Uit de ordners van Jan …

“De befaamde wielermicrofonist Rinie Hermse uit Tiel heeft afgelopen zaterdag 29 september afscheid genomen tijdens de internationale openingsveldrit van Harderwijk. De 73-jarige Hermse kondigde aan het begin van dit seizoen aan een punt te willen zetten achter zijn imposante carrière.
Het stemgeluid van Hermse galmde 45 jaar over wielerparcoursen bij criteriums en langs aankomstlijnen bij grote klassiekers en nationale kampioenschappen. ‘Het wordt tijd om eens wat meer tijd te gaan besteden aan andere zaken. Fysiek gaat het nog altijd prima, maar ergens moet je een keer een punt zetten’, zo becommentarieert Hermse zijn afscheid in De Gelderlander.
De keuze voor Harderwijk is een bewuste. ‘Eigenlijk heb ik niet eens zo veel met veldritten, in vergelijking met bijvoorbeeld criteriums. Harderwijk is echter speciaal. Dé openingsveldrit van een nieuw seizoen, die ik al jarenlang op mijn programma heb staan. En Harderwijk is beslist mijn laatste koers geweest. Samen met ...

... Hans van Bon (vader van beroepscoureur Léon) heb ik nog één keer het onderste uit de kan gehaald. Met hem heb ik al die jaren een prachtige wisselwerking gehad als we samen een koers becommentarieerden. Een passender laatste optreden kon ik me niet voorstellen.’
De schallende aankondiging inclusief de rollende R: ‘We gaan bellen voor tien prrrremies bij doorrrrrkomst’, zal menig renner en toeschouwer zonder twijfel volgend jaar missen. Hermse blijft overigens wel actief als wedstrijdsecretaris van 'zijn' club, De Meteoor uit Dodewaard. ‘Wielrennen is en blijft mijn passie. Maar mijn opvolger mag zich melden. Graag zelfs, want in Nederland dreigt een schrijnend tekort aan microfonisten en juryleden. Dat wordt een probleem.’

Talloze toppers en talenten-in-spe, maar ook ontelbare krabbelaars zag Hermse in zijn lange loopbaan aan zich voorbijtrekken. Bij elke naam heeft de Tielenaar een verhaal en bij velen een anekdote. ‘Dat is je taak als microfonist. De toeschouwers enthousiasmeren. Achter elk rugnummer zit een verhaal. Als je vertelt dat rugnummer dertien Jansen is en dat hij er nog nooit zo goed heeft uitgezien, omdat hij net vader is geworden en rechtstreeks vanaf het kraambed de koers inkomt, dan gaat het publiek meeleven.’ Zelf was hij ooit ook coureur. ‘Eens heel lang geleden’, grinnikt Hermse. ‘Een klein rennertje hoor. Won wel eens wat, maar geen uitblinker. Al snel werd ik speaker. Dat begon toen ik me in m'n rennerskloffie meldde voor de Ronde van Tiel in 1962. De omroeper had zich afgemeld en iemand duwde mij de microfoon in de handen. Daarmee had ik mijn roeping gevonden.’

In De Telegraaf van vrijdag 30 september 1977 beschouwde Hennie Kuiper het bijna afgelopen seizoen in de rubriek ‘Hennie Kuiper Meent:’. ‘Geloof het of niet. Ik had nooit gedacht, dat ik dit jaar in de Tour de France voor de eerste plaats zou kunnen rijden. Mijn voorseizoen was door ziekte niet best, alhoewel ik toch in een paar klassiekers vooraan zat. Maar ik reed op courage. Het was wel harken geblazen. Het bleef sukkelen. Ik ben toen naar dokter Rolink gegaan. De Tour is voor mij ontzettend belangrijk heb ik tegen hem gezegd. Hij heeft mijn bloed gecontroleerd. Binnen zes weken ben jij weer honderd op honderd, zei hij me nadat de uitslag bekend was. Moet jij kijken hoe je dan rijdt!’ Omdat ik in de Ronde van Zwitserland niet voor het klassement gereden heb, ben ik met ontzettend veel reserves naar de Tour gegaan. Ik had nog niet te veel laten zien. Daardoor zat ik toch niet helemaal op het gemak, maar nadat ik zo goed door de Pyreneeën kwam, wist ik dat het goed zat. Maar nogmaals, ik had nooit verwacht dat ik voor de eerste plaats zou moeten strijden. Daardoor heb ik bijvoorbeeld in de tijdrit in Bordeaux te veel tijd verspeeld. Ik leefde er niet genoeg naar toe. Volgend jaar zal dat allemaal anders worden. Ik vertrek dan om te winnen. Als er vijf kanshebbers zijn dan ben ik daarbij. Maar als er twee zijn, dan sta ik daar ook bij.’

