Uit de stalling van Peter R. de Fiets …

“Het was een druk weekend in Oudenaarde, met als middelpunt het Centrum Ronde van Vlaanderen. Zaterdag de zevende van de zevende, werd om zeven uur zeven precies, het startschot gegeven voor een tocht van 250 kilometer over 25 hellingen en 25 kilometer kasseiwegen. Wie dat tot een goed einde zou brengen, mocht de gouden Flandrien medaille ophalen. Al jaren loop ik met het idee rond om aan een Retroronde mee te doen in Toscane, maar ja dat is 1600 kilometer rijden met de auto. Daarom kon ik de eerste retroronde van Vlaanderen op zondag niet laten schieten. De fiets van mijn keus was een oude Mercier, compleet met teenhaken zoals onze zuiderburen dat zo mooi zeggen. Natuurlijk ontbrak ook de aluminium bidon niet aan het stuur. Halverwege de jaren vijftig werden deze bidons vervangen door het plastic. Nu moest ik nog de retrokleding bij elkaar scharrelen om het jaren vijftig beeld compleet te maken. Dus een echte wollen broek, schoenen met plaatjes en een mooi RCC Feyenoord koerstruitje met de tekst kampioen der veteranen 1983. Niet helemaal van die datum, maar ik kon niet anders. Ik heb een hele verzameling wollen truien maar het probleem - bij mij en velen retrocollega’s - is dat ze allemaal gekrompen waren door het veelvuldig (te heet) wassen. De anderen kwamen tot dezelfde conclusie en zo konden we moeder de vrouw de schuld in de schoenen schuiven en gezamenlijk dronken we er nog een pintje op. Verder ontwaarde ik tussen de retrotruitjes een heuse veldwachter, een burgemeester alsook een …

… geestelijke in oude kledij. Die meneer pastoor moest ik hebben, omdat mijn banden net zo oud waren als de fiets. Daarom verzocht ik hem mijn oude tubekes eens extra te zegenen. Hij voldeed graag aan mijn verzoek en met zo’n kwast werden de banden en de hele fiets rijkelijk met wijwater besprenkeld. Niet overdrijven riep ik, anders roest mijn pronkstuk niet weg door de regen, maar door het wijwater. Het hielp wel, want ook al ging ik te keer als een duivel in het wijwatervat, de banden hielden het op wegen vol steenslag en kasseien. Een retrogenoot uit Oudenbosch vertrouwde me onderweg toe dat zijn zwager ook eens zoiets had gedaan met de WC borstel op een drukke verjaardag. Hij dacht grappig te zijn door de boel te zegenen, maar liet een spoor van vernieling na. Je wil niet weten hoe kleding, vloerkleed en behang er uit zagen, nadat het allemaal rijkelijk besproeid was met chloor. De retrogenoot reed trouwens op een mooie Eddy Merckx in de Molteni-kleuren. Op het startpodium kreeg ik nummer 29 uitgereikt en de speaker had enig commentaar op de roze kleur van mijn Mercier. Hij mompelde althans iets over de Gay Games. ‘Wat goed genoeg is voor onze Joop, dat is goed genoeg voor mij’, antwoordde ik. ‘Is alles authentiek, meneer?’ ‘Ja natuurlijk, zelfs het water in de aluminium drinkkruik is nog uit de jaren vijftig.’ Met de fiets op de nek liep ik het trappetje af en voelde de stalen trapper het vel van m’n enkel schaven. Ik had nog geen meter gefietst en zat al onder het bloed. (wordt vervolgd)

Tot volgende week!”

Peter Ravensbergen

Door Fred van Slogteren, 7 augustus 2007 8:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web