Uit de stalling van Peter R. de Fiets …

“We stonden feestelijk opgesteld naast het Centrum Ronde Van Vlaanderen (CRVV). De korte parade door Oudenaarde kon beginnen, met aansluitend de Retro ronde over 35 kilometer. De locatie waar het CRVV nu staat, was jarenlang braakliggend terrein ingeklemd tussen de Grote en de Kleine Markt. Met recht een gat in de markt om hier het centrum te vestigen. Het parcours was afwisselend steenslag, asfalt en kasseien en een aaneenschakeling van nijdige molshopen. Een parade met historische fietsen en dito kleding doe je bij voorkeur in stijl, maar een valhelm was hier toch wel aan te bevelen, al paste dat niet in het historische plaatje. Het was een stralende dag, maar als kasseien nat zijn van het hemelwater en de verharde remblokjes geen vat meer hebben op de stalen velgen dan is de remkracht nihil. We zaten niet te wachten op een verzameling schroot en ik zag diverse berijders bezorgd kijken naar hun troetelkind als we weer eens een kasseistrook naderden. Oudenaarde is wereldberoemd om zijn gobelin wandtapijten en ik had gehoopt dat er wel enkele opgeofferd zouden worden om ons een soepele passage over de kasseien te bezorgen. Niet iedereen dacht er echter zo over, want er zijn altijd uitzonderingen. Voor een inwoner van Oudenaarde konden …

… de omstandigheden niet bar genoeg zijn, maar die luistert dan ook naar de naam Mario de Clercq, de vermaarde oud-veldrijder. We stopten halverwege bij een boerenhoeve, waar een ieder zich te goed deed aan aardbeien en kersenbier of trappist. Ondertussen stonden de paradepaardjes, luisterend naar namen als Diamand, BSA, De Rosa, Masi, Groene Leeuw, Bertin, RIH, Thompson en Mercier na te kreunen van hun inspanningen.
Ik keek eens rond en onder de deelnemers zag ik de duivel, compleet met drietand, op een echte Eddy Merckx. Bij nadere beschouwing was hij ook nog in te huren als look-a-like van vader Abraham. De stad Oudenaarde heeft overigens wel iets met de duivel. Het verhaal gaat ver terug in de tijd. De pastoor van Oudenaarde had een broer, die in alles zijn tegenpool was. Op zekere dag keerde die broer met wat vrienden terug van de kermis van Kerselare en het gezelschap liep onderweg de duivel tegen het lijf. De broer van de pastoor begon tegen hem te tieren, te vloeken en te schelden tot de duivel hem beet pakte en hem een paar maal onderdompelde in de Schelde. Daarna werd hij zo hard op de oever gekwakt dat zijn ribben er van kraakten. De gekreukelde broer deed zijn beklag bij de pastoor en die verbande de duivel voor honderd jaar naar de Rode Zee.

Tot volgende week!”

Peter Ravensbergen

Door Fred van Slogteren, 14 augustus 2007 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web