Uit de ordners van Jan …

“Dwars door Lausanne was een klimkoers die (vanaf 1968) bestond uit een rit in lijn en een tijdrit. Joop Zoetemelk won vanaf 1975 vijf keer achtereen het eindklassement en, op de tijdrit van 1975 na, ook steeds beide ritten. In 1978 vond de koers plaats op 8 oktober. De rit in lijn over 5,150 kilometer won Joop met twee tellen voorsprong op Giuseppe Perletto en vijf op Joseph Fuchs. Bernard Hinault, die eerder dat jaar zijn eerste Tour de France gewonnen had, verloor maar liefst 14 seconden. In de middag moest Hinault in de tijdrit over dezelfde afstand 20 seconden toegeven, Perletto was nu derde op 41 seconden. Zoetemelk was overtuigend voor de vierde keer winnaar van Dwars door Lausanne. In ruim 10 kilometer koers reed Joop zijn rivaal Hinault op 34 seconden.

Er was nog meer nieuws in 1978. ‘Dolle Dries’ van Wijhe werd weer amateur. Dries was na zijn zijn nationaal kampioenschap bij de amateurs in 1973 op de Cauberg waar hij Fedor den Hertog en Gerrie Knetemann achter zich liet, overgestapt naar de rijen der beroepsrenners. De Gelderse coureur voelde zich …

… niet thuis in het professionele wereldje. Per 1 januari 1979 nam hij twee vierde plaatsen (Maarheze en Pijnacker) en een vijfde plaats in Leiden mee naar de amateurs. Van Wijhe, hij had overigens nog meer bijnamen zoals De Keizer van het Kerkdorp of De Boemerang, was ook een meer dan verdienstelijk marathonschaatser. Hij won in die tak van sport veertien A-wedstrijden.

Oktober is de transfermaand in de wielersport. Peter Post lijfde 27 jaar geleden een groot Limburgs talent in. Jo Maas uit Maastricht. Maas had bij Daf bewezen goed te kunnen meekomen in de bergen en overtuigde Post ervan grote capaciteiten als ronderenner te hebben. De Amstelveense ploegleider was ervan overtuigd dat Maas zijn top nog lang niet had bereikt. Hij kreeg de ruimte om in de toekomst nog veel beter te gaan rijden, maar hij moest zich eerst aanpassen aan het Raleigh-systeem. ‘Wij hebben een ploeg die moet winnen. Het geeft niet wie wint. Jan Raas is daar een schitterend voorbeeld van, hij is de kopman maar zorgt er dikwijls voor dat anderen kunnen winnen.’ De transfer van Jo Maas had hij eerst met de kern van de ploeg besproken. ‘Ik heb over Maas gesproken met Zoetemelk, Raas, Knetemann en Van der Velde. Want zij moesten eerst hun fiat geven. Die jongens waren het ermee eens dat Jo een welkome versterking betekent.’

Een jaar later, op 8 oktober 1981, ondertekende ten huize van Post Gerard Veldscholten het eerste belangrijke contract van zijn leven. De amateur, die tot dan bij Gazelle een uiterst succesvolle periode doormaakte, zou de komende twee seizoenen in de kleuren van TI-Raleigh Campagnolo gaan rijden. ‘Ik heb een prachtige tijd gehad als amateur, maar kom nu in deze ploeg in een ideaal klimaat voor een profrenner terecht’, aldus de 22-jarige coureur uit Oldenzaal. Op de foto van Theo Terwiel ondertekent Veldscholten, geflankeerd door Peter Post en zijn ex-ploegleider Ben van Erp, de verbintenis.

Jo Maas zou Post slechts één jaar dienen met een 9e plaats in de Ronde van Romandië en een 14e plaats in de Dauphiné Libéré als voornaamste wapenfeiten. Maas was ook eindwinnaar van de Ronde van België maar werd wegens dopinggebruik gedeklasseerd. Gerard Veldscholten reed twee jaar bij Raleigh en twee jaar bij Panasonic. Won in die periode de GP Union en een handvol criteriums. Was in 1984 16e in de Ronde van Frankrijk.

