De Burgerlijke Stand van 8 januari


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
ANQUETIL, Jacques (1934, † 18.11.1987, Frankrijk)
BERTAGNOLLI, Leonardo (1978, Italië)
CREED, Michael (1981, Verenigde Staten)
DE GEEST, Willy (1947, België)
ENDE, Milan van den (1991, Nederland)
MELIS, Mirella van (1979, Nederland)
MORI, Massimiliano (1974, Italië)
OLIPHANT, Evan (1982, Groot Brittannië)
OSTA, Jan van (1932, Nederland)
OSTVOLD, Sissel (1968, Noorwegen)
PEZZO, Paola (1969, Italië)
RUIZ NAVARRETE, Bernardo (1925, Spanje)
SIMON, Arie (1931, Nederland)
SIMONS, Martijn (1970, Nederland)

of ons op deze datum ontvielen:
GROOT, Daan de (1933, † 08.01.1982, Nederland)

Door Fred van Slogteren, 8 januari 2019 0:00

Anquetil, een geboren tijdrijder?

Vandaag zou Anquetil 85 jaar geworden zijn. Hoewel zijn uitslagen niet te vergelijken zijn met die van Merckx, heeft Anquetil van alle wielergrootheden op mij de meeste indruk gemaakt. Als Fred geen bezwaar heeft, wil ik een aantal dagen achtereen stukjes schrijven over het fenomeen Anquetil

Anquetil, een geboren tijdrijder?
Om een succesvolle carrière te hebben als sporter, kan je in sommige sporten niet jong genoeg beginnen, te denken valt aan turnen, voetbal en tennis. Wielrennen is echter een sport, waar je vooral niet te jong mee moet beginnen. Veruit de meeste jeugdwielrenners van 8, 9 jaar zijn lang voor de amateurtijd al afgehaakt.
Anquetil begon op ongeveer 16 jarige leeftijd met wielrennen. Echter de grondslag van zijn uitzonderlijke carrière is gelegd tussen zijn vijfde en vijftiende levensjaar. Als jongetje legde hij vier keer per dag hardlopend van huis naar school en terug een afstand af van 1,5 km. Als zevenjarige deed hij op de boerderij werkzaamheden als hokken uitmesten en de mest (lichte vrachten) uitrijden op het land. Weer wat ouder moest hij meewerken in de aardbeienpluk en op 13 jarige leeftijd moest hij helpen om varens met een hooivork op zolder te steken. Al deze werkzaamheden waren niet extreem zwaar, maar hebben in grote mate bijgedragen aan de ontwikkeling van zijn rug, hart en longen. Tijdens al dat werk was het lichaam van de jonge Anquetil niet volgroeid. Te zware werkzaamheden zouden zo goed als zeker averechts gewerkt hebben op het niet volgroeide lichaam. Samenvattend durf ik te stellen dat Anquetil zijn hart en longen de juiste push heeft gegeven, door zijn gedraaf en lichte werkzaamheden op jonge leeftijd. Dat hij zijn rug, schouders en heupen sterk en soepel heeft gemaakt op iets latere leeftijd, kwam omdat hij op zijn knieën met gebogen bovenlichaam, niet steunend op zijn handen in hoog tempo uren achtereen aardbeien plukte. De langdurig naar de grond gebogen houding tijdens dat aardbeien plukken, kwam zijn aerodynamische lichaamshouding in de tijdritten ten goede. Anquetil is niet geboren als tijdrijder, maar heeft zijn lichaam in zijn jeugdjaren onbewust ontwikkeld tot het lichaam van een tijdrijder.

Monsieur Chrono (overgenomen van een artikel over Anquetil uit Wielexpress 1985 van Jan Zomer)
Dat is de bijnaam, of één van de bijnamen, die men Anquetil gaf. Zijn uitslagen in tijdritten verklaren deze naam. Zijn stijl in dit onderdeel van de wielersport was een immer doodstille zit op het zadel. Ook al was de lamp uit, dan nog bleef hij de stylist pur sang en ging niet over op krampachtig duwen of trekken van de grote versnelling, die niet zelden bestond uit 55:13. Hij won zijn tijdritten niet alleen op macht. Anquetil bezat een aangeboren talent, waarbij hij de grote versnelling aandreef op basis van souplesse.
Eddy Merckx kon tijdrijden, omdat hij als coureur een zodanig surplus aan macht had, dat hij daardoor een prestatie bij het tijdrijden kon afdwingen. Ook Hinault was een goede tijdrijder, omdat hij over macht beschikte. Een coureur in grote conditie en vorm kan (incidenteel) een grote prestatie verrichten als tijdrijder. Anquetil daarentegen wầs gewoon een tijdrijder, zoals Piet Moeskops een sprinter was.
Anquetil begon in 1953 zijn carrière door een overwinning in de Grand Prix des Nations. De zes daaropvolgende jaren bleef hij in deze wedstrijd onverslaanbaar. Na vier jaar afwezigheid ging hij in 1962 weer van start. De wielervolgers twijfelden aan zijn kansen. Anquetil gaf vervolgens op een niet mis te verstane wijze zijn antwoord. Hij won in een nieuwe recordtijd en had een voorsprong van bijna tien minuten op de als tweede aankomende Gilbert Desmet. Na weer een paar jaar afwezigheid ging hij in 1966 voor de laatste keer van start in de Grand Prix des Nations. Er werd aan zijn kansen getwijfeld. Hij had tenslotte af te rekenen met een paar aankomende superkampioenen als Merckx en Gimondi. Beide mannen werden door de 32 jarige Anquetil verpletterd. Anquetil stond er als tijdrijder direct, terwijl Merckx en Hinault enige jaren nodig hadden om op het hoogste schavot als tijdrijder te komen. Ter vergelijking: Anquetil werd in 1953 op 19 jarige leeftijd prof en won direct grote tijdritten. Merckx werd in 1965 op bijna 20 jarige leeftijd prof en werd pas vanaf 1969 onverslaanbaar in tijdritten.

