De Burgerlijke Stand van 16 augustus.

Albert GIJSEN (1915, overleden 26.02.2007, Nederland)

Bijna een half jaar geleden overleed de laatste van de vier Nederlandse wielrenners die in 1936 voor het eerst ons land vertegenwoordigde in de Tour de France. Eerder deze maand schreef ik over Corneille Marijnissen als de allereerste, maar dat was een Nederlander die in Frankrijk woonde en voor een Franse sponsor uitkwam. Gijsen behoorde echter tot de eerste officiële Nederlandse ploeg en hij deelde dat voorrecht met de gebroeders Albert en Antoon van Schendel (Nederlanders die trouwens ook in Frankrijk woonden) en Theofiel Middelkamp. Erg officieel was het overigens niet, want ze hadden geen ploegleider, geen mekanieker en geen soigneur. Ze moesten maar zien hoe ze het fiksten en in dat licht bezien is het een grote prestatie dat drie van de vier de Tour uitreden en Middelkamp zelfs nog een etappe won. Gijsen was de enige die uitviel. In de negende etappe stapte hij in de bezemwagen, gesloopt door de bergen. Gijsen was een grote vent die zijn negentig kilo met de grootste moeite de bergen over zeulde. Bovendien leek zijn voorbereiding nergens naar. Hij wist pas twee weken voor de start dat hij mee zou doen, omdat Kees Pellenaars geen zin had in het avontuur. D’n Pel verdiende zijn geld in de kermiskoersen en in de zesdaagsen en nadat hij van Belgische coureurs had gehoord wat je aan zo’n Tour overhield, trok hij zijn toezegging in met de smoes dat hij niet de juiste vorm had. Gijsen had dat alternatief niet, want hij was slechts een klein coureurke die maar met moeite van de opbrengsten uit de wielrennerij kon leven. Zijn Tourdebuut bezorgde hem natuurlijk wel enige naam in de regio waar hij vandaan kwam. In het grensgebied in het uiterste zuidwestelijke puntje van Noord Brabant was de naam Albert Gijsen bekend genoeg om in zijn woonplaats Putte een rijwielzaak te beginnen. Later schakelde hij over op een bedrijf in sanitair en warmtetechniek. De oudste nu nog levende Tourrenner is John Braspennincx, die in 1937 zijn enige Tourstart maakte en al in de vijfde etappe uitviel. (Foto: archief Wim van Eyle)

De andere op 16 augustus geborenen zijn:

BECCIA, Mario (1955, Italië)
BETTINI, Augustino (1918, overleden 24.08.2003, Italië)
CAMPILLO Garcia, Juan (1930, overleden 28.02.1964, Spanje)
CARITOUX, Eric (1960, Frankrijk)
DELFOSSE, Marcel (1921, België)
FAUCHEUX, Lucien (1899, overleden 24.07.1980, Frankrijk)
GODDE, Leo (1988, Nederland)
MUSEEUW, Eddy (1946, België)
NIJDAM, Jelle (1963, Nederland)
PAMBIANCO, Arnoldo (1935, Italië)
PIEMONTESI, Fabrice (1983, Italië)
PROVOOST, Jean-Claude (1964, België)
ROOIJAKKERS, Piet (1980, Nederland)
SANDERS, Dominique (1957, Frankrijk)
SERGEANT, Marc (1959, België)
VERBEEK, Dieter (1988, België)
VERBIST, Charles (1883, overleden 21.07.1909, België)
VLIMMEREN, Rudy van (1961, Nederland)
WILLEMS, Daniel (1956, België)

Door Fred van Slogteren, 16 augustus 2007 0:00

Albert Gijsen

Hij mag dan lichamelijk "een grote vent" zijn geweest, maar volgens mij had deze Albert Gijsen thuis niet zo gek veel te vertellen. Jaren geleden belde ik eens naar Putte, om hem voor een interview te strikken, maar verder dan de portier, in casu zijn (tweede) vrouw, kwam ik niet. De lady, een Vlaamse, wimpelde het verzoek af zonder ook maar één moment de indruk te wekken het aan haar man te willen voorleggen. Ze had kennelijk weinig aanleg voor public relations. Uiteraard had ik buiten haar om de goede Albert kunnen benaderen, maar waarom stoken in een goed huwelijk? Ben trouwens nooit iemand geweest die met de pet in de hand om een gesprek komt vragen. Graag of niet.

Han de Gruiter.

Geplaatst door Han de Gruiter, 16 augustus 2013 10:28:58

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web