‘Vroeger was de gele trui iets magisch voor mij. Die tijd is voorbij. Het is nu een object geworden, dat ik wil hebben. Daar moet fantastisch serieus naar toegeleefd worden. Daar werk ik nu al aan. In Dijon kon ik met Thevenet duelleren in de tijdrit. Daar kwam ik tot de conclusie, dat ik met hem de beste tijdrijder in de ronde was. In de bergen is het ieder voor zich. Op l’Alpe d'Huez heb ik bewezen, dat ik voor niemand op dat terrein opzij hoef te gaan. Begrijp me goed, ik zeg niet, dat ik de Tour zal winnen, maar ik zal er wel heel serieus aan gaan werken om dat doel te verwezenlijken. Daarom moeten er binnen onze ploeg ook goede afspraken gemaakt worden. Dat moet deze winter geregeld worden door Peter Post. Ik ben bereid om in het voorjaar de renners voor de klassiekers te steunen. Andersom moeten ze dan natuurlijk wel allemaal voor mij rijden in de Tour. De posities van iedereen binnen de ploeg moeten precies afgebakend zijn, zodat iedereen weet waar hij aan toe is als het nieuwe seizoen begint’, aldus Hennie Kuiper op 30 september 1977.

Zondag 1 oktober 1978 werd tussen Blois en Monthery de Grote Herfstprijs gereden. Van de 107 vertrekkers bereikten uiteindelijk na 271 kilometer koers slechts 29 renners de finish. Jan Raas had weer eens zo'n uitzonderlijk goede dag, want na een solo had hij maar liefst 3 minuut 36 voorsprong op een achtervolgende groep met de Belgen Jos Jacobs (2), Guido Van Calster (3) en André Dierickx (5) en ook Joop Zoetemelk (4) en wereldkampioen Gerrie Knetemann (6). Na Parijs-Brussel op 3 september was de Grote Herfstprijs al weer de tweede grote zege van Raas in het naseizoen van 1978.
Een jaar later, 30 september 1979, was het weer Oranje-boven in de Grote Herfstprijs. Op deze dag was er geen kruid gewassen tegen Joop Zoetemelk. Henk Lubberding forceerde een ultieme aanval op de Cote de l'Homme Mort maar werd net voor de top door de Italiaan Saronni achterhaald. En dat was voor Joop het sein weg te springen. Zes kilometer verder won Zoetemelk voor de tweede keer in zijn loopbaan de Franse sluitingsklassieker. Veertig seconden later won Giuseppe Saronni met banddikte de sprint om de tweede plaats voor Jan Raas, Daniël Willems en Jean-Luc Vandenbroucke. Bernard Hinault werd zesde en Cees Priem negende. Ook Johan van der Velde, Henk Lubberding, Hennie Kuiper en Gerrie Knetemann zaten in het eerste peloton van ruim twintig renners. Aan de finish in Blois werd overigens bekend gemaakt dat Joop Zoetemelk voor 90 procent zeker naar de Raleigh-ploeg van Peter Post zou verkassen. ‘Voor mij de enige mogelijkheid om ooit nog eens de Tour te winnen’, aldus de verdiende winnaar van de Grote Herfstprijs 1979.