Geplaatst door Piet van der Meer, 08 januari 2019 12:14:59

geen bezwaar

Piet, je bent van harte welkom om de informatie op de slogblog aan te vullen. Zoals ik uit de vele reacties na 18 december heb begrepen is de slogblog een bron van informatie voor wielerliefhebbers, maar ook voor journalisten en schrijvers van wielerboeken. Daar kan ik alleen maar van genieten, dus van enig bezwaar is geen sprake.
Geplaatst door Fred van Slogteren, 08 januari 2019 15:45:51

Anquetil en het werelduurrecord

Tot halverwege de jaren tachtig was in het wielrennen het werelduurrecord “het record der records”. Nadat in 1984 Moser, die al op zijn retour was, met behulp van de aerodynamica en stringente medische begeleiding het record van Merckx verpulverde, nam de interesse van het wielerpubliek voor dit record zienderogen af. Na Moser volgden nog een paar spectaculaire verbeteringen. Uiteindelijk greep de UCI in en gaf strengere regelgeving inzake de houding van de renner en de vorm van de fiets. Merckx kreeg zijn record terug. Vervolgens werden de regels weer wat minder streng, met als gevolg dat onbekende renners als Sosenka en Brặndle houder werden van het werelduurrecord. Pas als de groten van de wielersport zich met het werelduurrecord gaan bemoeien, zal de interesse van het wielerpubliek weer toenemen.
In 1942 kwam Coppi tot een afstand van 45,871 km, verreden op de Vigorellibaan in Milaan.
Dit record hield veertien jaar stand. Anquetil was in 1956 dienstplichtig militair. Hij kreeg voldoende gelegenheid om te trainen en in opdracht van de legerleiding deed hij een aanval op het werelduurrecord. Op 25 juni 1956 deed Anquetil op de Vigorellibaan in Milaan zijn eerste poging om het record van Coppi te breken. Waar bij Coppi zakken met mos op de baan lagen om te voorkomen, dat de renner de bochten zou afsnijden, lagen er bij Anquetil zandzakken langs de baan. Het eerste halfuur ging boven verwachting en lag Anquetil voor op zijn schema. Vervolgens haperde de “machine” en na drie kwartier werd de strijd gestaakt. Onder luid gescandeer “Coppi, Coppi” verliet Anquetil gedesillusioneerd het stadion. Een Italiaanse mecanicien merkte op dat de voorvork van de fiets van Anquetil te kort was en als het ware een remmende werking had. De fiets uit 1942 van Coppi werd min of meer gekopieerd en op 29 juni werd een tweede poging ondernomen. De omstandigheden waren beter. De zandzakken waren vervangen door zakken mos. De poging slaagde en Anquetil kwam tot 46,159 km, 288 meter meer dan Coppi. Toen Coppi zijn aanval deed op het werelduurrecord was ook hij dienstplichtig militair.
Lang heeft Anquetil niet kunnen genieten van zijn record. Nog in hetzelfde jaar verbeterde Baldini, toen nog amateur, het werelduurrecord. Op zijn beurt werd Baldini overtroefd door Roger Rivière.
Op 27 september 1967 deed Anquetil opnieuw een aanval op het werelduurrecord. Waar hij in 1956 meer moest rijden dan 45,871 km om het record te breken, moest hij in1967 een afstand van meer dan 47,346 km overbruggen. Hoewel nog steeds een grootheid, was Anquetil in 1967 op de terugweg. Dat hij toch het record van Rivière scherper stelde, heeft waarschijnlijk zowel te maken met de voortschrijdende techniek inzake fietsenbouw als met de medische begeleiding. Terwijl Anquetil bezig was met de recordpoging, meldde zich een persoon bij Geminiani, de ploegleider van Anquetil. Hij stelde zich voor als dokter Madena, gedelegeerde van de Italiaanse wielerunie. Hij eiste vanwege de anti dopingcontrole een urinestaal van Anquetil, zodra de recordpoging was beëindigd. Om zeven uur s’avonds, na afloop van de recordpoging, was het een enorme heksenketel in de catacomben van de Vigorellibaan. Er liepen tientallen verslaggevers en fotografen plus vele supporters die naar binnen waren geglipt. Dokter Madena wendde zich tot Anquetil en sommeerde hem een urinestaal af te geven. Géminiani, die naast Anquetil stond, wees op de omstandigheden en over het feit dat de Vigorellibaan niet over een fatsoenlijke douche en toilet beschikte. Hij verzocht Madena zich naar het hotel van Anquetil te begeven om daar in alle rust de benodigde formaliteiten te verrichten. Dat weigerde de arts. De volgende ochtend om elf uur meldden Anquetil en Geminiani zich bij de Vigorellibaan. Dokter Madena was er niet, wel een andere arts. Deze kon of wilde Anquetil niet helpen. De dag daarop (29 september) leverde Anquetil in Rouen een urinestaal af aan dokter Hernier en deze overhandigde het vervolgens aan een laboratorium in Rouen. Het kwam de UCI goed uit dat korte tijd later Ferdinand Bracke het record weer scherper stelde. Het record van Anquetil werd niet gehomologeerd, maar staat in de meeste wielerboeken wel vermeld.