Als we tegenwoordig een wielerkoers bijwonen of op TV zien is de uitslag vaak binnen de kortste keren beschikbaar. Wist U dat in de Profronde van Nederland in 1978 de jury alles nog met de hand moest verwerken. Een erg drukke bezigheid die vele, vele uren vergde en een bezigheid die met het blote hoofd moest worden verricht. De jury had het toen niet gemakkelijk. In het blad Wielersport van 30 september 1982 stond een artikel van Hans van de Kamp over de vooruitgang die de wielersport wat betreft de uitslagen en de standen de jaren ervoor had doorgemaakt. De firma IBM stak in 1979 voor het eerst een helpende hand toe. Jan de Jong van IBM had een systeem ontworpen en ook de programmatuur gebouwd. Vervolgens werd het in de profronde van dat jaar uitgetest. De verfijning van de programma’s kostte De Jong 400 uur werk. Het resultaat mocht er zijn. Een half uur na de finish waren alle uitslagen en standen al door de computer verwerkt. De individuele en algemene klassementen behoorden daartoe, evenals de standen van de oranje-, groene, en witte-trui. Bonificaties en punten waren er direct in verwerkt en – belangrijke informatie voor de renners - men kon ook meteen zien wat de renner, c.q. ploeg had verdiend. Vroeger duurde het wel eens een half jaar aleer de prijzenpot kon worden berekend. Jaarlijks is het systeem van De Jong aangepast en verbeterd en het was anno 1982 berekend op een maximum van 200 renners, 24 ploegen en 26 ritten. De technische ontwikkelingen werden in een straf tempo doorgezet. Gelukkig kan een computer onderweg geen overtredingen constateren, anders zou er zelfs geen jury meer nodig zijn. Maar zo ver zal het, gelukkig maar, nooit komen. En ook 25 jaar later kunnen de vele wielerkoersen nog steeds niet zonder een deskundige jury. Gelukkig maar!!!

De open Tour, dat was een hot item in de krant van vrijdag 8 oktober 1982. De Ronde van Frankrijk zou in 1983 voor het eerst opengesteld worden voor amateurs. Tijdens het kalendercongres van de FICP, de profsectie van de UCI, moest deze aanvraag van de Tourdirectie in november goedgekeurd worden. Deze historische beslissing werd zowel in de top van het amateurwielrennen als in die van de profs uiterst argwanend gevolgd. Hein Verbruggen, hoofdbestuurslid van de KNWU en een van de twaalf FICP bestuursleden, was faliekant tegenstander van het plan. ‘Er gaat sowieso een meerderheid voor de aanvraag stemmen. Er zijn in ons bestuur maar weinig mensen, die de consequenties serieus overwogen hebben. Misschien maar vier. De overigen gaan van het standpunt uit, dat de amateurs er wel achter komen wat profwielrennen inhoudt. Ik persoonlijk ben er honderd procent tegen. Daar zijn twee argumenten voor. Ten eerste: amateurs hebben overal bewezen, dat ze het tegen beroepsrenners niet op kunnen nemen. De laatste Ronde van de Toekomst is er het beste bewijs van. Ten tweede: deelneming van amateurs aan profwedstrijden houdt een bedreiging van de werkgelegenheid van de beroepsrenners in. En dat kan weer leiden tot het verlies van sponsors. Gewoon een erg slechte zaak dus.’ De visie van Verbruggen werd gesteund door Peter Post: ‘Wij werken al tientallen jaren op topniveau, amateurteams kunnen dat absoluut niet benaderen. Iedereen weet toch, dat beroepsrenners met geld kunnen werken als ze zo nodig een etappe willen winnen. Wat moet een Oostduitser daar tegenover stellen, die alleen maar een paar banden aan te bieden heeft of een Rus, die een pot kaviaar kan inzetten? Ik zie er alleen maar negatieve effecten van. De profs zullen nimmer tolereren, dat ze door amateurs verslagen worden,’ aldus de ploegleider van TI-Raleigh ploegleider.
 
