De Burgerlijke Stand van 8 september.

Jean AERTS (1907, overleden 15.06.1992, België)

Deze Belg uit een ver verleden heeft nog altijd een record op zijn naam staan. Hij deelt het met de grote Eddy Merckx en de Zwitser Hans Knecht, want die drie waren zowel wereldkampioen bij de amateurs als bij de beroepsrenners. In 1927 was Aerts wereldkampioen bij de amateurs en acht jaar later in 1935 ook bij de profs. De man uit Brugge was in zijn tijd een hele grote. Die titel bij de amateurs heeft hij geheel aan zich zelf te danken. De titelstrijd werd in die tijd nog verreden in een wedstrijd, waarin zowel de profs als de amateurs van start gingen. België had in 1927 geen amateur geselecteerd, omdat men geen van de Belgische liefhebbers bekwaam achtte om een rol van betekenis te spelen. Ook in Jean Aerts hadden ze geen vertrouwen. Hij was weliswaar Belgisch kampioen, maar hij woonde in die periode in Frankrijk en reed daar bijna al zijn wedstrijden. Aerts nam het niet en de tweevoudige kampioen van België (1926 en 1927) deed zijn beklag. Hij kreeg te horen dat hij alsnog mocht deelnemen, maar wel voor eigen rekening. Zijn reis- en verblijfkosten moest hij zelf betalen. De eigenzinnige Aerts reisde af naar de Nürburgring in de Duitse Eifel en hij kwam als eerste amateur als vijfde over de streep in de door de Italiaan Alfredo Binda gewonnen wedstrijd. Ook in 1935 ging zijn selectie niet van een leien dakje. Hij had een uitstekende Tour gereden, waarin hij niet alleen drie etappes won, maar ook een groot aandeel had in de eindoverwinning van Romain Maes, maar dat was niet goed genoeg voor een WK-selectie. Op het laatste moment kreeg hij toch een plaatsje in de ploeg. De BWB zal er geen spijt van hebben gehad, want ‘De Hoge Piet’, zoals zijn bijnaam luidde, won afgetekend voor de Spanjaard Montero en zijn landgenoot Danneels. Aerts was een elegante renner die in 1931 Parijs-Brussel won en maar liefst 12 etappes in de Tour de France. Hij was, zoals veel renners uit zijn tijd, van vele markten thuis, want in de wintermaanden reed hij zesdaagsen en hij was in de oorlogsjaren ook nog twee keer kampioen van België achter de grote motor. In 1937 kwam hij zwaar te vallen in een koers in Mechelen en hij zweefde dagenlang tussen leven en dood als gevolg van een schedelbasisfractuur. Hij overleefde het en hij heeft nog tot 1944 gereden. Na de oorlog was hij nog enkele jaren assistent van Sylvère Maes, de ploegleider van de Belgische Tourploeg in de jaren vijftig.

De andere op 8 september geborenen zijn:

GRETENER, Hermann (1942, Zwitserland)
GREWAL, Alexi (1960, Verenigde Staten)
KORT, Koen de (1982, Nederland)
MASERATI, Alessandro (1979, Italië)
MONSERÉ, Jean-Pierre (1948, overleden 15.03.1971, België)
PAUWELS, Frans (1918, Nederland)
PONTONI, Daniele (1966, Italië)
REDOLFI, Attilio (1923, overleden 15.06.1977, Frankrijk)
SERRANO RODRIGUEZ, Marcos Antonio (1972, Spanje)
WACKERNAGEL, Lars (1975, Duitsland)
WILLEMS, Frederik (1979, België)

Door Fred van Slogteren, 7 september 2007 22:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web