De kop in De Telegraaf van 30 september 1983 luidde: ‘Profploegen azen op Victor Buisman’. De teams van SEM en Splendor onderhandelden met de 24-jarige Amsterdamse economie-student over een contract voor 1984. Buisman, die dag actief in de Ster der Beloften in zuidwest-Frankrijk, richtte de aandacht op zich door uitstekend te presteren in meerdaagse wedstrijden op heuvelachtige parcoursen. Hij werd tweede in de Ronde van Luik achter Rinus Ansems, hij won de Ronde van Wallonië, waarin hij ook een etappe en de tijdrit won, en hij werd ook nog eerste in de Ronde van Namen. Beide laatste koersen gingen over vijf en zes dagen.

Buisman was een buitenbeentje in de wielersport, omdat hij niet voor een grote amateur sponsorploeg reed. Hij behaalde zijn successen in het clubteam van Amstelland onder leiding van Bert de Bruyn, terwijl hij de Ronde van Namen als gastrenner voor de wielerclub Marchovelette uit Namen reed. ‘Het is zelfs zo, dat Victor per 1 januari 1983 zijn lidmaatschap van Amstelland heeft opgezegd, omdat hij zich volledig op zijn studie wil richten’, aldus De Bruyn. ‘In maart ging hij toch weer rijden. Zijn voornaamste probleem als wielrenner is, dat hij moeilijk in de waaier kan rijden. Dat is ook de reden dat hij in Nederland nog nauwelijks opviel. In heuvelachtig terrein is hij heel sterk, bovendien kan hij goed tijdrijden.’ Uiteindelijk zou Victor Buisman twee jaar in de profrangen verkeren. In 1984 in de ploeg Skil van Jean De Gribaldy en Briek Schotte met als toppers Sean Kelly, Eric Caritoux, Jean-Claude Bagot en zijn landgenoten Jean Habets en Peter Schroen. Aansprekende uitslagen heb ik niet kunnen vinden wat wellicht in 1985 de overgang naar Nikon-Van Schilt verklaart. Theo Smit, Ad Tak, Hans Langerijs en Jan Jonkers waren de namen in de ploeg van Guillaume Driessens en Jos Elen. Hoe en waarom Victor Buisman het profbestaan verlaten heeft heb ik niet kunnen traceren. Zeker is wel dat hij op 23 december 1998 op 39-jarige leeftijd in Amstelveen overleden is.

Op 1 oktober 1984, de dag dat transfers in de profwielerwereld officieel bekend mogen worden, deelde Peter Post mee dat zijn Panasonic-formatie voor het seizoen 1985 volledig in tact zou blijven. Als versterking had hij alleen de Amerikaan Alexi Grewal, de Olympische Kampioen van Los Angeles, aangetrokken. Het was vrij uniek dat er tussen twee seizoenen in geen renners zouden afvloeien. Post beschikte naast Grewal, die van hem de bijnaam Het Amerikaanse hobbelpaard kreeg, in 1985 over de volgende renners: Phil Anderson, Ludo De Keulenaer, René Kos, Jos Lammertink, Johan Lammerts, Henk Lubberding, Guy Nulens, Bert Oosterbosch, Eddy en Walter Planckaert, Steven Rooks, Gert-Jan Theunisse, Eric Vanderaerden, Gerard Veldscholten en Peter Winnen.

Op dezelfde dag in 1984 was er de 43e koppeltijdrit Trofeo Baracchi en daar werd onwaarschijnlijk hard gereden. Maar wat wil je ook als je de Franse wereldkampioen tijdrijden Bernard Hinault koppelt aan de Italiaanse werelduurrecordhouder Francesco Moser. De 98,2 kilometers werden afgelegd in 1 uur 54 minuten en 34 seconden wat een gemiddelde van 51,428 km per uur betekende. Er stonden geen Nederlanders aan de start.

