De Burgerlijke stand van 27 juli.

Jean-Marie LEBLANC (1944, Frankrijk)

De grote Tourbaas, die vorig jaar afscheid nam, is een charmante aimabele man die met iedereen door één deur kan, maar er zijn grenzen. Dat heeft hij aangetoond in zijn gevecht met de UCI, omdat een instituut als de Tour zich niet in regeltjes laat dwingen die van bovenaf worden opgelegd. Want de Tour kent geen bovenaf, er is niks hogers dan de Tour. Vanuit het Franse machtsdenken gezien, zit daar wel iets in maar ik moet toch vooral denken aan wijlen koningin Wilhelmina die in 1944 van haar ballingschap in Londen terugkeerde en het plan had om zich niets meer aan te trekken van de te herstellen democratie, maar samen met haar schoonzoon Nederland op haar manier te gaan regeren. Maar ook een koningin valt onder de grondwet en voor de Tour de France is dat idem dito. Wat niet wil zeggen dat de UCI de renners, de nationale bonden en de sponsors maar alles door de strot kan douwen zonder voorafgaand overleg. Maar terug naar Jean-Marie. Toen ik in 2001 aan mijn boek over Jan Janssen begon, stond de eerste Nederlandse Tourwinnaar aanvan- kelijk niet te juichen. Er was al eens een boek over hem geschreven, het was allemaal al zo lang geleden en nog een aantal excuses passeerden zijn lippen. Ik zei tot mezelf: Tom Poes bedenk een list en ik dacht direct aan Jean-Marie. Janssen en hij waren ooit ploegmaats en sindsdien grote vrienden. Ik belde met de Tourorganisatie in Issy-les-Moulineaux en ik kreeg zowaar zijn secretaresse aan de telefoon. Ik legde haar uit wat ik ...

... wilde en de afspraak was zo gemaakt. Op een ijskoude januaridag meldde ik me bij de receptie en enkele minuten later stond ik oog in oog met de grote man van de Tour. „Fredde“, zei hij warm en voor mij was hij Jean-Marie. We gingen zijn kantoor binnen en het was er een chaos. Overal stapels papieren, rapporten, tijdschriften en op zijn grote bureau was maar moeilijk plaats te vinden voor de twee koppen koffie die binnen werden gebracht. Hij sprak Engels tegen me en dat vond ik in verband met het komende interview zeer plezierig. Maar op het moment dat de bandrecorder aanging, schakelde hij direct over in het Frans. Van Engels wilde hij niets meer weten. Hij vertelde de verhalen over Janssen die ik overal al gelezen had, maar het interview was voor mij alleen maar aanleiding voor een ander doel, ik moest Janssen nog over de streep trekken. Vlak voor we afscheid namen, vroeg ik het: „Jean-Marie, zou jij het eerste exemplaar van mijn boek aan Jan willen overhandigen en wel op 9 juli a.s. in Antwerpen als de Tour daar is.“ Hij reageerde direct: „Mais naturellement Fredde, bien sûr!“
De volgende avond belde ik Jan en vertelde hem wat Jean-Marie me had beloofd. Het was even stil, toen klonk een bulderende lach en hoorde ik op z’n plat Haags: „Vuile rat, nouh ken ik niet meer terug, kom volgende week maar langs dan gaan we prateh.“
(Foto: © Cor Vos)

De andere op 27 juli geborenen zijn:

AGOSTONI, Ugo (1893, overleden 26.09.1941, Italië)
BERTOLINI, Alessandro (1971, Italië)
DAVIS, Allan (1980, Australië)
HAGENAARS, Luc (1987, Nederland)
KANIS, Willy (1984, Nederland)
MAASKANT, Martijn (1983, Nederland)
POELS, Toine (1963, Nederland)
TERRYN, Charles (1921, overleden 09.10.2003, België)

Door Fred van Slogteren, 27 juli 2007 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web