Geplaatst door Piet van der Meer, 09 januari 2019 10:03:47

Anquetil en de Tour de France van 1964

De Tour van 1964 was de laatste Touroverwinning van Anquetil en ook zijn meest fel bevochten zege. Hij had af te rekenen met Bahamontes en Poulidor. Anquetil had twee weken voor de Tourstart de Ronde van Italië gewonnen en kwam daardoor vermoeid aan het vertrek. Poulidor had anderhalve maand voor de Tour de Ronde van Spanje gewonnen. Poulidor verscheen wel uitgerust aan de start. In de 7e etappe, naar Thonon les Bains, was er een grote kopgoep met o.a. Poulidor, maar ook met Jo de Roo, Ab Geldermans en Stablinsky, drie ploegmaten van Anquetil. Ondanks afstoppend werk van dit drietal verloor Anquetil steeds meer terrein op Poulidor. De mannen moesten zich laten afzakken tot de groep Anquetil en reden vervolgens voluit voor hun kopman. Uiteindelijk verspeelde Anquetil 34 seconden op Poulidor. De volgende etappe, naar Briançon verloor hij 17 seconden en pakte Poulidor ook nog eens 30 seconden bonificatie.
De etappe daarop werd door Anquetil gewonnen. Poulidor finishte in dezelfde tijd, maar verloor door de bonificatie een minuut op Anquetil. Na de 13e etappe was er een rustdag in Andorra.
In november 1963 was de vader van Anquetil overleden. Deze gebeurtenis had Anquetil zeer aangegrepen. Hij ging zich verdiepen in het “bovennatuurlijke”. Toen een bekende Franse waarzegger had voorspeld dat Anquetil in de etappe naar Toulouse dodelijk zou verongelukken, zat hij diep in de put. De rustdag in Andorra gebruikte hij om zijn angst kwijt te raken. Hij ging in op een uitnodiging van Radio Andorra om mee te doen aan een barbecue. Daar werd behoorlijk gegeten en gedronken. De volgende dag wachtte een zware etappe met de beklimming van de Port d’Envalira. De tegenstanders van Anquetil wisten dat hij de vorige dag was doorgezakt. De ploegen van Bahamontes, Poulidor en Groussard (met Jan Janssen en Henri Anglade) gingen op de Envalira vol in de aanval. Anquetil moest lossen en werd door ploeggenoot Rostollan bijna letterlijk op sleeptouw genomen. Op de top kwamen Bahamontes en Poulidor als eersten boven, gevolgd door het groepje Groussard, Anglade, Janssen, Kunde, en vier minuten na Bahamontes kwamen Anquetil en Rostollan door. De afdaling gebeurde in dichte mist. Er reden zeker 20 renners voor Anquetil uit. De volgwagens konden niet voor de renners komen. Er werd redeljk voorzichtig afgedaald, zeker nadat Kunde onderuit was gegaan. Anquetil profiteerde van de remlichten van de hele sliert ploegwagens achter de koplopers. Na een woeste afdaling gevolgd door een stukje valsplat omlaag sloot Anquetil aan bij de kopgroep.Juist op dat moment reed Poulidor lek, werd vervolgens onhandig gedepanneerd en bij het op gang duwen door een mecanicien onderuit geduwd. Poulidor verloor die dag ruim twee minuten. De volgende dag pakte hij in de Pyreneeënrit over o.a. de Portillon weer anderhalve minuut terug. In de tweede rit over de Pyreneeën kwam het gevaar van Bahamontes. Op de Aubisque, de laatste klim in deze etappe, had hij een voorsprong van bijna zes en een halve minuut op een groepje met Anquetil, Poulidor, Georges Groussard, Jan Janssen e.a. Anquetil paste in de klim naar de top van de Aubisque het tempo zodanig aan, dat Jan Janssen niet hoefde te lossen. Vervolgens reed Jan Janssen in de lange afdaling naar Pau (meer dan 50 km) vol mee op kop en mede daardoor hield Bahamontes nog geen twee minuten over van zijn voorsprong.
De volgende dag was er een tijdrit over 42,6 km. Anquetil won de tijdrit met 37 seconden voorsprong op Poulidor. Dat lijkt redelijk overtuigend. Het zag er echter langdurig naar uit dat Anquetil tegen een nederlaag aanliep. Ruim 10 km voor de finish lag Poulidor nog 7 seconden voor op Anquetil, maar een lekke band voorkwam een mogelijke overwinning voor Poulidor.
Na deze tijdrit was Anquetil redelijk zeker van het geel. De rol van Bahamontes als kandidaat winnaar was in ieder geval uitgespeeld. Anquetil had alleen nog in enige mate af te rekenen met Poulidor. In een heroïsche strijd op de flanken van de Puy de Dôme, waarin beiden letterlijk schouder aan schouder reden, kon Poulidor zich pas acht honderd meter voor de finish los maken van Anquetil en pakte 42 seconden terug. Anquetil behield wel de gele trui en in de afsluitende tijdrit stelde hij orde op zaken. Uiteindelijk won hij de Tour met een voorsprong van 55 seconden op Poulidor. In deze Tour heeft Anquetil twee minuten aan bonificaties verdiend en Poulidor één minuut vijftig. De bonificaties lijken derhalve geen rol gespeeld te hebben voor de einduitslag. Anquetil was niet iemand die ging voor de etappe overwinningen en de daarmee gepaard gaande bonificaties. Echter zowel in de 7e als in de 8e etappe had Anquetil tijd verloren op Poulidor en stond hij op 1’15’’ van zijn tegenstrever. In de 9e etappe zaten beide renners in de beslissende ontsnapping en was Anquetil er alles aan gelegen om de etappe te winnen en de bijbehorende minuut bonificatie op te strijken. Anquetil won de etappe, pakte de minuut bonificatie en won uiteindelijk de Tour met een voorsprong van 55 seconden.


