Uit de stalling van Peter R. de Fiets …

© Peter Ravensbergen

“Toen ik met verzamelen begon, spaarde ik alle soorten fietsen. Er zaten slagersfietsen bij, een Riksja uit Bangladesh en een bakfiets, waar Astrid en ik op onze trouwdag mee naar het gemeentehuis zijn gereden. In die periode heb ik in een impuls eens een schattig klein kinderracefietsje van het merk Del Croix De Drie Lelies. Hij stond in een rommelig pijpenlaatje aan de Maashaven nummer 40 en die winkel behoorde toe aan ene Arends. Het was zo’n zaak waar je uit verborgen hoeken onder het stof vandaan de mooiste onderdelen kon vinden. In mijn achterhoofd speelde de gedachte: die neem ik mee want dat is leuk voor als we later kinderen krijgen. De kinderen zijn er gekomen, maar toen die de leeftijd hadden om te kunnen fietsen was het racefietsje letterlijk onbereikbaar geworden. Hij was aan het zicht onttrokken door stapels andere racefietsen, waar ik me intussen als verzamelaar op had toegelegd. Intussen zijn onze dochters 9 en 12 jaar en ze hebben nooit op dit fietsje gezeten. Ik heb destijds nog hemel en aarde bewogen om ze ertoe te bewegen, maar dat leverde alleen maar hoongelach op. Ze zijn het fietsje inmiddels ontgroeid en ik heb de kans voorbij laten gaan. En die stapel daar boven op zolder groeide en groeide door.
Plotseling uit het niets stond er onlangs op een vrijdag bij ons een monteur op de stoep om even het expansievat van de centrale verwarming te komen vervangen. ‘Ja maar dat gaat zo …

… maar niet’, stotterde ik, terwijl het klamme zweet me uitbrak. ‘Daar moet ik een dag vrij voor nemen om dat bereikbaar te maken voor jullie.’ Dus heb ik afgelopen donderdag tien complete racefietsen en vijftien frame’s van de zolder naar de tuin gesleept. Om in wielertermen te spreken: ik was tekeergegaan als een duivel in een wijwatervat. Vier uur hard werken met als beloning dat dit kleine juweeltje tevoorschijn kwam. Een soort schatgraven op mijn eigen zolder. In Amsterdam staat een kerkje met de naam: ‘Onze lieve heer op zolder’ en daar moest ik aan denken toen ik de merknaam van dit fietsje op het frame zag staan. Del Croix betekent zoiets als kruising of de plaats waar eens een kruis heeft gestaan. Het ontwapende aan dit fietsje is het feit dat alle onderdelen zoals stuur, remgrepen en trapstel in miniatuur zijn uitgevoerd. Leuk om naar te kijken zoals hij hier in originele staat staat te pronken. Dit in het Franse St.Amand geconstrueerde onderdeurtje heeft een framehoogte van slechts 40 centimeter. In het verleden waren er renners die daar wel mee uit de voeten hadden gekund. Mannetjes als Robic, Marinelli, Kunde, Belda en De Bal waren zo’n anderhalve meter hoog en misschien reden ze destijds wel op een echte Del Croix. Wie zal het zeggen? Dit was voorlopig mijn laatste bijdrage, maar op 7 augustus ben ik weer present.

Tot dan!”

Peter Ravensbergen

Door Fred van Slogteren, 3 juli 2007 8:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web