Op 9 oktober 1983 behaalde de Belg Ludo Peeters een van de laatste grote zeges voor de Raleigh ploeg van Peter Post. In 1984 zou Panasonic hoofdsponsor zijn van de Amstelveense ploegleider. Tien, voor het Nederlandse wielrennen unieke, jaren lang had Post Raleigh als geldschieter gehad. De opgebouwde naamsbekendheid van de Britse fietsenfirma duurt een kwart eeuw later nog steeds voort. Meesterknecht Ludo Peeters, en niet kopman Jan Raas, won de Grote Herfstprijs. Tegelijkertijd kreeg Post de hint mee hoe het ‘klassiekerseizoen’ het jaar daarna zou verlopen. Van de zes renners in de kopgroep reden er volgend jaar drie in de vorige week officieel voorgestelde nieuwe ploeg Kwantum: Winnaar Peeters, nummer twee Van der Poel en nummer drie Raas. Van de nieuwe ‘vedetten’ van Post was niemand in de finale vertegenwoordigd. Al tijdens het seizoen 1983 werd er al gezinspeeld op de rivaliteit tussen Post en Raas. Jan Raas: ‘Peeters heeft de laatste jaren verschrikkelijk veel voor mij gedaan. Wie herinnert zich niet de inspanningen voor mijn overwinning in Parijs-Roubaix. Nu kon ik hem eens voorrang geven.’ Gerrie Knetemann weigerde ook het nieuwe contract voor de ploeg Post te tekenen, omdat Post het niet langfer toestond om behalve voor Panasonic ook reclame voor derden te maken. De Kneet reed in 1984 voor het eerst in een Belgische ploeg, want hij tekende in Hilversum een contract dat hem voor een jaar aan de formatie Europ-Decor verbond.

In oktober van het jaar 1984 was beroepswielrenner Frits van Bindsbergen uit het Gelderse Spijk in conflict gekomen met zijn werkgever Splendor. Hij had al in geen vijf maanden salaris ontvangen. Sinds de Ronde van België, enkele weken daarvoor, had Frits geen enkel contact meer gehad met ploegleider Berten De Kimpe. ‘Iedereen mag nu eindelijk weten dat de beroepswielersport in België geen rozengeur en maneschijn is. Als ik alleen het geld moest binnenbrengen in mijn gezin waren we van de honger omgekomen. Enkele tienduizenden guldens achterstallig salaris moet ik nog ontvangen van Splendor. Gelukkig heeft mijn vrouw een goede baan. Ik heb de zaak nu in handen gelegd van de Belgische Wielerbond. De Heer Fabri heeft me verzekerd alles voor me te zullen doen. Misschien krijgt hij De Kimpe wel te pakken, want als ik hem bel geeft hij niet thuis. Merkwaardige man trouwens, die De Kimpe. Eerst roept hij me op voor de Ronde van België en een dag voor de afreis laat hij weten dat ik thuis mag blijven. Weer een dag later belt hij me plots op dat ik naar Spanje moet voor een criterium en een afvalkoers. Ik vertelde hem dat ik vier criteriums in Nederland moest rijden. Je kunt in Spanje veel meer geld verdienen, vertelde hij mij. Maar wat bleek, hij bood me 295 gulden. Maar daarvoor moest ik dan wel met mijn eigen auto naar Parijs rijden. Nu vraag ik je.’ Desgevraagd had Berten De Kimpe geen antwoord op de vraag of hij zelf ook wel eens vijf maanden zonder salaris had gezeten. Van Bindsbergen zou na 1984 nog twee jaar prof blijven zonder aansprekende resultaten. Een opmerkelijk feitje in het artikel uit De Gelderlander is dat er gesproken werd over het feit dat Van Bindsbergen in Varsseveld zijn eerste zege pakte sinds zijn toetreding tot de rijen der beroepsrenners. Alle toonaangevende naslagwerken (100 jaar wegrenners/Alles uit de kast) vermelden echter geen enkele zege voor Gelderse Frits.