.
Geplaatst door Piet van der Meer, 10 januari 2019 11:00:05

Anquetil-Poulidor deel

Aanvankelijk had ik als kop willen schrijven; “De duels Anquetil-Poulidor”, maar daar heb ik van afgezien. Er zijn weinig echte duels geweest tussen beide renners, al wilde de Franse pers ons anders doen geloven.

Anquetil was voor het grote publiek de koele rekenmeester. Hij straalde warmte noch emotie uit. Hij was niet populair. In 1961 leek er een nieuwe ster aan het Franse wielerfirmament op te staan: Raymond Poulidor. Een harde werker en een man met een vriendelijke uitstraling. In dat jaar won hij Milaan-San Remo en werd kampioen van Frankrijk op de weg. De Franse pers stortte zich al gauw op Poulidor als zijnde de tegenspeler van Anquetil. In de ogen van Anquetil was Poulidor te onbeduidend, om zich daarover druk te maken. Waar Anquetil zich wel druk om maakte, was het door de pers ophemelen van Poulidor. Aan de vooravond van de Tour de France van 1965 had Jan Janssen de volgende opmerking over Poulidor: “Zolang Anquetil aan de Tour deelneemt en hem niets ernstigs overkomt als een valpartij of iets dergelijks, is de uitslag 1. Anquetil, 2. Poulidor. Nu Anquetil dit jaar de Tour overslaat, rekent iedereen erop dat Poulidor wint. Laat ik dan nu maar zeggen dat Poulidor de Tour niet gaat winnen. Nu niet en nooit niet, daar heeft hij gewoon niet voldoende persoonlijkheid voor. Hij is goed als Anquetil erbij is. Dan kan hij zijn koers op Jacques afstellen. Maar hij kan de wedstrijd niet maken.” Jan Janssen raakte de kern van de zaak: Poulidor had iemand nodig om zijn koers op af te stemmen.

