Het balhoofdplaatje van Otto …

Natuurlijk had Alcide Basso profijt van het feit dat zijn broer een zeer bekende wielrenner was. Marino Basso was namelijk de wereldkampioen van 1972, die in een fameuze eindsprint op het allerlaatste moment zijn ontsnapte landgenoot Franco Bitossi voorbijsprintte en ook Cyrille Guimard en Joop Zoetemelk achter zich liet. Alcide had ook gewielrend, maar eigenlijk zonder glorie. Hij ging werken bij Sante Pogliaghi, een bekende Milanese framebouwer die hem het vak leerde. Basso nam de zaak van Pogliaghi over, en ging verder met de ... 

 

... merknamen Basso en Pogliaghi. Basso besteedde veel aandacht aan de afwerking van het frame. Het werd uitgebreid gepolijst voorafgaand aan het lakken. ‘En ruik eens’, zei Basso’s verkoper Bob Redman tegen me toen ik voor het eerst Basso fietsen zag op de beurs in Milaan. Het gat voor de zadelpen rook naar teer. ‘25 gram, afhankelijk van de framehoogte en hetzelfde spul als ze bij Mercedes, tegen het roesten van binnenuit gebruiken.’ Ik was op slag overtuigd van Basso. Redman ook. Hij wilde vervolgens een profteam beginnen, maar de Amerikaan paste niet erg in het wielerwereldje. In plaats van aan de vooravond van een koers met journalisten en ploegleiders een pilsje te gaan drinken, haalde hij een van zijn blokfluiten tevoorschijn. Hij kon er virtuoos op spelen, maar niet iedereen was er van gecharmeerd. Het is Redman dan ook nooit gelukt een grote ploeg voor zijn Basso’s te interesseren. Hij had de juiste fietsen, maar misschien niet de juiste benadering, zoals een pak contant geld dat daar in die tijd soms bij nodig was. Hij kwam niet verder dan de bescheiden Belgische formatie Safir, maar ook dat ketste af. Ik denk vanwege die blokfluit?

Tot volgende week!

Otto Beaujon  

Door Fred van Slogteren, 19 juni 2015 8:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web