De Burgerlijke Stand van 10 oktober.

César BOGAERT (1910, overleden 13.01.1988, Nederland)

Hij is er een van Zeeuws-Vlaanderen, dat stukje Nederland waar ze in guldens betaalden en in frankskes dachten. Van d’Ee (Eede) tot Ossenisse is de trotse hymne van de streek en toen de tunnel er nog niet was, was je eigenlijk al in België als je van Kruiningen naar Perkpolder was gevaren. Je rook er het zilt, de patat, het bier en de koers met Antwerpen en Brugge aan de einder, in plaats van Rotterdam, de Stad waar de overige Zeeuwen naar toe trokken om er in de haven of de bouw te werken. In de cultuur van het Meetjesland en het Waasland kropen de coureurs in spé uit de onafzienbare akkers, voorbestemd om keienvreters te worden. César Bogaert van St.Janssteen was de eerste Nederlandse coureur die uitslagen reed in wegwedstrijden. In de jaren dertig had Nederland geen wegcoureurs, want Nederlandse renners reden op d’n piest. Behalve dan die smokkelaars uit Zeeuws Vlaanderen en die uit het meest zuidwestelijke puntje van Brabant, waar de Braspennincxen en de Valentijns aan de bomen groeiden. Het temperament spatte bij Bogaert uit zijn zwarte ogen en hij werd twee keer Nederlands kampioen op de weg in 1931 en 1934. Hij mocht ons land vertegenwoordigen bij het WK en er kwam geen letter over in een Nederlandse krant. Wel in de gazetten van Vlaanderen, want hij werd 13e en 16e en dat was niet niks. Zonder hulp van een ploegleider, mekanieker of wie dan ook. Combientjes maken met de grote coureurs uit d’n Bels was zijn manier om te overleven. Voor de rest verdiende hij zijn geld in de kermiskoersen en hij werd een grote meneer in zijn streek, die er als enige met d’n dokter in een auto reed. Hij stopte al in 1938, vanwege de oorlogsdreiging, nadat hij nog eens fraai derde was geworden in de ...

... Franse semi-klassieker Paris-Soissons. Na de oorlog, die hij waarschijnlijk smokkelend is doorgekomen, ging hij zich bemoeien met jong talent. Ze waren niet blij met hem die jonge gasten, want hij vloekte ze stijf als ze achter zijn brommertje op een vast verzetje HoHo riepen. Ze noemden hem stiekem Hitler en dat was voor hem een geuzennaam. Want coureurs maakte hij van ze, zoals Theo Verschueren, die wereldkampioen werd en die nu nog met een mengeling van eerbied en haat over zijn vroegere leermeester spreekt. D’n Césaar!!! (Foto: archief Wim van Eyle)

De andere op 10 oktober geborenen zijn:

BILLIET, Albert (1907, overleden 05.03.1977, België)
BRENTJENS, Bart (1968, Nederland)
CHALMEL, André (1949, Frankrijk)
CLAES, Ronny (1957, België)
CORNU, Dominique (1985, België)
LE DROGO, Ferdinand (1903,)
LOOS, Gerrie (1921, overleden 31.05.1991, Nederland)
MOUSQUES, Nathalie (1987, Frankrijk)
NEK, Piet van (1885, overleden 14.04.1914, Nederland)
PIEDRA PEREZ, Antonio (1985, Spanje)
PIERINGER, Angelika (1969, Oostenrijk)
ROLLAND, Pierre (1986, Frankrijk)
SCANLON, Mark (1980, Ierland)
SPENKELINK, Gerrit (1918, Nederland)

Door Fred van Slogteren, 10 oktober 2007 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web