Het meest bekende gevecht tussen Anquetil en Poulidor was de beklimming van de Puy de Dôme tijdens de Tour de France van 1964. Bij de start van deze Touretappe had Anquetil een voorsprong van 56 seconden op Poulidor. Anquetil en Poulidor waren nog de enige kanshebbers voor de Tourzege. Om een kans te maken op de Touroverwinning moest Poulidor minstens 40 seconden uitlopen op Anquetil en daarnaast de minuut bonificatie meepakken welke wachtte voor de etappewinnaar. Er lag nog een tijdrit in het verschiet, waarin Anquetil zeker zou uitlopen op Poulidor. Anquetil en Poulidor reden letterlijk schouder aan schouder op de flanken van de Puy de Dôme. Op 800 meter van de finish begaf Anquetil het en verloor hij 42 seconden op zijn rivaal, maar bleef wel in het geel. De filmbeelden en foto’s van dit duel behoren tot de bekendste beelden uit de Tourhistorie. Echter naar mijn mening was hier helemaal geen sprake van een gevecht op leven en dood. Anquetil had tijdens de klim volledig de controle op de wedstrijd en zijn gele trui is geen moment in gevaar geweest. Natuurlijk moest hij, net als Poulidor, diep gaan en baalde hij dat Poulidor hem op het laatst losreed, maar hij wist dat Poulidor de iets betere klimmer was. Op het moment dat Bahamontes en Jimenez wegreden bij het duo Anquetil-Poulidor, wist Anquetil dat hij de Tour zou winnen. De noodzakelijke minuut bonificatie zou niet toekomen aan Poulidor.

Het mooiste gevecht tussen Anquetil en Poulidor vond plaats in de slotetappe van Parijs-Nice van 1966. Parijs-Nice was een wedstrijd welke Anquetil wel lag. Hij kwam vijf keer als winnaar in Nice aan. Lang niet altijd verscheen hij in grote vorm aan de start. Meer dan eens gebruikte hij deze wedstrijd om zich in vorm te fietsen voor de rest van het wielerseizoen. In 1966 reden Anquetil en Poulidor gelijk op tot aan de tijdrit twee dagen voor het eind, waar Anquetil met 36 seconden verslagen werd door Poulidor. Anquetil was niet langer onklopbaar in de tijdritten. Niets leek de eindzege van Poulidor in de weg te staan. In de slotetappe, met wat bergen van 2e en 3e categorie, viel Anquetil (met behulp van zijn ploegmaten) net zo lang aan, totdat Poulidor het begaf. Vlak voor de top van de laatste klim plaatste hij zijn ultieme demarrage. Op de top had hij enige tientallen meters voorsprong op Poulidor. Met nog 34 kilometer voor de boeg stortte Anquetil zich in de afdaling en werd door niemand meer achterhaald. De wedstrijd werd live op televisie uitgezonden en daar de finish laat in de middag cq vroeg in de avond was, heb ik de beelden gezien. In schitterende stijl reed Anquetil over de Promenade des Anglais en finishte met een voorsprong van 1’24’’ op Poulidor. Anquetil won deze Parijs-Nice met Poulidor op 48’’ als tweede. Poulior bleek een slecht verliezer: “De ploeg van Anquetil gebruikte maffiapraktijken om hem van de zege af te houden. Hij werd gesneden, vlak voor hem liet men gaten vallen. Er was een combine met de Italiaanse ploegen Salvarani en Molteni. Anquetil heeft langdurig in de slipstream van de televisie motor gereden.” Gedurende vele weken was er een polemiek in de Franse pers over deze Parijs-Nice. Er was zelfs even sprake van dat Mercier, de sponsor van de ploeg Poulidor, zich zou terugtrekken uit het wielrennen. Anquetil was nogal nuchter in zijn reactie. Hij vond Poulidor een huilebalk (il est un pleurnichard) en merkte op dat hij van zijn ploegmaten van Ford France meer steun ondervond dan Poulidor van zijn Mercier BP ploeg. Vele jaren later sijpelden er berichten door, dat diverse ploegmaten van Poulidor hun kopman hadden tegengewerkt, anders gezegd gesaboteerd. Poulidor was als kopman niet populair en was karig met het belonen van zijn “knechten”.
In het boek: “Anquetil” opgetekend door Pierre Joly, lezen we: “Gedurende de laatste etappe van Parijs-Nice heb ik vijftien, twintig, dertig pogingen ondernomen om te demarreren. Poulidor heeft erop gereageerd. Bij de eenendertigste poging werd hij geklopt. Kan men zich een duidelijker, eerlijker situatie voorstellen? De camera’s hebben het trouwens vastgelegd. Dat mijn ploeg mij beter steunt dan die van Poulidor, zou ik heus niet weten. Dat die ploeg meer reden heeft om zich te weren, daarvan wil ik niets weten. In ieder geval was dat probleem op de Col desTourettes niet aan de orde. Twee renners waren in een persoonlijk duel verwikkeld. Jacques Anquetil eindigde als eerste, Raymond Poulidor als tweede. Was het nu heus de eerste keer dat zoiets gebeurde?”
Na deze affaire hebben Anquetil en Poulidor vele maanden niet met elkaar gesproken. Ruim vier maanden later heeft Janine Anquetil een verzoening tussen beide renners tot stand gebracht.