Een dag voor Parijs-Tours 1989 telefoneerde Jelle Nijdam, nog een beetje ziek en lusteloos, met zijn ploegleider Jan Raas. ‘Ik blijf liever thuis, neem Noël Segers maar in mijn plaats mee.’ Raas wist zijn kopman over te halen toch in de auto naar Parijs te stappen. ‘Kijk maar hoever je komt’, was zijn advies. Zaterdagmiddag stond dezelfde Nijdam na 285 kilometer wedstrijd langs de kastelen van de Loire als winnaar van de Franse herfstklassieker stralend op het erepodium. ‘Zo'n man maak je zelden mee,’ zei Raas, ‘hij gaat als renner trouwens steeds meer op mij lijken.’ Elf jaar ervoor won Raas, toen als klassiekerkoning op het toppunt van zijn kunnen, in het najaar van 1978 zowel Parijs-Brussel als Parijs-Tours. Jelle Nijdam heeft als enige in de laatste twintig jaar zijn ploegleider geëvenaard. ‘Als ik Jelle zie rijden roept hij herinneringen op aan mijn eigen hoogtepunten’, zegt Raas. De Zeeuw was ook een machtsprinter, zoals Jelle Nijdam die in Tours het compacte peloton in snelheid versloeg. ‘Hij is een groot wielrenner maar ook een groot twijfelaar. Staan we twee weken geleden samen op Schiphol om naar Dublin te vliegen. Het ticket van Jelle blijkt niet in orde. Hij grijpt meteen het moment aan en zegt tegen me: ‘ik ga liever naar huis, want ik heb geen zin in de Ronde van Ierland’. Ik zeg: kom even mee naar het ticketbureau, daar maken ze het in orde. Jelle stapt in het vliegtuig en wint een dag later de eerste etappe. Dat is nou Jelle, hij is onberekenbaar. Afgelopen week lag hij maandag en dinsdag met 39 graden koorts in bed. Hij had voedselvergiftiging. Woensdag kwam hij weer buiten, donderdag trainde hij een paar uurtjes. Vrijdag meldde hij zich dus bij mij en zaterdag won hij zijn tweede klassieker binnen drie weken. Eric Vanderaerden was tweede en Johan Museeuw derde.

Eddy Merckx reed in 1972 rond deze tijd bijzonder sterk. Op zaterdag 7 oktober won hij met overmacht de Ronde van Lombardije. Na een solo van 46 kilometer had hij 1 minuut 27 voorsprong op Cyrille Guimard en Felice Gimondi. Daags daarna reed hij Dwars door Lausanne. Ook hier was geen kruid tegen hem gewassen, getuige de overwinningen in de rit in lijn, de tijdrit en de eindstand. En daarmee bracht hij de zegeteller voor het jaar 1972 op 48 en zijn totaal op 364.

En dan nog dit:
In oktober 1966 sprak Gerard Sillen over ‘eindelijk behoorlijk prof-vertier’ in zijn blad Wielersport. Lang, heel lang, hebben we dienen te wachten op de presentatie van een de wielermannen aansprekende, de burger moedgevende kalender in de professionele sector. Onze toplui, en in hun kielzog verder talent, gooiden wél elders hun stevige troeven op tafel, in eigen land was voor de verdere coureurs met een prof-licentie op zak heel weinig te doen. In 1964 werden slechts negentien koersen georganiseerd voor profs en de toen bestaande onafhankelijken, vorig jaar waren dat er 23. Door de verkwikkende aanpak van de zijde van Acifit-Sport (Kurt Vyth) en de veelzijdige activiteiten van Herman Krott en Ton Vissers kwam er in 1966 (eindelijk) een échte profkalender, waarbij de steun van Caballero (10.000 gulden voor een eigen klassement) niet mag worden vergeten. Maar liefst 39 criteriums, een klassieker (de 1e Amstel Gold Race), een meerdaagse koers (de Grote Prijs van Nederland) en het nationaal kampioenschap brachten bij vele renners een goed belegde boterham op de plank. De sigarettenfabrikant hield er, net als Wielersport, een puntenklassement van bij. Cor Schuuring (2 zeges) was de regelmatigste gevolgd door Bart Zoet (8 zeges), Wim Schepers (2 zeges), Jos van der Vleuten (4 zeges) en Cees van Espen (won nergens maar reed vaak kort). Maar liefst 92 renners reden minimaal één keer in de top 10.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 8 oktober 2007 5:30

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web