Jeannie Longo, de 30-jarige Francaise, verbeterde op 1 oktober 1989 in Mexico haar eigen werelduurrecord in de openlucht met niet minder dan 1419 meter. De afgelegde afstand ging daarmee omhoog van 44,933 kilometer (23 september 1987 in Colorado Springs) naar 46,352 kilometer. Met dat nieuwe record doorbrak Longo niet alleen ruimschoots de magische grens van 45 kilometer, maar was zij bovendien sneller dan enkele gerenommeerde mannelijke collega’s als Jacques Anquetil die in 1956 tot 46,159 kilometer kwam. Ook Fausto Coppi reikte in 1942 ‘maar’ tot 45,871 kilometer.
Voor Longo betekende het record tevens het afscheid van de wielersport na een lange succesvolle loopbaan. Althans, dat dacht zij toen. Anno 2007 fietst Jeannie Longo nog steeds op redelijk niveau rond en afgelopen zaterdag reed zij bij het WK in Stutggart nog een sterke wedstrijd. Afgelopen mei won ze de Trophée de Grimpeurs. Op 31 oktober a.s. wordt ze 49 jaar oud. In haar bagage zitten dertien wereldtitels, tientallen nationale titels en een Olympische titel. Meer dan negenhonderd zeges staan er op haar palmares. Kijk maar eens op
www.jeannielongo.free.fr/. Een leuke site, ook als je de Franse taal niet machtig bent.

‘De dag dat Raas' ogen glommen’. Paginagroot bracht De Gelderlander op zaterdag 30 september 1995 het nieuws dat er vanaf het seizoen 1996 een nieuwe Nederlandse profwielerploeg zou komen. ‘Nog maar enkele weken geleden vermeed Jan Raas krampachtig na te te denken over zijn nabije toekomst. Die zag er heel somber uit. Geen sponsor, dus geen ploeg. Spijtig voor wielerdier Jan Raas, pijnlijk voor een aantal renners uit zijn ploeg, dramatisch voor een groep van vaste medewerkers. En slecht, héél erg slecht voor het Nederlandse wielrennen. Maar het tij is gekeerd. Afgelopen dinsdag presenteerde Jan Raas een grotendeels nieuwe ploeg. En de Zeeuw wil nog meer. Want hij, en met hem het hele Nederlandse wielrennen, heeft de mazzel dat er een sponsor is opgestaan die veel meer wil dan alleen maar snel een merknaam in beeld brengen. En zich niet kan veroorloven na een jaartje of twee, drie af te druipen. Ging het slecht met het Nederlandse wielrennen, de machtige Rabobank had ook een opkikkertje nodig. "We hebben de afgelopen jaren de indruk gewekt dat we niet meer meededen."
De laatste week van juli ging Raas naar het hoofdkantoor van de bank in Utrecht in de hoop dat hij zijn plan voor een bescheiden nieuwe, maar vooral jeugdige ploeg zou kunnen uitvoeren. Hij had daar al uitvoerig over nagedacht. Hij legde zijn plan aan de heren bankiers uit. Toen namen zij het woord. Ook zij hadden nagedacht. Over wat andere grote banken aan sportsponsoring hadden gedaan. Over hoe succesvol dat was. En ze waren tot de slotsom gekomen dat als zij in de wielrennerij zouden stappen, dat ze het meteen ook goed wilden doen. Dat plan van Jan Raas leek hen wel sympathiek, maar het was toch niet helemaal wat zij voor ogen hadden. Kortom, de bankiers wilden veel meer geld uittrekken dan Raas in die laatste week van juli nog had durven dromen. Gert Sluis, hoofd marketing-communicatie zat erbij en sloeg de reactie van de bekende Nederlander tegenover hem gade. "Zijn ogen begonnen onmiddellijk te glimmen toen hij hoorde wat onze plannen waren."’ Inmiddels heeft de Rabobank er bijna twaalf seizoenen opzitten in de wielersport. Op de site lees ik dat er al 1761 overwinningen geboekt zijn in de diverse geledingen en dat is toch gemiddeld bijna 150 per seizoen. Jan Raas is er niet meer bij, maar als hij dit leest weet ik zeker dat zijn ogen toch weer zullen gaan glimmen, want het binnenhalen van de Rabobank is een van de grootste successen op de fantastische palmares van de Zeeuw.
 