Geplaatst door Piet van der Meer, 11 januari 2019 10:50:20

Anquetil-Poulidor deel 2

Een eerder mooi duel tussen beide heren vond plaats in de Dauphiné Liberé van 1965. De ploegleider van Anquetil, Raphaël Geminiani, had een stunt in gedachte in die zin dat Anquetil op zatermiddag 29 mei de Dauphiné Liberé winnend zou afsluiten en zondagmorgen 30 mei zeer vroeg van start zou gaan in de monsterklassieker Bordeaux-Parijs en die eveneens zou winnen. Een stunt bedoeld om sympathie te winnen. Anquetil won beide wedstrijden en dwong daarmee alleen bewondering af. Hij was in de Dauphiné Liberé niet zeker van zijn zaak. Hij kon het zich niet veroorloven om voor rekenmeester te spelen en blind te gaan op zijn tijdrit. Zelden heeft Anquetil in een etappekoers zo aanvallend gereden als in deze Dauphiné Liberé. De cijfers: Etappe 2b: Roanne-St. Etienne 1 Gilbert Desmet, op 3 seconden 2 Anquetil en 3 Poulidor; Etappe 3 :St. Etienne-Oyonnax 1 Anquetil, 2 Poulidor in dezelfde tijd; Etappe 5: Thonon les Bains-Chamberry 1 Anquetil, 2 Poulidor, 3 Delisle op 2’31’’; Etappe 6: in dezelfde tijd 6 Poulidor en 7 Anquetil; Etappe 7: tijdrit over 38 km 1 Anquetil, 2 Poulidor op 13’’. Eindklassement: 1 Anquetil, 2 Poulidor op 1’43’’.De uitslag van de tijdrit bevestigde het vermoeden van Anquetil: hij kon niet zeker zijn van zijn tijdrit en moest daarom tijd winnen in de etappes. De tijdwinst behaalde hij door een paar keer als eerste of tweede te eindigen en daarmee bonificatieseconden te verdienen. In geen enkele van zijn 25 gewonnen etappekoersen heeft Anquetil zo aanvallend gereden als in deze Dauphiné Liberé.

Een duel Anquetil Poulidor welke niet als zodanig herkend of erkend zal worden door de wielerliefhebbers, speelde zich af tijdens de Tour de France van 1966. Poulidor leek sinds de Tour van 1964 beter te klimmen dan Anquetil.en na 1965 versloeg hij Anquetil ook in de tijdritten. Anquetil kon niet zijn normale tactiek toepassen: in de bergen meegaan, daar nauwelijks of geen tijd verliezen en in de tijdritten toeslaan. Hij zou het zowel in de bergen als in de tijdrit afleggen tegen Poulidor. Tot aan de voet van de Pyreneeën had Anquetil in de Tour van 1966 geen tijdwinst geboekt op Poulidor en hij wist derhalve dat hij de Tour niet zou winnen. In de eerste Pyreneeën-etappe van Bayonne naar Pau was er een vroege vlucht met o.a. Elorza, Stablinsky, In ’t Ven, Schleck en Cazala. Anquetil hield zijn gemak en bleef in het peloton evenals zijn schaduw Poulidor. Vervolgens sprongen Fezzardi en De Pra weg en vervoegden zich bij de koplopers. Anquetil vond het goed, dus Poulidor ook. Toen de voorsprong opgelopen was tot negen minuten demarreerden Gomez del Moral en Huysmans. Anquetil deed niets, Poulidor evenmin. Na Huysmans sprongen uit het peloton Frans Brands, Luis Otano,Jan Janssen, Cees Haast, Arie den Hartog, Momene, De Lisle, Aimar, Kunde en anderen. Anquetil vond het prima, Poulidor dus ook. Uiteindelijk won De Pra de etappe voor In ’t Ven, Jan Janssen werd derde op ruim twee minuten. Cees Haast, Aimar, Kunde en Huysmans finishten in dezelfde tijd als Jan Janssen. Het peloton met Anquetil, Poulidor en Altig kwam op meer dan negen minuten over de finish. Een aantal subtoppers als Aimar, Janssen, Kunde. Haast, Huysmans en Momene had een voorsprong van meer dan zeven minuten op de echte toppers Anquetil en Poulidor. Anquetil wist al dat hij de Tour niet zou winnen. Nu wist hij het ook van Poulidor. Een paar etappes later volgde een tijdrit, gewonnen door Poulidor met Anquetil als tweede. Anquetil heeft deze Tour niet uitgereden. Aimar won de Tour van 1966 voor Jan Janssen. Poulidor werd derde op iets meer dan twee minuten van de winnaar. Wederom had Anquetil goed gerekend.
De wielercarrière van Anquetil duurde zestien jaar. In die zestien jaar waren er niet veel echte duels tussen Anquetil en Poulidor.

De invloed van Poulidor op de carrière van Anquetil is vrij gering geweest. Anquetil heeft acht keer een grote ronde gewonnen, slechts één keer (Tour de France 1964) speelde Poulidor hierbij een belangrijke rol. Alle keren dat Anquetil is gestart in de Giro of Vuelta was Poulidor niet van de partij. Anquetil heeft vijf keer Parijs-Nice gewonnen, twee keer de Dauphiné Liberé en vier keer de Vierdaagse van Duinkerken. Elf overwinningen van Anquetil in wedstrijden, waarbij Poulidor drie keer tweede werd.
Anquetil won in totaal vierentwintig grote tijdritten (GP des Nations, GP Lugano, GP Martini Genève en GP Forli). Voor zover ik kan nagaan was in al deze keren Poulidor één keer van de partij. Hij werd in 1965 in de GP des Nations derde achter Anquetil en Altig.

