en Peter Post (1962, 1965, 1969). Pijnen won behalve in 1974 ook nog in 1978 en 1984. De Dortmundse zesdaagse wordt altijd gehouden in de Westfalenhalle op een baan van 200 meter lengte en het evenement wordt jaarlijks door circa 80.000 mensen bezocht. Recordwinnaar is de Belg Patrick Sercu met acht overwinningen. De 66e editie van het spektakel is dit jaar tussen 1 en 6 november.

Eddy Merckx won op 22 oktober 1967 in het Franse Daumesnil het destijds befaamde Criterium der Azen. Jacques Anquetil werd daar tweede en Felice Gimondi derde. Het Azencriterium, ook al weer zo'n wedstrijd die iedereen kent en die geruisloos van de kalender is verdwenen, werd tussen 1920 en 1990 in totaal 62 keer georganiseerd en de koers kent een erelijst waarop vrijwel iedere topper te vinden is. Namens Nederland wonnen Gerben Karstens en Joop Zoetemelk ieder twee keer en Peter Post één keer. Recordwinnaar is Rik Van Steenbergen (5 keer) gevolgd door Louison Bobet en Jacques Anquetil (elk 4 keer). Verder op de lijst grote namen als Leducq, Koblet, Van Looy, Altig, Gimondi, Poulidor, De Vlaeminck, Hinault, LeMond, Kelly, Moser, Fignon en zoals vermeld natuurlijk ook Eddy Merckx. Hoe kan een koers met zo'n staat van dienst van de kalender verdwijnen? Wie het weet mag het zeggen.

en dan nog dit: In oktober 1966 zijn zes Franse sportlieden door de regering van president Charles de Gaulle tot Ridder in het Legioen van Eer benoemd. Naast Alain Calmat (wereldkampioen kunstschaatsen), Michel Crauste (rugby), Jocelyn Delecour (atletiek), Guy Perillat (ski) en Michel Jazy (atletiek) kreeg ook vijfvoudig Tourwinnaar Jacques Anquetil deze hoge en eervolle onderscheiding. Buiten de vele bijnamen, die men de Franse wielercrack al had meegegeven, was hij vanaf die dag dus ook Chevalier Jacques. Gezien zijn bijzondere prestaties op de fiets was hij dat natuurlijk al veel langer!

Tot volgende week!”

Jan Houterman


 

Door Fred van Slogteren, 22 oktober 2007 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web