Zondag 1 oktober 1961 waren de toeschouwers in Klein-Edingen in de Belgische provincie Henegouwen, getuige van de allereerste overwinning van de 16-jarige nieuweling Eddy Merckx. Veertien wedstrijden reed de jonge Brusselaar in 1961, die op 16 juli zijn debuut had gemaakt in de koers Laken-Brussel. Twaalf jaar en 412 overwinningen later won hij op 1 oktober 1973 een criterium in het Franse Jeumont. Joop Zoetemelk werd daar tweede en Josepg Bruyère, de eerste luitenant van Merckx, derde.

en dan nog dit uit de Wielersport van 5 oktober 1967: ‘De bekende pianist Tonny Eijk, begeleider van vele zangers en zangeressen, heeft één dezer dagen een speciaal zesdaagselied gecomponeerd, dat als aanmoedigingshymne voor onze zesdaagsekeizer Peter Post beschouwd kan worden. Weliswaar bedienden vele fans zich, bij gebrek aan iets anders, van het ‘Hand in hand, kameraden’, maar Eijk, die evenals vele collega-artiesten zoals Cees de Lange, Willy Alberti, Toon Hermans en anderen, bijzonder geporteerd is voor de wielersport, vond dat er nodig eens iets aparts moest komen. Wij hebben het plaatje ‘één, twee, drie, vier, vijf, zesdaagse’ gehoord en kunnen zeggen dat dit 45 toeren singletje van 45 een zeer geslaagd iets is geworden. Koor en orkest weten de sfeer van een dergelijk spektakel treffend na te bootsen. Zonder meer een topper op de wielerhitparade!’
Tonny Eyk is een musicus pur sang. Wielrennen, Frankrijk, lekker eten zijn de andere passies van deze pianist/arrangeur/componist. Eyk werkte voor Mies Bouwman, Willem Duys, Kees van Kooten en Wim de Bie en componeerde sportsongs, zoals de Studio Sport tune en de hymne van de Union Cycliste Internationale (UCI). Tonny's zoon Patrick was in de jaren 90 een aantal jaren profrenner. Wie heeft dit singletje nog in de kast staan? Ik ben benieuwd hoe het hoesje er uit zag maar eigenlijk nog meer hoe-ie klonk. Ik denk dat Fred wel bereid is een mp-3 versie op de slogblog te plaatsen.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 1 oktober 2007 10:00

Victor Buisman

...Victor Buisman werd uit de ploeg van Graaf De Gribaldy gekukeld omdat hij zich niet aan diens mores hield en voor zijn rechten opkwam. Buisman, had, dacht ik uit het blote hoofd, een contract van 25.000 gulden per jaar waarvan de ziektenkosten voor rekening van de ploeg kwamen: die daar inverzuimde. Buisman, een eigezinnig type, die de franse taal perfect beheerste, sprak daar De Gribaldy op aan, die niet zo van mondige renners was gediend. Toen Victor ook nog een knieblesure kreeg die hijzelf met rust wilde genezen, in plaats van een cortisonespuit, zoals de ploeg voorstelde was het over en uit.

Geplaatst door André Stuyfesant, 01 oktober 2007 18:34:24

Victor Buisman

De reactie van André Stuyfesant is volledig juist. En doet me goed dit te lezen. Victor heeft nadat hij gestopt was bij Graaf de Gribaldy nog een tijd in St. Raphael in Zuid Frankrijk gewoond. Daarna is Victor weer in Amstelveen gaan wonen en heeft in 1992 zijn studie Economie afgerond. De liefde voor het fietsen was sterk, Victor fietste bijna dagelijks en reed vaak mee aan de koersjes op Sloten, Amstelveen en Spaarnwoude. Ook op vakantie gingen onze fietsen altijd mee; Belgie, Frankrijk, Italie en Griekenland. Maar ook als hij voor zijn werk naar de USA moest. Victor was een wielrenner in hart en nieren. En zoals André schrijft, een eigenzinnige man maar uitsluitend in de positieve zin van het woord. Victor sprak niet alleen Frans vloeiend, maar beheerste ook Latijn, het Grieks, de Italiaanse en Engelse taal uitstekend. Victor is 's morgens vroeg op 23 december 1998 overleden door een auto ongeluk op de A9 bij Schiphol. Een gitzwarte dag en tot op de dag van vandaag een groot gemis.

Geplaatst door Evelyn Zwaagman, 07 juli 2009 11:41:31

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web