Hoewel Anquetil slechts twee jaar ouder was dan Poulidor, was hij zeven jaar eerder prof (1953 tegenover1960). Vanzelfsprekend dat bij Anquetil de sleet er iets eerder op kwam dan bij Poulidor. De omslag vond plaats in 1965/1966. Fysiek leek Poulidor in die jaren sterker dan Anquetil. Wielrennen is echter niet alleen fysiek. Intelligentie en eerzucht zijn ook belangrijke factoren. In de Tour van 1964 bleek Poulidor al de iets betere klimmer. In 1965 waren beide renners in het tijdrijden nagenoeg gelijkwaardig aan elkaar. In 1966 was Poulidor ook de betere tijdrijder. Echter tot en met Parijs-Nice 1966 was bij Anquetil de som der factoren: fysiek, eerzucht en intelligentie groter dan die van Poulidor. In die tijd hebben er een paar mooie duels plaatsgevonden, alle (zoals boven beschreven) gewonnen door Anquetil. Pas in de Tour van 1966 waren de eerzucht en intelligentie van Anquetil geen meerwaarde meer om Poulidor te verslaan. Poulidor viel toen verschrikkelijk door de mand: hij kon de koers niet lezen en kon de koers niet maken. Al kon Anquetil die Tour niet winnen, wist hij het wel klaar te spelen dat Poulidor evenmin won. Ook na het tijdperk Anquetil zou Poulidor nimmer de Tour winnen.

We zijn getuige geweest van een klein aantal mooie duels tussen beiden. Mooier en echter waren de duels tussen Anquetil en Gaul en Anquetil en Bahamontes. In 1959 won Gaul de Giro voor Anquetil en in 1960 won Anquetil voor Nencini en Gaul. Zowel Anquetil als Gaul waren in dat jaar zo diep gegaan, dat geen van beiden van start zijn gegaan in de Tour van 1960. In de Tour van 1958 toonde Gaul zich de meerdere van Anquetil en in de Tour van 1961 was Gaul de enige tegenstander, waar Anquetil bevreesd voor was. Helaas is Gaul maar een korte tijd tegenstander geweest van Anquetil. Bahamontes won in 1959 de Tour voor Anglade en Anquetil. In 1963 en 1964 was Bahamontes zijn grootste tegenstrever. Als Anquetil in 1964 de Tour niet gewonnen zou hebben, dan zou niet Poulidor, maar Bahamontes de winnaar geweest zijn. In de etappe Luchon-Pau was het Anquetil, met behulp van Jan Janssen, die de voorsprong van Bahamontes terug bracht van acht naar twee minuten. Niet eenmaal kwam Poulidor in de achtervolging op Bahamontes op kop.
Resumerend durf ik te stellen dat de invloed van Poulidor op de carrière van Anquetil niet erg groot is geweest.
Geplaatst door Piet van der Meer, 12 januari 2019 12:31:32

Als.......

Als Anquetil in 1964....etc. mag natuurlijk niet zo stellig beweerd worden. Tussen Poulidor en Bahamontes zaten in het eindklassement nog bijna 4 minuten en het verloop en uitkomst van één etappe mag niet alleen maar rekenkundig benaderd worden. Het was in de tijd dat onderlinge verschillen tussen de favorieten per etappe vaker meerdere minuten waren. Het was nog niet het secondespel zoals nu ook bij grote rondes het geval is.
Geplaatst door Albert van de Donk, 16 januari 2019 14:50:41

Anquetil privé

Maîter Jacques had ook een complex privé-leven. In 1958 trouwde hij met Janine, de ex-vrouw van zijn sportarts, die al twee kinderen had. In 1971 had Jacques een eerste kind samen met Annie, de toen nog minderjarige dochter van Janine, en in 1986 een tweede, dit keer samen met Dominique, de vrouw van de zoon van Janine. In Frankrijk geen probleem uiteraard.
Geplaatst door mc, 16 januari 2019 14:59:42

Het bizarre liefdesleven van Anquetil

Geachte mc (klinkt als een niet afgemaakte formule van Einstein)
Tot voor enkele jaren wist ik niets van het liefdesleven van Anquetil. Eerlijk gezegd het interesseerde mij ook niet. Ik wist wel dat hij getrouwd was met Janine Boëda, de vrouw van zijn lijfarts André Boëda en dat Janine twee kinderen had uit haar eerste huwelijk.
In een kort tijdbestek las ik in een aantal publicaties, o.a. van Peter Winnen (kort samengevat) het volgende over de “seksuele” escapades van Anquetil.:
“Anquetil was getrouwd met Janine, moeder van twee kinderen uit een eerder huwelijk. Anquetil verwekte een kind bij de dochter van Janine en vervolgens een kind bij haar schoondochter.”
De lezer mag dan zelf zijn conclusie trekken.


Het laatste jaar heb ik me verdiept in het fenomeen Anquetil en stuitte ik uiteraard op zijn liefdesleven. Dit bleek toch meer genuanceerd en in mijn ogen minder banaal te zijn, dan ik eerst dacht.
Anquetil wilde graag een kind van Janine, maar na twee moeizame bevallingen en twee miskramen gevolgd door een medische ingreep, kon zij geen kinderen meer krijgen. De kinderwens van Anquetil was zo groot, dat hij voorstelde om een draagmoeder in te schakelen, desnoods een prostituee die hij dan gedurende negen maanden zou betalen. De baby zou dan opgenomen worden in het gezin Anquetil. Janine zag dat niet zitten en na maandenlang discussiëren over dit onderwerp, kwam zij met het voorstel om haar dochter en Anquetils stiefdochter tot draagmoeder te maken, uiteraard met volledige instemming van dochter Annie. In 1970, nadat zijn carrière beëindigd was, verwekte Anquetil een kind bij Annie Boëda. Hij was toen 36 en zij 19 jaar oud. Jacques Anquetil, echtgenote Janine, stiefdochter Annie en het dochtertje Sophie woonden op het kasteel van Anquetil (Les Elfes). Het was een merkwaardige “ménage à trois” waar de buitenwereld nogal vreemd tegen aan keek. Sophie Anquetil schreef in 2004 ( op 34 jarige leeftijd en 17 jaar na de dood van Anquetil) een boek getiteld: “Pour l’amour de Jacques” en daaruit heb ik onderstaand tekst ontleend:
“Je veux simplement raconter comment j’ai été le centre d’une magnifique histoire d’amour. Révéler le destin d’une femme qui, par amour pour son homme, lui offre sa fille-laquelle, par amour pour eux, leur donne une enfant, c’est moi. Cet homme, c’est mon père: Jacques Anquetil.”
Mijn vertaling, die veel minder mooi is dan de oorspronkelijk Franse tekst
Sophie Anquetil: “Ik wil eenvoudig vertellen, hoe ik het middelpunt ben geworden van een schitterende liefdesgeschiedenis; openbaar maken het lot van een vrouw, die uit liefde voor haar man, hem haar dochter schenkt. Welke op haar beurt, uit liefde voor hen, hun een kind geeft. Dat kind, dat ben ik. Die man, dat is mijn vader: Jacques Anquetil.”

De driehoeksverhouding hield vele jaren stand. Toen er na ongeveer vijftien jaar waarschijnlijk door jaloezie scheurtjes ontstonden in de relatie, werd het Annie teveel. Zij vertrok uit Les Elfes, met achterlating van dochter Sophie, en betrok een appartement aan de Cote d’Azur. Anquetil haalde de zoon van Janine, Alain, met zijn vrouw Dominique en zoontje Steve naar het kasteel, in de hoop dat Annie dan terug zou keren. Dit werkte averechts. Anquetil en Dominique werden verliefd op elkaar en Janine verliet ook het kasteel. Dominique werd de nieuwe “kasteelvrouwe”. Uit de relatie tussen Anquetil en Dominique werd op 2 april 1986 zoon Christophe geboren. Anquetil was toen 52 jaar en Dominique 36 jaar. Op zijn sterfbed verzoenden Anquetil en Janine zich met elkaar. Janine gebruikt nog steeds de achternaam Anquetil.
Duidelijk mag zijn dat hier geen sprake is van incest of seks met minderjarigen. Het blijft natuurlijk, zeker in de ogen van Calvinistisch Nederland, een apart verhaal. Als we ons verplaatsen in het Frankrijk van de vorige eeuw, wordt het al anders. Heel veel Franse mannen uit de betere bourgeoisie hadden een maîtresse. Zo ongeveer alle Franse presidenten (wellicht op De Gaulle na) hielden het met meerdere vrouwen en hadden meer dan eens buitenechtelijke kinderen
De bronnen die Peter Winnen gebruikt hebben, heb ik niet. Mijn materiaal komt uit boeken geschreven door Janine Anquetil en Sophie Anquetil. Uiteraard zijn beide vrouwen niet geheel objectief en zullen ze het mooier verwoorden dan dat het was, maar ik geloof hun verhaal wel.
Overigens was Annie Boëda, de dochter van Janine, 19 jaar toen ze een kind verwachtte van Anquetil, destijds was dat nog minderjarig, maar naar huidige maatstaven is dat meerderjarig. Anquetil was 37.

Bovenstaand stuk had ik al eerder op Slogblog geplaatst


Geplaatst door Piet van der Meer, 21 januari 2019 20:29:03

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web